Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:3984

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-07-2014
Datum publicatie
17-07-2014
Zaaknummer
08/950173-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 34-jarige man uit Ommen tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden voor het stelen van graafmachines in Dalfsen en Gramsbergen, valsheid in geschrift en witwassen. Spreekt de man vrij van diefstal van een graafmachine in Deventer en Delden.

De bijzondere voorwaarden zijn onder andere dat man opgenomen moet worden voor klinische behandeling. Deze feiten rechtvaardigen in beginsel een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet echter op de vastgestelde beperkingen en risicofactoren en de (licht) verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte is een adequate (verdere) behandeling van verdachte noodzakelijk. Zonder verdere behandeling (en begeleiding daarna) blijft het recidiverisico hoog.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/950173-13

Datum vonnis: 17 juli 2014

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in Trajectum Berkelland te Rekken.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 november 2013, 10 juni 2014 en 3 juli 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Blanco en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. C.W. Dirkzwager, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan:

feit 1, 2, 3 en 4: diefstal (in vereniging) door middel van braak, verbreking en/of valse sleutels van graafmachines, dan wel opzetheling van die machines;

Feit 5:diefstal van meerdere zogenaamde VIN-platen, dan wel opzetheling van deze platen;

feit 6: het vervalsen of valselijk opmaken van uitvoerdocumenten en CMR-formulieren;

feit 7: gewoontewitwassen van geld, boten en graafmachines;

feit 8: het zonder vergunning voorhanden hebben van een radiozendapparaat;

feit 9: opzetheling van kentekenplaten.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte (na wijziging daarvan ter terechtzitting van 3 juli 2014), dat:

1.

hij op of omstreeks 12 oktober 2012, althans in of omstreeks de periode van

11 oktober 2012 tot en met 12 oktober 2012, te Gramsbergen, gemeente Hardenberg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit/vanaf een bouwterrein (staande

aan de Kanaaldijk) heeft weggenomen een (grote) graafmachine (merk Caterpillar

M315C), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] en/of "[bedrijf 1] B.V.", in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse

sleutel;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 11 tot en met 12 oktober 2012, te Gramsbergen,

gemeente Hardenberg,, in elk geval in Nederland, een graafmachine heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde graafmachine wist, dat het

(een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode 1 juni 2012 tot en met 4 juni 2012, in de gemeente Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit/vanaf een bouwterrein (staande

op de hoek van de Amstellaan en de Maasstraat) heeft weggenomen een (grote)

graafmachine/mobiele kraan (merk Caterpillar M315C), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of "[bedrijf 2]

B.V.", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of een valse sleutel;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2012 tot en met 4 juni 2012 in de gemeente Deventer, 1 tot en met 12 oktober 2012, in elk geval in Nederland, een graafmachine (merk Caterpillar M315C) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde graafmachine wist, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij in of omstreeks de periode van 18 september 2012 tot en met 19 september 2012,

te Ambt Delden, in de gemeente Hof van Twente, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening aan/vanaf de Rijksweg heeft weggenomen een (mini) graafmachine/mobiele kraan (merk Takeuchi), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of "Grondverzetbedrijf [bedrijf 3]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 18 september 2012 tot en met 19 september 2012 te Ambt Delden, in de gemeente Hof van Twente, in elk geval in Nederland, een graafmachine (merk Takeuchi) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde graafmachine wist, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij in of omstreeks de periode van 15 maart 2013 tot en met 16 maart 2013, in de gemeente Dalfsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit/vanaf een bouwterrein (staande aan de Molenstraat) heeft weggenomen een graafmachine (merk Caterpillar M315D), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of "[bedrijf 4]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 15 maart 2013 tot en met 16 maart 2013 in de gemeente Dalfsen, een graafmachine (merk Caterpillar M315D) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde graafmachine wist, dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

5.

