Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:3905

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
14-07-2014
Datum publicatie
14-07-2014
Zaaknummer
07.910047-11 (LP)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Overijssel veroordeelt een 26-jarige man uit Litouwen tot een gevangenisstraf van 7 jaar wegens een gewapende overval op drie van zijn landgenoten in Hardenberg op 20 februari 2010.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 07.910047-11 (LP)

Datum vonnis: 14 juli 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1988 in [geboorteplaats] (Litouwen),

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

nu verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Overijssel,

Huis van Bewaring Karelskamp te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 juni 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.L. van Kooten en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. D.C. Vlielander, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 (primair): samen met anderen of een ander, dan wel alleen heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] van het leven te beroven;

feit 1 (subsidiair): samen met anderen of een ander, dan wel alleen zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht aan [slachtoffer 1];

feit 1 (meer subsidiair): samen met anderen of een ander, dan wel alleen heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan [slachtoffer 1]

feit 2: samen met anderen of een ander, dan wel alleen met geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] heeft beroofd van € 4.000,- en/of

samen met anderen of een ander, dan wel alleen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van € 4.000,-.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 20 februari 2010 te [buurtschap], althans in de gemeente Hardenberg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, met dat opzet genoemde [slachtoffer 1] meermalen met kracht met een knuppel, althans een hard voorwerp, heeft geslagen en/of heeft gestompt, geslagen, geschopt en/of getrapt waardoor

genoemde [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen, en/of (vervolgens) terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag meermalen met kracht met een knuppel, althans een hard voorwerp, op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1], heeft geslagen en/of heeft gestompt, geslagen, geschopt en/of getrapt en/of (vervolgens) het hoofd van die [slachtoffer 1] met tape heeft omwikkeld, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 februari 2010 te [buurtschap], althans in de gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een gebroken kaak, een of meer gebroken jukbenen, een of meer gebroken ribben en/of een verminderd gehoor aan de linkerkant, althans een gehoorbeschadiging, heeft toegebracht, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk genoemde [slachtoffer 1] meermalen met kracht met een knuppel, althans een hard voorwerp, geslagen en/of gestompt,

geslagen, geschopt en/of getrapt waardoor genoemde [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen, en/of (vervolgens) terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag meermalen met kracht met een knuppel, althans een hard voorwerp, op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] geslagen en/of gestompt, geslagen, geschopt en/of getrapt en/of

(vervolgens) het hoofd van die [slachtoffer 1] met tape heeft omwikkeld;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 februari 2010 te [buurtschap], althans in de gemeente Hardenberg,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, met dat opzet genoemde [slachtoffer 1] meermalen met kracht met een knuppel, althans een hard voorwerp, heeft geslagen en/of heeft gestompt, geslagen, geschopt en/of getrapt waardoor genoemde [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen, en/of (vervolgens) terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag meermalen met kracht met een knuppel, althans een hard voorwerp, op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen en/of heeft gestompt, geslagen, geschopt en/of getrapt en/of (vervolgens) het hoofd van die [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] met tape heeft omwikkeld, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 20 februari 2010 te [buurtschap], althans in de gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) ongeveer 4000,- euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

-met bivakmutsen op de woning waarin die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] verbleven, hebben betreden, en/of

-opzettelijk dreigend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een of meer knuppels dreigend voor die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] hebben gestaan, en/of

-(daarbij) opzettelijk dreigend die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] die woorden toegevoegd: "Handen achter het hoofd en op de grond liggen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (vervolgens)

-meermalen met kracht die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], en/of die [slachtoffer 1] met een of meer knuppels en/of een vuurwapen, althans met een of meer harde voorwerpen, tegen het hoofd en/of het lichaam hebben geslagen, en/of hebben geslagen of gestompt, waardoor die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] op de grond terecht is/zijn gekomen, en/of

-terwijl die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] op de grond lagen, meermalen met kracht met een of meer knuppels en/of een vuurwapen, althans met een of meer harde voorwerpen, op/tegen het hoofd en/of het lichaam, van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] hebben geslagen, en/of hebben geslagen of gestompt en/of

-de armen en/of handen en de benen van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] met tie-rips of tape hebben vastgebonden, en/of het hoofd van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] met tape hebben omwikkeld, en/of

-(daarbij) meermalen opzettlijk dreigend die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Wat is jou meer waard jouw leven of jouw geld" en/of "waar is het geld" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

-de mobiele telefoons van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] hebben kapot geslagen,

althans (telkens) woorden en/of feitelijkheden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

EN/OF

hij op of omstreeks 20 februari 2010 te [buurtschap], althans in de gemeente Hardenberg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van (in totaal) ongeveer 4000,- euro, althans een hoeveelheid geld, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

-met bivakmutsen op de woning waarin die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 1] verbleven, hebben betreden, en/of

-opzettelijk dreigend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een of meer knuppels dreigend voor die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] hebben gestaan, en/of

-(daarbij) opzettelijk dreigend die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] die woorden toegevoegd: "Handen achter het hoofd en op de grond liggen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of (vervolgens)

-meermalen met kracht die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], en/of die [slachtoffer 1] met een of meer knuppels en/of een vuurwapen, althans met een of meer harde voorwerpen, tegen het hoofd en/of het lichaam hebben geslagen, en/of hebben geslagen of gestompt waardoor die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] op de grond terecht is/zijn gekomen, en/of

-terwijl die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] op de grond lagen, meermalen met kracht met een of meer knuppels en/of een vuurwapen, althans met een of meer harde voorwerpen, op/tegen het hoofd en/of het lichaam, van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] hebben geslagen, en/of hebben geslagen of gestompt en/of

-de armen en/of handen en de benen van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] met tie-rips of tape hebben vastgebonden, en/of het hoofd van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] met tape hebben omwikkeld, en/of

-(daarbij) meermalen opzettlijk dreigend die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Wat is jou meer waard jouw leven of jouw geld" en/of "waar is het geld" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

-de mobiele telefoons van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] hebben kapot geslagen,

althans (telkens) woorden en/of feitelijkheden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1 primair en 2 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van voorarrest.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1 primair en 2 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt veroordeeld.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt met betrekking tot de feiten het volgende vast.

Drie Litouwse autohandelaren, [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] verblijven in een vakantiehuisje dat staat op het terrein van een manege te [buurtschap], gemeente

Hardenberg. In de avond van 20 februari 2010 zitten de drie handelaren in het huisje.

Tussen 22:00 uur en 22:30 uur komen meerdere mannen (in ieder geval drie, mogelijk meer)

het huisje binnen. Zij dragen bivakmutsen en handschoenen en zijn bewapend met

slagwapens en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Zij praten eerst Russisch, maar

schakelen daarna over op Litouws. Er wordt direct fors geweld uitgeoefend op de drie

slachtoffers. De overvallers zijn op zoek naar geld. De slachtoffers worden getapet waarbij

het hoofd van [slachtoffer 1] met tape wordt omwikkeld. De mannen worden gefouilleerd en het

huisje en auto’s van de slachtoffers worden doorzocht. Ook worden hun armen en benen

met tiewraps vastgebonden. Gedurende de overval wordt er fors geweld uitgeoefend. Op

enig moment komt de eigenaresse polshoogte nemen in het huisje. Zij ziet drie onbekende

mannen met mutsen op, die ervandoor gaan door de achterdeur van het huisje. Ze treft de

drie slachtoffers bloedend en vastgebonden aan. Zij bevrijdt allereerst [slachtoffer 1] die op dat

moment in ademnood verkeert. Om 22:44 uur krijgen de verbalisanten een melding om naar

het vakantiehuisje te gaan.

Uit de letselverklaringen en foto’s blijkt dat [slachtoffer 2] diverse bloeduitstortingen heeft op

zowel het hoofd als het lichaam, een schaafwond en op beide enkels rode lijnvormige

letsels. [slachtoffer 3] heeft diverse blauw/rode plekken en ‘tramlinebruisings’ op het lichaam,

een rode striem op de binnenzijde van de rechterpols en een snijwond op het achterhoofd.

[slachtoffer 1] heeft bloeduitstortingen, een zwelling, een ontvelling in zijn gezicht en roodheid

op zijn rug. Uit later medisch onderzoek in Litouwen blijkt bovendien dat [slachtoffer 1] een

gebroken kaak heeft, meerdere (overige) breuken in zijn gezicht en twee gebroken ribben.

Verder heeft hij een verminderd gehoor door bij de overval beschadigde zenuwen.

De rechtbank neemt naast de bovenstaande feiten het navolgende in aanmerking.

In het huisje (plaats delict 1a) wordt door de politie op meerdere plekken op de vloer bloed

aangetroffen. In één van die plekken is een fragment van een schoenafdruk zichtbaar.

Tevens treffen de verbalisanten onder meer stukken ducttape, tiewraps en knuppels aan.

