Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:3967

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-07-2014
Datum publicatie
16-07-2014
Zaaknummer
C/08/157724 / KG ZA 14-225
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verkoop woning. Geen spoedeisend belang meer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/157724 / KG ZA 14-225

datum vonnis: 10 juli 2014 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

verder te noemen [eiseres],

advocaat: mr. M. van der Steeg te Deventer,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

verder te noemen [gedaagde],

advocaat: mr. E.M. Elfrink te [plaats] (O).

1 Het procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 5 producties,

  • -

    de conclusie van eis in reconventie,

  • -

    productie 1 en 2 aan de zijde van [gedaagde],

  • -

    productie 6 aan de zijde van [eiseres],

  • -

    de mondelinge behandeling op 26 juni 2014,

  • -

    de pleitnota van [eiseres],

  • -

    de pleitnota van [gedaagde].

1.2

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

In conventie en in reconventie

2.1

Partijen zijn gewezen geregistreerd partners.

2.2

Ten tijde van het aangaan van het geregistreerd partnerschap had [gedaagde] de woning gelegen aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) in eigendom. Op deze woning is op naam van beide partijen een hypotheek gevestigd op 27 augustus 2009.

2.3

Partijen hebben de gevolgen van het beëindigen van het partnerschap geregeld in het scheidingsconvenant geregistreerd partnerschap d.d. 16 februari 2011 (hierna: het convenant).

2.4

In het convenant zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] de woning blijft bewonen. Over de overdracht van de woning is in artikel 4 van het convenant het volgende bepaald:

“Dit gebeurt op voorwaarde dat een hypothecaire lening aan de man wordt toegekend en de bank de vrouw ontslaat uit haar hoofdelijke verplichtingen ten opzichte van de hypotheekhouder. De kosten verbonden aan de levering en de tenaamstelling van de woning zijn voor rekening van de man. De kosten verbonden aan het ontslag uit de hoofdelijke verplichting ten opzichte van de hypotheekhouder zijn voor rekening van de man. De lasten rustend op de aan de man toebedeelde woning zijn dan met ingang van de datum van overdracht voor rekening van de man.

Indien aan de man geen hypothecaire lening zal worden toegekend zal uiterlijk één jaar na datum beëindiging geregistreerd partnerschap de woning via een makelaar ter verkoop worden aangeboden. De kosten van de verkoop zullen door partijen gelijkelijk worden verdeeld.

De overwaarde van de woning na verkoop wordt, minus eventuele ontstane vorderingen van de vrouw op de man, toebedeeld aan de man en is hiermee verrekend met het saldo van de spaarrekening ten gunste van de vrouw”.

2.5

Bij vonnis d.d. 7 februari 2014 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank onder meer het volgende beslist:

“I. veroordeelt [gedaagde] de woning, gelegen aan de [adres] te [plaats], kadastrale aanduiding [XXXX] (de woning), te koop aan te bieden door tussenkomst van Ten Hag makelaar te Hengelo, dan wel een andere NVM-makelaar die kenbaar kennis heeft van de woningmarkt in [plaats];

II. veroordeelt [gedaagde] de woning te koop aan te bieden tegen een reële vraagprijs, die niet ligt boven de € 250.000,00;

III. veroordeelt [gedaagde] de woning te verkopen tegen een verkoopprijs die ligt op of boven een prijs van € 200.000,00 en dit vast te leggen in de verkoopopdracht, waarmee de makelaar wordt belast;

IV. veroordeelt [gedaagde] binnen vier weken na betekening van dit vonnis een verkoopopdracht te verlenen aan makelaar Ten Hag te Hengelo dan wel een vergelijkbare makelaar en deze opdracht te ondertekenen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of per deel van de dag dat [gedaagde] hieraan niet voldoet, met een maximum van € 20.000,00”.

2.6

[gedaagde] heeft na voornoemd vonnis de woning te koop aangeboden via Snelder Zijlstra makelaars te Hengelo (O) voor € 250.000,00. Voorts was de woning aangemeld op “www.funda.nl”.

2.7

De woning wordt thans niet meer te koop aangeboden door Snelder Zijlstra makelaars noch op funda.

