Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:3777

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-07-2014
Datum publicatie
09-07-2014
Zaaknummer
08/952135-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Overijssel veroordeelt een 58-jarige man uit Enschede tot een celstraf van 36 maanden voor ontucht met en seksueel binnendringen van zijn minderjarige dochter en het slaan van zijn zoon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/952135-14

Datum vonnis: 4 juli 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1966 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in de PI Zwolle (PPC), Huub van Doornestraat 15.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 17 en 20 juni 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.J. Timmer en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te [woonplaats], naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 6 januari 2012 tot en met 20 februari 2014, met zijn dochter [slachtoffer 1], die toen nog geen 12 jaar oud was, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

feit 2: in de periode van 1 december 2013 tot en met 20 februari 2013 zijn zoon [slachtoffer 2] heeft mishandeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 06 januari 2012

tot en met 04 december 2012 te [woonplaats], met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag]

[geboortedag] 2000), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

(telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 1], hebbende verdachte één of meermalen zijn, verdachtes,

vinger(s) en/of penis in de vagina van die [slachtoffer 1]

geduwd/gebracht;

en

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 05 december 2012

tot en met 20 februari 2014 te [woonplaats], met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag]

[geboortedag] 2000), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

één of meermalen zijn, verdachtes, vinger(s) en/of penis in de vagina van die

[slachtoffer 1] geduwd/gebacht en/of één of meermalen met zijn,

verdachtes, vinger(s) de vagina, althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] bevoeld en/of betast en/of één of meermalen de borst(en) van die

[slachtoffer 1] heeft bevoeld en/of betast;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 december 2013

tot en met 20 februari 2014 te [woonplaats] (telkens) opzettelijk mishandelend

zijn kind, althans een persoon, te weten [slachtoffer 2], één of meermalen

(krachtig) in/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of in/tegen de

buik, althans op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt, waardoor

deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld voor tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie concludeert voorts tot toewijzing van de civiele vordering van [slachtoffer 2], met oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De beoordeling van het bewijs ten aanzien van feit 1

5.1.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van feit 1. Er is sprake geweest van ontuchtige handelingen in de beide ten laste gelegde periodes. De officier van justitie verwijst naar de door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] afgelegde verklaringen bij de politie. De verklaring van [slachtoffer 1] oogt buitengewoon authentiek en vindt op belangrijke punten steun in de verklaring van [slachtoffer 2].

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Allereerst is het maar zeer de vraag of er sprake is van wettig bewijs. [slachtoffer 2] is immers geen getuige geweest van het verrichten van seksuele handelingen, zodat hiervoor alleen de verklaring van [slachtoffer 1] als bewijs kan dienen. Bovendien is de verklaring van [slachtoffer 2] leugenachtig. Indien de rechtbank van oordeel is dat dit voldoende is om tot wettig bewijs te komen, dan kan het bewijs om die reden niet overtuigend geacht worden.

5.1.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt het volgende voorop. Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de verklaring van één getuige met betrekking tot de feiten en omstandigheden op zichzelf staat en onvoldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Bij feiten als deze gaat het in de meeste gevallen om een aangifte, waar de (ontkennende) verklaring van de verdachte tegenover staat. Kenmerkend voor dit soort zaken is dat er geen directe getuigen zijn en vaak ook geen ander, bijvoorbeeld forensisch, bewijs. In een geval als het onderhavige, waarin de verklaringen tegenover elkaar staan, is het van belang om vast te stellen of de verklaring van het vermeende slachtoffer niet alleen betrouwbaar is, maar ook of daarvoor voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. De rechtbank dient dit te beoordelen met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. Alleen in het geval er voldoende (overtuigend) steunbewijs aanwezig is, kan het ten laste gelegde worden bewezen verklaard.

De rechtbank concludeert dat de verklaring die [slachtoffer 1] in de verhoorstudio heeft afgelegd authentiek overkomt. [slachtoffer 1] heeft een zeer gedetailleerde verklaring afgelegd. Zij is in de verhoorstudio meerdere malen bevraagd over dezelfde voorvallen en heeft in steeds wat andere woorden verklaard wat er is gebeurd. Haar verklaringen blijven echter in grote lijnen hetzelfde. Dit maakt haar verklaring naar het oordeel van de rechtbank betrouwbaar. Dat [slachtoffer 1] bijvoorbeeld niet kan verklaren hoe de piemel van haar vader eruit ziet, staat hieraan niet in de weg, omdat hiervoor andere verklaringen denkbaar zijn, dan de verklaring van de raadsvrouw dat [slachtoffer 1] de aangifte dús moet hebben verzonnen.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat er voldoende steunbewijs aanwezig is, afkomstig uit een andere bron - namelijk de verklaring van [slachtoffer 2] - om van de juistheid van [slachtoffer 1]’s verklaring uit te gaan. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.

