Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:2924

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
02-06-2014
Zaaknummer
Awb 14/285
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2015:942, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft het verzoek van eiseres om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een overzicht te verstrekken van wachtgeldgegevens van oud-wethouders afgewezen en het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. De rehchtbank draagt verweerder op om binnen vier weken na de verzending van deze uitspraak alsnog de individuele wachtgeldgegevens van oud-wethouders openbaar te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: Awb 14/285

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

Wegener Media BV,

gevestigd te Deventer, eiseres,

gemachtigde: mr. Tj.P. Grünbauer, advocaat te Ede,

en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer,

verweerder.


Procesverloop

Bij besluit van 14 augustus 2013 heeft verweerder het verzoek van eiseres om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) haar een overzicht te verstrekken van de wachtgeld-gegevens van oud-wethouders van de gemeente Deventer (verder: oud-wethouders), afgewezen.

Het daartegen gemaakte bezwaar is bij het besluit van 20 december 2013 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Desverzocht heeft verweerder bij brief van 10 april 2014 een advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) alsmede bedoelde wachtgeldgegevens aan de rechtbank verstrekt. Ten aanzien van deze laatste gegevens heeft de gemachtigde van eiseres de rechtbank toestemming verleend als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Het beroep is ter zitting van 16 april 2014 behandeld. Eiseres is verschenen in de personen van [vertegenwoordiger eiseres 1], verslaggever en [vertegenwoordiger eiseres 2], chef regioredactie. Zij werden bijgestaan door gemachtigde, voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger verweerder], medewerker van het team Communicatie.

Overwegingen

1.

Op 1 juli 2013 heeft eiseres verweerder verzocht om mee te delen of voormalig wethouder [voormalig wethouder] nog gebruik maakt van de wachtgeldregeling, hoeveel geld zij tot 1 juli 2013 heeft ontvangen, welke oud-wethouders op 1 juli 2013 gebruik maakten van de wachtgeldregeling en welke bedragen aan hen zijn uitgekeerd tussen 1 juli 2012 en 1 juli 2013.

2.

Op 4 juli 2013 heeft verweerder aan eiseres een overzicht verstrekt van de namen van oud-wethouders en het totaalbedrag aan betaalde wachtgelden over de periode van juli 2012 tot ultimo juni 2013.

Desverzocht heeft verweerder op 8 juli 2013 aan eiseres meegedeeld dat [voormalig wethouder] nog volledig gebruik maakt van haar recht op wachtgeld.

3.

Op 22 juli 2013 heeft eiseres verweerder verzocht om mee te delen hoeveel wachtgeld verweerder dit jaar aan [voormalig wethouder] heeft uitgekeerd en hoeveel verweerder dit jaar aan de andere oud-wethouders heeft uitgekeerd.

4.

Verweerder heeft dit verzoek bij besluit van 14 augustus 2013 afgewezen en daarbij overwogen dat het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de individuele oud-wethouders zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking van deze specifieke informatie. Het verstrekken van specifieke persoonlijke uitkeringsbedragen geeft inzicht in de persoonlijke situatie en levenssfeer van de betreffende oud-wethouders, met name of en in hoeverre zij in staat zijn eigen inkomsten te genereren.

5.

Eiseres heeft zich - samenvattend – op het standpunt gesteld dat het belang van openbaar-heid, juist in het geval van bestuurders, dient te prevaleren boven het belang van de persoon-lijke levenssfeer van de betrokkenen. Voorts heeft verweerder in het verleden (zoals in mei 2012) nooit een probleem gemaakt van het verstrekken van de gevraagde specifieke gegevens en is de beleidswijziging van verweerder hierin op geen enkele wijze gemotiveerd.

6.

Ingevolge artikel 3, vijfde lid, van de Wob dient informatie over bestuurlijke aangelegen-heden openbaar te worden gemaakt, tenzij daarvan op grond van de in artikel 10 en 11 opge-nomen weigeringsgronden of beperkingen dient te of kan worden afgezien.

Ingevolge artikel 10, tweede lid, onder e en g, van de Wob, blijft het verstrekken van infor-matie achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het eerbiedigen van de persoonlijke levenssfeer en/of het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen.

7.

