Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:2835

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-05-2014
Datum publicatie
27-05-2014
Zaaknummer
08/996005-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Overijssel veroordeelt 54-jarige man uit Gronau tot een gevangenisstraf van 16 maanden wegens belastingfraude met de handel in caravans. Dit alles heeft er toe geleid dat de Belastingdienst in totaal een nadeel heeft geleden van ruim € 700.000,= aan omzetbelasting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-1265
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/996005-10

Datum vonnis: 27 mei 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1959 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 16 april 2012 en 13 mei 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.W. Bollen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. L.J. Speijdel, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de jaren 2004 tot en met 2009 samen met anderen facturen heeft vervalst en in dezelfde periode inkoopverklaringen heeft vervalst;

feit 2: in de periode van april 2004 tot en met juni 2005 als ondernemer onjuiste aangiften omzetbelasting heeft gedaan waardoor te weinig belasting is geheven.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de jaren 2004 tot en met 2009,

te Enschede, Hengelo (0v), Gieten, Westendorp, Veenwoude en/of Rottevalle

en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer

rechtspersonen, althans alleen,

een aantal facturen, waaronder na te noemen of een of meer van na te noemen

facturen, te weten:

a. a) een factuur dd.16 april 2004, afkomstig van [bedrijf verdachte]

, geadresseerd aan [naam 1] en met een factuurbedrag van Euro

14.000,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een

Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

(vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 3 (Wi-001 t/m 30,D.Wi-001-7,

doorgenummerde bladzijde 2839)

en/of

b) een factuur dd. 12 juli 2006. afkomstig van [bedrijf verdachte]

, geadresseerd aan [naam 1] en met een factuurbedrag van Euro

18.750,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van

twee Hobby caravans, waaronder een Hobby caravan type 400 SB, met een

factuurbedrag van Euro 8.250,-, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagens”;

(vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 3 (Wi-001-61 t/m 94),D.Wi-001-73, doorgenummerde bladzijde 3741)

en/of

c) een factuur dd. 27 juli 2005, afkomstig van [bedrijf verdachte]

, geadresseerd aan [bedrijf 1] en met een factuurbedrag van Euro

9.600,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een

Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

(vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 4 (T-001 t/m 015), D.T-001-7,

doorgenummerde bladzijde 4320)

en/of

d) een factuur dd. 13 april 2005, afkomstig van [bedrijf verdachte]

, geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro

11.850,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een

Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

(vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 5 (R-033 t/m 43), D.R-033-18,

doorgenummerde bladzijde 4948)

en/of

e) een factuur dd. 28 juni 2007, afkomstig van [bedrijf verdachte]

, geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro

21.900 -, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van

twee Hobby caravans, waaronder een Hobby caravan type 540 UK Excellent, met

een factuurbedrag van Euro 12.600,-, en voorzien van het op- of bijschrift

“beide marge wagens”;

(vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 5 (R-033-94 t/m 120)

D-R-033-108, doorgenummerde bladzijde 6104 en 6105)

en/of

f) een factuur dd. 09 april 2008, afkomstig van [bedrijf verdachte]

, geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro

11.750, -, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een

Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

(vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 5 (R-033-121 t/m 172).

D-R-033-133, doorgenummerde bladzijde 6419)

en/of

g) een factuur dd. 27 januari 2009, afkomstig van [bedrijf verdachte]

, geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro

11.000,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een

Hobby caravan en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

(vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 5 (R-033-173 t/m 190),

D-R-033-175, doorgenummerde bladzijde 6967)

-(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen

(telkens) valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die/dat geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan, dat de in die facturen/factuur genoemde caravan(s) (een) nieuwe en/of ongebruikte caravan(s)

waren/was en/of (daarom) in werkelijkheid niet onder de margeregeling van de

Wet op de omzetbelasting 1968 viel(en), althans hierin dat (telkens) het op- of

bijschrift “marge wagen”, “marge wagens” en/of “beide marge wagens” geheel

ten onrechte was geplaatst;

II)

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de jaren 2004 tot en met 2009,

te Enschede, Hengelo (0v), Gieten, Westendorp, Veenwoude en/of Rottevalle

en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer

rechtspersonen, althans alleen,

een aantal zogenaamde inkoopverklaringen, waaronder na te noemen of een of meer

van na te noemen inkoopverklaringen, te weten:

a. a) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 1], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper [naam 2] verklaart een gebruikte Hobby caravan te

hebben verkocht aan [bedrijf 1] en [bedrijf 1] vermeldt die

gebruikte Hobby-caravan op 06 april 2006 te hebben ingekocht voor Euro 8.950, -;

(vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 4 (T-001 t/m 015), D-T-001.10,

doorgenummerde bladzijde 4349)

en/of

b) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 1], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper, [bedrijf 3], verklaart een gebruikte Hobby caravan

te hebben verkocht aan [bedrijf 1] en [bedrijf 1] vermeldt die

gebruikte Hobby-caravan op 25 januari 2008 te hebben ingekocht voor Euro

15.680,-;

(vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 4 (T-001 t/m 015),D-T-001.02,

doorgenummerde bladzijde 4251)

en/of

c) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 4], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper, [verdachte], verklaart een gebruikte Hobby caravan te

hebben verkocht aan [bedrijf 4] en [bedrijf 4] vermeldt die

gebruikte Hobby-caravan te hebben ingekocht voor Euro 8.950, -;

(vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 02 (Wa-3 t/m 25, D-Wa-6,

doorgenummerde bladzijde 521)

en/of

d) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 4], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper, [verdachte], verklaart een gebruikte Hobby caravan te

hebben verkocht aan [bedrijf 4] en [bedrijf 4] vermeldt die

gebruikte Hobby-caravan te hebben ingekocht voor Euro 9.550, -;

(vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 02 (Wa-3 t/m 25, D-Wa-17,

doorgenummerde bladzijde 737)

en/of

e) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 4], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper, [verdachte], verklaart een gebruikte Hobby caravan te

hebben verkocht aan [bedrijf 4] en [bedrijf 4] vermeldt die

gebruikte Hobby- caravan te hebben ingekocht voor Euro 12.400, -;

(vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 02 (Wa-101 t/m 125, D-Wa-120,

doorgenummerde bladzijde 2437)

(telkens) valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die/dat geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan, dat de in die

inkoopverklaring(en) genoemde caravan(s) (telkens) (een) nieuwe en/of

ongebruikte caravan(s) waren/was en/of dat de in die genoemde

inkoopverklaring(en) afkomstig van [bedrijf 1] de verkoper in

werkelijkheid (telkens) niet was genoemde [naam 2] en/of [bedrijf 3]

, maar [verdachte];

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de maanden april 2004 tot en

met juni 2005, in de gemeente Enschede, althans in Nederland,

(telkens) opzettelijk als ondernemer, in de zin van de Wet op de Omzetbelasting

1968, (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de

Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de

omzetbelasting over na te noemen of over een of meer van die na te noemen

maanden, te weten over april 2004, mei 2004 en/of over de maanden oktober 2004

tot en met april 2005,

onjuist of onvolledig heeft gedaan hij de Inspecteur der

belastingen/belastingdienst Oost/kantoor Enschede,

terwijl die feiten/dat feit er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig

belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan, dat in

de/het aangiftebiljet(ten) betreffende de maand(en) gelegen in het jaar 2004

en/of in de digitale aangifte(n) betreffende die maand(en) gelegen in het jaar

2005 (telkens) een te laag bedrag aan omzet en/of een te laag bedrag aan te

betalen omzetbelasting en/of ten onrechte een bedrag of een te hoog bedrag aan

terug te vragen belasting was vermeld en/of was (telkens) geen bedrag aan

Verwerving van goederen uit landen binnen de EU vermeld;

(Vindplaats documenten: Ordner Documenten Zaak 1 (B-00l t/m 033) “Verloop OB

2004” doorgenummerde blz. 261/262, (kopie) aangiften over de maanden oktober

tot en met december 2004, doorgenummerde bladzijden 267 t/m 272, en

“uitdraaien” digitale aangiften januari t/m april 2005, doorgenummerde

bladzijden 276 t/m 279)

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft op basis van het onderliggende strafdossier en de verklaring van verdachte ter terechtzitting geconcludeerd dat de beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

De raadsman heeft zich voor wat betreft het bewijs van de beide ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte heeft zowel bij de FIOD/ECD als ter terechtzitting een bekennende verklaring afgelegd, met dien verstande dat hij verklaard heeft dat hij vanaf oktober 2004 geen (elektronische) aangiften voor de omzetbelasting meer heeft ingediend.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Algemeen: margeregeling

In deze strafzaak staat de toepassing van de margeregeling voor de omzetbelasting centraal. De margeregeling is een bijzondere regeling voor gebruikte goederen en is neergelegd in de artikelen 28b tot en met 28i van de Wet op de Omzetbelasting 1968. De regeling beoogt cumulatie van omzetbelasting te voorkomen en komt in hoofdlijnen op het volgende neer.

Als een niet-omzetbelastingplichtige (een particulier, een vrijgestelde ondernemer of een niet belastingplichtige rechtspersoon) een goed levert aan een omzetbelastingplichtige ondernemer is in de verkoopprijs omzetbelasting begrepen die de ondernemer niet in aftrek kan brengen, omdat de niet-omzetbelastingplichtige over zijn verkoopprijs geen omzetbelasting mag berekenen en ook geen omzetbelasting op de factuur mag vermelden. Teneinde dubbele heffing te voorkomen hoeft de ondernemer bij doorverkoop van het goed slechts over zijn marge (verkoopprijs minus inkoopprijs) omzetbelasting af te dragen. De margeregeling kan ook worden toegepast als de ondernemer een goed inkoopt dat aan hem met toepassing van de margeregeling is verkocht.

Op de factuur die de leverancier uitschrijft mag geen omzetbelasting worden vermeld en moet een aanduiding staan die wijst op toepassing van de margeregeling. Indien de leverancier geen factuur uitreikt (wanneer de leverancier een particulier is) en de koper wil de margeregeling toepassen bij de doorlevering van het goed, dan is de koper verplicht een inkoopverklaring uit te reiken en te laten ondertekenen, waarin een verklaring van de verkopende partij is opgenomen dat deze ter zake van het verkochte goed geen omzetbelasting in aftrek heeft gebracht.

Feitelijke gang van zaken

Uit een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat verdachte op 3 januari 2001 de onderneming [verdachte] heeft opgericht. De rechtsvorm was een eenmanszaak en de bedrijfsomschrijving betrof de import en handel in caravans. Op voornoemd uittreksel is tevens te zien dat de activiteiten zijn gestaakt met ingang van 3 oktober 2005.

Verdachte [verdachte] kocht bij een Duitse onderneming, [bedrijf 5] (hierna [bedrijf 5]), nieuwe caravans van het merk Hobby. De leveringen van [bedrijf 5] aan verdachte betroffen intracommunautaire leveringen: [bedrijf 5] paste op die leveringen het nultarief voor de omzetbelasting toe, op basis van een OB identificatienummer dat hem door verdachte werd verstrekt. Dat nummer behoorde niet toe aan verdachte, maar stond op naam van een Nederlandse onderneming die niets met de transacties van doen had. De caravans werden door verdachte bij het afhalen contant betaald. Op dat moment werden ook de facturen door [bedrijf 5] aan verdachte overhandigd. Verdachte vernietigde deze facturen en hield geen enkele vorm van administratie bij van zijn in- en verkoopactiviteiten.

Verdachte verkocht de nieuwe caravans in Nederland door aan caravanhandelaren. Voor een deel van deze verkopen maakte hij facturen op waarop hij vermeldde dat het een “margewagen” (dus gebruikte caravan) betrof. Voor een ander deel maakte verdachte in samenwerking met de betreffende caravanhandelaar een inkoopverklaring op, waarop vermeld werd dat het om een “margewagen” ging. Op basis van deze verkoopfacturen of inkoopverklaringen werden de caravans in de administratie van de caravanhandelaren als gebruikte caravans opgenomen en voor de heffing van de omzetbelasting werd door de caravanhandelaren de margeregeling toegepast.

De caravanhandelaren verkochten de van verdachte verkregen caravans vervolgens aan particulieren als nieuwe caravans, maar pasten voor de heffing van de omzetbelasting de margeregeling toe.

Oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1

De rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting af dat de door verdachte aan de Nederlandse caravanhandelaren verkochte caravans niet als gebruikte caravans konden worden aangemerkt, omdat het nieuwe caravans waren die nog nooit op naam van een particulier hadden gestaan. Door de vermelding “ margewagen” op de verkoopfacturen en de inkoopverklaringen zijn deze facturen en verklaringen naar het oordeel van de rechtbank vals. De facturen werden gebruikt bij [bedrijf 2] BV en [bedrijf 6] BV. Bij de verkoop aan [bedrijf 1] VOF (vennootschap onder firma) en [bedrijf 4] werden door verdachte geen facturen opgemaakt maar maakte hij in samenwerking met [bedrijf 1] en [bedrijf 4] inkoopverklaringen op, op basis waarvan de caravans met toepassing van de margeregeling door desbetreffende caravanhandelaren werden ingekocht.

De rechtbank is van oordeel dat het onder feit 1 ten eerste en ten tweede ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

Oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 2

De caravans werden door de Duitse firma [bedrijf 5] als een intra communautaire transactie tegen het nul tarief voor de omzetbelasting aan verdachte geleverd. De verwerving van deze caravans had verdachte moeten vermelden in zijn periodieke aangiftes voor de omzetbelasting. Vervolgens had verdachte terzake van de leveringen van de caravans aan de Nederlandse caravanhandelaren telkens over het gehele verkoopbedrag omzetbelasting in rekening moeten brengen. Deze omzetbelasting had hij moeten vermelden in zijn periodieke aangiftes voor de omzetbelasting.

Verdachte heeft gesteld dat hij geen aangiftes voor de omzetbelasting heeft ingediend over de periode oktober 2004 tot en met april 2005 en dat ook hij ook niet weet wie dat wel heeft gedaan.

De rechtbank leidt uit de ambtsedige verklaring van de belastingambtenaar [verbalisant] af dat de genoemde aangiftes voor de omzetbelasting wel door de Belastingdienst zijn ontvangen. De aangiftes over de maanden oktober 2004 tot en met december 2004 zijn met de pen ingevuld en de rechtbank stelt vast dat deze aangiftes door verdachte zijn ondertekend. Uit de vertalingen van de elektronische aangiftes over de periode januari 2005 tot en met april 2005, die bij de verklaring van voornoemde [verbalisant] zijn gevoegd, blijkt dat het OB- en sofinummer van verdachte zijn vermeld. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte deze aangiftes heeft (laten) indienen.