De rechtbank heeft vastgesteld dat ook [slachtoffer 2] bij de politie een uitgebreide verklaring heeft afgelegd. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat deze verklaring betrouwbaar is en tot (steun)bewijs kan dienen. De verklaring van [slachtoffer 2] is consistent, duidelijk en komt op essentiële punten overeen met de verklaring van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 2] verklaart enerzijds uit eigen wetenschap en waarneming en anderzijds wat hij van zijn zusje heeft gehoord. De verklaringen van de beide kinderen zijn enerzijds dusdanig gedetailleerd en anderzijds qua bewoordingen dusdanig authentiek dat de rechtbank het niet aannemelijk acht dat beide kinderen de verklaringen op elkaar hebben afgestemd of dat [slachtoffer 2] aan [slachtoffer 1] heeft ingefluisterd wat te verklaren. Bovendien merkt de rechtbank in dit verband op dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat [slachtoffer 1], gezien haar verstandelijke beperking, in staat is om een dergelijk uitgebreide verklaring op die van haar broer af te stemmen.

Op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 6 januari 2012 tot 20 februari 2014 met zijn dochter [slachtoffer 1] ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1].

5.2

De beoordeling van het bewijs ten aanzien van feit 2

5.2.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie acht op grond van de verklaring van [slachtoffer 2] en het op de foto zichtbare letsel op zijn wang, bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van zijn zoon.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van overtuigend bewijs. De verklaring van [slachtoffer 2] is leugenachtig. Bij [slachtoffer 2] is de diagnose Asperger gesteld en hierbij past dat hij gemakkelijk op kan gaan in een fantasiewereld. Er is bij [slachtoffer 2] letsel vastgesteld, maar het is maar zeer de vraag of dit letsel is toegebracht door verdachte. Uit het politiedossier komt immers naar voren dat [slachtoffer 2] op enig moment ruzie gehad heeft op school en hierbij is geslagen door een meisje.

5.2.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 2] heeft mishandeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om de door [slachtoffer 2] afgelegde verklaring als leugenachtig te beschouwen. [slachtoffer 2] verklaring is consistent en duidelijk en wordt bovendien ondersteund door de foto die jeugdarts mevrouw [jeugdarts] heeft gemaakt, waarop een rode plek is te zien op de rechterwang. Hetgeen door de verdediging is aangevoerd over de aandoening Asperger en dat verdachte ooit is geslagen door een meisje op school, noopt niet tot een ander oordeel.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 6 januari 2012 tot en met 4 december 2012 te [woonplaats], met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag] 2000), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn vinger(s) en penis in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht;

en

hij in de periode van [geboortedag] 2012 tot en met 20 februari 2014 te [woonplaats], met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag] 2000), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen

heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn vinger(s) en penis in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebacht en met zijn vinger(s) de vagina, van die [slachtoffer 1] bevoeld en betast en de borst(en) van die [slachtoffer 1] heeft bevoeld en betast;

2.

hij op 12 februari 2014 te [woonplaats] opzettelijk mishandelend zijn kind, [slachtoffer 2], krachtig tegen het gezicht heeft geslagen, waardoor

deze pijn heeft ondervonden;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is ten laste gelegd, dan hierboven bewezenverklaard, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 244, 245, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

en

het misdrijf: met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

feit 2

het misdrijf: mishandeling, begaan tegen zijn kind.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

Verdachte heeft met zijn dochter handelingen gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. De rechtbank acht het zeer ernstig dat verdachte zijn dochter, die aan zijn zorg was toevertrouwd, op een dergelijke wijze heeft benaderd. Uit het dossier wordt duidelijk dat er geen sprake was van een eenmalig incident, echter dat in een periode van twee jaren verdachte steeds seksuele toenadering zocht tot zijn dochter, waartoe ook het seksueel binnendringen van haar lichaam behoorde. Verdachte was slechts gericht op zijn eigen welbevinden en heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevoelens van het jonge slachtoffer. Het gaat om een ernstig feit, waarbij stelselmatig inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten hierdoor vaak langdurige en ernstige psychische schade ondervinden. Daarnaast schokken dit soort feiten de rechtsorde in ernstige mate.

Verdachte heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn zoon door hem in zijn gezicht te slaan. De rechtbank acht ook dit een ernstig feit, omdat kinderen ook hiervan nadelige gevolgen kunnen ondervinden.

Bij het bepalen van de aan verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafsectoren (LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten die voor een verkrachting een gevangenisstraf van 24 maanden als uitgangspunt geven. Strafvermeerderend in deze zaak is dat het slachtoffer de minderjarige en verstandelijk beperkte dochter van verdachte is, er sprake is van misbruik gedurende een langere periode, dat is begonnen toen het slachtoffer de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt.

Bij de beslissing over de straf en/of maatregel, die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte opgemaakte psychologische rapportage en het reclasseringsadvies. De rechtbank heeft kennisgenomen van de rapportage van 13 mei 2014 opgemaakt door M. Kemink, psycholoog en het reclasseringsadvies van

12 juni 2014, opgemaakt door de reclassering Nederland, locatie Zwolle.

