Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:3378

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-05-2014
Datum publicatie
23-06-2014
Zaaknummer
C-08-149256 - FA RK 13-2641
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van minderjarige om halfjaarlijkse wisseling van woonplaats in die zin dat hij om en om een half jaar bij vader in Curacao woont en een half jaar bij moeder in Nederland, afgewezen nu dit niet in zijn belang moet worden geacht. Minderjarige heeft licht verstandelijke beperking. De ouders zitten wat opvoeding betreft niet op 1 lijn. Uit verslagen van school blijkt dat minderjarige veel onrust in zich heeft en een zwakke concentratie. Hij heeft structuur en duidelijkheid nodig. Door halfjaarlijkse wijziging van woonplaats is dat er minder. Als basis dient Nederland als basis te gelden. Van beide ouders wordt verwacht dat zij met elkaar overleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo

Team jeugdrecht

zaaknummer: C/08/149256 / FA RK 13-2641 (RPJ)

beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 28 april 2014

inzake

[minderjarige],

verder ook de minderjarige te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres],

verzoeker,

advocaat: mr. D. Beuving,

en

[belanghebbende 1],

verder ook de vrouw of de moeder te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres],

belanghebbende,

advocaat: mr. E.M. Elfrink.

Als belanghebbende is verder aangemerkt:

[belanghebbende 2]

verder ook de vader te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres].

Het procesverloop

Bij op 13 december 2013 ter griffie ingekomen verzoek heeft de [minderjarige] verzocht om toestemming van de kinderrechter voor een vertrek van hem naar zijn vader in Curaçao. Hij wil graag een half jaar bij zijn vader en een half jaar bij zijn moeder wonen.

Op 4 februari 2014 en 21 maart 2014 zijn er brieven met bijlagen door mr. Elfrink in het geding gebracht.

Op 17 april 2014 is er een brief met bijlagen van vader ter griffie ingekomen.

De zaak is behandeld ter zitting van 28 april 2014. Ter zitting zijn verschenen:

  • -

    de [minderjarige] bijgestaan door mr. Van der Zalm in de plaats van mr. Beuving.

  • -

    moeder bijgestaan door mr. Elfrink,

  • -

    mevrouw Jongman, namens de Raad voor de Kinderbescherming.

De standpunten zijn toegelicht. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

De beschikking is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

De ouders van [minderjarige] zijn gehuwd geweest. Hun huwelijk is door echtscheiding ontbonden.

Beide ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij moeder.

De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing

[minderjarige] heeft verzocht om halfjaarlijks van woonplaats te wisselen in die zin dat hij om en om een half jaar bij zijn vader in Curaçao en een half jaar bij zijn moeder in Nederland wil wonen. De vader van [minderjarige] is hiermee akkoord en stelt dat de school voor [minderjarige] in Curaçao geen probleem is.

Moeder heeft ter zitting verklaard dat zij niet akkoord is met deze constructie. Volgens moeder is een halfjaarlijkse verhuizing niet in het belang van [minderjarige]. Ten bewijze daarvan legt moeder verklaringen van de zorgcoördinator van de huidige school van [minderjarige] over, alsmede een verklaring van de GZ-psycholoog van de huidige school van [minderjarige].

De Raad voor de Kinderbescherming heeft bij monde van mevrouw Jongman ter zitting geadviseerd het verzoek van [minderjarige] af te wijzen. Volgens de raad zullen de scholen op Curaçao en in Nederland niet goed op elkaar aansluiten hetgeen vooral voor iemand met een beperking als [minderjarige] te hoog gegrepen zal zijn. De raad adviseert de ouders om tot een ruimere omgangsregeling tussen vader en [minderjarige] te komen.

De kinderrechter overweegt als volgt.

De ouders van [minderjarige] zijn gescheiden en zitten voor wat betreft de opvoeding van [minderjarige] niet op één lijn. [minderjarige] heeft het daar erg moeilijk mee. Vader woont en werkt momenteel op Curaçao. [minderjarige] heeft een licht verstandelijke beperking. Hij volgt momenteel praktijkonderwijs op ’t Genseler in Hengelo (O). Uit de verslagen die door de school zijn opgesteld blijkt dat [minderjarige] momenteel veel onrust in zich heeft alsmede een zwakke concentratie. Toch gaat het op school naar omstandigheden best wel goed. De school stelt dat een wisseling van school niet in het belang van [minderjarige] zal zijn. [minderjarige] heeft structuur en duidelijkheid nodig. Door een halfjaarlijkse wijziging van woonplaats zal die structuur en duidelijkheid er veel minder zijn.

De kinderrechter is dan ook van oordeel dat een dergelijke constructie, waarbij [minderjarige] het ene half jaar bij vader in Curaçao woont en het daarop volgende half jaar bij moeder in Nederland, niet in het belang van [minderjarige] is. Het was beter geweest indien de ouders destijds bij het vertrek van vader naar Curaçao, samen afspraken hadden gemaakt over de omgangsmomenten tussen [minderjarige] en zijn vader. Zeker nu er een duidelijke wens van [minderjarige] is voor meer contact met zijn vader. Aan die wens moeten ouders ook niet voorbij gaan. Daarvoor is echter overleg tussen beide ouders noodzakelijk.

Als basis voor [minderjarige] moet gelden de school in Twente. Als vader het mogelijk kan maken dat [minderjarige] af en toe kan overkomen, dan heeft moeder daar geen problemen mee, zo heeft zij ter zitting verklaard.

De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de verstandhouding tussen moeder en [minderjarige] door deze procedure niet zal worden verstoord. De kinderrechter merkt tenslotte nog op dat er van beide ouders verwacht mag worden dat zij meer met elkaar zullen overleggen, in het belang van [minderjarige]. Het verzoek van [minderjarige] zal, gezien het bovenstaande, worden afgewezen.

De beslissing

De kinderrechter:

Wijst af het verzoek van [minderjarige].

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Olthof, in tegenwoordigheid van R.P. Jansen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2014.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de Raad voor de Kinderbescherming te Almelo en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door die raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  1. door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.