3 Het geschil in conventie

3.1

[eiseres] vordert -samengevat- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] te veroordelen binnen twee weken na het te wijzen vonnis de woning te koop aan te bieden en te houden door tussenkomst van een NVM-makelaar met kennis van de woningmarkt in [plaats], op straffe van een dwangsom;

II. [gedaagde] te veroordelen een bepaling op te nemen in de verkoopopdracht, waarbij aan de makelaar toestemming wordt gegeven desgevraagd aan [eiseres] informatie te verschaffen over de verkoop van de woning, op straffe van een dwangsom;

III. [gedaagde] te veroordelen de woning te koop aan te bieden tegen een reële vraagprijs, waarbij rekening wordt gehouden met de huidige woningmarkt en waarbij de door [eiseres] in de dagvaarding genoemde prijsstaffel wordt gehanteerd;

IV. [gedaagde] te veroordelen de makelaar opdracht te geven deze staffel te hanteren, dit onderdeel te laten uitmaken van de opdrachtovereenkomst aan de makelaar en daaraan gedurende de gehele verkoopprocedure zijn medewerking te verlenen, op straffe van een dwangsom;

V. te bepalen dat dit vonnis in de plaats zal treden van de rechtshandelingen te verrichten door [gedaagde], te weten het verstrekken van een verkoopvolmacht aan een NVM-makelaar ter zake de woning met inachtneming van de door [eiseres] genoemde prijsstaffel, indien [gedaagde] twee weken na betekening van dit vonnis in gebreke zal zijn gebleven zijn medewerking te verlenen aan het onder I tot en IV vermelde;

VI. [gedaagde] te veroordelen om de makelaar, al dan niet met koopgegadigden, op eerste verzoek toe te laten tot de woning en de verschillende vertrekken daarvan, op straffe van een dwangsom;

VII. te bepalen dat dit vonnis in de plaats komt van de voor de eigendomsoverdracht en levering van de onroerende zaak noodzakelijke toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van [gedaagde];

VIII.te bepalen dat bij gelegenheid van de notariële overdracht ter effectuering van de verkoop van de woning [gedaagde] deze woning zal verlaten en niet verder zal betreden, op straffe van een dwangsom;

IX. [gedaagde] te veroordelen uiterlijk vier dagen vóór de dag van de eigendomsoverdracht de notariskosten die samengaan met de eigendomsoverdracht van de woning en het opstellen van de akte van verdeling te voldoen aan de notaris, op straffe van een dwangsom;

X. voor recht te verklaren dat de bepaling van het scheidingsconvenant, waarbij partijen zich ertoe verplichten de helft van de kosten van verkoop te dragen, zo dient te worden uitgelegd dat slechts die kosten gelijkelijk door partijen worden gedragen die in redelijkheid door de makelaar wiens inspanningen leiden tot verkoop van de woning in rekening mogen worden gebracht;

XI. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiseres] in haar vorderingen althans tot afwijzing van deze vorderingen, althans tot het stellen van in ieder geval een maximum van € 1.000,00 aan de totale gevorderde dwangsom. Daarnaast vordert [gedaagde] primair [eiseres] te veroordelen in de kosten van het geding, subsidiair de proceskosten te compenseren.

3.3

Ter zitting heeft [eiseres] haar eis in conventie aangevuld en tevens gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld om alle aanwijzingen op te volgen van de verkopend makelaar, waaronder begrepen afgifte van de huissleutel, op straffe van een dwangsom. Tevens heeft [eiseres] gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeel zijn woning uiterlijk twee weken voor de datum van de eigendomsoverdracht te ontruimen, met machtiging van [eiseres] om dit te doen indien de woning twee weken voor de datum van eigendomsoverdracht niet is ontruimd, zo nodig met behulp van de sterke arm.

3.4

Op de stellingen van partijen wordt hierna -voor zover van belang- nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1

[gedaagde] vordert primair [eiseres] te veroordelen tot het betalen van de helft van de hypothecaire schuld ten bedrage van € 53.196,50 aan hem, op straffe van een dwangsom. Subsidiair vordert [gedaagde] [eiseres] te veroordelen tot voldoening van de helft van de maandelijkse hypothecaire lasten met betrekking tot de woning met ingang van de datum van beëindiging geregistreerd partnerschap althans een door de voorzieningenrechter in redelijkheid vast te stellen bedrag en ingangsdatum. Daarnaast vordert [gedaagde] primair [eiseres] te veroordelen in de kosten van het geding subsidiair de proceskosten te compenseren.

4.2

[eiseres] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de reconventionele vorderingen.