Uit het psychologisch onderzoek komt naar voren dat er bij verdachte sprake is van een dysthyme stoornis en een persoonlijkheidsstoornis NAO met paranoïde en borderline kenmerken. Er is door de ongedifferentieerdheid in zijn persoon een matig ziektebesef, reflectie en diepgang. Verdachte heeft besef van normen en waarden en er zijn aanwijzingen voor een ontwikkelde gewetensfunctie, echter door de paranoïde kenmerken kan er sprake zijn van onvoldoende realiteitszin, waardoor de gewetensfuncties toch beperkt kunnen functioneren. Met betrekking tot de agressiehuishouding is de eigen reflectie zeer beperkt. Ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid doet de psycholoog geen uitspraak gezien de ontkennende houding van verdachte.

De reclassering adviseert om verdachte, indien hij schuldig wordt bevonden en het strafrestant meer dan 20 maanden gevangenisstraf is, om verdachte af te straffen zodat de reclassering in het kader van het programma Terugdringen Recidive dan wel in het kader van de Voorwaardelijke Invrijheidsstelling alsnog onderzoek kan verrichten en een passend plan van aanpak kan opstellen.

Indien verdachte wordt veroordeeld en het strafrestant is minder dan 20 maanden, dan adviseert de reclassering om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met hieraan gekoppeld een meldplicht, een behandelverplichting en een contactverbod.

De rechtbank is van oordeel dat slechts het opleggen van een forse gevangenisstraf recht doet aan de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank komt tot dit oordeel omdat het gaat om feiten met mogelijk grote gevolgen voor de geestelijke ontwikkeling van zijn kinderen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Rekening houdend met alle voormelde omstandigheden acht de rechtbank, evenals de officier van justitie, een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig (36) maanden passend en geboden.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 2], per adres [adres 1] te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.250,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- immateriële schade van € 1.250,-- .

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank acht het door de benadeelde partij gevorderde bedrag echter te hoog, mede gelet op het feit dat “slechts” het incident op

12 februari 2014 op grond van de aanwezige bewijsmiddelen bewezen is verklaard. De rechtbank acht, gezien de omstandigheden van het geval. naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 250,-- wegens immateriële schade passend. De rechtbank zal het gevorderde tot een bedrag van € 250,-- toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De benadeelde zal voor het overige deel van zijn vordering niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dit deel van zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade door feit 2 aan hem toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

en

het misdrijf: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

feit 2

het misdrijf: mishandeling, begaan tegen zijn kind.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 en sub 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig (36) maanden.

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 2], per adres [adres 1] te [woonplaats], voor een deel van € 1.000,-- niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 250,-- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2014);

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. M. van Bruggen en

mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2014.

Mr. M. van Bruggen is buiten in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer 2014018917. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1

1.

Het op pagina 125 en verder van het politiedossier opgenomen proces-verbaal van verhoor van de getuige [slachtoffer 2] van 26 februari 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

V: Wat gebeurde er nog meer thuis wat je ons wilt vertellen?

A: Soms kwam ik 's morgen beneden en dan kwam mijn vader uit de WC en dan zag ik mijn zusje ook om het hoekje van de deur van de WC kijken. Ze waren dus samen op de WC geweest.

Dan komt dus eerst mijn vader en dan kijkt mijn zusje stiekem.

lk zeg dan wel: "lk zie jou wel [slachtoffer 1]." Ze zegt dan: "Ik ben er niet of ze zegt niks." lk heb ook een keer gezien dat de gulp van mijn vader openstond terwijl hij aan het knuffelen was met mijn zusje.

V: Hoe vaak heb jij gezien dat jouw vader en [slachtoffer 1] uit dezelfde WC kwamen na elkaar?

A: De laatste tijd dat ik heb het gezien is zeker wel vijf keer.

V: Wat is dan de laatste tijd?

A: Dan heb ik het over dit jaar en misschien ook nog wel december 2013.

V: Waar was jij als jij dit zag?

A: Voordat ik naar school ga en mijn bed heb opgemaakt en mijn raam heb losgemaakt dan ga ik naar beneden om mijn jas te pakken in de bijkeuken en daar mijn schoenen aan te trekken. Als ik dan net in de bijkeuken ben zie ik mijn vader van de WC komen. De deur van de WC staat dan op een kiertje en ik zie mijn vader dan de deur helemaal open doen en hij komt er dan uit alsof er niks aan de hand is. Hij gaat dan naar de keuken om mijn stief broertje en stiefzusje verder te helpen. Daarna zie ik dan mijn zusje [slachtoffer 1] met haar hoofd om de WC-deur kijken in de bijkeuken.

V: Hoeveel tijd zit daar dan tussen als jouw vader uit de WC komt en jouw zusje daarna?

A: Vrijwel meteen. lk zie dan mijn zusje heel voorzichtig om het hoekje kijken en als ze mij dan ziet gaat ze weer terug in de WC of ze komt na een tijdje gewoon de deur uit of ze wacht tot ik naar buiten ga en naar school toe ga. lk kan dan door een kier van de achterdeur zien dat de WC-deur opengaat en ik kan de deur van de WC ook nog horen.

