Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:3891

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
11-07-2014
Datum publicatie
11-07-2014
Zaaknummer
C/08/157170 / KG ZA 14-211
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opheffing conservatoir bewijsbeslag. Misleiding door onvoldoende toelichting in beslagrekest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/157170 / KG ZA 14-211

Vonnis in kort geding van 11 juli 2014 (lm)

in de zaak van

1 [eiser 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROOQ B.V.,

gevestigd te Enschede,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLASHME B.V.,

gevestigd te Schalkhaar,

eisers,

advocaten mr. J. van Bekkum en P.J. van der Korst te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EQUINIX (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Amsterdam Zuidoost,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VIRTU SECURE WEBSERVICES B.V.,

gevestigd te Enschede,

gedaagden,

advocaten mr. R. Schellaars en mr. F.M.A. Potter te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser 1] c.s. en Equinix c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de conclusie van antwoord met producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eiser 1] c.s.

  • -

    de pleitnota van Equinix c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis gevraagd. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] en [eiser 2] zijn de oprichters van Virtu. Virtu exploiteert datacenters. De aandelen in Virtu werden gehouden door Rooq en Slashme.

2.2.

Equinix heeft alle aandelen in Virtu gekocht. De aandelentransactie is geeffectueerd in februari 2008.

2.3.

Kort na het verwerven van de aandelen door Equinix is een geschil ontstaan tussen haar en Rooq en Slashme over (niet-) nakoming van de voor Rooq en Slashme uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen (schending van de garantieverplichting).

2.4.

In januari 2013 heeft Equinix c.s. bij deze rechtbank een bodemprocedure gestart tegen Rooq en Slashme, alsmede tegen [eiser 1] en [eiser 2] (C/08/134746 HA ZA 32 -2013). In die procedure heeft Equinix c.s. (na dupliek in reconventie) op 28 mei 2014 een incident ex artikel 843a Rv ingesteld. De procedure staat thans op de rol van 23 juli 2014 voor antwoord in het incident.

2.5.

Bij verzoekschrift van 11 april 2014 heeft Equinix c.s. aan de voorzieningenrechter in deze rechtbank verlof gevraagd om bewijsbeslag te mogen leggen ten laste van [eiser 1] c.s.. Dat verzoek is bij beschikking van 11 april 2014 afgewezen op grond dat (in de kern samengevat) het niet voldeed aan de eisen van artikel 843a Rv. omdat het te ruim was geformuleerd.

2.6.

Bij verzoekschrift van 15 april 2014 heeft Equinix c.s. opnieuw verlof gevraagd om een bewijsbeslag te mogen leggen ten laste van [eiser 1]. Dit laatste verzoek was ten opzichte van het eerste rekest beperkt van inhoud en strekking, en werd toegewezen bij beschikking van 17 april 2014.

2.7.

Equinix c.s. heeft op 3 mei 2014 bewijsbeslag laten leggen in de woning van [eiser 1]. Er is conservatoir bewijsbeslag gelegd op een USB-gegevensdrager met daarop 15.337 e-mailbestanden.

3 Het geschil

3.1.

[eiser 1] c.s. vordert samengevat - de opheffing van het op 3 mei 2014 ten laste van [eiser 1] gelegde bewijsbeslag met beëindiging va de gerechtelijke bewaring van de USB-gegevensdrager, alsmede een verbod om nogmaals conservatoir bewijsbeslag te mogen leggen.

3.2.

Equinix c.s. voert verweer. Zij stelt dat zij recht en belang heeft bij handhaving van het gelegde bewijsbeslag.

4 De beoordeling

4.1.

Gezien de aard van de vorderingen heeft [eiser 1] c.s. een voldoende spoedeisend belang bij zijn eis.

4.2.