De rechtbank overweegt dat in de onderhavige situatie de eerbiediging van de persoon-lijke levenssfeer van de oud-wethouders dient te worden afgewogen tegen het belang van de openbaarmaking van de individuele wachtgeldgegevens. Bij de afweging dient het uitgangs-punt van de Wob -openbaarheid is regel- zwaar te wegen. Daarnaast speelt bij deze afweging de functie van de betrokkene een rol en kan indien het het beroepshalve functioneren betreft, slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, zoals dit onder meer blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 19 december 2012 (ECLI:NL:-RVS: 2012:BY6746).

8.

In het onderhavige gaat het om de individuele wachtgeldgegevens van de oud-wethouders. Zij zijn uit hoofde van hun functie in het openbare domein werkzaam geweest en de door verweerder verleende wachtgelduitkeringen staan in direct verband hiermee.

Naar het oordeel van de rechtbank valt dan ook niet in te zien waarom het belang van eer-biediging van de persoonlijke levenssfeer ten aanzien van de gevraagde specifieke wacht-geldgegevens zwaarder zou moeten wegen dan het zwaarwegend belang van de openbaar-heid.

Verweerder heeft ter onderbouwing van zijn standpunt gewezen op een uitspraak van de AbRS van 20 mei 2009 (ECLI:NL:RCS:2009:BI4558), waaruit verweerder heeft afgeleid dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer kan en mag worden be-schermd door verstrekking van de gevaagde wachtgeldgegevens in niet tot de betrokken personen herleidbare vorm, gelijk verweerder heeft gevolgd. De rechtbank is echter van oordeel dat deze onderbouwing niet slaagt nu deze zaken niet vergelijkbaar zijn. In genoem-de procedure betrof het namelijk de vraag of op grond van de Wob gegevens verstrekt mochten worden van ontslagen ambtenaren, terwijl het in de onderhavige zaak handelt om specifieke gegevens van voormalig bestuurders.

De rechtbank deelt verder het standpunt van eiseres dat op grond van huidige inzichten omtrent het gebruik (moeten) maken van gemeenschappelijke gelden, van voormalig wethouders mag worden verwacht dat zij publieke verantwoording afleggen over het ontvangen van een wachtgelduitkering. Daarbij heeft ook de rechtbank niet uit het oog verloren dat het voor de betrokken oud-wethouders minder prettig is wanneer hun specifieke wachtgeldgegevens openbaar worden gemaakt, doch de rechtbank acht dit een gevolg van de eerder door hun gemaakte keuze op het politieke vlak actief te zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat de in casu minder prettige gevolgen niet opwegen tegen eerdergenoemd zwaarder belang van openbaarheid.

Verweerder heeft voorts gesteld dat de gevraagde wachtgeldgegevens niet zien op het beroepsmatig functioneren van personen, nu de oud-wethouders op dit moment niet meer functioneren als wethouder. De rechtbank is van oordeel zoals eerder overwogen, dat het ontvangen van wachtgeld verband houdt met het eerder gefunctioneerd hebben als wet-houder, zodat de rechtbank verweerder hierin niet volgt.

Voorts kan niet uit het oog worden verloren dat verweerder in het verleden niet eerder een probleem heeft gemaakt van het verstrekken van individuele wachtgeldgegevens. De door verweerder gegeven motivering dit niet langer te doen op basis van een voortschrijdend inzicht, zoals de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft verklaard, acht de rechtbank niet overtuigend en is evenmin voldoende onderbouwd. Het bestreden besluit kan dan ook niet in stand blijven. Verweerder behoort de individuele wachtgeldgegevens van de oud-wethouders alsnog openbaar te maken.

9.

Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en zal het bezwaar tegen het besluit van 14 augustus 2013 gegrond verklaren en dat besluit herroepen voor zover daarbij is geweigerd de individuele wachtgeldgegevens van de oud-wethouders openbaar te maken. De rechtbank zal verweerder gelasten deze informatie alsnog feitelijk openbaar te maken. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het bestreden besluit. Gelet op de gegrondverklaring van het beroep zal verweerder in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten bedragen voor het beroep € 974,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 487,-).

Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt het bestreden besluit;

-verklaart het bezwaar tegen het besluit van 14 augustus 2013 gegrond;

-herroept dit besluit in zoverre daarbij geweigerd is de individuele wachtgeldgegevens van de oud-wethouders openbaar te maken;

-draagt verweerder op om binnen vier weken na de verzending van deze uitspraak de hiervoor vermelde informatie alsnog openbaar te maken;

-bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

-veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 974,-;

-bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht, te weten € 318,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzitter, mr. W.J.B. Cornelissen en mr M.M. van Veelen, rechters, en door de voorzitter en C. Kuiper als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep