Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:2792

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-05-2014
Datum publicatie
27-05-2014
Zaaknummer
ak_zwo_13_1910
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Maatwerkvoorschriften met betrekking tot geluid.

Wetsverwijzingen
Activiteitenbesluit milieubeheer 2.17 en 2.20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: Awb 13/1910

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam] en [naam], beiden wonende te [woonplaats],

en

Vereniging tot Behoud van Twekkelo, gevestigd te Enschede,

eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Enschede,

verweerder.

Derde belanghebbende: Go Planet Expohall B.V., gevestigd te Enschede,

gemachtigde: mr. A.A. Robbers te Ugchelen.


Procesverloop

Bij besluit van 26 februari 2013 heeft verweerder maatwerkvoorschriften met betrekking tot geluid opgelegd aan Go Planet Expohall B.V. op het perceel Colosseum 70 te Enschede (hierna te noemen: Go Planet).

Het daartegen door eisers gemaakte bezwaar is bij besluit van 9 juli 2013 ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank van 3 april 2014 behandeld. Eisers [naam] en [naam] zijn in persoon verschenen, terwijl de Vereniging Behoud Twekkelo zich heeft doen vertegenwoordigen door haar voorzitter [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door G.J. Voelman en W. Kaastra, medewerkers van de gemeente Enschede. Voor derde belanghebbende zijn verschenen [naam], directeur van Go Planet, en mr. A.A. Robbers, voornoemd.

Overwegingen

Ter beoordeling ligt voor of verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten aan Go Planet maatwerkvoorschriften met betrekking tot geluid op te leggen, waardoor Go Planet maximaal 12 keer per jaar de voor haar geldende maximaal toegestane geluidsbelasting mag overschrijden.

Bij de beoordeling betrekt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden.

Op 8 oktober 2012 heeft Go Planet een melding op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) ingediend voor veranderingen van de bestaande inrichting aan het Colosseum 70 te Enschede. Het gaat daarbij om veranderingen van de inrichting van de bedrijfsindeling op de begane grond en het aldaar houden van (bedrijfs)feesten en concerten (in Hal 1).

Bij de aanvraag is een akoestisch rapport van 14 november 2012 gevoegd, opgesteld door ingenieursbedrijf Aveco de Bondt te Rijssen

De melding is op 17 oktober 2012 gepubliceerd in het weekblad Huis aan Huis.

Bij besluit van 24 januari 2013 heeft verweerder de melding geaccepteerd en daarbij het voornemen tot opleggen van maatwerkvoorschriften met betrekking tot geluid bekend gemaakt.

Bij besluit van 26 februari 2013 heeft verweerder aan Go Planet de volgende maatwerkvoorschriften opgelegd:

1.1.1

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties en door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten in de incidentele bedrijfssituatie 1), mag ter plaatse van de volgende beoordelingspunten niet meer bedragen dan:

Beoordelingspunt 1,2)

Omschrijving

Hoogte (in m)

06.00-19.00 uur

19.00-22.00 uur

22.00-06.00 uur

003

[adres]

1,5

5,0

45

-

-

40

-

36

004

[adres]

1,5

5,0

45

-

-

40

-

35

011

Referentiepunt oostzuidoost

5,0

55

50

45

012

Referentiepunt zuidoost

5,0

57

54

54

013

Referentiepunt

zuidwest

5,0

55

50

45

014

Referentiepunt zuidwest

5,0

55

50

45

015

Referentiepunt west

5,0

55

50

45

1) Incidentele bedrijfssituatie en ligging beoordelingspunten zoals opgenomen in het door Aveco de Bondt opgestelde rapport “Akoestisch onderzoek bij melding in het kader van het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer; referentie JRO/026/12.0172; d.d. 14 november 2012”

2) De niveaus ter plaatse van deze beoordelingspunten zijn exclusief een toeslag van 10 dB voor muziekgeluid

1.1.2

Een incidentele bedrijfssituatie dient minimaal tien werkdagen van te voren te worden gemeld bij de gemeente Enschede (t.a.v. afdeling Handhaving Objectgebonden, cluster Wettelijk Taken & Projecten van het Programma Leefomgeving). Hierbij dient minimaal te worden vermeld de aard, de aanvangstijd en de eindtijd van een dergelijke situatie.

1.1.3

Binnen de inrichting dient een lijst aanwezig te zijn waarop alle gedurende het kalenderjaar incidentele bedrijfssituaties zijn vermeld. Op de lijst dient tevens de aard, de aanvangstijd en de eindtijd van een dergelijke situatie te zijn aangegeven.

Het besluit is op 6 maart 2013 gepubliceerd in het weekblad Huis aan Huis.

Tegen dit besluit hebben eisers op 8 april 2013 bezwaar gemaakt. Zij zijn op 21 mei 2013 gehoord door de Commissie bezwaarschriften van de gemeente Enschede (hierna te noemen: de bezwarencommissie). De bezwarencommissie heeft op 4 juli 2013 advies uitgebracht en heeft daarbij geadviseerd het bezwaar van eisers ongegrond te verklaren en de maatwerkvoorschriften in stand te laten.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder overeenkomstig het advies van de bezwaren-commissie het bezwaar van eisers ongegrond verklaard en de maatwerkvoorschriften in stand gelaten.

Toetsingskader

Het toetsingskader is het Activiteitenbesluit. De gemeente Enschede heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om beleid vast te stellen ter zake van industrielawaai en vergunningverlening. Dit beleid is opgenomen in de Geluidnota Enschede 2009-2012 (hierna te noemen: de Geluidnota), welke bij besluit van 19 april 2011 door burgemeester en wethouders (gewijzigd) is vastgesteld.

In de Geluidnota zijn voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau per gebiedstype de toegestane geluidniveaus (richt- en grenswaarden) vastgesteld. Voor de aspecten waar de Geluidnota niet in voorziet gelden onverkort de bepalingen van het Activiteitenbesluit. Er is geen gemeentelijke verordening in werking getreden die gebieden aanwijst waar afwijkende normen voor inrichtingen gelden.

Ingevolge artikel 8.42, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40 met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen de verplichting worden opgelegd te voldoen aan voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het milieu, gesteld door een bij die maatregel aangegeven bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 2.17, eerste lid, onder a, van het Activiteitenbesluit, voor zover hier van belang, geldt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, dat de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer mogen bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden.

Ingevolge artikel 2.20, eerste lid, van het Activiteitenbesluit, voor zover hier van belang, kan het bevoegd gezag, in afwijking van de waarden bedoeld in artikel 2.17, bij maatwerkvoorschrift andere waarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vaststellen.

Ingevolge artikel 2.20, tweede lid, van het Activiteiten kan het bevoegd gezag slechts hogere waarden vaststellen dan de waarden, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 dan wel 6.12, indien binnen geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van gevoelige gebouwen, die zijn gelegen binnen de akoestische invloedssfeer van de inrichting, een etmaalwaarde van maximaal 35 dB(A) wordt gewaarborgd.

In artikel 2.20, zesde lid, van het Activiteitenbesluit, voor zover hier van belang, is bepaald dat het bevoegd gezag in afwijking van de waarden, bedoeld in artikel 2.17 bij maatwerkvoorschrift voor bepaalde activiteiten in een inrichting, anders dan festiviteiten, andere waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en het maximaal geluidsniveau kan vaststellen. Het bevoegd gezag kan daarbij voorschriften vaststellen met betrekking tot de duur van de activiteiten, het treffen van maatregelen, de tijdstippen waarop de activiteiten plaatsvinden of het vooraf melden per keer dat de activiteit plaatsvindt.

Artikel 2.20, zesde lid, van het Activiteitenbesluit is gebaseerd op paragraaf 5.3 van de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (hierna: de Handreiking). Daarin is onder meer vermeld dat volgens vaste jurisprudentie ontheffing kan worden verleend om maximaal 12 maal per jaar activiteiten uit te voeren die meer geluid veroorzaken dan de geluidsgrenzen voor de representatieve bedrijfssituatie uit de vergunning. Uitgangspunt daarbij is dat het per keer gaat om één, aaneengesloten, periode van maximaal een etmaal.

In paragraaf 5.3 van de Handreiking is echter geen toetsingskader opgenomen dat bij de beoordeling van de afwijking van de geluidsgrenswaarden moet worden gehanteerd. Het gemeentelijk geluidsbeleid, opgenomen in de Geluidnota, voorziet evenmin in een dergelijk toetsingskader. Het staat verweerder in zoverre dan ook vrij te bepalen met behulp van welk toetsingskader die afwijking wordt beoordeeld.

Verweerder heeft aansluiting gezocht bij de “Nota Evenementen met een luidruchtig karakter”, opgesteld door de Inspectie Milieuhygiëne Limburg te Heerlen in januari 1996 (verder te noemen: de Nota).

In de Nota is een toetsingskader opgenomen voor de beoordeling van het geluid vanwege grootschalige luidruchtige evenementen met een duur van één of enkele dagen, met een grote publieke belangstelling en een geluidproductie die tot (ver) buiten het terrein van het evenement hoorbaar is. Dit toetsingskader wat betreft het langtijdgemiddelde geluidniveau luidt als volgt:

Periode

Basisnorm

Max. niveau binnen

Gevelisolatie

Maximale gevel belasting

Dag (07.00-19.00)

35 dB(A)

50 dB(A)

20-25 dB(A)

70-75 dB(A)

Avond (07.00-23.00)

30db(A)

50 dB(A)

20-25 dB(A)

70-75 dB(A)

Nacht (23.00-01.00)

25 dB(A)

45 dB(A)

20-25 dB(A)

65-70 dB(A)

Nacht (01.00-07.00)

25 dB(A)

25 dB(A)

20-25 dB(A)

45-50 dB(A)

Beoordeling beroepsgronden

Niet in geding is dat verweerder, gelet op het Activiteitenbesluit, bevoegd was om maatwerkvoorschriften aan Go Planet op te leggen. Eisers kunnen zich echter - kort samengevat - niet met het bestreden besluit verenigen, omdat zij vinden dat hun belangen niet, althans onvoldoende, bij de afweging zijn meegewogen. Zo heeft verweerder naar de mening van eisers onvoldoende rekening gehouden met bestaande geluidsoverlast door activiteiten op het terrein van de UT, voetbalwedstrijden in de Grolsch Veste en de nabijgelegen cinema en ijshal. In dat verband wijzen eisers er op dat evenementen steeds vaker gelijktijdig plaatsvinden, waardoor sprake is van cumulatie van overlast, niet alleen door geluid maar ook anderszins, bijvoorbeeld door lichtuittreding van de Grolsch Veste, terwijl de geluidsoverlast in het buitengebied groter is. De controle en handhaving door gemeente en politie is volgens eisers ontoereikend, waardoor het opleggen van voorschriften geen nut heeft.

Volgens eisers is er wel een toetsingskader, te weten de Handreiking, waarin ook aandacht wordt geschonken aan de cumulerende effecten en ingevolge welke een straftoeslag van 10 dB(A) voor muziekgeluid moet worden toegepast. De Geluidnota van de gemeente Enschede is niet meer geldig en de Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter”, opgesteld door de Inspectie Milieuhygiëne Limburg te Heerlen, is niet van toepassing. Voorts zijn eisers het niet eens met de keuze/positionering van de referentiepunten.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

De inrichting van Go Planet is gevestigd aan het Colosseum 70 op het Industrieterrein Business & Science Park en Kanaalzone te Enschede en maakt deel uit van de zogenoemde “Funstreet”. Go Planet is een inrichting die zich richt op het organiseren van evenementen als beurzen, tentoonstellingen en congressen op divers gebied. De inrichting is gehuisvest in één gebouw, bestaande uit drie hallen die gelijktijdig in gebruik kunnen zijn.

In de directe omgeving van Go Planet bevinden zich verder voetbalstadion de Grolsch Veste, bioscoop Cine Star, een overdekte ijsbaan en de spoorlijn Enschede-Hengelo met station Drienerlo.

De afstand van de dichtstbij gelegen woningen van eisers, te weten de woning van eiser [naam] ([adres]) en de woning van eiser [naam] ([adres]) tot de inrichting bedraagt 375 meter respectievelijk 885 meter. Volgens de Geluidnota liggen deze woningen in het gebiedstype “Buitengebied”. Bij deze gebiedstypering geldt een richtwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45, 40 en 35 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Deze richtwaarde geldt ter plaatse van geluidgevoelige objecten of op een afstand van 50 meter van de inrichting indien binnen die afstand geen sprake is van geluidgevoelige objecten. De inrichting zelf, alsmede het gebied binnen 50 meter van de grens van de inrichting is gelegen in het gebiedstype “Ongezoneerd bedrijfsterrein”. Binnen 50 meter van de inrichting is geen sprake van woningen. Hierdoor gelden op deze afstand richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 55, 50 en 45 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode.

In het akoestisch onderzoek van ingenieursbureau Aveco de Bondt is de geluidsbelasting berekend op de twee meest nabijgelegen woningen ([adres]) en op een vijftal referentiepunten rond de inrichting. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen een representatieve bedrijfssituatie en een incidentele bedrijfssituatie. Onder een incidentele bedrijfssituatie, die maximaal 12 maal per jaar voorkomt, wordt een concert/muziekfeest in hal 1 (voormalige grote zaal) verstaan. Voor beide situaties zijn zowel het langtijdgemiddel-de beoordelingsniveau als de maximale geluidsniveaus berekend.

Blijkens het akoestisch onderzoek van Aveco de Bondt kan in de representatieve bedrijfs-situatie worden voldaan aan de van toepassing zijnde richtwaarden. In de incidentele bedrijfssituatie (concert/muziekfeest) wordt alleen de richtwaarde ter plaatse van de woning [adres] van 35 dB(A) in de nachtperiode met 1 dB(A) overschreden. Deze woning ligt op 200 meter afstand van de inrichting. Dit is overigens niet de woning van één van eisers. Bij de woning van eiser [naam] aan de [adres] wordt de richtwaarde van 35 dB(A) in de nachtperiode niet overschreden. Aangenomen mag worden dat daarom ook bij de op nog grotere afstand van de inrichting gelegen woningen, waaronder die van eiser [naam], geen sprake is van overschrijding van de richtwaarden.

Ter plaatse van referentiepunt 12 wordt de richtwaarde met 2, 4 en 9 dB(A) overschreden in de dag-, avond- en nachtperiode. Hierbij dient te worden vermeld dat de richtwaarden formeel gelden op een afstand van 50 meter van de inrichting. Referentiepunt 12 ligt, vanwege de bereikbaarheid met het oog op de handhaafbaarheid, op 30 meter van de inrichting. Dit betekent dat op 50 meter afstand lagere waarden zullen worden vastgesteld. Voorts is volgens Aveco de Bondt van belang dat het toepassen van de muziektoeslag in incidentele bedrijfssituaties binnen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer in Enschede achterwege wordt gelaten in die gevallen waarin wordt getoetst aan de Geluidnota.

Tussen partijen is niet in geschil en ook de rechtbank gaat ervan uit dat Aveco de Bondt is aan te merken als deskundig onderzoeksbureau met betrekking tot geluid. De rechtbank is niet gebleken van concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het rapport van Aveco de Bondt, reden waarom verweerder dat rapport aan zijn besluit tot het opleggen van maatwerkvoorschriften aan Go Planet ten grondslag heeft mogen leggen. Daarbij tekent de rechtbank aan dat de becijfering van eiser [naam] in het nadere beroepschrift niet is te zien als een contra-expertise door een deskundige.