Uit sporenonderzoek kan volgen dat in de directe nabijheid van het huisje (plaats delict 1b) in die avond gevallen sneeuw zes verschillende schoensporen (genummerd 1 t/m 6) worden aangetroffen, die niet aan de aanwezige slachtoffers/getuigen/politieambtenaren kunnen worden toegeschreven. De veroorzakers van de schoensporen 1, 2 en 3 zijn aldus de rapportage het terrein van de manege genaderd vanuit oostelijke richting, de veroorzakers van de sporen 4, 5 en 6 vanuit noordelijke richting. Alle zes sporen lopen in de richting van het vakantiehuisje waar de overval heeft plaatsgevonden. Vanaf de achterzijde van het huisje lopen vijf schoensporen in de richting van de openbare weg, de [buurtschap]. Het profiel van schoenspoor 2 is soortgelijk aan het profiel waarvan in het bloed in het huisje een fragment is aangetroffen.

Verderop aan de [buurtschap], zo’n 300 meter in zuidoostelijke richting vanaf het

vakantiehuisje (plaats delict 2), worden sporen aangetroffen van een voertuig en drie

verschillende schoensporen. Deze drie schoensporen lopen naar het vakantiehuisje en zijn

qua profiel en vorm soortgelijk aan de schoensporen 1, 2 en 3 op plaats delict 1b. Een van

deze drie schoensporen wordt ook in tegenovergestelde richting aangetroffen en is dan

vermoedelijk veroorzaakt door een hard hollend persoon. Het in de berm aangetroffen

bandenspoor was bevroren. Een dergelijke bevriezing wordt veroorzaakt door een warme

stilstaande band. Uit de aangetroffen slipsporen veroorzaakt door deze voertuigbanden is te

herleiden dat een geparkeerd voertuig vanaf plaats delict 2 vermoedelijk is weggereden in

oostelijke richting. De rechtbank concludeert op grond van voorgaande dat (in ieder geval een deel van) de daders van de overval gebruik heeft gemaakt van dit voertuig.

Op 28 februari 2010 wordt bij de politie melding gemaakt van goederen die in het

grensgebied Nederland-Duitsland, in het verlengde van de [buurtschap] in zuidoostelijke

richting door een burger in de berm van de doorgaande weg zijn aangetroffen (plaats delict

3). Het gaat om zes handschoenen, die mogelijk drie paar vormen, vijf (bivak)mutsen, zes

schoenen, waarvan drie paar zijn te vormen, en een rol grijze ducttape. De goederen zijn

gevonden over een afstand van ongeveer 1.600 meter. Het eerste goed, de rol ducttape,

wordt in de berm op ongeveer 1.700 meter van plaats delict 1a en op ongeveer 1.400 meter

van plaats delict 2 aangetroffen. De overige goederen worden eveneens in de berm van de

doorgaande weg aangetroffen.

Op verschillende goederen die op plaats delict 3 worden aangetroffen worden vier

verschillende DNA-profielen aangetroffen. Er worden geen hits gevonden bij vergelijking

met de DNA-profielen opgenomen in de Nederlandse DNA-databank. De gevonden DNA

profielen worden ook vergeleken met DNA-profielen opgenomen in DNA-databanken van

een aantal andere landen. Er volgen twee hits: het DNA-profiel (op een bivakmuts

[nummer 4] waarop een lichaamshaar is aangetroffen) van verdachte ([verdachte]) (afkomstig uit Litouwen) staat geregistreerd in Oostenrijk en het DNA-profiel (op een bivakmuts [nummer 2] waarop een haar is aangetroffen, op een linkerhandschoen [nummer 1]#01 en aan de binnenzijde van een rechterhandschoen [nummer 3]#01) van Nadas [slachtoffer 1] (eveneens afkomstig uit Litouwen) staat geregistreerd in Finland.

Door middel van een rechtshulpverzoek aan Litouwen komt nog één hit tot stand: een derde

op plaats delict 3 aangetroffen DNA-profiel (van een lichaamshaar en speeksel aangetroffen

op een bivakmuts [nummer 5]#1) blijkt afkomstig van [naam 1].

[naam 1] blijkt net als [verdachte] (verdachte), [slachtoffer 1], en de drie slachtoffers

afkomstig te zijn uit [geboorteplaats], een plaats in Litouwen.

Kunnen de goederen die zijn aangetroffen op plaats delict 3 worden beschouwd als

voorwerpen die bij elkaar horen en zijn ze te linken aan de overval?

De rechtbank komt tot een bevestigend antwoord op deze vragen en baseert dit op de bovenstaande feiten en omstandigheden en op het navolgende.

Uit forensisch onderzoek kan volgen dat twee van de bivakmutsen, aangetroffen op plaats

delict 3, vermoedelijk zijn vervaardigd uit één trui.

De rechtbank acht bovendien de omstandigheden waaronder de goederen zijn aangetroffen van belang. Zij zijn op korte afstand van de plaatsen delict la, 1b en 2 liggend in de berm

gerekend vanaf de rol ducttape in oostelijke richting aangetroffen, op korte afstand en in

één lijn ten opzichte van elkaar, aan de rechterzijde van de doorgaande weg die loopt in het

verlengde van de [buurtschap]. Deze omstandigheden maken het aannemelijk dat de

goederen aangetroffen op plaats delict 3 bij elkaar horen en uit een rijdende auto zijn

gegooid.

De rechtbank acht de aard van alle aangetroffen goederen van belang. Het is een feit van

algemene bekendheid dat dergelijke goederen vaak worden gebruikt bij overvallen of om

slachtoffers (tijdelijk) uit te schakelen, of om herkenning van de daders te voorkomen.

De rechtbank kent ook betekenis toe aan de conclusies van het forensisch onderzoek omtrent de schoensporen in combinatie met bandensporen van een voertuig op de plaats delict 2 en de vermoedelijke oostelijke rijrichting daarvan. De rechtbank acht het aantreffen van de goederen in de berm in de onderhavige strafzaak goed voorstelbaar, nu vaststaat dat de overvallers bij de overval zijn overlopen door de eigenaresse en zij als gevolg hiervan de goederen waardoor zij mogelijk te linken waren aan de overval, snel kwijt wilden.

Uit onderzoek van het NFI blijkt – kort samengevat – dat het zeer veel waarschijnlijker is dat

een stuk ducttape die na de overval is aangetroffen op plaats delict 1a één geheel heeft

gevormd met de rol ducttape die is aangetroffen op plaats delict 3, dan dat dit het geval zou

zijn met een andere rol soortgelijke tape.

Er is een vergelijkend schoenspooronderzoek verricht waarbij is gekeken of de (fragmenten

van) schoensporen die zijn aangetroffen op de plaatsen delict la, 1b en 2 zijn veroorzaakt

door de schoenen die zijn aangetroffen op plaats delict 3. Het NFI acht het 10.000.000 keer

waarschijnlijker dat drie van de sporen op de plaatsen delict la, 1b en 2 afkomstig zijn van

de drie paar schoenen die op plaats delict 3 zijn aangetroffen, dan dat deze sporen afkomstig

zijn van schoenen met onbekende herkomst. Hierbij wordt door de deskundige van het NFI

opgemerkt dat deze uitkomst internationaal wordt gezien als een zeer grote bewijskracht.

Kort samengevat volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het bovenstaande dat de in de berm, derhalve op plaats delict 3 aangetroffen goederen, rechtstreeks kunnen worden gerelateerd aan de overval. Dit geldt, gezien het vorenoverwogene waaronder in het bijzonder de bovenomschreven conclusies van de deskundige, voor de ducttape en de schoenen. De bivakmutsen en de handschoenen (met daarop het DNA van de verdachten) kunnen met de ducttape en de schoenen als een bij elkaar horend geheel worden beschouwd.

Daarnaast volgt uit getuigenverklaringen dat ducttape, bivakmutsen en

handschoenen bij de overval daadwerkelijk zijn gebruikt.

Zijn de verdachten betrokken geweest bij de overval?

De rechtbank overweegt dat op één van de in de berm aangetroffen bivakmutsen DNA is

aangetroffen van medeverdachte [naam 1] en op een andere, waarschijnlijk uit dezelfde trui gemaakte bivakmuts, het DNA van medeverdachte [slachtoffer 1].

De rechtbank merkt op dat uit de aangiftes blijkt dat aldus de aangevers de daders Litouwse

mannen waren. Vastgesteld kan worden dat verdachte de Litouwse nationaliteit heeft en dat

de op plaats delict 3 aangetroffen DNA-profielen afkomstig zijn van Litouwse mannen. Ook

de medeverdachten [slachtoffer 1] en [naam 1] hebben de Litouwse nationaliteit. Bovendien

blijkt uit het dossier dat verdachte en de medeverdachten [slachtoffer 1] en [naam 1] elkaar

kennen. Zo is bij een huiszoeking in de woning van verdachte een foto gevonden waar

onder meer verdachte en de medeverdachten [slachtoffer 1] en [naam 1] tezamen op staan

afgebeeld. Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting verklaard [slachtoffer 1] en [naam 1] te kennen.

Verdachte is door de politie meermalen bevraagd over het aantreffen van zijn DNA, maar heeft daarvoor geen verklaring gegeven. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij met zijn medeverdachte(n) in Litouwen dezelfde sportschool heeft bezocht en dat zij bij het sporten mutsen gebruikten die zij na het sporten in de sportschool achterlieten. De rechtbank acht het door verdachte geschetste alternatieve scenario niet aannemelijk.