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 juni 2012 tot en met 31 maart 2013, te Zetten, gemeente Overbetuwe en/of in de gemeente Cuijk en/of in de gemeente

Zeewolde, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening aan/vanaf een (of meer) graafmachine(s) heeft weggenomen een (of meer) zogeheten "VIN-platen" (Vehikel

Identifaction Number), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan de hierna te noemen rechthebbende(n) en/of in de hierna te noemen

plaats(en) en wel:

- te Zetten, gemeente Overbetuwe, VIN-plaatje voorzien van het nummer

[nummer 1], geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of

- te Cuijk, VIN-plaatje voorzien van het nummer [nummer 2], geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of

- te Zeewolde, VIN-plaatje voorzien van het nummer [nummer 3]), geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of "[bedrijf 5] B.V.",

in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 5 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 juni 2012 tot en met 16 april 2013, te Zetten, gemeente Overbetuwe en/of in de gemeente Cuijk en/of in de gemeente Zeewolde, althans in Nederland, een (of meer) VIN-pla(a)t(en) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde VIN-platen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

6.

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 31 maart 2013, in de gemeente Ommen en/of in de gemeente Overbetuwe, althans in

Nederland en/of in de "Bondsrepubliek Duitsland", meermalen, althans eenmaal, (telkens) zogeheten CMR-formulier(en) en/of "ausfuhranmeldung" (uitvoerdocumenten), - (elk)

zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk voornoemde formulier(en) ingevuld met de bedrijfsnaam "[bedrijf 6] B.V." en/of het BTW-nummer van het bedrijf "[bedrijf 6] B.V."

en/of een (of meer) andere gegeven(s) en/of voornoemde formulieren voorzien van een stempelen/of een handtekening die moest doorgaan van/voor het bedrijf "[bedrijf 6]

[bedrijf 6] B.V." (zulks terwijl in werkelijkheid voornoemde B.V. nimmer opdracht heeft gegeven tot voornoemde formulier(en)), zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

7.

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2012

tot en met 16 april 2013,

in de gemeente Ommen, en/of in de gemeente Ambt Delden en/of in de gemeente

Hardenberg en/of in de gemeente Dalfsen, en/of in de gemeente Meppel

en/althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) van (een) voorwerp(en),

te weten

- een graafmachine, merk Caterpillar, type M315C (aangifte gedaan door

[slachtoffer 1]) en/of

- een graafmachine, merk Caterpillar, typeM315C (aangifte gedaan door [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2]) en/of

- een graafmachine, merk Takeuchi, (aangifte gedaan door of namens

Grondverzetbedrijf [bedrijf 3]) en/of

- een graafmachine, merk Caterpillar, typeM315D (aangifte gedaan door

"[bedrijf 4]") en/of

- 2, althans een of meer bo(o)t(en) en/of

- een (of meer) geldcoupures/geldbedrag(en) (tot een bedrag van 10.400 euro)

(telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding

en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans (telkens) verborgen

en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) was, althans

bovenomschreven voorwerp(en) (telkens) voorhanden gehad, heeft overgedragen

en/of omgezet, terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of

redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat/die voorwerp(en) -

onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

8.

hij op of omstreeks 16 april 2013, in de gemeente Meppel, opzettelijk een radiozendapparaat, te weten te weten een GSM- en/of UMTS-'jammer' en/of 'blocker',

zijnde een apparaat, bedoeld om het mobiele telefoonverkeer in GSM- en/of UMTS-frequentiebanden in de direct omgeving van het apparaat geheel onmogelijk te maken

door het uitzenden van een (breedbandig) stoorsignaal, heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 van de

Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was

verleend;

9.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2012 tot en met 16 april 2013, in de gemeente Ommen, in elk geval in Nederland, 2, althans een (of meer) (auto)kentekenpla(a)t(en) (o.a. kentekenplaat [kenteken 1]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voornoemde (auto)kentekenpla(a)t(en) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6, 7, 8, en 9 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van 2 jaar, met aftrek van voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar, met tevens oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het Reclasseringsadvies van 30 juni 2014 (te weten een meldplicht, opname in een zorginstelling voor klinische behandeling, voor de duur van maximaal 18 maanden en aansluitend een behandelverplichting in een forensische ambulante behandelsetting).