V: Wanneer was dat dat je zag dat je vader [slachtoffer 1] knuffelde terwijl zijn gulp open was.

A: Dat weet ik niet precies. lk heb het gezien terwijl zij in de bijkeuken stonden en terwijl zij op de overloop boven stonden.

V: Waar ben jij als ze op de overloop staan?

A: Dan kom ik bijvoorbeeld net aanlopen als ik naar boven ga. lk loop dan gewoon door. lk heb ook wel een keer gezien dat de hand van [slachtoffer 1] in de broek zat bij mijn vader aan de voorkant, lk kijk daar verder niet naar. lk loop dan gewoon door. lk weet niet meer waar ik die hand in de broek precies heb gezien.

V: Als jij er aankomt wat doen je vader en [slachtoffer 1] dan?

A: Dan doen ze net of ze gewoon aan het knuffelen zijn en daarna doet hij de broek dicht.

V: Wanneer heeft [slachtoffer 1] voor jou voor het eerst iets verteld wat er gebeurd is tussen haar en jullie vader?

A: lk heb [slachtoffer 1] wel eens gevraagd wat ze op de WC deed met onze vader. [slachtoffer 1] zei dan dat ze dat niet deed of ze lachte dan een beetje. Het weekend nadat ik geslagen ben en voordat mijn vader wist dat er een melding was. Dat was het weekend voor het weekend van de krokusvakantie. lk heb toen om het ijs te breken aan [slachtoffer 1] verteld dat ik wel eens praat op school met mensen die ons misschien kunnen helpen. Toen heeft [slachtoffer 1] verteld wat er gebeurde. Het was op vrijdagavond. [slachtoffer 1] en ik moesten naar bed. [slachtoffer 1] was in de douche bezig en ik stond op de overloop bij de douche te wachten. [slachtoffer 1] vertelde mij dat papa vieze dingen met haar deed. Papa zat op de WC met zijn piemeltje in haar middelste gaatje, waarmee je ook zwanger kunt worden. Het deed pijn als haar vader in haar zat zei ze. [slachtoffer 1] heeft seksuele voorlichting op school gehad. Dus zij weet dat. lk heb haar gevraagd of er soms ook wit spul uit kwam. [slachtoffer 1] zei toen: "Ja, soms. "Om zeker te weten dat zij mij geen oor aan naaide heb ik ook gevraagd of er rood spul uitkwam. [slachtoffer 1] zei dat er geen rood spul uitkwam. lk heb ook gevraagd hoe hij dat witte spul schoonmaakte. [slachtoffer 1] vertelde dat hij dat deed met een WC papiertje en dat hij daarna doorspoelde. [slachtoffer 1] kwam toen wel een beetje los. [slachtoffer 1] vertelde dat zij tegen mijn vader had gelogen. Ze had tegen mijn vader gezegd dat ze het fijn vond toen mijn vader haar daar naar vroeg. Ze had dat gezegd omdat ze bang was.

lk heb ook gevraagd hoe en wanneer ze naar de WC gingen. Ze begreep de vraag eerst niet maar toen heb ik gezegd dat ik hun wel eens uit de WC zag komen. lk vroeg of papa haar meetrok in de WC of dat ze gewoon meeging. [slachtoffer 1] legde mij uit dat het soms zo was dat hij op de overloop zachtjes aan [slachtoffer 1] vroeg of ze zo met hem naar de WC toeging. Soms was het ook zo dat zij beneden was bij de tassen en dat hij haar gewoon meenam naar de WC.

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant], inhoudende het studioverhoor met [slachtoffer 1] d.d. 6 maart 2014.

V: En dat je vader seks met je wil he, wat kun je mij daar allemaal over vertellen?

A: Mijn echte vader die hebt de piemel in mijn poes gedaan. En dat wil ik helemaal niet.

V: Ja

A: En mijn stiefvader vinger in mijn poes. En dat vind ik ook niet fijn. Mijn stiefvader die trekt met mij mee...die trekt.

V: Wat trekt die mee?

A: Naar hem heen. En dat is niet fijn. (pagina 185-186)

V: We zien wel. Maar ik wil graag eerst praten over jou vader [verdachte] wat je over je

vader hebt verteld dat hij seks met jou wil. Want anders dan komt alles door

elkaar, dus we gaan het eerst hebben over dat jou vader dat hij seks met jou wil.

V: Hoe vaak is dat gebeurd?

A: Nou ik denk wel vaak....

V: Hoe vaak?

V: Niet na schooltijd. Dus je zegt ‘s nachts en ‘s ochtends.

A: Ja soms 's nachts.

V: Soms 's nachts. En wanneer was dat de eerste keer gebeurd?

A: Dat weet ik niet.

V: Waar is het gebeurd?

A: Thuis.

V: En ik welk huis?

A: In eigen thuis.

V: In welke straat is dat? A: [adres 2].

V: [adres 2]....in dat huis. Is het ook nog in een ander huis gebeurd?

A: Pff....denk ik niet.

V: Oke en je zegt in het huis en waar in het huis is het gebeurd?

A: In de wc....ochtend naar school...en in bed een keer.

V: En in bed een keer en in welk bed was dat?

A: Mijne.

V: Wanneer dat was niet he...maar misschien heb je nog één keertje...want ik wil

het eigenlijk over één keertje hebben dat het is gebeurd op de wc. Dat jou vader

seks met jou wil. En probeer mij daar dan eens alles over te vertellen over één

keertje. Ik weet niet wat je nog heel goed weet of het dan de allereerste keer is

op de wc, of de allerlaatste keer of een andere keer die je nog heel goed weet. Is

er nog één keertje dat je nog heel goed weet van hoe dat toen precies ging?

A: Hij roept mij en zegt mij ga maar vast naar de wc. (pagina 187)

V: Je zegt hij roept mij en zegt ga maar vast naar de wc.

A: Ja, ik kom zo.

V: En die keer he wat gebeurde er toen precies op de wc?

A: En toen ging hij naar de wc.

V: Oke híj ging naar de wc. En waar was jij toen?

A: Op de wc....want ik wil niet maar durf niet zeggen.

V: Je wil het niet maar je durft het niet te zeggen.

A: Nee.

V: En wat is er toen precies gebeurd?

A: En toen die seks.

V: En wat was dat dan voor seks, wat gebeurde er precies?

A: Gewoon ik zat hier en deed hij zo ie ie (noot verbalisant: [slachtoffer 1] legt de zijkant van haar linker hand op tafel en wijst met haar rechterhand wijsvinger naar de andere hand en maakt een heen en weergaande beweging).

V: En wat is dat dan ie ie

A: Dat weet ik ook niet....gewoon zo....ik wil het niet...

V: Jij was op de wc en toen kwam jou vader op de wc...en wat had jij aan op de wc toen je op de wc was. Hoe zat het met jouw kleren?

A: Gewoon mijn broek uit, mijn onderbroek uit.

V: En hoe kwam jou broek en jouw onderbroek uit?

A: Ja die moest ik uit doen.

V: Van wie?

A: Van mijn vader....maar. dat wil ik eigenlijk helemaal niet.

V: Dus jij hebt je broek en je onderbroek heb je zelf uitgedaan want dat moest van je vader, heb ik dat goed?

A: Ja

V: Oke. En want ik ben natuurlijk nog nooit bij jou op de wc geweest natuurlijk he...dus waar was jij precies in de wc?

A: Op het toilet.

V: Op het toilet.

A: Ja

V: En stond je op het toilet of zat je op...

A: Zat.

V: Je zat op het toilet.

A: Ja

V: Oke. En hoe zat het met de bril van het toilet?

A: Die was dicht.

V: De bril was dicht en jij zat op het toilet. En begrijp ik dan je broek en je onderbroek had je uit?

A: Ja

V: En jou vader wat deed die precies?

A: Die doet broek uit en de onderbroek uit.

V: Ja

A: Op knieën zitten dan...

V: Ja...en wat gebeurd er dan precies.?

A: Toen ging die mij neuken.

V: Ja...en wat is dat dan precies neuken?

A: Dan gaat die zo met zijn ding heen en weer.

V: Wat voor ding?

A: Piemel

V: Met zijn piemel. Dus je zegt hij ging jou neuken en hij ging met de piemel heen en weer. En waar kwam die piemel dan?

A: Mijn poes.

V: En wat is dat, wat noem jij je poes?

A: Plassertje.

V: Plassertje. Want jij zat op de wc, jou vader zat op zijn knieën voor jou en zijn broek en zijn onderbroek had die die...

A: Uit

V: Uit. Want ik wist niet meer precies of die nou uit was of naar beneden.

A: Naar beneden. (pagina 188)

V: Zat die op zijn knieën en toen ging die met zijn piemel naar jou plasser...en wat deed die toen precies met zijn piemel bij jou plasser?

A: Naar mijn gat.

V: Naar je gat. En waar voelde je dan de piemel van jouw vader? A: Ik weet niet.

V: Maar wat voelde je dan?

A: Pijn.

V: Waar deed het dan pijn?

A: Bij mijn gat.

V: Ja...en was dat vooraan of aan de zijkant of ergens anders? A: Gewoon....bij mijn gat of zoiets.

V: En wat kun je met dat gat...wat doe je daar normaal mee? A: Ongesteld zijn.

V: Ongesteld zijn...ben jij al ongesteld?

A: Nee

V: Nee hoe weet je dan dat je met dat gat ongesteld kunt zijn?

A: Van mijn moeder geleerd...mijn echte moeder.

V: Wat kun je nog meer met dat gat? A: Zwanger zijn ..en kindje uit.

V: Ja daar kan een kindje uitkomen. En euhm....je kan er nog iets mee.

A: Met plassen.

V: Nou dan weten we in ieder geval over welk gat we het hebben he.