De raadsman heeft ter zitting betoogd dat de andere in de bivakmuts aangetroffen sporen niet van verdachte zijn. De rechtbank is van oordeel dat deze conclusie niet kan worden getrokken, nu uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 19 augustus 2010 betreffende haaronderzoek volgt dat uit die andere sporen geen DNA-profiel kon worden verkregen, waardoor vergelijking van die sporen met andere DNA-profielen niet mogelijk was.

Met deze vaststelling en gezien het bovenstaande en hetgeen zich overigens in het strafdossier bevindt is de rechtbank ambtshalve evenmin een ander scenario gebleken.

Uit voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte betrokken is geweest bij de overval.

Medeplegen

Hiervoor is overwogen dat op plaats delict 1b zes paar schoensporen zijn aangetroffen die

zijn veroorzaakt door personen die betrokken zijn geweest bij het plegen van de overval. Uit

de verklaringen van de aangevers en eigenaresse van het huisje blijkt dat er ten minste drie

daders tijdens de overval in de woning zijn geweest. Verder is op de goederen die zijn

aangetroffen op plaats delict 3 en waarvan is vastgesteld dat deze te linken zijn aan de

overval, DNA aangetroffen van vier personen, niet zijnde de aangevers. De verdachten

[naam 1], [slachtoffer 1] en [verdachte] zijn daar drie van. De zes bij de overval

betrokken personen zijn in twee groepen van drie het terrein van de manege genaderd, elk

van een andere kant. Zij droegen bivakmutsen en handschoenen en hadden slagwapens, een

op een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tiewraps en ducttape meegenomen. Ten

minste drie overvallers zijn het vakantiehuisje binnengegaan. Tijdens de overval is niet

alleen het huisje maar zijn ook auto’s van de slachtoffers doorzocht. Er is onder deze

omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank - hoe dan ook - sprake geweest van een

rolverdeling. Uit de bovengenoemde omstandigheden kan volgen dat de woning op

verschillende wijze in twee groepen — is benaderd, waarna drie of meer (gezamenlijk) zijn

binnengetreden en vele verschillende geweldshandelingen zijn gepleegd die geruime tijd in

beslag moeten hebben genomen. Daarbij werd ondertussen naar geld gezocht. De

slachtoffers zijn vastgebonden aan armen en benen, eerst met tape en later ook met tiewraps,

ze zijn gefouilleerd, ingetapet en zij zijn geslagen met slagwapens. De daders zijn bij

betrapping gezamenlijk gevlucht. Door al deze omstandigheden komt de rechtbank tot de

conclusie dat er sprake was een van te voren geplande gezamenlijk uitgevoerde overval.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden blijkt naar het oordeel van de rechtbank

genoegzaam dat er tussen de personen die betrokken zijn geweest bij het plegen van de

overval sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking, zodat aan de vereisten

van medeplegen is voldaan.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair.

hij op 20 februari 2010 te [buurtschap], in de gemeente Hardenberg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen met verdachtes mededaders, met dat opzet genoemde [slachtoffer 1] meermalen met kracht met een hard voorwerp, heeft geslagen waardoor genoemde [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen, en vervolgens terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag meermalen met kracht met een hard voorwerp op/tegen het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer 1], heeft geslagen en heeft gestompt, geslagen, geschopt en/of getrapt en vervolgens het hoofd van die [slachtoffer 1] met tape heeft omwikkeld, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 eerste cumulatief/alternatief.

hij op 20 februari 2010 in de gemeente Hardenberg, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s):

-met bivakmutsen op de woning waarin die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] verbleven, hebben betreden, en

-opzettelijk dreigend met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en een of meer knuppels dreigend voor die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1] hebben gestaan, en

-(daarbij) opzettelijk dreigend die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Handen achter het hoofd en op de grond liggen", en vervolgens

-met kracht die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], en die [slachtoffer 1] met een of meer knuppels en met een hard voorwerp, tegen het hoofd en/of het lichaam hebben geslagen, en hebben geslagen, waardoor die [slachtoffer 1] op de grond terecht is gekomen, en

-terwijl die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] op de grond lagen, meermalen met kracht met een of meer knuppels en een hard voorwerp, op/tegen het hoofd en/of het lichaam, van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 1] hebben geslagen, en/of hebben geslagen en/of gestompt en

-de armen en/of handen en de benen van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1] met tie-rips of tape hebben vastgebonden, en het hoofd van die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1] met tape hebben omwikkeld, en

-meermalen opzettelijk dreigend die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Wat is jou meer waard jouw leven of jouw geld" en/of "waar is het geld" en

-de mobiele telefoons van die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 1] hebben kapot geslagen.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair

het misdrijf: medeplegen van poging tot doodslag, strafbaar gesteld bij artikel 287 junctis de artikelen 45 en 47 van het Wetboek van Strafrecht.

feit 2 eerste cumulatief/alternatief

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, strafbaar gesteld bij artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een gewapende

overval op drie landgenoten die vanwege hun beroep als autohandelaar tijdelijk in

Nederland verbleven. Gedurende deze overval, die ongeveer 40 minuten heeft geduurd, is

grof, aanhoudend en ernstig geweld uitgeoefend op de drie slachtoffers. Zij hebben gevreesd

voor hun leven. Tegen één van de slachtoffers is in een dergelijke mate geweld uitgeoefend, dat verdachte en zijn mededaders zich tevens schuldig hebben gemaakt aan een poging tot

doodslag. Uit het dossier volgt genoegzaam dat dit slachtoffer daadwerkelijk het leven had

kunnen verliezen, doch dat dit door ingrijpen door een derde is voorkomen.

De rechtbank kenschetst het bewezen verklaarde als een brute en professioneel voorbereide en uitgevoerde overval. Dergelijke feiten als door verdachte en zijn mededaders gepleegd,

worden door slachtoffers in het algemeen als zeer ingrijpend ervaren en hebben gewoonlijk

grote nadelige psychische gevolgen. Bovendien versterkt dergelijk openlijk gewelddadig optreden de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De samenleving raakt ernstig geschokt door dergelijke feiten. Daarom staat de strafoplegging niet alleen in het teken van de vergelding van toegebracht leed, maar ook in het teken van generale preventie. Daarbij baseert de rechtbank zich op oriëntatiepunten voor diefstal met geweld.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 21 mei 2014 niet eerder is

veroordeeld in Nederland.

Gelet op voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven jaren een passende en geboden bestraffing is.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: het misdrijf: medeplegen van poging tot doodslag;

feit 2 eerste cumulatief/alternatief: het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en het onder 2 eerste cumulatief/alternatief bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2014.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Bovenregionale Recherche Noord- en Oost-Nederland met nummer 04BMC11004 (Mack). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 21 februari 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven1:

[slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en ik zaten gisteravond tussen 22.30 uur en 23.00 uur in de woonkamer van onze woning die wij gehuurd hadden van [naam 2]. Deze woning is gevestigd aan de [adres 1] te Hardenberg. (…) Op dat moment zag ik twee mannen voor onze woning langs lopen. Toen ik dat tegen de anderen zei kwamen die mannen ook ineens naar binnen. (…) Ik zag (…) dat er eerst een kleinere man met een vuurwapen, (…) die een zwarte bivakmuts en handschoenen droeg, gevolgd door een grotere man die geheel in het zwart was gekleed en ook een zwarte bivakmuts droeg. De grotere man droeg een baseballknuppel. Hier achteraan kwam nog een derde man binnen. (…) De eerste kleinere man deelde de bevelen uit in de Russische taal. Ik versta de Russische taal ook goed. Ik hoorde hem tegen ons zeggen: “handen achter het hoofd en op de grond liggen”. Hij zei dit op rustige toon. Hij zei ook iets in de trend van als jullie dit doen zal er niets met jullie gebeuren. (…) [slachtoffer 1] (…) werd met stoel en al achterover omver geslagen. Ik zag dat de grote man met de honkbalknuppel hem sloeg. (…) Hij kreeg volgens mij ook nog klappen van de derde man. Hierna was [slachtoffer 1] al uitgeschakeld. Meteen hierna zag ik dat de kleinere man met het vuurwapen naar [slachtoffer 3] liep en hem op het hoofd sloeg met het handvat van het vuurwapen. Toen [slachtoffer 3] werd geslagen was hij ook bezig om op de grond te gaan liggen. Nadat hij een klap op zijn hoofd had gekregen, kwam de grote man ook op [slachtoffer 3] af gelopen en sloeg hem met de knuppel tegen zijn benen. Ik zag hierna dat [slachtoffer 3] eerst met tape om zijn benen werd ter hoogte van zijn enkels en hierna dat zijn handen op zijn rug werden gedaan en ook met tape werden vastgetaped. Dader nr. 3 zat op mij. Hij had zijn knie op mijn rug. Hierna kwam er volgens mij nog een dader binnen die ook naar mij kwam aflopen. Met z’n tweeën hebben ze mij toen ook getaped, eerst mijn enkels en ook mijn handen op de rug. Voordat ik werd getaped werd ik meteen al geslagen op mijn rug met de baseball knuppel. Ook hebben ze tape over mijn mond gedaan. Ik kon nog wel ademhalen door mijn neus. Ondertussen zei de kleinere dader met het vuurwapen in de Litouwse taal tegen ons dat wij niet moesten schreeuwen. Volgens mij was hij ook een Litouwer en geen Rus, omdat hij goed Litouws praatte. Ze fluisterden onderling ook Litouws tegen elkaar. Ik ga er min of meer van uit dat de mannen uit Litouwen komen.(…) Ik zag dat de twee mobiele telefoons die op de salontafel in de kamer lagen met een baseballknuppel stuk werden geslagen. (…) Hierna kwamen ze terug en begonnen ons nog grondiger te fouilleren en bonden ons vast met tie raps over de tape heen. Deze tie raps zaten erg strak om zowel mijn handen en voeten. Ze vertelden ons op dreigende toon dat we nu moesten vertellen waar het geld lag. Ik hoorde aan de stem dat het de kleinere man was die letterlijk fluisterde: “wat is jou meer waard jouw leven of jouw geld”. Toen hij dit zei waren mijn ogen ook al getaped. Om kracht bij deze woorden te zetten werd ik hard geslagen met de knuppel. Ik ben voornamelijk op mijn rug geslagen. Dit deed veel pijn. Ik hoorde aan de klappen en het geluid van de stem van [slachtoffer 3] dat hij hard werd geslagen. (…) Hierna begonnen ze mij weer te slaan. Ik vertelde dat ik terwijl ik half getaped was dat deze niet van mij was en dat ik ook geen geld had. Ik kon mij nog wel min of meer verstaanbaar maken. Ik hoopte op dat moment dat er iemand binnen zou komen om ons te redden, want ik was bang dat ik het niet langer aan zou kunnen. Ik stond op het punt om te zeggen waar ik mijn autosleutel had liggen en dat ik ook geld in mijn portemonnee had zitten die in mijn jas zat die in mijn auto lag. Ik heb dit niet hoeven doen, omdat korte tijd hierna kennelijk de huurbazin [naam 2] binnenkwam, waarna de daders zijn vertrokken. Ik denk dat de overval van begin tot eind tussen de dertig a veertig minuten heeft geduurd. Gedurende deze tijd ben ik vrijwel continu geslagen door meerdere personen en geschopt in mijn gezicht als ik probeerde ergens of naar iemand te kijken. Ik ben erg bang geweest en heb veel pijn gehad en gevoeld gedurende deze tijd. Aan het eind begon de pijn zo ondraaglijk te worden dat ik op het punt stond om te vertellen waar mijn geld lag, zoals ik al heb gezegd. Ik heb voor mijn leven gevreesd.

U vraagt mij naar de signalementen van de daders:

Dader 1: de eerste die binnenkwam, lengte ong. l.70m, leeftijd ong. 25 jaar, slank postuur, zwarte bivakmuts (ogen en mond vrij), verder zwarte kleding, schoenen onbekend.

Dader 2: de tweede die binnenkwam, lengte ong. 1.80 a l.85m, gespierd postuur, zelfde leeftijd volgens mij, zwarte sportbroek en hij droeg zwarte schoenen tussen gewone en sportschoenen in met klittenbandsluiting. (…)

Ik zag dat het geld uit mijn portemonnee was gehaald. Het ging hier om 200 lit. Dat is Litouws geld en nog 400 Zloty (Pools geld) en ongeveer 1500 euro in coupures van 100 euro en nog twee van 50 euro.

Het geschrift, te weten een letselbeschrijving d.d. 21 februari 2010 betreffende [slachtoffer 2], inhoudende, zakelijk weergegeven2:

Letselbeschrijving:

  1. Redelijk scherp begrensde roodheid achterzijde linkerschouder 15x6 cm;

  2. Groot hematoom (bloeduitstorting) achterzijde rechterschouder met streepvormige uitbreiding naar wervelkolom (…) (25x40 cm)

  3. Bloeduitstorting linker oog

  4. Kasverwonding gelaat links naast neus (4 cm)

  5. Oppervlakkige schaafverwonding rechterzijkant gelaat (2x3 cm)

  6. Beide enkels rode lijnvormige letsels, mogelijk fixatie letsel.

De letsels kunnen passen bij toedracht door slachtoffer omschreven. (…)

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 23 februari 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven3:

Hij deed aangifte terzake overval in woning en verklaarde het volgende: ‘Tussen zaterdag 20 februari 2010 te 22.00 uur en zaterdag 20 februari 2010 te 22.45 uur werd op de [adres 1], binnen de gemeente Hardenberg, het in de aanhef vermelde feit gepleegd. (…) Ik doe aangifte van diefstal met geweld. (…) We zaten te eten en wodka te drinken en ineens renden er mensen naar binnen. (…) Ze gingen zo staan, dat ze min of meer ons allemaal in de gaten konden houden. Bij mij in de buurt stond een grote man met een knuppel. Een baseball knuppel leek het. (…) Naast die grote kwam een kleine te staan. Die had een pistool in de rechterhand. Dat pistool was op mij gericht. (…) . Naar mijn gevoel kwam er nog een 3e persoon naast hun staan, maar dat weet ik niet zeker en tussen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] stonden nog twee personen. (…) Als ik nu terugdenk, dan weet ik bijna zeker, dat er wel 5 mensen in onze woning stonden. Omdat die grote man met de knuppel en die kleine man met het pistool naast mij stonden, was mijn aandacht meer gevestigd op hun. Die twee waren helemaal in het zwart gekleed en hadden allebei bivakmutsen op. Er zaten gaten in voor de ogen. (…) Die kleine was ongeveer 1.70 meter. Die grote was minimaal 1.85 of misschien wel 1.90 meter. (…) Dat wapen was zwart. (…) Ze zeiden.: Mond dicht of zwijgen of zoiets. Er werd ook gezegd, dat wij op de grond moesten liggen en dat wij onze handen op onze rug moesten doen. (…) Liggend op de grond hoorde ik dat [slachtoffer 1] gelijk werd geslagen. [slachtoffer 1] riep.: “Mannen wat doen jullie. Wat is dat? Er werden korte commando’s gegeven. Wel in de Litouwse taal. Woorden als “mond dicht” en “zwijg”. (…) Toen ging ik dus op de grond liggen. Twee mensen zaten op mij. Eentje hield mijn handen vast. De andere bond mijn handen vast met 2 of 3 tie-rips. (…) Over mijn mond werd tape geplakt. Mijn hoofd werd helemaal rond getapet. Dus rondom. Ook mijn ogen werden beplakt. Omdat die grotere naast mij stond, denk ik dat hij 3 keer met die knuppel op mijn rug heeft geslagen. Daarna kreeg ik weer de vraag over dat geld. Er werd weer naar Litas gevraagd. Omdat ik niets zei, kreeg ik nog een klap op mijn achterhoofd. Volgens mij werd die klap met een pistool gegeven. Ik zei nog niets. Toen hoorde ik een andere stem. Ik denk dat het die kleine was. Die kleine zei.: “Breek zijn handen of vingers”. Dat zei hij in het Litouws. (…) Daarna bonden ze mijn benen ook vast. (…) Wel met ti-rips of tape (…). (…) Ik weet nog dat ik meerdere klappen op mijn benen kreeg (…). (…) Ze hebben ook vragen gesteld, waar het geld van mijn vrienden was. Ze vroegen ook hoeveel geld er was. (…) Na een tijdje (…) kwamen ze weer naar mij toe. Volgens mij kreeg ik toen weer schoppen of klappen, maar ik weet het niet goed meer. Toen ze dat hadden gedaan, stelden ze nog een vraag. Ze vroegen.: “Welke auto van mij was”. Ze bedoelden eigenlijk welk merk auto. Ik heb gezegd, dat ik een Toyota Avensis had. (…) Toen mijn mond werd dichtgeplakt, werd op dat moment ook het licht in de kamer uitgedaan. (…) Mijn telefoon is kapot.

Het geschrift, te weten een letselbeschrijving d.d. 21 februari 2010 betreffende [slachtoffer 3], inhoudende, zakelijk weergegeven4:

Letselbeschrijving:

  1. Grote blauw/rode plek achterzijde rechterschouder, bestaande uit centrale lichtrode verkleuring en donkere randen 20x10 cm, passend bij klap met rond/langwerpig voorwerp.