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 primair en subsidiair, 3 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank overweegt ten aanzien van wat aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd in het bijzonder dat naar het oordeel van de rechtbank op grond van de inhoud van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet is komen vast te staan dat verdachte uitvoeringshandelingen heeft verricht met betrekking tot de diefstal van deze graafmachine noch dat hij op enigerlei andere wijze een wezenlijke bijdrage heeft geleverd deze diefstal. Dat verdachte (mogelijk) betrokken is geweest bij diefstallen van andere graafmachines is geen bewijs voor zijn betrokkenheid bij onderhavige diefstal, nu er geen sprake is van een bijzonder specifieke modus operandi waaruit afgeleid kan worden dat geen ander dan verdachte de diefstal kan hebben gepleegd.

Verdachte is wel betrokken geweest bij het vervoer van deze graafmachine vanaf Emlichheim en dat zou heling op kunnen leveren, maar nu deze plaats is gelegen in Duitsland en deze locatie niet als pleegplaats in de tenlastelegging is opgenomen, is ook de opzetheling niet wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat uit het enkele feit dat een stempel is gezet op een document dat betrekking heeft op de graafmachine en deze stempel is aangetroffen in de woning van verdachte niet volgt dat verdachte de betreffende graafmachine heeft gestolen. Ook opzetheling is niet bewezen nu niet is gebleken dat verdachte de graafmachine daadwerkelijk voorhanden heeft gekregen of heeft verworven.

De rechtbank zal verdachte ten aanzien van wat aan hem onder 7 ten laste gelegd is partieel vrijspreken, te weten ter zake van het (gewoonte)witwassen van een graafmachine, merk Caterpillar, typeM315C (aangifte gedaan door [slachtoffer 2]), ter zake van een graafmachine, merk Takeuchi, (aangifte gedaan door of namens Grondverzetbedrijf [bedrijf 3]), ter zake van een boot en ter zake van een geldbedrag van € 1.400 , zijnde leefgeld van verdachte. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte in Nederland enige witwashandeling heeft verricht met betrekking tot de Caterpillar en van de boot en het geld is niet gebleken dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf.

De rechtbank acht wel bewezen wat verdachte onder 1 primair, 4 primair, 5 primair, 6, 7 (partieel), 8 en 9 ten laste is gelegd.

De rechtbank overweegt ten aanzien van wat aan de verdachte onder 1 (en 4 en 5) ten laste gelegd is in het bijzonder dat zij de voor verdachte belastende verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] redengevend acht voor het bewijs nu die verklaringen op essentiële onderdelen steun vinden in andere bewijsmiddelen. De rechtbank heeft dan ook, anders dan de verdediging geen redenen om te twijfelen aan de inhoud van de verklaringen van [medeverdachte 1], en acht die verklaringen authentiek en betrouwbaar, temeer nu [medeverdachte 1] zichzelf ook heeft belast met deze verklaringen De enkele stelling van verdachte dat [medeverdachte 1] hem heeft belast om een ander uit de wind te houden kan niet tot een ander oordeel leiden nu deze stelling nergens door wordt ondersteund en niet kan worden geverifieerd.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde in het bijzonder dat het geldbedrag van € 8.900 waarvan verdachte heeft gezegd dat het van hem is en dat in een kluis bij de ouders van verdachte is aangetroffen (waarmee sprake is van verhulling) van enig misdrijf afkomstig is.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde in het bijzonder dat, anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, gelet op de inhoud van het tapgesprek met [medeverdachte 2], verdachtes betrokkenheid bij de diefstal van de graafmachine waarbij de jammer werd gebruikt en het gegeven dat de graafmachine inclusief jammer in de loods in Meppel is gestald waar ook verdachte meermalen is geweest en werkzaamheden met betrekking tot de graafmachine heeft verricht, verdachte de jammer wel aanwezig heeft gehad zoals ten laste is gelegd.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair, 4 primair, 5 primair, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1 primair:

hij op 12 oktober 2012 te Gramsbergen, gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bouwterrein aan de Kanaaldijk heeft weggenomen een graafmachine (merk Caterpillar M315C), toebehorende aan "[bedrijf 1] B.V."

feit 4 primair:

hij in de periode van 15 maart 2013 tot en met 16 maart 2013, in de gemeente Dalfsen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een bouwterrein aan de Molenstraat heeft weggenomen een graafmachine (merk Caterpillar M315D), toebehorende aan "[bedrijf 4]", waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

feit 5 primair:.