De rechtbank is van oordeel dat het onder feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder feit 1 ten eerste, feit 1 ten tweede en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

I)

hij in de jaren 2004 tot en met 2009 in Nederland, een aantal facturen, waaronder na te noemen facturen, te weten:

a. a) een factuur d.d.16 april 2004, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [naam 1] en met een factuurbedrag van Euro 14.000,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

en

b) een factuur d.d. 12 juli 2006, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [naam 1] en met een factuurbedrag van Euro 18.750,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van twee Hobby caravans, waaronder een Hobby caravan type 400 SB, met een factuurbedrag van Euro 8.250,-, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagens”;

en

c) een factuur d.d. 27 juli 2005, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 1] en met een factuurbedrag van Euro 9.600,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

en

d) een factuur d.d. 13 april 2005, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 11.850,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

en

e) een factuur d.d. 28 juni 2007, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 21.900 -, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van twee Hobby caravans, waaronder een Hobby caravan type 540 UK Excellent, met een factuurbedrag van Euro 12.600,-, en voorzien van het op- of bijschrift “beide marge wagens”;

en

f) een factuur d.d. 09 april 2008, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 11.750, -, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

en

g) een factuur d.d. 27 januari 2009, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 11.000,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”;

en

h) een factuur d.d. 28 juni 2007, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 21.900,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een twee Hobby caravans en voorzien van het op- of bijschrift “beide marge wagens”;

-elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen-

telkens valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken telkens hierin bestaan, dat de in die facturen genoemde caravans nieuwe caravans waren en daarom in werkelijkheid niet onder de margeregeling van de Wet op de omzetbelasting 1968 vielen;

II)

hij in de jaren 2004 tot en met 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen en met rechtspersonen, een aantal zogenaamde inkoopverklaringen, waaronder na te noemen inkoopverklaringen, te weten:

a. a) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 1], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper [naam 2] verklaart een gebruikte Hobby caravan te

hebben verkocht aan [bedrijf 1] en [bedrijf 1] vermeldt die

gebruikte Hobby-caravan op 06 april 2006 te hebben ingekocht voor Euro 8.950, -;

en

b) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 1], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper, [bedrijf 3], verklaart een gebruikte Hobby caravan

te hebben verkocht aan [bedrijf 1] en [bedrijf 1] vermeldt die

gebruikte Hobby-caravan op 25 januari 2008 te hebben ingekocht voor Euro

15.680,-;

en

c) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 4], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper, [verdachte], verklaart een gebruikte Hobby caravan te

hebben verkocht aan [bedrijf 4] en [bedrijf 4] vermeldt die

gebruikte Hobby-caravan te hebben ingekocht voor Euro 8.950,-;

en

d) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 4], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper, [verdachte], verklaart een gebruikte Hobby caravan te

hebben verkocht aan [bedrijf 4] en [bedrijf 4] vermeldt die

gebruikte Hobby-caravan te hebben ingekocht voor Euro 9.550,-;

en

e) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 4], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper, [verdachte], verklaart een gebruikte Hobby caravan te

hebben verkocht aan [bedrijf 4] en [bedrijf 4] vermeldt die

gebruikte Hobby- caravan te hebben ingekocht voor Euro 12.400,-;

en

f) een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 1], waarin (zakelijk

weergegeven) verkoper [naam 3] verklaart een gebruikte Hobby caravan te hebben verkocht aan [bedrijf 1] en [bedrijf 1] vermeldt die gebruikte Hobby caravan op 29 mei 2007 te hebben ingekocht voor Euro 10.700,-

telkens valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken telkens hierin bestaan, dat de in die inkoopverklaringen genoemde caravans telkens nieuwe caravans waren en dat de in die genoemde inkoopverklaringen, afkomstig van [bedrijf 1], de verkoper in werkelijkheid niet was genoemde [naam 2] en/of [bedrijf 3], maar [verdachte];

2.

hij in de maanden april 2004 tot en met juni 2005 in Nederland, telkens opzettelijk als ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968, bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting over na te noemen maanden, te weten over april 2004, mei 2004 en over de maanden oktober 2004 tot en met april 2005, onjuist heeft gedaan hij de Inspecteur der belastingen/Belastingdienst Oost/kantoor Enschede, terwijl die feiten er toe strekten dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid telkens hierin bestaan, dat in de aangiftebiljetten betreffende de maanden gelegen in het jaar 2004 en in de digitale aangiften betreffende die maanden gelegen in het jaar

2005 telkens een te laag bedrag aan omzet en een te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting was vermeld en was telkens geen bedrag aan verwerving van goederen uit landen binnen de EU was vermeld.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1 ten eerste, feit 1 ten tweede en feit 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 225 lid 1 Sr en artikel 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 ten eerste

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 1 ten tweede

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft valse verkoopfacturen en inkoopverklaringen opgemaakt en meerdere aangiftes voor de omzetbelasting opzettelijk onjuist gedaan.

Verdachte heeft inkoop- en verkooptransacties van nieuwe caravans meerdere jaren op geen enkele wijze bij de Belastingdienst kenbaar gemaakt. Hij heeft verklaard geen enkele vorm van administratie te hebben bijgehouden met betrekking tot de in- en verkooptransacties.

Door de samenwerking tussen verdachte en de caravanhandelaren is per saldo over het bedrag waarvoor de caravanhandelaren de caravans bij verdachte inkochten geen omzetbelasting aangegeven en afgedragen. Verdachte heeft daarvoor valse facturen en inkoopverklaringen opgemaakt.

Het niet afgedragen bedrag aan omzetbelasting is grotendeels ten goede gekomen aan verdachte, die het als inkomsten heeft beschouwd en daar naar eigen zeggen goed van heeft geleefd. Het andere deel is ten goede gekomen aan de caravanhandelaren. Zij hebben het voordeel gebruikt door de caravans tegen sterk concurrerende prijzen aan te bieden en/of de eigen marge per caravan te verhogen. Deze caravanhandelaren zijn allemaal geconfronteerd met forse naheffingsaanslagen door de Belastingdienst, terwijl verdachte deze niet heeft gekregen omdat de wettelijke termijn daarvoor verstreken was.

Dit alles heeft er toe geleid dat de Belastingdienst in totaal een nadeel heeft geleden van ruim € 700.000,= aan omzetbelasting. Door het indienen van onjuiste belastingaangiften heeft verdachte het vertrouwen beschaamd dat de Belastingdienst stelt en moet kunnen stellen in ondernemers die belastingaangifte doen.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een vrijheidsbeneming met zich brengt. Zij heeft daarbij rekening gehouden met:

- de oriëntatiepunten voor straftoemeting, zoals vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die in geval van een benadelingsbedrag dat ligt tussen

€ 500.000 en € 1.000.000,= een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vermelden van 18 tot 24 maanden;

- de ernst van de bewezen verklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- het stelselmatige karakter van de bewezenverklaarde feiten;

- het blanco strafblad van verdachte.

Op grond van voorgaande overwegingen acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden op zijn plaats.

De rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat echter ook rekening met het tijdsverloop in deze zaak. Verdachte is op 6 april 2010 in verzekering gesteld. Op die datum heeft verdachte’s vervolging een aanvang genomen. De zaak is op 16 april 2012 voor de eerste keer ter terechtzitting behandeld. Op die datum is de zaak verwezen naar de rechter-commissaris in verband met het verhoor van getuigen in de zaak van een medeverdachte. De zaak tegen verdachte is toen wegens de onderlinge samenhang ook aangehouden, maar het tijdsverloop dat van deze aanhouding het gevolg is geweest komt niet voor rekening van verdachte. De inhoudelijke behandeling heeft op 13 mei 2014 plaatsgevonden en er wordt op 27 mei 2014 uitspraak gedaan. De totale tijdsduur van deze zaak bedraagt daarmee ruim vier jaren en twee maanden en de overschrijding van de redelijke termijn (van twee jaren) bedraagt twee jaren en twee maanden. De rechtbank zal, rekening houdend met die overschrijding, een strafvermindering toepassen van twee maanden gevangenisstraf.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27 en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder feit 1 ten eerste en feit 1 ten tweede en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 ten eerste, feit 1 ten tweede en feit 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 ten eerste

het misdrijf: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 1 ten tweede

het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 ten eerste, feit 1 ten tweede en feit 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 16 (zestien) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. A.A.J. Lemain en mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2014.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit bladzijden uit het dossier van de FIOD/ECD met de nummers 44798, 44953, 45679 en 45680. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

De verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 13 mei 2014 heeft afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik blijf bij mijn verklaringen zoals ik die bij de FIOD heb afgelegd.

Ik heb inderdaad bedrijfsgegevens gebruikt van het bedrijf [bedrijf 7] te Zieuwent. Ik verkocht de caravans voornamelijk aan vier caravanbedrijven waaronder: [bedrijf 2], [bedrijf 1] en [bedrijf 4]. Deze bedrijven en eigenaren wisten dat ze nieuwe caravans kochten. Ze bestelden ze ook bij mij. De caravans zijn nooit gebruikt door iemand. Het was een papieren kwestie. De facturen heb ik allemaal zelf opgemaakt. De inkoopverklaringen maakte ik samen op met de eigenaren van de caravanbedrijven. Ik maakte ongeveer 600 euro winst op een caravan die ik afleverde bij de handelaren. Ik heb dan ook geen omzetbelasting betaald over de door mij ingevoerde caravans.

2.

Een proces-verbaal van verhoor van 6 april 2010 (pag. 7278 t/m 7281 van het dossier), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten:

Op welke manier voorziet u momenteel in uw levensonderhoud.

Antwoord gehoorde:

Een jaar geleden zijn mijn zaken met [bedrijf 5] uit Hamburg beëindigd en sindsdien heb ik eigenlijk geen inkomen meer. De reden van de beëindiging met caravanhandel [bedrijf 5] is dat hij er vermoedelijk achter gekomen is dat het niet in orde was met de belasting. De manier waarop ik de zaken afhandelde dat klopte niet omdat ik geen boekhouding had en ik deed verder niets met de administratie. En ik droeg geen omzetbelasting af. Een voor een vielen mijn afnemers van nieuwe caravans af.

Als u vraagt of [bedrijf 5] gelijk had dat het met de omzetbelasting niet in orde was dan zeg ik dat het klopt wat [bedrijf 5] vermoedde. Ik kocht namelijk BTW vrije caravans in van [bedrijf 5] op een BTW nummer dat niet van mij was.

Ik heb aan [bedrijf 5] een BTW nummer gegeven dat ik van internet heb gehaald en dit nummer was van autohandel [bedrijf 7] uit Zieuwent. Ik heb nooit contact met [bedrijf 7] gehad, ik ken hem zelfs niet eens. Ik kocht de caravans belastingvrij van [bedrijf 5] en daardoor waren ze natuurlijk goedkoop en vervolgens werden de caravans onder de margeregeling gebracht door mij en vervolgens verkocht aan Nederlandse caravanhandelaren.

De caravans die ik bij [bedrijf 5] heb gekocht daar heb ik nooit omzetbelasting over betaald. De facturen die ik van [bedrijf 5] kreeg van de door mij gekochte caravans die gooide ik onderweg weg omdat ikzelf toch geen boekhouding bijhield. Als u vraagt aan wie ik de caravans leverde in Nederland dan zeg ik dat ik aan [bedrijf 2] in Gieten geleverd heb en vervolgens heb ik caravans aan [bedrijf 4] in Veenwouden geleverd. Ook heb ik caravans aan de firma [bedrijf 1] in Hengelo geleverd maar dit waren er niet zo veel.

Meestal kocht ik caravans op bestelling van mijn Nederlandse afnemers.

De afnemers van mijn caravans konden weten dat het om nieuwe caravans ging die ik verkocht aan hen omdat bijvoorbeeld de gaspitten waren afgeplakt met plastic en de toiletpot was met plastic afgeplakt en de koelkast ook.

3.

Een proces-verbaal van verhoor van 6 april 2010 (pag. 7282 t/m 7288 van het dossier), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten:

U hebt aangegeven dat u voor de caravans die u bij [bedrijf 5] inkocht facturen opmaakte op naam van [bedrijf verdachte].

Tot wanneer hebt u van die facturen gebruik gemaakt.

Antwoord gehoorde

Ik heb die facturen gebruikt tot ze op waren, ik denk tot twee jaar geleden. Ik denk dat ik bij [bedrijf 2] BV uit Gieten de laatsten heb gebruikt. U toont mij een factuur d.d. 27 januari 2009 gericht aan [bedrijf 2] BV. Deze factuur heb ik opgemaakt. Ik schreef de facturen voor [bedrijf 2] uit op het kantoor bij [bedrijf 2] in Gieten.

Op de factuur staat vermeld: Margewagen”. Daar stonden mijn afnemers op dat moest op de factuur staan.

Als ik het over mijn afnemers heb, dan bedoel ik [naam 4] in Hengelo, [bedrijf 2] in Gieten, en [bedrijf 4] uit Veenwouden. Soms was ik dat vergeten en dan moest ik dat later op verzoek van [bedrijf 2] of de andere afnemers alsnog doen.

Dit moet ik er wel bij vertellen dat ze, en dan bedoel ik [naam 5], [naam 6], [naam 4], heel goed wisten dat ik ze nieuwe caravans leverde.

De facturen die u mij toont heb ik geschreven. Dus ik heb de facturen op naam van [bedrijf verdachte] gewoon gebruikt ook nadat ik in 2005 de onderneming had beëindigd.

Bij [bedrijf 4] heb ik eerst een paar caravans, een stuk of drie vier geleverd. Toen kwam ik een keer weer bij [bedrijf 4] het erf oprijden en toen vroeg [naam 6], de compagnon van [bedrijf 4] mij waar ik mee bezig was. Want hij had er met zijn boekhouder over gehad en die had gezegd dat ik uitgeschreven was uit de Kamer van Koophandel. Hij vroeg toen hoe dat kon, toen heb ik hem gezegd dat als hij geen caravans meer wilde dat hij het maar moest zeggen, maar [naam 6] zei dat hij nog wel caravans wilde maar dat ze het anders moesten gaan doen. Hij had overlegd met zijn boekhouder en die had gezegd dat er een inkoopverklaring moest worden opgemaakt. Vanaf dat moment heb ik voor elke caravan die ik bij [bedrijf 4] leverde een inkoopverklaring opgemaakt en getekend. Voor de drie caravans die ik al aan hen geleverd had heb ik toen nog met terugwerkende kracht inkoopverklaringen opgemaakt.