  2. Vaak begrensde roodheid achterzijde rechterbovenarm (20x5 cm)

  3. Tramline brusing achterzijde rechter bovenbeen (20x12 cm)

  4. Tramline brusing linkeronderbeen (13x8 cm), vaag begrensd.

  5. Tramline brusing zij/achterkant rechter onderbeen (5x8 cm), onscherp begrensd

  6. Onscherpe roodheid (7x11 cm) onderarm rechts

  7. Rode striem binnenzijde rechterpols

  8. Snijwond achterhoofd (behaarde hoofd) (2 cm)

De letsels kunnen passen bij toedracht zoals door slachtoffer omschreven.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 23 februari 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven5:

Hij deed aangifte terzake overval in woning en verklaarde het volgende: “Op zaterdag 20 februari 2010 tussen 22.00 uur en zaterdag 20 februari 2010 te 22.45 uur werd op de [adres 1], binnen de gemeente Hardenberg, het in de aanhef vermelde feit gepleegd. (…) Plotseling stond iemand achter mij. Iemand raakte mij . Ik draaide mijn hoofd om via mijn linkerschouder. Toen zag ik een persoon, zwart gekleed of donker gekleed, waarschijnlijk zwart, met een masker op zijn gezicht. Het was een bivakmuts. Er waren gaten voor de ogen uitgeknipt (…). Verder hoorde ik andere stemmen. (…) Toen hoorde ik weer stemmen, maar een stem begon in het Russische kort orders te

geven, zoiets van “op de grond, handen achter het hoofd “. (…) Toen hoorde ik het korte bevel.: “Zwijgen”. (…)Toen begonnen ze me te slaan. (…) Ik denk eigenlijk met een knuppel. De slagen waren erg krachtig. (…) Ik kwam op de grond terecht en ik werd op de grond ook weer geslagen. Ik lag op de buik. Ik kreeg sterretjes voor mijn ogen. U vraagt mij hoe ik bij een knuppel kom? Omdat de kracht van de klappen zo hard waren, dat ik samen met de stoel viel. (…) Ik lag dus op de grond en mijn hoofd werd weer bewerkt. Mijn hoofd werd net als een voetbal gebruikt. Ze bleven maar doorslaan. Ik voelde dat mijn hoofd later met isolatieband werd omwonden. Over mijn hoofd werd tape geplakt. Het werd om mijn hoofd gedraaid. Ik kreeg uiteindelijk geen lucht meer. Ik had ook een bloedneus. (…) Ik voelde toen dat ik niet via mijn neus kon ademhalen of mijn neus was vol met iets plakkerigs. Ik begon te stikken. Ik dacht toen dat mijn einde naderde. Uiteindelijk kon ik ergens aan de tape komen. Het lukte mij met een van de handen aan de tape te komen en zodoende kon ik ergens aan/in de tape ruimte creëren, zodat ik via mijn mond nog weer lucht kreeg. (…) Ik voelde dat mijn handen op mijn rug werden vastgebonden en daarna mijn benen. Ik voelde dus alles, maar zag niets van mijn omgeving. Ik kon niets zien. (…) Ik heb maar een persoon gezien. (…) Op een bepaald moment voelde ik ook dat ik werd omgedraaid. Iemand zat bij mijn borstzakjes. Daar had ik geld inzitten. Daar zat ongeveer 1500 of 1600 Euro in. Ongeveer 300/400 Euro aan 50 Euro biljetten en de rest waren bankbiljetten van 100 Euro. Dat zat in mijn linkerborstzak. Dat ben ik kwijt. Dat is dus gestolen. (…) Mijn GSM werd ook kapotgeslagen. (…) Ik heb ook nog gehoord dat een auto werd geopend. (…) Ik heb ook nog gehoord dat [slachtoffer 3] werd geslagen. Dat hoorde ik aan de geluiden. Ik hoorde dat R. riep.: ‘Ik heb het niet. Ik heb het niet. (…) Beide collega’s waren ook stevig vastgebonden met tape en tie-rips. (…)

Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] d.d. 15 november 2011, inhoudende, zakelijk weergegeven6:

Ik had na de overval ook last van mijn gehoor. Ik heb dit laten onderzoeken en daaruit bleek dat er zenuwen beschadigd waren. Ik heb nu een verminderd gehoor aan de linkerkant.

Het geschrift, te weten een letselbeschrijving d.d. 21 februari 2010 betreffende [slachtoffer 1], inhoudende, zakelijk weergegeven7:

Letselbeschrijving:

  1. Bloeduitstorting rechteroog

  2. Bloeduitstorting linkeroog

  3. Zwelling linker gelaatshelft

  4. Kleine oppervlakkige ontvelling bovenlip rechts 1x1 cm

  5. Roodheid rug rechts 13x5

De letsels kunnen passen bij toedracht zoals door slachtoffer omschreven.

Het geschrift, te weten een afschrift uit de medische documentatie van [slachtoffer 1] d.d. 29 maart 2010 opgemaakt door het ziekenhuis van het Rode Kruis van Kaunas, inhoudende, zakelijk weergegeven8:

Naam en achternaam van de patiënt: [slachtoffer 1]

Geboortedatum: 5 juni 1965

(…)

Aanvang van de ziekte: 5 maart 2010 in Nederland

Diagnose: breuken van de ribben IX en X aan de rechterkant van de borst. (…)

Conclusie: Werd op 20 februari 2010 in Nederland mishandeld door onbekende mensen. Op een klinische en röntgenologische wijze werden de breuken van de bovenste kaak en jukbeen geconstateerd.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 februari 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven9:

Op zaterdag 20 februari 2010 omstreeks 22:44 uur kregen wij, verbalisanten, een melding van het Meld- en Infocentrum om te gaan naar de [buurtschap]. Aldaar zou een overval zijn gepleegd op Litouwers. (…) Via de bijkeuken zijn wij, verbalisanten, de woning binnengegaan. In de woonkamer zagen wij, verbalisanten, drie manspersonen en getuige [naam 2]. Wij, verbalisanten, zagen dat de drie personen onder het bloed zaten. (…) Wij, verbalisanten, zagen dat er op meerdere plekken bloed lag op de vloer. Ook zagen wij, verbalisanten, overal stukken ducktape op de grond liggen. Ook zagen wij, verbalisanten, tie-rips op de grond in de woonkamer liggen.

Wij, verbalisanten, zagen, gezien vanuit de bijkeuken, op de eettafel een knuppel en meerdere ongebruikte tierips liggen. De woonkamer en de keuken is een open ruimte. Wij, verbalisanten, zagen dat het handvat van de knuppel vervaardigd was door middel van tape. Ook zagen wij, verbalisanten, op de stoel in de woonkamer, meteen rechts in de woonkamer, een knuppel liggen. (…) Getuige [naam 2] vertelde ons, verbalisanten, dat ze iedere avond een kijkje neemt bij haar ‘gasten’. Ze vertelde dat ze vanavond naar binnen ging via de bijkeuken. Ze zeg dat het licht uit was, ze deed het licht aan. Terwijl ze dat deed, zag ze drie a vier personen de woonkamer verlaten via de uitgang in de woonkamer. (…) Toen ze in de woning kwam, zag ze dat de Litouwers gekneveld aan handen en voeten met tie-rips. Ook zag ze dat de drie Litouwers ducktape om hun hoofd en over hun mond geplakt hadden. (…) Wij, verbalisanten, hebben gevraagd aan de Litouwers wat er gebeurd was. Ze konden ons, verbalisanten, door hun gebrekkige kennis van de Duits en Engelse taal, alleen vertellen dat de daders waarschijnlijk jongere landgenoten waren, ook hadden ze het over 7 personen. (…) Nadat de slachtoffers overgebracht waren naar het ziekenhuis, wees getuige [naam 2] ons, verbalisanten, op de schoensporen in de vers gevallen sneeuw, van vermoedelijk twee daders die vanaf de woning van de Litouwers richting paardenbak liepen. (…) Collega [verbalisant] deelde ons, verbalisanten, mede dat hij ongeveer 200 meter verderop op de [buurtschap], dit gezien vanaf de Stobbenhaarweg richting Duitse grens, bandensporen in de berm had ontdekt.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 2] d.d. 21 februari 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven10:

Ik ben eigenaresse van de manege te [buurtschap]. (…) Gisterenavond (…) ging ik via de normale toegangsdeur naar binnen. (…) Ik zag de 3 mannen op de grond en op de buik liggen. (…) Ik zag in die kamer onbekende mannen staan. Die gingen naar de vluchtdeur. (…) De jongens (…) waren alle 3 vastgebonden met benen en handen op de rug en tape over het gezicht. Een van de mannen was bij de ogen helemaal rood. Hij had tape over zijn neus en zijn mond. Dat heb ik eerst losgemaakt. (…) Ik heb er drie gezien. (…) Ze hadden allemaal mutsen op (…). (…) Daarna heb ik die meneer, die het ergste er aan toe was, bevrijd. Dat was meneer [slachtoffer 1]. (…) Als ik er niet was geweest, was die man gestikt. Toen ik de tap eraf haalde, kon hij pas weer ademhalen. Hij lag in het bloed.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 maart 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven11:

Op maandag 1 maart 2010, omstreeks 09.00 uur, kreeg ik van een andere collega de melding, dat ene mevrouw [naam 3] op zondag 28 februari 2010, langs de Duitslandweg te Hardenberg attributen had gevonden, die mogelijk betrekking hadden op de overval in [buurtschap] op zaterdag 20 februari 2010. Diezelfde morgen nam ik contact op met [naam 3] (…). Zij ging met mij mee in het dienstvoertuig en wees mij de door haar aangetroffen attributen aan. Zij wees mij een aantal bivakmutsen en een aantal schoenen aan. De vindplaats was overigens niet aan de Duitslandweg, maar aan de Vennebrugge en de Balderhaar in Duitsland, gelegen in Niedersachsen (Bundesland), landkreis Bad Bentheim. (…) De voornoemde goederen zijn door de Nederlandse Technische Recherche op 1 maart 2010 meegenomen. (…) afstand van de manege tot aan de Duitse grens is ongeveer 1900 meter en het gebied in Duitsland waar ook goederen werden aangetroffen is ongeveer 1300 meter. (…) Kennelijk hebben de verdachten de goederen vanuit auto/auto’s gegooid. Alles lag in de rechterberm, komende vanuit de richting [buurtschap]/Hardenberg en gaande in de richting van Duitsland.