hij op tijdstippen in de periode 1 juni 2012 tot en met 31 maart 2013, te Zetten, gemeente Overbetuwe en in de gemeente Cuijk en in de gemeente Zeewolde, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf graafmachines heeft weggenomen zogeheten "VIN-platen" (Vehikel Identifaction Number), toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden en in de hierna te noemen plaatsen en wel:

- te Zetten, gemeente Overbetuwe, VIN-plaatje voorzien van het nummer

[nummer 1], toebehorende aan [slachtoffer 5] en

- te Cuijk, VIN-plaatje voorzien van het nummer [nummer 2], toebehorende aan [slachtoffer 6] en

- te Zeewolde, VIN-plaatje voorzien van het nummer [nummer 3]), toebehorende aan "[bedrijf 5] B.V."

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak;

feit 6:

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2012 tot en met 31 maart 2013, in de gemeente Ommen en/of in de gemeente Overbetuwe, althans in Nederland en/of in de "Bondsrepubliek Duitsland", meermalen (telkens) zogeheten CMR-formulier(en) en/of "ausfuhranmeldung" (uitvoerdocumenten), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig

feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk voornoemde formulieren ingevuld met de bedrijfsnaam "[bedrijf 6] B.V." en/of het BTW-nummer van het bedrijf "[bedrijf 6] B.V." en een (of meer) andere gegevens en voornoemde formulieren voorzien van een stempel en/of een handtekening die moest doorgaan van/voor het bedrijf "[bedrijf 6] B.V."

(zulks terwijl in werkelijkheid voornoemde B.V. nimmer opdracht heeft gegeven tot voornoemde formulieren), zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschriften als

echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

feit 7:

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2012 tot en met 16 april 2013, in de gemeente Ommen, en/of in de gemeente Ambt Delden en/of in de gemeente Hardenberg en/of in de gemeente Dalfsen, en/of in de gemeente Meppel telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) van voorwerpen, te weten:

- een graafmachine, merk Caterpillar, type M315C (aangifte gedaan door

[slachtoffer 1]) en

- een graafmachine, merk Caterpillar, typeM315D (aangifte gedaan door

"[bedrijf 4]") en

- geldbedragen

telkens de werkelijke aard en/of de herkomst, verhuld, terwijl hij en/of zijn mededader(s)

telkens wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren

uit enig misdrijf;

feit 8:

hij op 16 april 2013 in de gemeente Meppel opzettelijk een radiozendapparaat, te weten

te weten een GSM- en UMTS-'jammer' en 'blocker', zijnde een apparaat, bedoeld om het mobiele telefoonverkeer in GSM- en/of UMTS-frequentiebanden in de direct omgeving van

het apparaat geheel onmogelijk te maken door het uitzenden van een (breedbandig) stoorsignaal, aangelegd aanwezig heeft gehad, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radiozendapparaten op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend;

feit 9:

hij in de periode van 1 juni 2012 tot en met 16 april 2013, in de gemeente Ommen, 2 (auto)kentekenplaten (kentekenplaat [kenteken 1]) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde (auto)kentekenplaten wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte 1 primair, 4 primair, 5 primair, 6, 7, 8 en 9 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 4:

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 5:

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 6:

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 7:

het misdrijf: medeplegen van gewoontewitwassen, strafbaar gesteld bij artikel 420ter juncto artikel 420bis juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en witwassen, strafbaar gesteld bij artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

feit 8:

het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.9, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan, strafbaar gesteld bij artikel 6 juncto artikel 1 van de Wet op de economische delicten

feit 9:

het misdrijf: opzetheling, strafbaar gesteld bij artikel 416 van het Wetboek van Strafrecht.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. De rechtbank heeft daarbij de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen, en tot op zekere hoogte aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten die gelden bij diefstal van vervoersmiddelen. Voor diefstal van een vrachtwagen wordt in beginsel in het geval sprake is van recidive een gevangenisstraf van 5 maanden opgelegd en voor diefstal van een auto 3 maanden.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