[eiser 1] c.s. stelt dat het beslag moet worden opgeheven op (zakelijk weergegeven) de volgende gronden:
- Equinix c.s. heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende waarheidsplicht, onder meer doordat zij het verweer van [eiser 1] c.s. tegen de in de bodemzaak ingestelde vordering niet of nauwelijks in het beslagrekest heeft weergegeven, althans samengevat,
- Equinix c.s. heeft de digitale documenten, waarop zij bewijsbeslag wilde doen leggen, niet volgens de eisen van artikel 843a Rv. concreet en specifiek genoeg aangeduid in relatie tot concrete, door Equinix c.s. in de bodemprocedure te stellen en te bewijzen feiten,
- het beslagrekest heeft (daarom) in feite de strekking van een ‘fishing expedition’,
- er is summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van de beweerde vorderingsrechten van Equinix c.s.,
- het beslag is onnodig gelegd, en
- Equinix c.s. heeft met deze beslaglegging misbruik gemaakt van procesrecht.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Een bewijsbeslag is een ingrijpend dwangmiddel, waardoor onder omstandigheden aan de wederpartij of de derde onder wie het beslag wordt gelegd, aanzienlijke hinder of schade kan worden toegebracht. Aan de stelplicht van degene die verlof vraagt om bewijsbeslag te leggen, mogen dan ook hoge eisen worden gesteld (Hoge Raad 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9958).

4.4.

Op een verzoek strekkende tot het verkrijgen van verlof tot het leggen van conservatoir beslag wordt ingevolge artikel 700 lid 2 Rv beslist na "summier onderzoek". Dit betekent dat de voorzieningenrechter doorgaans op het verzoek beslist zonder de gerekwestreerde te horen. In de regel mag, en in de praktijk zal, de voorzieningenrechter afgaan op de mededelingen van de verzoeker en de door hem overhandigde stukken.

4.5.

Uit het summiere karakter van het onderzoek volgt voorts dat de verzoeker de voorzieningenrechter van alle voor de beslissing relevante feiten en omstandigheden dient te voorzien, waarbij de voorzieningenrechter erop moet kunnen vertrouwen dat de verzoeker hem volledig en naar waarheid inlicht.

4.6.

Onder meer omdat op het verlenen van verlof tot beslaglegging ex parte (zonder dat de gerekwestreerde eerst wordt gehoord) pleegt te worden beslist, kan misleiding door onvoldoende toelichting in het beslagrekest de voorzieningenrechter reden geven om een latere vordering tot opheffing van het beslag reeds om die reden toe te wijzen.

4.7.

Een dergelijke situatie doet zich nu voor in deze zaak. Equinix c.s. heeft in haar beslagrekest geen enkel inzicht gegeven in de aard en strekking van de door [eiser 1] c.s. in de bodemprocedure gevoerde verweren tegen de vorderingen van Equinix c.s.

4.8.

In haar verzoek om beslag te mogen leggen ten laste van [eiser 1] vermeldde Equinix c.s. als inhoud van de tegen haar eis in de bodemzaak door [eiser 1] c.s. aangevoerde verweren niets of nauwelijks méér, dan dat [eiser 1] c.s. zich beriep op verjaring en dat [eiser 1] in zijn verdediging wordt geschaad indien hij bescheiden aan Equinix c.s. zou moeten overhandigen.

4.9.

In dit kort geding heeft [eiser 1] c.s. de door hem op 11 december 2013 in de bodemzaak genomen conclusie van dupliek in conventie overgelegd. De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van die conclusie. Daarin heeft [eiser 1] c.s. zijn verweren tegen de vordering van Equinix c.s. uitvoerig beargumenteerd en gedocumenteerd weersproken, waarbij hij zich met name ook op het standpunt heeft gesteld dat Equinix geen, althans zeer onvoldoende, concrete feiten heeft gesteld die, indien bewezen, toewijzing van haar eis zouden kunnen dragen.

4.10.

Ten tijde van de indiening van het onderhavige beslagrekest op 15 april 2014 heeft Equinix c.s. dus, terwijl zij volledig op de hoogte was van de door [eiser 1] c.s. in de bodemprocedure gevoerde verweren, de voorzieningenrechter in het beslagrekest daarover onvolledig en eenzijdig geïnformeerd.

4.11.

Equinix c.s. had de nodige juiste informatie tijdig kunnen verschaffen door de conclusie van dupliek in conventie bij het beslagrekest over te leggen en/of in het verzoekschrift de verweren van [eiser 1] c.s. behoorlijk weer te geven of samen te vatten.