Het proces-verbaal relaas d.d. 1 maart 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven12:

Vanmorgen, 1 maart 2010, kreeg ik van de politiemeldkamer een telefoontje dat ene mevrouw [naam 3], wonende [adres 2] te Hardenberg, gisteren tijdens een wandeling over de Duitslandweg te Hardenberg een aantal bivakmutsen en schoenen in de berm had aangetroffen. Deze mevrouw had via de pers vernomen, dat er in [buurtschap] een overval was geweest en had daarom gisteren de politie van haar bevindingen op de hoogte gebracht. Vanmorgen ben ik met die mevrouw naar de grensovergang, de Duitslandweg, gereden. Daar bleek al snel, dat zij het verlengde van de Duitslandweg bedoelde. Het verlengde van de Duitslandweg is gelegen in Duitsland (B.R.D.) en de wegen hebben daar de benaming Vennebrugge en Baalderhaar. De Vennebrugge gaat na een aantal kilometers over in Baalderhaar. Langs deze twee wegen in Duitsland wees mevrouw mij een aantal attributen aan, onder andere bivakmutsen en schoenen. Deze voorwerpen lagen in de rechterberm, althans gezien vanuit de rijrichting komende vanaf Hardenberg richting Duitsland (Itterbeck). Het grondgebied waar de goederen liggen, betreft landkreis Bad Bentheim in Niedersachsen(Bundesland). (…) De goederen lagen over enkele kilometers verspreid in vermelde rechterberm en zijn mogelijk uit een rijdende auto gegooid.

Het proces-verbaal van bevindingen inzake doorzoeking contra [verdachte], adres [adres 3] te [geboorteplaats] (Litouwen) d.d. 12 maart 2012, inhoudende, zakelijk weergegeven13:

Nadere politie informatie wees uit dat de verdachte [verdachte] en zijn echtgenote (… ) kennelijk sinds kort verhuisd waren naar het adres [adres 3] te [geboorteplaats], Litouwen. (…) Vervolgens werd door de politie te [geboorteplaats] op donderdag 1 maart 2012 een doorzoeking in de woning op het adres [adres 3] te [geboorteplaats], Litouwen gedaan. (…) Tijdens deze doorzoeking werden de volgende goederen door de politie te [geboorteplaats] inbeslaggenomen en aan ons verbalisanten overgedragen:

(…)

- een foto met daarop 8 mannen (IBN-011004)

(…)

Eén van de twee foto’s betrof een groepsportret van 8 mannen. Bij het zien van de foto herkenden wij, verbalisanten, de verdachte [naam 1] als één van de afgebeelde personen. Tevens herkende ik, verbalisant [verbalisant] verdachte [slachtoffer 1] als één van de afgebeelde personen. Ook bleek één van de afgebeelde mannen sterke gelijkenis te vertonen met de aan het team MACK ter beschikking gestelde politiefoto van verdachte [verdachte]. De politie Litouwen bevestigde dat verdachte [verdachte] ook op de foto stond afgebeeld.

Het proces-verbaal betreffende Forensisch onderzoek overval d.d. 27 februari 2012, inhoudende, zakelijk weergegeven14:

PD-1: Vakantiewoning (…)

In een bloedspoor op de vloer was een fragment zichtbaar van een schoenafdruk. In dit fragment is een profiel herkenbaar van het merk “Nike Zoom” (bijlage 2, foto 5).

(…)

PD-1A: Omgeving/erf rondom vakantiewoning

(…)

In de nabijheid van toegangsdeur A van de vakantiewoning en de plaats waar bovenstaande auto’s geparkeerd stonden, zijn door mij, 1e verbalisant, in de verse sneeuw 6 verschillende schoensporen aangetroffen. Dezelfde 6 schoensporen werden door mij ook aangetroffen in de omgeving van de gebouwen E (bar) en F (caravan). Op basis van de stand c.q. looprichting van bedoelde schoenafdrukken is op te maken dat kennelijk 6 verschillende personen tussen gebouw E (bar) en F (caravan) zijn door gelopen en hun weg hebben vervolgd tot aan de vakantiewoning en de plaats waar de auto’s geparkeerd stonden. Voornoemde 6 schoensporen zijn niet terug te brengen op schoensporen van ter plaatse aanwezige getuigen, politieambtenaren of op schoeisel gedragen door de 3 slachtoffers.

(…)

De veroorzakers van de schoensporen 1, 2 en 3 zijn het terrein/erf van perceel

[adres 1] kennelijk genaderd vanaf oostelijke richting. (…) De veroorzakers van de schoensporen 4, 5 en 6 hebben het terrein/erf van perceel [adres 1] kennelijk betreden vanuit noordelijke richting. (…) Zoals reeds vermeld komen alle 6 bedoelde schoensporen bij elkaar in de omgeving van gebouw E en F, waarna de sporen lopen in de richting van de vakantiewoning. Vanaf de vakantiewoning/plaats waar auto’s geparkeerd stonden, lopen vijf schoensporen via de achterzijde paardenbak (C) in de richting [buurtschap]. (…)

In de berm en op de rijbaan van de [buurtschap] zijn in de verse sneeuw bandensporen zichtbaar, vermoedelijk veroorzaakt door een voertuig. Het in de berm aangetroffen bandenspoor bleek bevroren. Een dergelijke bevriezing wordt veroorzaakt door een warme stilstaande band. Uit aangetroffen slipsporen veroorzaakt door deze voertuigbanden is te herleiden dat een stilstaand voertuig vanaf PD-2 vermoedelijk is weggereden in oostelijke richting (grens Duitsland). Naast bovengenoemde bandensporen trof ik, 1e verbalisant, in de verse sneeuw op PD-2 drie verschillende schoensporen aan die qua profiel en vorm soortgelijk zijn als de hiervoor in paragraaf 2.3.2 genoemde schoensporen 1, 2 en 3. (…) Schoenspoor 1 (…) werd o.a. aangetroffen in de berm van de [buurtschap] en naast de plaats waar een wegrijdend voertuig bandensporen achterliet. (…) Schoenspoor 2 (…) werd aangetroffen op PD-2 en loopt van daaruit dezelfde route als die van schoenspoor 1 tot aan de PD’s 1 en 1A. Op de rijbaan van de [buurtschap] werd schoenspoor 2 ook in tegenovergestelde richting aangetroffen. Schoenspoor 2 loopt nu richting PD-2. Op basis van de afstand tussen de verschillende laatstgenoemde schoenafdrukken van schoenspoor 2 is op te maken dat deze vermoedelijk zijn veroorzaakt door een hardhollende persoon. Schoenspoor 3. Op PD-2 werd naast de bandensporen tevens een schoenspoor aangetroffen, die qua vorm en maat grote gelijkenis vertoont met schoenspoor 3, zoals genoemd in par. 2.3.2. (…)

Op zondag 28 februari 2010 wordt bij de politie IJsselland melding gemaakt van het

feit dat er in het grensgebied Nederland-Duitsland en in het verlengde van de [buurtschap], gemeente Hardenberg, diverse goederen (handschoenen, bivakmutsen, schoenen, tape) zijn gevonden die mogelijk in verband zouden kunnen staan met de gepleegde overval op 20-02-2010.

(…) De aangetroffen goederen zijn inbeslaggenomen en voor nader forensisch onderzoek veiliggesteld. Het betreft onderstaande goederen:

- 4 zwarte soortgelijke handschoenen

- 2 beige soortgelijke handschoenen

- 5 ( bivak)mutsen

- 6 schoenen, waarvan 3 paar zijn te vormen

- rol grijs duck-tape

(…) PD-3 is gedeeltelijk gelegen op Nederlands grondgebied en deels op Duits grondgebied

en strekt zich uit over een afstand van ongeveer 1600 meter. De bovengenoemde goederen

werd op PD-3 aangetroffen in de zuidelijk gelegen bermen van in Nederland (Duitslandweg) en Duitsland (L43) gelegen doorgaande openbare wegen.

Het eerste goed (rol duck-tape) werd in de berm van de Duitslandweg te Nederland

gevonden in de nabijheid van de kruising met de [buurtschap], gemeente Hardenberg. Deze

locatie is gelegen op een afstand van ongeveer 1400 meter van PD-2 en ongeveer 1700 meter

van PD-1 en 1A. De overige goederen werden verspreid aangetroffen in de zuidelijke berm van de in Duitsland gelegen doorgaande weg L43. (…)

Een fragment passend bij schoenspoor 2 (“Nike-zoom”-merkteken) zoals hiervoor beschreven onder de letter n, is in een bloedspoor op PD-1 (vakantiewoning) aangetroffen. (…)

Het DNA-profiel nr. 91199829/1 (onbekende man D) staat in de Oostenrijkse DNA-databank geregistreerd ten name van: [verdachte], geboren [geboortedatum 1]-1988 te Litouwen.