V: De piemel van jouw vader waar zat die precies dan bij dat gat?

A: Gewoon d’r in.

V: En waar waren dan de handen van jouw vader als hij dan met zijn piemel in jou gat zat?

A: Bij mijn rug en bij zijn piemel.

V: Bij jou rug en bij zijn piemel. Oke en wat deed die dan met zijn hand bij zijn piemel wat deed die daarmee?

A: Zo heen en weer.

V: Oke..deed die heen en weer. En hoe stopte dat?

A: Mm?

V: Hoe kwam het dan dat het stopte?

A: Omdat die niet meer kan....dan gaat die stoppen.

V: Maar hoe weet je dan dat die niet meer kan?

A: Dan komt die witte spul.

V: Wat voor witte spul?

A: Slijm zoiets denk ik wel...ik weet niet wat dat is.

V: Slijm en waar komt dat slijm of dat witte spul?

A: Piemel.

V: Bij zijn piemel? En hoe weet je dat dan?

A: Ik heb gezien.

V: En wanneer kon je dat zien?

A: Ja als papa stopt.

V: Want hoe gaat het dan want dan stopt die en wat gebeurd er dan?

A: Dan gaat die stoppen en dan ga ik andere kant en dan gaat die zo op de wc. V: Maar wat ga je dan andere kant, wat bedoel je?

A: Dan ga ik mijn broek optrekken en dan ga ik lekker weglopen...datte.

V: Oke dus dan ga jij je broek optrekken en wat doet je vader dan?

V: Dan zit die dan nog op zijn knieën of is dat anders. (pagina 189)

A: Nee...hij is anders doen....

V: Wat dan?

A: Slijm weghalen.

V: Maar wie gaat er dan het eerst van de wc als dit is gebeurd?

A: Ik

V: Jij?

A: Nee...eerst mijn vader. En als er niemand is dan ik.

V: Als er niemand is dan jij? Als mijn broer er wel is dan moet ik in de wc blijven. Dan gaat mijn vader uit.

V: Waarom moet je dan in de wc blijven als je broer er is?

A: Dan weet mijn broer dat. Maar mijn broer is er toch achter gekomen.

V: Oh ja...oke.

A: Ja.

V: Dus jou broer is er achter gekomen en hoe is jou broer er dan achter gekomen?

A: Ik gluur een beetje..en daar was nog steeds mijn broer. Moet wachten van mijn

vader.

V: Wat zei je moest je wachten van je vader, heb ik dat goed begrepen?

A: Ja ik moet wachten als mijn broer als niemand er is.

V: Oke en is dat dan als jou broer er is is dat dan 's nachts of is dat dan 's

ochtends?

A: 's Ochtends als mijn broer naar school gaat is dat gebeurd. Toen ging mijn broer schoenen aantrekken...toen moest ik wachten. Maar als toen mijn broer thuis komt

heb ik mijn broer gevraagd, die zegt tegen me en ik ging eerlijk de antwoord

zeggen.

V: Maar wat vroeg jou broer jou dan?

A: Was je vader op het toilet? Ik zeg ja. (pagina 190)

V: Want hoe kwam het dan dat je het nou tegen je broer ging vertellen?

A: Hij vroeg iets aan mij. Mijn broer hebt iets met die meneer of mevrouw gepraat

dat het thuis niet veilig is. En mijn broer wil iets vragen aan mij en toen....ik

zeg ja wat ik ook heb gezegd. En mijn broer zegt ik zeg wil je een keer tegen mij

zeggen ik zeg ja natuurlijk. En toen heb ik mijn broer gezegd. (pagina 191)

V: Nee...en je zei het was soms ook 's nachts gebeurd.

A: Ja in bed.

V: ‘s Nachts in bed.

V: Weet je wat dan gaan we eerst praten over jou in bed. En dan gaan we straks over

jouw zusje praten. Goed? Je zegt 's nachts was het ook in bed gebeurd...bij jou in

bed, vertel daar eens alles over hoe dat precies ging.

A: Hij komt bij mij in bed..hij doet de gordijn...ik heb wel een camera op mijn

kamer..en dat was ook niet fijn...en dan doet die gordijn voor de camera en dan

komt die bij mij liggen.

V: Oke en dan en wat gebeurt er dan?

A: Dan doet die badjas uit..los bedoel ik gewoon los en dan...

V: En dan wat gebeurt er dan? En jou vader zeg je die heeft dan de

badjas los. En wat heeft die onder zijn badjas?

A: Niks.

V: Niks...nee. En jij ligt in bed en wat heb jij aan in bed?

A: Pyjama.

V: Pyjama...en is dat zo'n jurkje of is dat een broek..

A: Nee broek en een pyjamatrui.

V: En dan lig jij in bed en dan komt hij bij jou op de slaapkamer Zeg jij. En dan

doet die het gordijn voor de camera. (191)

A: Ja

V: En dan heeft die zijn badjas open en wat doet die dan?