Ik heb er natuurlijk wel lekker aan verdiend maar ik heb ze hen best wel goedkoop verkocht. Als er op een caravan bijvoorbeeld 1900 euro BTW zat dan nam ik bijvoorbeeld 1000 euro winst en dan hadden zij ze toch nog 900 goedkoper dan via de officiële weg. Ook kreeg ik via [bedrijf 5] korting van 3 tot 5 procent die ik doorgaf aan mijn afnemers.

Ik heb mijn klanten nooit voorgelogen, ze wisten allemaal dat het nieuwe caravans waren.

Ik heb [bedrijf 5] op een gegeven moment verteld dat ik inkoper van [bedrijf 7] was en hem het BTW nummer van [bedrijf 7] gegeven. Ze hebben altijd alleen met mij te doen gehad en nooit met [bedrijf 7].

Ik had geen geld om caravans in te kopen, maar het waren caravans die ik direct doorverkocht en had ik het bedrag dat ik ’s morgens uit gaf, ‘s avonds weer in de zak.

Bij die caravans waren natuurlijk nooit kentekens, omdat [bedrijf 5] pas op het moment dat ik de caravan kocht de caravan op naam zette.

Ik leverde de caravan af met een kopie van de Duitse voertuigbescheiden. Daar stond dan de tenaamstelling van [bedrijf 5] nog niet op.

De originele Duitse voertuigbescheiden met de tenaamstelling van [bedrijf 5] stuurde ik na of ik nam ze de volgende keer mee als ik weer een caravan bracht.

Ik leverde alleen Hobby caravans.

Vraag verbalisanten:

Wij tonen gehoorde een factuur op naam van [bedrijf verdachte] d.d. 16 april 2004 en vragen: wat kunt u hierover verklaren.

Antwoord gehoorde:

Dat was in de tijd dat mijn onderneming nog bestond. Ik heb alle facturen die betrekking hebben op caravans die ik bij [bedrijf 5] heb ingekocht en met gebruikmaking van de margeregeling weer heb verkocht weggegooid. Van deze facturen heb ik niets opgenomen in de administratie van mijn onderneming.

Ik had in die tijd, het jaar 2004 en 2005 problemen met de fiscus. Die problemen waren kort gezegd veroorzaakt doordat mijn boekhouder destijds gewoon geen aangiften namens mij had gedaan. Daardoor kreeg ik problemen met de invordering van de Belastingdienst. Die zaken zijn toen eigenlijk geëscaleerd mede door de starre houding van de invordering. Om die reden heb ik zogezegd het boek dichtgedaan en ik heb alle administratie uit die tijd gewoon weggegooid.

Van alle caravans die ik bij [bedrijf 5] heb ingekocht en aan [bedrijf 2], [naam 4] en [bedrijf 4] onder de margeregeling heb verkocht heb ik nooit de BTW aangegeven en afgedragen. De inkoop bij [bedrijf 5] kon ik niet verwerken omdat ik dat deed op naam en BTW nummer van [bedrijf 7] zoals ik al heb verklaard en de verkoop heb ik ook nooit in een administratie opgenomen of aangegeven middels een aangifte omzetbelasting.

Wij tonen gehoorde een factuur op naam van [bedrijf verdachte] d.d. 9 februari 2008 en het betreft de levering van een caravan aan [bedrijf 2].

Vraag verbalisanten:

Wat kunt u hierover verklaren

Antwoord gehoorde:

Ik kan aan deze caravan zien dat het een caravan is geweest die op bestelling door mij aan [bedrijf 2] is geleverd. Dat weet ik omdat het een hele dure caravan betreft: type Excelsior dat is een caravan met onder andere leren banken enzovoort. Zulke dure caravans kocht ik nooit als ik niet zeker wist dat ik hem al had doorverkocht.

Deze factuur heb ik zelf opgemaakt op het kantoor van [bedrijf 2] BV te Gieten. Ik heb daarvoor blanco facturen gebruikt die ik nog over had gehouden van mijn onderneming. Ik wist dat wat ik deed niet door de beugel kon, omdat de onderneming die op deze factuur wordt genoemd: [bedrijf verdachte] sinds eind 2005 niet meer bestond.

De gegevens van de onderneming [bedrijf verdachte] zoals die hier op deze factuur zijn vermeld klopten niet en waren op dat moment feitelijk onjuist. De onderneming was gestaakt. Zo was ik niet meer ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en had ik geen geldig BTW identificatienummer meer.

Ook de vermelding “margewagen” op deze factuur is onjuist. Maar ik vermeldde dat op de facturen omdat dat de manier was waarop ik de caravans in Nederland kon verkopen. Dat wilden mijn afnemers ook zo, die stonden er op dat de vermelding: “margewagen” op de factuur werd vermeld. Die vermelding maakte mijn handel eigenlijk interessant.

De factuur is door mij vals opgemaakt en ik heb de facturen aan mijn afnemers aangeleverd zodat zij ze in hun boekhouding konden gebruiken als bewijs dat het om een caravan ging die onder de margeregeling viel terwijl dit niet zo was, omdat het altijd om een nieuwe caravan ging.

Alle facturen die ik heb opgemaakt en aan de afnemers [bedrijf 2], [bedrijf 4] en [naam 4] heb aangeleverd en waarop ik heb vermeld ‘margewagen” zijn door mij vals opgemaakt. Het zijn allemaal facturen die betrekking hebben op nieuwe caravans die ik bij [bedrijf 5] heb ingekocht op de manier zoals ik hiervoor al heb verklaard: met gebruikmaking van het BTW identificatienummer van [bedrijf 7]. Met de vermelding “margewagen” op de factuur diende voor mijn afnemers: [bedrijf 2], [bedrijf 4] en [naam 4], als bewijs dat het om gebruikte caravans ging terwijl het in werkelijkheid natuurlijk gewoon nieuwe caravans waren.

Toen het verhaal begon in 2004 of 2005 bood ik de caravans nieuw aan. Toen was de vraag direct hoe die caravans dan geleverd werden onder de margeregeling. Ik heb toen uitgelegd dat de caravans als gebruikt waren aan te merken doordat de caravans een aantal dagen op naam werden gezet in Duitsland.

Zij gingen er toen mee akkoord.

Vraag verbalisanten:

Er zijn voor een belangrijk deel van de door u verkochte caravans inkoopverklaringen opgemaakt. Hoe ging het precies in zijn werk.

Antwoord gehoorde

Ik heb bij [naam 4] en Bij [bedrijf 4] meestal met inkoopverklaringen geleverd. Dat waren de afnemers die wisten dat ik geen onderneming meer had.

Bij [bedrijf 4] waren ze er achter gekomen dat ik geen onderneming had doordat de boekhouder mij had nagetrokken. Maar toen ze dat wisten hebben ze toch heel snel voorgesteld om dat met inkoopverklaringen te doen. Dat had ook wel te maken met het feit dat ze geen Hobby dealer meer waren. En daar komt bij dat ik via [bedrijf 5] nog beter kon leveren dan toen ze zelf nog officieel dealer waren. Ik had het zelfs zo goed voor elkaar dat ik een keer een caravan terug heb laten sturen naar de fabriek omdat daar de verkeerde bekleding inzat en die is toen aangepast zoals ik hem wilde hebben.