De rechtbank heeft bij het bepalen de strafmaat in aanmerking genomen dat verdachte zich (samen met anderen) onder meer tweemaal heeft schuldig gemaakt aan diefstal van een graafmachine en aan gewoontewitwassen. Bij de diefstallen van de graafmachines en de voorbereiding en nasleep daarvan heeft verdachte een belangrijke rol vervuld. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van VIN-platen, die gebruikt zijn bij de uitvoer van de graafmachines, aan het vervalsen van documenten ten behoeve van de uitvoer van de gestolen graafmachines, aan het zonder vergunning voorhanden hebben van een radiozendapparaat, dat gebruikt is bij de diefstal van een graafmachine en aan heling van kentekenplaten.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij zich binnen een tijdsbestek van ongeveer 11 maanden heeft schuldig gemaakt aan voornoemde reeks van feiten, die veelal verband met elkaar houden. Verdachte heeft zich daarbij met name ter zake van de gepleegde diefstallen van graafmachines op geen enkele wijze rekenschap gegeven van de door hem veroorzaakte schade en van de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers en was uitsluitend gericht op eigen, geldelijk gewin. Zulks klemt temeer aangezien de verdachte zich ondanks een eerdere veroordeling in november 2010 niet heeft laten weerhouden om (vanaf omstreeks juni 2012) opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen.

Een en ander rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank in beginsel het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet echter op de bij verdachte vastgestelde beperkingen en risicofactoren en de (licht) verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte zoals naar voren gekomen in de diverse persoonlijkheidsonderzoeken betreffende verdachte acht de rechtbank evenzeer een adequate (verdere) behandeling van verdachte noodzakelijk. Zonder verdere behandeling (en begeleiding daarna) blijft het recidiverisico hoog.

De rechtbank overweegt daaromtrent het navolgende. Verdachte is met ingang van 24 oktober 2013 ter observatie opgenomen in Trajectum te Hoeve Boschoord ten behoeve van het volgen van een klinisch observatie- en diagnostiektraject. Sinds medio mei jl. verblijft verdachte in Trajectum Berkelland te Rekken alwaar het behandeltraject is gestart. Door Trajectum Berkelland wordt een minimale behandelduur van 18 maanden geadviseerd met eventueel een langer durend toezicht vanuit de reclassering. De behandelduur en de duur van het daarop aansluitende vervolgtraject zijn afhankelijk van het verloop van de behandeling. Voor het vervolgtraject kan worden gedacht aan bijvoorbeeld begeleid of ambulant wonen.

Ter terechtzitting van 3 juli 2014 heeft de deskundige Stokman, toezichthouder bij de Reclassering Nederland, verklaard volledig achter het advies van Trajectum Berkelland te staan. Stokman acht met het oog op het vervolgtraject met ambulante behandeling een proeftijd van 3 jaar voldoende.

De rechtbank acht, alles afwegende, in dit geval een gevangenisstraf voor de tijd van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaar passend en geboden. Een en ander betekent concreet dat de duur van het op te leggen onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf de duur van het door verdachte ondergane voorarrest niet overtreft. De rechtbank acht het, mede gelet op het feit dat de behandeling reeds is ingezet, in deze niet opportuun verdachte terug te plaatsen in detentie.

De rechtbank zal de duur van de proeftijd niet op 5 jaar bepalen, nu dat gelet op de bewezenverklaarde feiten in samenhang met artikel 14b van het Wetboek van Strafrecht niet mogelijk is.

De rechtbank zal met het oog op de voor verdachte noodzakelijk geachte behandeling en begeleiding en teneinde het recidiverisico zoveel mogelijk te minimaliseren aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf naast de algemene voorwaarden (waaronder begrepen een verplicht reclasseringscontact) als bijzondere voorwaarden de navolgende door de Reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden:

  • -

    een meldplicht, inhoudende dat verdachte zich zal melden bij dan wel bezoek zal ontvangen van de Reclassering, zo vaak als de Reclassering dat nodig acht;

  • -

    een behandelverplichting klinische behandeling (opname in een zorginstelling, inhoudende dat verdachte zich zal zich laten opnemen en behandelen in Trajectum, afdeling Berkelland of een vergelijkbare, door de reclassering aan te wijzen instelling, voor de duur van maximaal 18 maanden na onherroepelijk worden van het vonnis.