A: In mijn bed liggen...en dan ging die mijn broek uit doen..en dan ging die

vingers daar aan komen.

V: En waar komt die dan met zijn vingers aan?

A: Bij mijn plassertje.

V: Bij jou plassertje...en wat doet die dan met zijn vingers precies.

A: Gewoon heen en weer.

V: Heen en weer en dan waar?

A: Op mijn ding ik weet niet hoe die heet.

V: Op jou ding bij jou plasser.

A: Ja...en ook soms bij de gaatje.

V: En ook soms bij het gaatje. Dus bij het gaatje en ook op het ding bij jouw

plasser.

A: Ja

V: Dus dan doet die met zijn vingers heen en weer.

A: Ja

V: En wat voel je dan?

A: Pijn.

V: En wat voor soort pijn is dat dan...wat voel je dan voor pijn?

A: Dat weet ik eigenlijk niet.

V: En hoe vaak is dit gebeurd?

A: Ik denk vijf keer....nee niet vijf keer. Tien keer, elf keer, twaalf

keer...zoiets. (192)

V: En jouw broek is dan naar beneden, dat is jou pyjamabroek en hoe zit het dan met

je onderbroek?

A: Die ging ook uit.

V: Die ging ook uit. En zegt jou vader daar dan nog wat bij als hij met zijn

vingers bij jouw plasser zit?

A: Ja, vind je het lekker.

V: En wat zeg jij dan?

A: Niks ik doe nep of ja ben maar dat vind ik niet fijn.

V: Maar je zegt je doet nep...maar je vind het niet fijn en hij vraagt het aan jou

vind je het lekker. En wat zeg je dan tegen hem?

A: Ja...maar dat is niet waar. Dat heb ik gelogen.

V: Hoe komt het dat je dat zegt?

A: Ik heb gewoon gelogen tegen mijn vader...maar. dat moest wel. (192)

V: Oke dat was in ieder geval toen jou stiefopa was overleden. Toen ging jou stiefmoeder weg met jou oma. En toen heeft jou vader jou geroepen...en waar was hij toen hij jou riep?

A: Beneden.

V: Beneden. En wat zei die tegen jou?

A: ...ik was ook toen een keer boven en toen zegt die kom je op kamer. V: Ja. En toen ben je bij hem op de kamer gekomen.

A: Ja

V: En wat gebeurde er toen?

A: Toen ging hij in bed liggen en toen doet hij seks.

V: En wat voor seks deed die toen?

A: Gewoon deed die hetzelfde als net.

V: Hetzelfde als...

A: Toilet ook.

V: Als op toilet of..

A: Bed

V: Ja maar bed vertelde je net dat hij met zijn vingers aan je plasser ging...

A: In bed ook soms met de piemel.

V: In bed ook soms met de piemel. En dus in zijn bed...

A: Ja

V:.En hoe waren jullie dan in dat bed?

A: Liggen.

V: En hoe lag jij in bed?

A: Hoe je altijd ligt gewoon recht.

V: Gewoon recht. Maar lag jij op je buik of op je zij of op de rug..

A: Rug.

V: En wat deed jou vader toen precies?

A: Gaat boven op mij liggen en gaat die zo neuken.

V: En nou dat neuken heb je al verteld wat dat was he. Met zijn piemel bij jou gaatje.

En dan wat doet die dan met zijn piemel?

A: Gewoon heen en weer.

V: Heen en weer. En hoe zijn jouw benen dan?

A: Gewoon wijd.

V: Wijd. En hoe komen die dan wijd?

A: Gewoon wijd en knieën omhoog. (193)

V: En hoe komt het dan dat die zo zijn?

A: Mijn vader opduwen..gewoon zelf gedaan

V: Jou vader heeft dat dan zo opgedaan zeg je?

A: Ja ik weet niet hoe gewoon opgetild.

V: Oke, en hoe vaak is dat in zijn bed gebeurd?

A: Eén keer, twee keer. (194)

V: Ja ze hadden natuurlijk nog wel wat vraagjes. Hadden we al wel verwacht he. Dus zullen we dat eerst doen weer, vraagjes stellen?

A: Ja

V: Dan gaan we eerst verder met de vraagjes. Want ik vroeg al aan jou wanneer de eerste keer was dat het is gebeurd met jou vader dat die aan jou heeft gezeten. A: Ja

V: Nou en dat is best wel een heel erg moeilijke vraag. Maar wat is het eerste gebeurd wat die heeft gedaan. Is het met zijn vingers aan jou plasser heeft gezeten of met zijn piemel..

A: Piemel.

V: Met zijn piemel is het eerste wat er is gebeurd.

En de allereerste keer waar is het de allereerste keer gebeurd.

A: Thuis.

V: Thuis. En ik welk huis?

A: In eigen huis, [adres 2].

V: Oke bij de [adres 2], in dat huis.

A: Ja

V: Want waar woonden jullie dan vóór dat je aan de [adres 2] woonde? A: [wijk].

V: Op [wijk].

A: Achter [adres 2] daar achter ergens dus.