De inkoopverklaringen waarmee ik aan [naam 4] caravans leverde die afkomstig waren van [bedrijf 5] werden door [naam 4] of zijn echtgenote opgemaakt en door hen ondertekend . Meestal de dag waarop ik de betreffende caravan afleverde maar ook wel eens een of twee dagen later als ik de Duitse voertuigpapieren kwam brengen.

Op de inkoopverklaringen die voor [naam 4] werden opgemaakt staan telkens gefingeerde Duitse namen en adressen.

Dit was anders dan bij [bedrijf 4]. De verklaringen bij [bedrijf 4] heb ik wel ondertekend. Die inkoopverklaringen bij [naam 4] heb ik nooit ondertekend. Die namen en adressen op de inkoopverklaringen van [naam 4] heb ik aangeleverd en die zijn geen van alle juist.

Zoals ik al zei ook bij [bedrijf 4] maakten we inkoopverklaringen op voor de nieuwe caravans die ik van [bedrijf 5] betrok en aan [bedrijf 4] leverde.

Ik leverde de caravans voor [bedrijf 4] meestal af op het huisadres van [naam 6].

Dan lag altijd de inkoopverklaring klaar als ik kwam. Maar daar stond niet altijd mijn naam op, er ontbrak wel eens iets aan de gegevens van de caravans of de prijs.

Ik tekende dan gewoon de inkoopverklaring en dan vulde [naam 6] de ontbrekende gegevens later wel in.

Alle inkoopverklaringen die zijn opgemaakt voor caravans die ik van [bedrijf 5] heb gekocht en die ik aan [naam 4] of aan [bedrijf 4] heb verkocht zijn vals opgemaakt. De inkoopverklaringen voor [bedrijf 4] werden door mij ondertekend en waren bedoeld als bewijs dat die caravans gebruikte caravans zijn terwijl het natuurlijk allemaal nieuwe caravans waren.

4.

Een proces-verbaal van verhoor van 7 april 2010 (pag. 7289 t/m 7300 van het dossier), voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven:

Noot verbalisanten : wij tonen gehoorde 5 inkoopverklaringen van [bedrijf 4] met documentnummers: D-Wa-6, D-Wa-12, D-Wa-14, D-Wa-16, D-Wa-17.

Vraag verbalisanten:

Wat kunt u over deze inkoopverklaringen verklaren?

Antwoord gehoorde:

Deze inkoopverklaringen herken ik. Dit zijn de verklaringen waarover ik gisteren sprak. Deze lagen klaar bij [naam 6] in Rottevalle als ik de caravan kwam afleveren en dan tekende ik ze.

Ik wil wel zeggen dat met name bij [bedrijf 4] in 80 % van de gevallen niets op de inkoopverklaring stond. Dat moet dus later zijn ingevuld.

Vraag verbalisanten:

Klopt het dat u de feitelijke leiding had of hebt bij [bedrijf verdachte]?

Antwoord gehoorde:

Ja op basis van hetgeen ik verteld heb mag je zeggen dat ik de feitelijke leiding had van de [bedrijf verdachte].

Noot verbalisanten :

Tijdens de volgende vragen is een set documenten gebruikt die als D-R-004 bij dit proces-verbaal is gevoegd.

Deze set documenten heeft betrekking op de caravan, die [verdachte] heeft verkocht aan [bedrijf 2] BV met het voertuig-identificatienummer: [nummer 1].

Deze set bestaat uit:

Verkoopfactuur Wohnwagen [bedrijf 5] d.d. 1 februari 2008

Inkoopfactuur op naam van verdachte [verdachte] d.d. 31 januari 2008

Verkoopfactuur op naam van verdachte [bedrijf 2].

Keuringsverslag RDW

Zulassungsbescheinigung teil I

Zulassungsbescheinigung teil II

Wij tonen gehoorde een factuur d.d. 31 januari 2008 met opschrift [bedrijf verdachte]

Vraag verbalisanten:

Wat kunt u over deze factuur verklaren.

Antwoord gehoorde:

Dat is een factuur die ik heb geschreven. Alle facturen werden op het kantoor bij [bedrijf 2] te Gieten, in het bijzijn van Blanken en of zijn verkopen Ivo opgemaakt en door mij getekend. Het handschrift op deze factuur en op alle facturen die u zult aantreffen in de administratie van [bedrijf 2] is van mij. Ik heb al deze facturen ondertekend in de wetenschap dat het op de factuur vermeldde niet correct was. Ik bedoel dan dat het om een marge wagen gaat terwijl het in werkelijkheid om een nieuwe ging. Al deze facturen zijn dus door mij valselijk opgemaakt omdat hetgeen daarop vermeld is niet conform de waarheid is.

Noot verbalisanten:

Wij confronteren gehoorde met informatie uit het rapport van de Duitse Belastingdienst:

- [bedrijf 5] heeft in de periode van 2005 tot en met 2008, het aantal van 384 caravans geleverd aan [verdachte].

- [bedrijf 5] verklaart tegenover de Duitse Belastingdienst dat de caravans niet door [bedrijf 7] maar op eigen naam en eigen rekening werden gekocht door [verdachte], geboren op 24-08-1959, houder van het Nederlandse paspoort met nummer: nr. [nummer 2].

De heer [verdachte] zou in de jaren voor 2005 al onder zijn eigen naam caravans hebben gekocht. Begin 2005 heeft de heer [verdachte] meegedeeld dat zijn eigen Firma werd gewijzigd en dat de rekeningen op naam van [bedrijf 7] moesten worden uitgeschreven.

[verdachte] heeft daarbij aan de heer [bedrijf 5] meegedeeld dat gebruik moet worden gemaakt van het BTW-nummer [nummer 3]. Dit nummer staat op naam van genoemde [bedrijf 7].

Dit BTW-nummer is door de belastingadviseur van [bedrijf 5] gecontroleerd en geverifieerd bij de Duitse Belastingdienst en werd als een geldig nummer aangemerkt. [bedrijf 5] heeft hierover geen contact gehad met de Firma [bedrijf 7], omdat er door de jaren heen een soort vertrouwensband was ontstaan tussen [bedrijf 5] en [verdachte].

Vraag verbalisanten:

Kunt u nogmaals duidelijk aangeven waaraan te zien was dat de caravans die u bij [bedrijf 5] inkocht en aan de Nederlandse afnemers verkocht, nieuw waren?

Antwoord gehoorde:

Zoals ik eerder verklaarde is dat aan een aantal punten te zien, namelijk de matrassen zitten in plastic, soms de kussens, de koelkast, de beschermfolie in de douche, de gaspitten en het doosje met onderdelen die normaal door de dealer in of aan de caravan moeten worden aangebracht. Verder zit er een zegel op de deur die pas wordt verbroken als de deur voor de eerste keer wordt geopend. Door al deze dingen is het voor iemand die in de caravanhandel zit duidelijk dat hij te maken heeft met een nieuwe caravan en niet met een gebruikte.

Noot verbalisanten :

Wij tonen gehoorde de Zulassungsbescheinigung teil II en wijzen hem op de datum van afgifte voor de eerste tenaamstelling.

Op deze datum: 29 januari 2008, wordt Teil II afgegeven voor de eerste tenaamstelling. Op de bijbehorende verkoopfactuur van [bedrijf 5] zien we dat de caravan op 31 januari 2008 wordt betaald en op dezelfde datum door [bedrijf verdachte] wordt geleverd aan aan [bedrijf 2] BV.