4.12.

Het had daarbij ook (gezien het door [eiser 1] c.s. in de bodemzaak gevoerde verweer dat Equinix aan haar vordering geen of te weinig concrete feiten ten grondslag heeft gelegd) op weg van Equinix c.s. gelegen om een duidelijke en zakelijke opsomming te geven van de concrete en specifieke feiten, waarop haar eis berust, maar ook die ontbrak in het rekest. Ook in dit kort geding is die niet verstrekt.

4.13.

Het gelegde beslag is komen te rusten op ruim 15.000 e-mailberichten. Equinix c.s. heeft niet aangegeven dat, en op grond waarvan, al deze documenten (of welk deel daarvan, en waarom) kunnen worden gezien als ‘bepaalde bescheiden’ in de zin van artikel 843a Rv.

4.14.

Het grote aantal van de beslagen e-mails rechtvaardigt nadere concretisering van het belang van Equinix c.s. bij dat beslag. Zij heeft echter nagelaten om aan te geven (1) om welke specifieke e-mailbestanden het haar te doen is, en (2) welke relevantie voor de bodemzaak die door haar gewenste e-mails hebben.

4.15.

Omdat Equinix c.s. dit alles achterwege heeft gelaten, heeft zij de op haar rustende informatieverplichtingen uit hoofde van de artikelen 21 en 843a Rv. geschonden. Daarom kan het beslag niet in stand blijven. De voorzieningenrechter zal het opheffen.

4.16.

De gevorderde beëindiging van de gerechtelijke bewaring van de in beslaggenomen gegevens, zoals weergegeven onder (1) (b) in het petitum van de dagvaarding, zal ook worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd.

4.17.

Het hiervoor overwogene rechtvaardigt ook om, zoals gevorderd, Equinix c.s. voor de duur van de tussen hen voor deze rechtbank aanhangige bodemprocedure de bevoegdheid te ontzeggen opnieuw conservatoir bewijsbeslag ten laste van [eiser 1] te doen leggen.

4.18.

Equinix c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

I. Heft op het door Equinix c.s. op 3 mei 2014 ten laste van [eiser 1] gelegde conservatoire bewijsbeslag.


II. Beëindigt de gerechtelijke bewaring van de USB-gegevensdrager waarop de 15.337 e-mailbestanden zijn weggeschreven.

III. Draagt Equinix c.s. op om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis opdracht te geven aan de deurwaarder die het bewijsbeslag heeft gelegd en de beslagen bescheiden in bewaring heeft gegeven, de USB-gegevensdrager uit de gerechtelijke bewaring te nemen en onverwijld aan [eiser 1] in persoon te overhandigen, zodanig dat de beslagen bescheiden op geen enkele wijze meer beschikbaar zijn bij de deurwaarder en/of de gerechtelijke bewaarder en/of enige derde, waaronder begrepen Equinix c.s., op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 per dag, met bepaling dat het totaal der te verbeuren dwangsommen een maximum van € 1.000.000,00 niet te boven zal gaan.

IV. Verbiedt Equinix c.s. om, zolang niet in rechte de door Equinix in de bodemprocedure bij deze rechtbank met het rolnummer C/08/134746 ingestelde vorderingen zijn toegewezen, nogmaals ten laste van [eiser 1] c.s. enige vorm van conservatoir beslag te leggen dat op enigerlei wijze verband houdt met de door Equinix in die bodemprocedure ingestelde vorderingen, en/of met de voormalige arbeidsrelatie(s) en/of statutaire bestuursrelaties tussen enerzijds [eiser 1] en/of [eiser 2] en anderzijds Virtu op straffe van een dwangsom van € 500.000,- voor iedere overtreding van deze veroordeling.

V. Beperkt het totaal der te verbeuren dwangsommen tot maximaal € 2.000.000,-.

VI. Veroordeelt Equinix c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eiser 1] c.s. tot op heden begroot op € 685,52 en op € 816,- voor salaris van haar advocaat.

VII. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

VIII. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.