V: En in dat andere huis dan he, dus vóór dat [adres 2]...heeft jou vader daar ook wel eens aan jou gezeten?

A: Nee.

V: Raakte hij jou dan bijvoorbeeld ook aan?

A: Ja.

V: Waar dan?

A: Bij mijn borsten.

V: Bij jouw borsten. En waar gebeurde dat dan?

A: Thuis.

V: Want heb je zijn piemel gezien?

A: (noot verbalisant: [slachtoffer 1] knikt ja met haar hoofd) (196)

A: en toen ging ik en mijn vader het bed maken. Later trekt die mij mee en doet die broek uit, mijn broek uit en raakt hij mijn plassertje aan met zijn vinger.

V: En je zegt van...wat hadden jullie aan op dat bed toen dat gebeurde dat hij met de vinger aan jou plasser zat.

A: Broek, gewone kleren.

V: Gewone kleren.

A: Ja moet ik broek uit doen.

V: Wie deed die broek dan toen uit?

A: Mm...pffff even naar mijn camera kijken...ik denk ikzelf. Dat moest ik

doen.

V: Dat moest je doen. Maar wat zei die dan?

A: Als ik naar camera kijk (noot verbalisant: onverstaanbaar) dan weet ik.

V: Dus jij moest je broek uitdoen en hoe zat het dan met je onderbroek? A: Die moest ik ook uit doen.

V: Die moest je ook uit doen. En wat deed hij toen?

A: Toen deed die vinger in mijn plassertje.

V: En hoe zat het toen met zijn kleren toen hij dat deed.

A: Gewoon aan.

V: En zaten jullie of lagen jullie. Of zat er één of lag er één of anders. A: Mijn vader die ging een beetje liggen/zitten ik weet niet. Ik ligt.

V: Jij ligt. En hoe lag jij?

A: Gewoon recht.

V: Gewoon recht, maar op je?

A: Rug..zo (noot verbalisant: [slachtoffer 1] gaat met haar hoofd omhoog en buigt iets naar achteren)

V: Zei hij nog wat toen hij wat deed toen hij met zijn vinger aan jou plasser zat? A: Vind je het lekker zei mijn vader.

V: Oke en hoe lang duurde dat?

A: Tot mijn moeder roept...ik weet niet meer wat er gebeuren moet ik moest mijn moeder helpen. (202)

3.

Uittreksel GBA (gescand op 12 juni 2014) waaruit blijkt dat de heer [verdachte] vanaf

[datum] 2011 woonachtig is op het [adres 2] te [woonplaats].

Feit 2

1.

Het op proces-verbaal van verhoor van de getuige [slachtoffer 2] d.d. 26 februari 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

"Ik woon sinds 2011 of 2012 aan het [adres 2] in [woonplaats]. Ik woon bij mijn vader. De laatste keer dat mijn vader mij sloeg was op een woensdag. Ik kwam naar beneden omdat ik altijd naar de WC ga als ik ga tandenpoetsen. lk weet niet meer wat hij precies zei maar hij sloeg mij twee keer, een keer met de rug van de hand op de ene wang en een keer met de vlakke hand op de andere wang. lk moest toen een beetje huilen omdat ik schrok en omdat het pijn deed (pagina 124 van het politiedossier).

Wat heb jij de GGD-arts mevrouw [jeugdarts] verteld?

V: Mevrouw [jeugdarts] liet ons een foto van je gezicht zien, die zij heeft gemaakt. Wat is de reden dat zij die foto heeft gemaakt?

A: lk was dus op beide wangen geslagen door mijn vader op woensdagavond, wat ik heb verteld aan jullie. De arts vond dat mijn ene wang roder was dan de andere en heeft dus foto's gemaakt van mijn wangen om als bewijs te gebruiken. Zij heeft de foto genomen op de dag na de avond dat ik geslagen was (pagina 127 en 128 van het politiedossier).”

2.

Het op pagina 113 van het politiedossier opgenomen proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige] d.d. 21 februari 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige:

Op 13 februari 2014 werd ik rond 12.00 uur door [lerares] van het [school] gebeld omdat [slachtoffer 2] verteld had, de avond tevoren door zijn vader geslagen te zijn. lk ben samen met [naam 1] meteen naar school gegaan en heb in bijzijn van [naam 2], de mentor en [naam 1] een gesprek gevoerd met [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] had op dat moment nog een rode wang. lk heb van zijn gelaat aan beide zijden foto's gemaakt met mijn telefoon. lk overhandig u hierbij deze twee afbeeldingen van zijn gelaat met toestemming van [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] heeft mij verteld hoe dit letsel is ontstaan. Hij vertelde dat vader dit had gedaan. “

3.

De op pagina 116 van het politiedossier opgenomen foto’s (2), waarop [slachtoffer 2] te zien is. Op de bovenste foto is te zien dat de rechterwang van [slachtoffer 2] rood en blauw is. Op de onderste foto is te zien dat ook zijn linkerwang licht rood gekleurd is.