Vraag verbalisanten:

Bent u op basis van de gegevens die wij u tonen van mening dat dit op het moment dat u de caravan hebt gekocht van [bedrijf 5] een nieuwe caravan is?

Antwoord gehoorde:

Ja, dat wist ik al die tijd al maar door hetgeen u mij toont wordt dat alleen maar versterkt.

Vraag verbalisanten:

Op de verkoopfactuur van Handelsonderneming [verdachte] aan [bedrijf 2] BV vermeldt u: “marge wagen “

Wat betekent dit volgens u?

Antwoord gehoorde:

De betekenis daarvan is mij niet helemaal duidelijk. [naam 5] vroeg mij daarom. Hij wilde dat op de factuur hebben, omdat het een aan en afgemelde caravan was. Daarom moest volgens Blanken op de factuur worden vermeld “marge”.

Wij tonen gehoorde [verdachte] een factuur D-T–007 d.d. 27-07-2005. Dit betreft een factuur van [bedrijf verdachte] aan [naam 4]/[bedrijf 1] te Hengelo (ov) voor de levering van een caravan, merk Hobby met het voertuig identificatienummer WHB30F27B0F502556

Vraag verbalisanten:

Kent u deze factuur? Zo ja wat kunt u hierover vertellen?

Antwoord gehoorde:

Dit gaat ook om een nieuwe caravan, die ik aan [bedrijf 1] heb verkocht. Ik kan dit wederom aan het identificatienummer zien in relatie met de datum van de factuur.

Vraag verbalisanten:

Wie heeft deze facturen opgemaakt

Antwoord gehoorde:

Ik, alle facturen die u tijdens uw onderzoek aantreft met het logo van mijn Handelsonderneming zijn door mij opgemaakt. Ik heb aan niemand ooit en blanco factuur afgegeven. Dit geld voor de ondernemingen [bedrijf 4], [bedrijf 2] en in mindere mate [bedrijf 1] omdat daar met inkoopverklaringen werd gewerkt. Dat gebeurde later na de eerste drie facturen ook bij [bedrijf 4] dat met inkoopverklaringen werd gewerkt.

Vraag verbalisanten:

Waar zijn deze facturen opgemaakt?

Antwoord gehoorde:

Ik maakte de facturen altijd op bij de bedrijven waaraan de caravans werden geleverd. Dus altijd in Nederland, dit gebeurde altijd in het bijzijn van de ontvangende partij.

Vraag verbalisanten:

Hoe betaalde u de caravans die u bij [bedrijf 5] aankocht, en hoe werden deze caravans vervolgens naar Nederland getransporteerd?

Antwoord gehoorde:

Ik betaalde alle caravans altijd contant. Ik denk dat de data die op de facturen met de pen is bijgeschreven, namelijk “bez. d.d.” dat dit voor alle facturen zo geld dat het moment is dat ik de caravan uit Duitsland haalde en overbracht naar Nederland. Het transport is altijd door mijzelf gedaan. Soms kreeg ik twee of drie facturen in een keer mee en dat waren dan nog facturen van een eerder transport.

Vraag verbalisanten:

U hebt aan meerdere caravanhandelaren nieuwe caravans verkocht en op de facturen en of de inkoopverklaringen ten onrechte vermeld dat het “margewagens” waren. U hebt daarmee opzettelijk facturen vals opgemaakt dan wel valse inkoopverklaringen opgemaakt en afgeleverd aan de caravanhandelaren [bedrijf 2] BV, [bedrijf 4] en [bedrijf 1] vof.

Wat kunt u daar over verklaren.

Antwoord gehoorde:

Ja dat klopt ik heb dat gedaan.

Noot verbalisanten:

Wij tonen gehoorde 18 facturen (D-B-10 tot en met D-B-28) op naam van Handelsonderneming [verdachte]

Het betreft facturen uit het jaar 2004 tot en met 2009, (drie facturen per jaar)

Vraag verbalisanten:

Deze facturen hebben wij aangetroffen in de inkoopadministratie van [bedrijf 2] BV, en [bedrijf 1] vof.

Op elke factuur staat vermeld dat het een “Margewagen” betreft. Uit ons onderzoek is naar voren gekomen dat al deze facturen betrekking hebben op caravans die nieuw en ongebruikt waren op het moment dat u de caravan aan deze afnemers verkocht.

Wij vermoeden dat u deze facturen opzettelijk vals hebt opgemaakt en afgeleverd aan [bedrijf 2] Bv en [bedrijf 1] vof terwijl u wist dat deze facturen bestemd waren om ten onrechte als bewijs te dienen dat de caravans gebruikt waren terwijl ze in werkelijkheid nieuw waren.

Wat kunt u daarover verklaren.

Antwoord gehoorde:

Ja dat klopt ik heb daaraan meegewerkt op verzoek van afnemers en daarom marge vermeld terwijl ik wist dat het een gewoon een nieuwe caravan was. Ik merk verder op dat ik in dit setje documenten een factuur D-B-26 zie. Daarover kan ik verklaren dat dit een caravan is met verzwaarde uitdraaisteunen en een speciale beugel voor het reservewiel. Dit zijn accessoires die speciaal moeten worden opgegeven zodat dit in de fabriek tijdens de productie van de caravan kan worden gemonteerd.

5.

Een proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2010 (pag. 273), voor zover inhoudende het relaas van [verbalisant], waaruit blijkt zakelijk weergegeven:

De ondergetekende, [verbalisant], als ambtenaar werkzaam bij de Belastingdienst/Centrale administratie, verklaart op de eed bij de aanvang zijn bediening afgelegd, ten behoeve van [verdachte], [woonplaats], sofinummer [nummer 4] (hierna te noemen belastingplichtige):

- dat belastingplichtige is uitgenodigd tot het doen van aangifte omzetbelasting over de tijdvakken januari 2005 t/m september 2006. Een overzicht van de data waarop deze uitnodigingen op of omstreeks ter bezorging zijn aangeboden voeg ik als bijlage bij deze verklaring. Een afdruk van de gegevens voeg ik als bijlage bij deze verklaring.

- dat over de tijdvakken januari 2005 t/m april 2005 de aangiften omzetbelasting betreffende belastingplichtige elektronisch zijn binnengekomen via internet op de computersystemen van de Belastingdienst. De gegevens die op de door belastingplichtige ingediende aangiften zijn vermeld voeg ik als bijlagen bij deze verklaring. Tevens heb ik een vertaaltabel bijgevoegd om de gegevens te kunnen lezen.

6.

Een factuur d.d. 16 april 2004, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [naam 1] en met een factuurbedrag van Euro 14.000,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”; (vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 3 (Wi-OO1 t/m 30,D.Wi-001-7, doorgenummerde bladzijde 2839).

7.

Een factuur dd. 12 juli 2006. afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [naam 1] en met een factuurbedrag van Euro 18.750,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van twee Hobby caravans, waaronder een Hobby caravan type 400 SB, met een factuurbedrag van Euro 8.250,-, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagens”; (vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 3 (Wi-001-61 t/m 94),D.Wi-001-73, doorgenummerde bladzijde 3741).

8.