Het DNA-profiel kenmerk 10-153941A-01 (onbekende man A) staat in de Finse DNA-databank geregistreerd ten name van: [slachtoffer 1], geboren [geboortedatum 2]-1984 te Litouwen.

Naar aanleiding van vorenstaande (2x DNA-match op Litouwse personen) is aan de Litouwse autoriteiten middels rechtshulp verzocht om een vergelijking te maken van de in paragraaf 4.1.2 genoemde DNA-profielen SIN-nr. [nummer 5] (onbekende man B) en SIN-nr. [nummer 6] (onbekende man C) met in de Litouwse DNA-databank aanwezige profielen. Hieruit is gebleken dat het DNA-profiel aangetroffen op spoor SIN-nr. [nummer 5] (onbekende man B) matcht met een in de Litouwse DNA-databank aanwezig profiel, geregistreerd ten name van: [naam 1], geboren [geboortedatum 3]-1981 te Litouwen.

Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 21 februari 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven15:

Het onderzoek is verricht op het terrein van de manege in een vrijstaand verblijf bij [slachtoffer 1] te de [adres 1], binnen de gemeente Hardenberg. (…) Uit het sporenbeeld bleek dat een tweetal daders de auto verderop hadden geparkeerd en rustig teruglopend naar de manege was gegaan. Het terugkerende sporenbeeld was hard hollend. De auto is zeer waarschijnlijk vol gas weggereden in de richting van Duitsland. (…) Van een bevroren bandenprofiel te zien waar de auto stil had gestaan. (…) Rondom de twee auto’s van de slachtoffers werden dezelfde schoensporen aangetroffen als op de weg. Het schoensporen beeld maakte duidelijk dat er tenminste 6 personen (verschillende schoensporen) vanuit het weiland in de richting van een caravan achterop het terrein zijn gekomen waarna tenminste 3 daders doorgelopen zijn naar de woonruimte van de Litouwers. De beide personenauto’s van de Litouwers leken te zijn doorzocht en er werd bloed rondom de auto aangetroffen. (…)

Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 5 maart 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven16:

Over een lengte van ongeveer een kilometer werden de onderstaande sporen/goederen aangetroffen aan de rechterzijde van de weg. Alle goederen lagen in de berm of het struikgewas langs de berm. Kennelijk zijn de goederen/sporen uit de rechterzijde van een rijdende auto weggegooid. (…)

Biologische sporen (…)

Spoor: 6599

SIN: [nummer 4]

Soort: Speeksel

Bijzonderheden: Op vluchtroute bivakmuts met ooggaten

Het geschrift, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 19 augustus 2010, betreffende een haaronderzoek, onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een gewapende overval gepleegd in [buurtschap] op 20 februari 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven17:

(…) Overzicht te onderzoeken materiaal

Identiteitszegel Omschrijving

[nummer 2] een bivakmuts met geknipte gaten

[nummer 4] een bivakmuts met ooggaten

(…)

[nummer 3] een rechterhandschoen (opgegeven als: een zwarte linkerhandschoen)

(…)

[nummer 5] een bivakmuts met geknipte gaten

[nummer 1] een linkerhandschoen

(…)

Onderzoek naar aanwezigheid van haarsporen

Een bivakmuts met geknipte gaten [[nummer 2]]

De bivakmuts [[nummer 7]] is onderzocht op de aanwezigheid van haren. De aan de binnen- en buitenzijde aangetroffen op haren gelijkende sporen zijn veiliggesteld als [[nummer 8]].

Een bivakmuts met ooggaten [[nummer 4]]

De bivakmuts [[nummer 4]] is opgebouwd uit twee lagen gebreide stof.

De bivakmuts is onderzocht op de aanwezigheid van haren. De aan de binnen- en buitenzijde aangetroffen op haren gelijkende sporen zijn veiliggesteld. Bovendien zijn de op haren gelijkende sporen die zijn aangetroffen tussen de twee lagen stof veiliggesteld. Alle op haren gelijkende sporen zijn veiliggesteld als [[nummer 9]].

(…)

Resultaten haaranalyse

Onderzoeksmateriaal

Type haar

Geschikt voor autosomaal DNA-onderzoek

Haar(wortel) veiliggesteld voor een autosomaal DNA-onderzoek als:

Haren [[nummer 8]] van bivakmuts met geknipte gaten [[nummer 2]]

Een lichaamshaar

Ja

[[nummer 8]]#01

Haren [[nummer 10]] van bivakmuts met ooggaten [[nummer 4]]

Binnenzijde

Twee hoofdharen

Ja

[[nummer 9]] #01 en #03

(…)

Een lichaamshaar

Ja

[[nummer 9]]#02

Een lichaamshaar

Ja

[[nummer 9]]#04

(…)

Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

Identiteitszegel

Celmateriaal kan afkomstig zijn van

Berekende frequentie DNA-profiel

[nummer 3]#01 de bemonstering van de binnenzijde van de rechterhandschoen

Onbekende man A

Kleiner dan 1 op 1 miljard

(…)

[nummer 5]#01 de bemonstering van de bivakmuts aan de zijde van de zoom onder het gat

Onbekende man B

Kleiner dan 1 op 1 miljard

[nummer 1]#01 de bemonstering van de binnenzijde van de linkerhandschoen

Onbekende man A

Kleiner dan 1 op 1 miljard

(…)

[nummer 8]#01 de lichaamshaar b) van de bivakmuts [nummer 2]

Onbekende man A

(onvolledig DNA-profiel) kleiner dan 1 op 1 miljard

[nummer 9]#02

De lichaamshaar van de bivakmuts [nummer 4]

Onbekende man D

(onvolledig DNA-profiel)

Kleiner dan 1 op 1 miljard

Het geschrift, te weten een schrijven van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 2 september 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven18:

In het kader van het verdrag van Prüm worden door het NFI standaard ook DNA profielvergelijkingen met een aantal buitenlandse DNA-databanken uitgevoerd. Hierbij is een match gevonden tussen een DNA-profiel van een spoor uit Nederland en een DNA-profiel van een persoon uit Oostenrijk.

De berekende frequentie van de bij de match betrokken DNA-kenmerken is kleiner dan één op één miljard. De code van het DNA-profiel uit Oostenrijk is: 91199829/1. (…) De code van het DNA-profiel uit Nederland is: [nummer 9]#O2

Het geschrift, te weten uitvoeringsstukken van de Oostenrijkse autoriteiten d.d. 7 december 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven19:

DNA-Treffer PRÜM betreffend Übereinstimmung zwischen:

AT-Person: 91199829/1

Fremd-ID: [nummer 9]#02

(…)

DNA-Zahl: 91199829

Familienname: [verdachte]

Vornamen: [verdachte]

(…) Geburtsdatum: [geboortedatum 1].1988

Het geschrift, te weten een schrijven van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 9 september 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven20:

In het kader van het verdrag van Prüm worden door het NFI standaard ook DNA profielvergelijkingen met een aantal buitenlandse DNA-databanken uitgevoerd. Hierbij is een match gevonden tussen een DNA-profiel van een spoor uit Nederland en een DNA-profiel van een persoon uit Finland.

De berekende frequentie van de bij de match betrokken DNA-kenmerken is kleiner dan één op één miljard.

De code van het DNA-profiel uit Finland is: 10-153941A-01.

(…) De code van het DNA-profiel uit Nederland is: [nummer 1]#01.

Het geschrift, te weten een schrijven van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 16 september 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven21:

In het kader van het verdrag van Prüm worden door het NFI standaard ook DNA profielvergelijkingen met een aantal buitenlandse DNA-databanken uitgevoerd. Hierbij is een match gevonden tussen een DNA-profiel van een spoor uit Nederland en een DNA-profiel van een persoon uit Duitsland.

De berekende frequentie van de bij de match betrokken DNA-kenmerken is kleiner dan één op één miljard.

De code van het DNA-profiel uit Finland is: K030941074499.

(…) De code van het DNA-profiel uit Nederland is: [nummer 1]#01.

Het geschrift, te weten een Dateiausdruck K030941074499, inhoudende, zakelijk weergegeven22:

K030941074499

(…)

Name: [slachtoffer 1]

Vorname: [slachtoffer 1]

Geburtsdatum: [geboortedatum 2].1984

Het geschrift, te weten uitvoeringsstukken van de Finse autoriteiten d.d. 5 januari 2011, inhoudende, zakelijk weergegeven23:

As a reply to your request of legal assistance, please be informed that the DNA profile (The Finnish Crime Laboratory reference 10-153941A-01) belongs to the following person:

[slachtoffer 1] [slachtoffer 1], born [geboortedatum 2].1984, male, Lithuanian national, resides in [geboorteplaats], Lithuania.