  • -

    een behandelverplichting ambulante behandeling, inhoudende dat verdachte zich zal laten behandelen bij een door de reclassering aan te wijzen forensische ambulante behandelsetting, indien dat na zijn klinische behandeling nodig wordt geacht.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank onder meer acht geslagen op:

  • -

    een de verdachte betreffend psychiatrisch onderzoeksrapport d.d. 12 juli 2013 uitgebracht door C.J.F. Kemperman, psychiater;

  • -

    een de verdachte betreffend psychologisch onderzoeksrapport d.d. 15 augustus 2013 uitgebracht door E. Vlieg, gezondheidszorgpsycholoog/orthopedagoog;

  • -

    een de verdachte betreffend deskundigenrapport d.d. 1 mei 2014, uitgebracht door M.J.V. Peters en L.C. de Geus, beiden forensisch psycholoog verbonden aan The Maastricht Forensic Institute;

  • -

    een de verdachte betreffend Observatieverslag d.d. 17 maart 2014 uitgebracht door Trajectum Noord (Hoeve Boschoord);

  • -

    een de verdachte betreffend Advies d.d. 18 juni 2014 (met behandelplan) uitgebracht door Trajectum Berkelland;

een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 13 juni 2014;

- een Reclasseringsadvies betreffende verdachte, uitgebracht door de

stichting Reclassering Nederland d.d. 30 juni 2014.

8 De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte inbeslaggenomen Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 2], aan de verdachte dient te worden terug gegeven, aangezien onvoldoende is komen vast te staan dat deze personenauto een voorwerp betreft met behulp van welk het feit is begaan of voorbereid. De enkele omstandigheid dat er goederen verband houdend met een aantal misdrijven in deze auto zijn aangetroffen is daartoe onvoldoende.

De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedrag van

€ 8.900,-- dient te worden verbeurdverklaard, zijnde dit een geldbedrag dat de verdachte geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en dat geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit is verkregen.

9 De schade van benadeelden

De vordering van de benadeelde partij

[bedrijf 4], gevestigd te Zwolle, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 22.323,18 (tweeëntwintigduizenddriehonderddrieëntwintig euro en achttien cent).

Naar het oordeel van de rechtbank is de gestelde schade, gelet op de gemotiveerde betwisting door de verdediging, door de benadeelde partijonvoldoende onderbouwd.

Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij [bedrijf 4] in haar vordering niet-ontvankelijk zal verklaren. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij [bedrijf 4] haar vordering slechts kan aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

11 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op:

- de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht,

- artikel 3 van de Telecommunicatiewet;

- de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de Economische Delicten.

12 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 4 primair, 5 primair, 6, 7, 8 en 9 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 4 primair, 5 primair, 6, 7, 8 en 9 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen

feit 4: het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en valse sleutels;

feit 5: het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;

feit 6: het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 7: het misdrijf: medeplegen van gewoontewitwassen en gewoontewitwassen;

feit 8: het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.9, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, opzettelijk begaan;

feit 9: het misdrijf: opzetheling;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 4 primair, 5 primair, 6, 7, 8 en 9 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de na te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal melden bij dan wel bezoek zal ontvangen van de Reclassering, zo vaak als de Reclassering dat nodig acht (meldplicht);

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal zich laten opnemen en behandelen bij Trajectum, afdeling Berkelland of een vergelijkbare, door de reclassering aan te wijzen instelling, voor de duur van maximaal 18 maanden na onherroepelijk worden van het vonnis of zoveel korter als de reclassering nodig acht (een behandelverplichting klinische behandeling, opname in een zorginstelling);

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal laten behandelen bij een door de reclassering aan te wijzen forensische ambulante behandelsetting, indien dat na zijn klinische behandeling nodig wordt geacht (een behandelverplichting ambulante behandeling);

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

vordering schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 4], gevestigd te Zwolle in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de in beslaggenomen voorwerpen

  • -

    gelast de teruggave aan verdachte van een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 2];

  • -

    verklaart verbeurd een geldbedrag van € 8.900,--.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzitter, mr. F. van der Maden en mr. L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2014.

Mr. Van der Maden voornoemd is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.