Een factuur dd. 27 juli 2005, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 1] en met een factuurbedrag van Euro 9.600,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”; (vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 4 (T-001 t/m 015), D.T-001-7, doorgenummerde bladzijde 4320).

9.

Een factuur d.d. 13 april 2005, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 11.850,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”; (vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 5 (R-033 t/m 43), D.R-033-18, doorgenummerde bladzijde 4948).

10.

Een factuur dd. 28 juni 2007, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 21.900 -, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van twee Hobby caravans, waaronder een Hobby caravan type 540 UK Excellent, met een factuurbedrag van Euro 12.600,-, en voorzien van het op- of bijschrift “beide marge wagens”;

(vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 5 (R-033-94 t/m 120) D-R-033-108, doorgenummerde bladzijde 6104 en 6105).

11.

Een factuur dd. 09 april 2008, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 11.7501 -, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan, en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”; (vindplaats document: Ordner Documenten, Zaak 5 (R-033-121 t/m 172) D-R-033-133, doorgenummerde bladzijde 6419).

12.

Een factuur d.d. 27 januari 2009, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 11.000,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een Hobby caravan en voorzien van het op- of bijschrift “marge wagen”; (vindplaats document: Ordner Documenten, Zaal.: 5 (R-033-173 t/m 190), D-R-033-175, doorgenummerde bladzijde 6967).

13.

Een factuur d.d. 28 juni 2007, afkomstig van [bedrijf verdachte], geadresseerd aan [bedrijf 2] en met een factuurbedrag van Euro 21.900,-, betreffende (zakelijk weergegeven) de verkoop en/of levering van een twee Hobby caravans en voorzien van het op- of bijschrift “beide marge wagens”; (vindplaats document: Ordner Documenten, Zaal.: 5 (R-033-173 t/m 190), D-R-020, doorgenummerde bladzijde 4816).

14.

Een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 1], waarin (zakelijk weergegeven) verkoper [naam 2] verklaart een gebruikte Hobby caravan te hebben verkocht aan [bedrijf 1] en [bedrijf 1] vermeldt die gebruikte Hobby-caravan op 06 april 2006 te hebben ingekocht voor Euro 8.950, -; (vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 4 (T-001 t/m 015), D-T-001.10, doorgenummerde bladzijde 4349).

15.

Een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 1], waarin (zakelijk weergegeven) verkoper, [bedrijf 3], verklaart een gebruikte Hobby caravan te hebben verkocht aan [bedrijf 1] en [bedrijf 1] vermeldt die gebruikte Hobby-caravan op 25 januari 2008 te hebben ingekocht voor Euro 15.680,-; (vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 4 (T-001 t/m 015),D-T-001.02, doorgenummerde bladzijde 4251).

16.

Een inkoopverklaring afkomstig van Wielinqa Caravans, waarin (zakelijk weergegeven) verkoper, [verdachte], verklaart een gebruikte Hobby caravan te hebben verkocht aan [bedrijf 4] en [bedrijf 4] vermeldt die gebruikte Hobby-caravan te hebben ingekocht voor Euro 8.950, -; (vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 02 (Wa-3 t/ru 25, D-Wa-6, doorgenummerde bladzijde 521).

17.

Een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 4], waarin (zakelijk weergegeven) verkoper, [verdachte], verklaart een gebruikte Hobby caravan te hebben verkocht aan [bedrijf 4] en [bedrijf 4] vermeldt die gebruikte Hobby-caravan te hebben ingekocht voor Euro 9.550, -; (vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 02 (Wa-3 t/m 25, D-Wa-17, doorgenummerde bladzijde 737).

18.

Een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 4], waarin (zakelijk weergegeven) verkoper, [verdachte], verklaart een gebruikte Hobby caravan te hebben verkocht aan [bedrijf 4] en [bedrijf 4] vermeldt die gebruikte Hobby-caravan te hebben ingekocht voor Euro 12.400, -; (vindplaats document: Ordner Documenten Zaak 02 (Wa-101 t/m 125, D-Wa-120, doorgenummerde bladzijde 2437).

19.

Een inkoopverklaring afkomstig van [bedrijf 1], waarin (zakelijk weergegeven) verkoper [naam 3] verklaart een gebruikte hobby caravan te hebben verkocht aan [bedrijf 1] en [bedrijf 1] vermeldt die gebruikte Hobby caravan op 29 mei 2007 te hebben ingekocht voor Euro 10.700,= (D-T-001.01 blz. 4236).

20.

Uitdraaien IKB van de Belastingdienst (D-B-001):

Met betrekking tot het jaar 2004 is een print gemaakt van de ingediende aangiften omzetbelasting uit klanten systeem van de belastingdienst (IKB). Deze gegevens bevatten de informatie over het indienen van de desbetreffende aangiften en de bedragen die erop vermeld zijn.

21.

Drie aangiften omzetbelasting van de maanden oktober 2004 tot en met december 2004. Deze 3 aangiften zijn met de pen ingevuld op naam van [verdachte] (D-B-001 C t/m E).

C: In de maandaangifte van oktober 2004 is bij vraag 1 a. “Leveringen/diensten belast met 19%” € 4.832,- aangegeven.

Bij vraag 5 g. “Totaal te betalen” is € 698,- ingevuld.

Bij vraag 4 b. “Verwervingen van goederen uit landen binnen de EU”, is niets ingevuld.

D: In de maandaangifte van november 2004 is bij vraag 1 a. “Leveringen/diensten belast met 19%” € 1.975,- aangegeven..

Bij vraag 5 g. “Terug te vragen” is € 333,- ingevuld.

Bij vraag 4 b. “Verwervingen van goederen uit landen binnen de EU”, is niets ingevuld.

E: In de maandaangifte van december 2004 is bij vraag 1 a. “Leveringen/diensten belast met 19%” € 2.973,- aangegeven.

Bij vraag 5 g. “Totaal te betalen” is € 604 ingevuld.

Bij vraag 4 b. “Verwervingen van goederen uit landen binnen de EU”, is niets ingevuld.

22.

Een document genummerd D-T-002 waaruit zakelijk weergegeven blijkt dat:

Belastingjaar 2005: volgens vertalingsbericht op pagina 8 en 9.

Pagina 4: OB maandaangifte januari onder nummer 17 MOA+O50 betaalde

omzetbelasting: € 834,-. Bij MOA O47 en bij MOA 022 zijn geen verwervingen uit de EG aangegeven.

Pagina 5: OB maandaangifte februari onder nummer 17 MOA+O50 betaalde

omzetbelasting: € 916,-. Bij MOA O47 en bij MOA 022 zijn geen verwervingen uit de EG aangegeven.

Pagina 6: OB maandaangifte maart onder nummer 17 MOA+O50 betaalde

omzetbelasting: € 726,-. Bij MOA O47 en bij MOA 022 zijn geen verwervingen uit de EG aangegeven.

Pagina 7: OB maandaangifte april onder nummer 17 MOA+O50 betaalde

omzetbelasting: € 532,-. Bij MOA O47 en bij MOA 022 zijn geen verwervingen uit de EG aangegeven.

23.

Een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel genummerd

D-B-004 waaruit blijkt dat verdachte op 3 januari 2001 de onderneming [verdachte] heeft opgericht. De rechtsvorm was een eenmanszaak en de bedrijfsomschrijving betrof de import en handel in caravans. Op voornoemd uittreksel is tevens te zien dat de activiteiten zijn gestaakt met ingang van 3 oktober 2005.