Het geschrift, te weten een schrijven van de Politie Litouwen d.d. 11 augustus 2011, inhoudende, zakelijk weergegeven24:

Bij controle van DNA profiel NN2 (bijlage 2) is een overeenkomst gevonden met het DNA profiel van een persoon, waarvan de onderzoeksgegevens in het DNA register zijn: [naam 1], persoonsnummer 38102010072 (identificatienummer in het register is 204995).

Het geschrift, te weten een schrijven van het Nederlandse Forensisch Instituut d.d. 6 juni 2011, inhoudende, zakelijk weergegeven25:

Naar aanleiding van uw verzoek van 26 mei 2011, worden hierbij per koerier de volgende DNA-profielen op papier aan u overgedragen.

[nummer 5] Bivakmuts met geknipte gaten

NFI zaaknummer: 2010.03.15.012-001

Identiteitsnummer: [nummer 5]#01 Bemonstering van de bivakmuts, aan de zijde van de zoom onder het gat (onbekende man B)

[nummer 6] Bemonstering huidepitheel uit woning

NFI zaaknummer: 2010.03.15.012-001

Identiteitsnummer: [nummer 6]#01

Bemonstering (onbekende man C)

Het proces-verbaal algemeen onderzoek d.d. 7 mei 2012, inhoudende, zakelijk weergegeven26:

Van het celmateriaal aan de wortel van haar [nummer 11]#02 is een DNA-profiel verkregen. Dit profiel matcht met het DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering [nummer 5]#01.

In het NFI rapport van 19 augustus2010 is dit DNA-profiel gekoppeld aan onbekende man B.

N.a.v. een rechtshulpverzoek was inmiddels vastgesteld dat het DNA-profiel aangetroffen in spoor SIN [nummer 5] matcht met een in de Litouwse DNA-databank aanwezige DNA-profiel geregistreerd ten name van:

-[naam 1], geboren op [geboortedatum 3]-1981 te Litouwen (…)

Op 24 april 2012 heb ik een (optisch) vergelijkend onderzoek ingesteld aan de bivakmutsen

[nummer 2] en [nummer 5]. (…) Gelet op bovenstaande overeenkomsten mag worden geconcludeerd dat de bivakmutsen [nummer 12] en [nummer 5] waarschijnlijk uit eenzelfde trui zijn vervaardigd.

Het geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 19 januari 2012, betreffende kansberekening aan combinatie van schoensporen naar aanleiding van een overval in [buurtschap] (gemeente Hardenberg) op 20 februari 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven27:

(…)

Hypothese 1: Op de plaats van het misdrijf zijn sporen aangetroffen van zes paar schoenen. Drie paar daarvan zijn de schoenen die langs de snelweg zijn gevonden. De overige drie paar zijn schoenen met onbekende herkomst.

Hypothese 2: Op de plaats van het misdrijf zijn sporen aangetroffen van zes paar schoenen met onbekende herkomst.

Door de schoenspoordeskundige is vastgesteld dat drie van de zes paren schoenen die sporen maakten op de plaats van het misdrijf qua afmeting en profiel passen bij de drie paren schoenen die zijn aangetroffen langs de snelweg. Deze bevinding is circa 10 miljoen keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is. Internationaal wordt dit gezien als een zeer grote bewijskracht ten gunste van hypothese 1.

Het proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 SV) d.d. 21 februari 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven28:

Inbeslagneming

Locatie : [adres 1], binnen de gemeente Hardenberg

Datum : tussen 21 februari 2010 00:15 uur en 21 februari 2010 04:15 uur

(…)

Spoor: 6400

SIN: [nummer 13]

Soort: Bloed

Bijzonderheden: Ducktape

(…)Tijdstip veiligstellen: 21/02/2010 om 02.45 uur

Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 5 maart 2010, inhoudende, zakelijk weergegeven29:

Op woensdag 3 maart 2010 te 11.30 uur, werd door mij verbalisant als forensisch onderzoeker op verzoek van Regiopolitie IJsselland een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een overval in woning, gepleegd op zaterdag 20 februari 2010. (…) Het onderzoek is verricht in de Bondsrepubliek Duitsland, aan de Baldenhaar/Hauptstrasse, de L43. (…)

De volgende sporen/stukken van overtuiging werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek veiliggesteld:

(…)

Monster spoor

Spoor: 6607

SIN: [nummer 14]

Soort: Overige

Type: Ducktape

Bijzonderheden: Op vluchtroute

Wijze veiligstellen: Envelop

Tijdstip veiligstellen: 01/03/2010 om 12.29 uur

Plaats veiligstellen: Hoogeweg Hardenberg

Het proces-verbaal algemeen onderzoek d.d. 24 januari 2012, inhoudende, zakelijk weergegeven30:

Op 21 februari 2010 zijn door [verbalisant], brigadier van politie te lJsselland en werkzaam bij de Forensische Opsporing bij een door hem ingesteld technisch sporenonderzoek in perceel [adres 1] te [buurtschap], gemeente Hardenberg, een rol ducttape en diverse stukken ducttape veiliggesteld.

Op donderdag 19 januari 2012 heb ik deze goederen, samen meteen op 1 maart 2010 nabij de grens met Duitsland aangetroffen rol ducttape, aan een nader onderzoek onderworpen. (…)

Het geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut betreffende een soucheonderzoek aan tape naar aanleiding van een overval in [buurtschap] (gemeente Hardenberg) op 20 februari 2010 d.d. 17 april 2012, inhoudende, zakelijk weergegeven31:

Ten behoeve van het soucheonderzoek zijn alle stukken tape [[nummer 15]], [[nummer 13]], [[nummer 16]] en [[nummer 17]] met een breedte van circa 50 mm onderling en met de tape van de rol [[nummer 14]] vergeleken op productiekenmerken. Vervolgens zijn alle uiteinden van de stukken tape vergeleken met het uiteinde van de rol tape op kenmerken die zijn ontstaan bij het scheiden van de tape. (…)

Tijdens het soucheonderzoek is waargenomen dat algemene productiekenmerken (zoals kleur, breedte, opbouw vezelmat) van de stukken tape [[nummer 15]], [[nummer 13]], [[nummer 16]], [[nummer 17]] en die van de rol tape [[nummer 14]] overeenkomen.

Tussen het uiteinde nr. 4 van [[nummer 13]] en het uiteinde van de rol tape [[nummer 14]] zijn complementaire scheurvormen, aansluitende productielijnen en complementair aansluitende lengtedraden waargenomen. Het aantreffen van deze combinatie van overeenkomende kenmerken heeft een hoge zeldzaamheidswaarde.

De waargenomen overeenkomsten passen bij de aanname dat uiteinde nr. 4 van [[nummer 13]] een souche vormt met het uiteinde van de rol tape [[nummer 14]]. Deze combinatie van overeenkomende kenmerken wordt niet verwacht indien het uiteinde van de rol tape [[nummer 14]] oorspronkelijk één geheel heeft gevormd met het uiteinde van een andere stuk soortgelijke tape.

(…) Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten en de vraagstelling verwoord op blad

zijde 3 van dit rapport, zijn de volgende hypothesen opgesteld:

Hypothese 1: Uiteinde nr. 4 van [[nummer 13]] heeft oorspronkelijk één geheel gevormd met het uiteinde van de rol tape [[nummer 14]] c.q. vormt een souche;

Hypothese 2: Uiteinde nr. 4 van [[nummer 13]] heeft oorspronkelijk één geheel gevormd met een uiteinde van een ander stuk soortgelijke tape.

De bevindingen van het onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is, dan wanneer hypothese 2 juist is.

Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 30 juni 2014, inhoudende, zakelijk weergegeven32:

Ik ging om met de medeverdachten [slachtoffer 1] en [naam 1].

1 Aan-001; pagina 109 e.v.

2 Pagina 121 e.v. (incl. foto’s)

3 Aan-002; pagina 161 e.v.

4 Pagina 185 e.v. (incl. foto’s)

5 Aan-003; pagina 226 e.v.

6 AAN-003-02; pagina 256 e.v.

7 Pagina 235 e.v. (incl. foto’s)

8 AAN-003-02-03; pagina 284 e.v.

9 AH-001; pagina 84 e.v.

10 GET-001; pagina 295 e.v.

11 AH-003; pagina 90 e.v.

12 AH-002; pagina 87 e.v.

13 Pagina 379 e.v.

14 TR-025; pagina 1087 e.v. (incl. bijlagen)

15 TR001; pagina 1139 e.v.

16 TR004; pagina 1168 e.v.

17 TR-006-06; pagina 1224 e.v.

18 Pagina 446

19 Pagina 440 e.v.

20 Pagina 467

21 Pagina 467

22 Pagina 421

23 Pagina 455 e.v.

24 Pagina 395 e.v.

25 Pagina 398 e.v.

26 TR-025-01; pagina 1364 e.v.

27 TR-022-01; pagina 1299 e.v.

28 TR-003; pagina 1152 e.v.

29 TR-004; pagina 1168 e.v.

30 Pagina 1325 e.v.

31 TR-021-01-01

32 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 30 juni 2014