Ter zitting heeft [eiseres] een voorwaardelijke vordering gebruiksvergoeding ingediend. Indien de voorzieningenrechter de reconventionele vorderingen van [gedaagde] toewijst, vordert [eiseres] [gedaagde] ertoe te veroordelen aan haar een vergoeding te voldoen ter hoogte van de helft van de hypothecaire lasten met ingang van de datum van beëindiging geregistreerd partnerschap althans een door de voorzieningenrechter in redelijkheid vast te stellen bedrag en ingangsdatum.

5 De beoordeling in conventie

5.1

In voormeld vonnis van 7 februari 2014 heeft de voorzieningenrechter een spoedeisend belang aanwezig geacht omdat [eiseres] hoofdelijk aansprakelijk is voor de hypotheeklasten van een woning, waarin zij niet woont en omdat zij door deze aansprakelijkheid werd gehinderd om zelf een woning te kopen. Dit spoedeisend belang is thans kennelijk komen te vervallen nu [gedaagde] onweersproken heeft gesteld dat [eiseres] inmiddels een woning in [plaats] heeft gekocht en deze reeds heeft betrokken.

5.2

Daar komt bij dat de toestand stabiel lijkt. [gedaagde] heeft immers onweersproken gesteld dat hij sinds de beëindiging van het geregistreerd partnerschap altijd de (volledige) maandelijkse lasten van de woning heeft voldaan. Voor zover [eiseres] heeft betoogd dat zij een financieel risico loopt indien de huidige situatie blijft bestaan, overweegt de voorzieningenrechter dat zij deze onzekerheid zelf met [gedaagde] in het convenant heeft gerealiseerd. Dat de waarde van de woning als gevolg van achterstallig onderhoud daalt, zoals [eiseres] ter zitting heeft betoogd, is -wat hier ook van zij- op zichzelf onvoldoende reden om een spoedeisend belang aanwezig te achten.

5.3

[eiseres] heeft onder deze omstandigheden naar het oordeel van de voorzieningenrechter thans geen spoedeisend belang meer bij nakoming van het vonnis van 7 februari 2014 en ook niet, in het verlengde daarvan, het thans gevorderde.

[eiseres] verkeert niet (meer) in de situatie dat van haar niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van een eventuele bodemprocedure moet afwachten. Reeds gelet hierop zullen de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen en behoeven de overige stellingen van partijen geen bespreking meer.

5.4

Omdat partijen gewezen geregistreerd partners zijn, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de proceskosten tussen hen te compenseren in die zin, dat elke partij de eigen proceskosten draagt.

6 De beoordeling in reconventie

6.1

Allereerst moet worden beoordeeld of de reconventionele vorderingen zullen worden toegelaten nu [eiseres] heeft gesteld dat deze vorderingen haar niet binnen 24 uur voor de begintijd van de zitting hebben bereikt en tegen het toelaten hiervan bezwaar heeft gemaakt. De voorzieningenrechter heeft de reconventionele vordering op 25 juni 2014 om 10.11 uur ontvangen, terwijl de mondelinge behandeling op 26 juni 2014 om 10.00 was. Gelet op het tijdstip van indiening en de aard van de reconventionle vorderingen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de eisen van een goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor niet zijn geschonden en zal hij de reconventionele vorderingen toestaan.

6.2

De reconventionele vorderingen strekken tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is slechts plaats indien het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is en daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl in de afweging van belangen van partijen mede betrokken dient te worden het risico van onmogelijkheid tot terugbetaling.

6.3

De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagde] niets heeft gesteld om tot het oordeel te kunnen komen dat van spoedeisendheid in de zojuist bedoelde zin sprake is. Er zijn door [gedaagde] geen feiten of omstandigheden gesteld, die erop wijzen dat hij belang heeft bij een snelle betaling van het gevorderde en dat daarom de uitkomst van een eventuele bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Overigens heeft [gedaagde] ook niet behoorlijk gesteld op welke rechtsgrond zijn eis berust. Hij vordert dat [eiseres] bijdraagt in de kosten van de hypothecaire lening, terwijl die lasten krachtens het convenant voor rekening van [gedaagde] zelf zijn.

6.4

Omdat partijen gewezen geregistreerd partners zijn, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de proceskosten tussen hen te compenseren in die zin, dat elke partij de eigen proceskosten draagt.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter:

In conventie

I. Wijst de vorderingen af;

II. Compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt.

In reconventie

III. Wijst de vorderingen af;

IV. Compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.