Eisers hebben slechts met algemene stellingen en niet met een deskundigenrapport of op een andere wijze onderbouwd dat de geluidsvoorschriften voor hen leiden tot een onaanvaardbare geluidsoverlast.

Mede gezien de incidentele geringe overschrijding van de richtwaarde voor de nachtperiode en mede gelet op de afstanden van de woningen van eisers tot de inrichting, is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid de maatwerkvoorschriften aan Go Planet heeft kunnen opleggen. Daarbij tekent de rechtbank aan dat de normen die in de Geluidnota zijn opgenomen op onderdelen, zoals voor representatieve bedrijfssituaties en incidentele bedrijfssituaties in het buitengebied, lager zijn dan de normen die in het Activiteitenbesluit zijn opgenomen. Go Planet blijft binnen de normering van het Activiteitenbesluit waar het gaat om de representatieve bedrijfssituaties en overschrijdt deze met 1 dB(A) ten aanzien van slechts één woning op 200 meter van de inrichting, niet zijnde een woning van eisers, voor zover het gaat om incidentele bedrijfssituaties.

De geluidsbelasting bij de maatgevende dichtstbij gelegen woningen [adres] en [adres] voldoet voorts aan de in de Nota genoemde waarden. Daarmee is tevens gewaarborgd dat aan het volgens de Nota maximaal toelaatbare niveau van 45 dB(A) tussen 23.00 en 01.00 uur en 25 dB(A) van 01.00 tot 07.00 uur binnen in de nachtperiode wordt voldaan. Voorts vindt de overschrijding ten hoogste 12 keer per jaar plaats, hetgeen in overeenstemming is met de Handreiking.

Hetgeen eisers in beroep hebben aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel, gelet op het volgende.

Ten aanzien van de stelling dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven omdat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom van andere beoordelingsperioden is uitgegaan dan genoemd in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit, overweegt de rechtbank dat de woningen van eisers volgens de Geluidnota in het gebiedstype “Buitengebied” liggen. In verband met het veelal agrarische karakter van de in het gebiedstype “Buitengebied” voorkomende inrichtingen gelden voor dit gebiedstype afwijkende beoordelingsperioden. In het akoestisch onderzoek is deze etmaalindeling gehanteerd. De inrichting zelf ligt in het gebiedstype “Niet-gezoneerd industrieterrein”, waarvoor de beoordelingsperioden gelden volgens de Geluidnota zoals genoemd in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit.

Wat betreft het niet toepassen van de muziekcorrectie van 10 dB(A) heeft verweerder ter zitting verklaard dat deze straftoeslag alleen wordt toegepast ten aanzien van reguliere bedrijfssituaties en niet meer in incidentele bedrijfssituaties, waarbij wordt aangesloten bij de Nota. In die Nota gaat het erom of sprake is van onduldbare geluidshinder. Dit is een fysiek criterium, waarbij een theoretische toeslag van 10 dB(A) geen functie heeft. Daarbij is verder opgemerkt dat ook blijkens jurisprudentie de toepassingsruimte voor de Nota verder kan gaan dan het beoordelen van evenementen in de buitenlucht. Verweerder gebruikt die Nota als kader voor de beoordeling van de vraag of en wanneer sprake is van onduldbare hinder bij incidentele bedrijfssituaties als hier aan de orde. De rechtbank acht deze toelichting toereikend.

Ter zitting heeft verweerder desgevraagd verklaard dat de geldigheidstermijn van de Geluidnota op 15 januari 2013 is verlengd totdat een nieuwe nota is vastgesteld. Verweerder heeft de Geluidnota dan ook mede aan zijn besluit ten grondslag kunnen leggen.

Toetsing aan de Nota is in jurisprudentie bij herhaling geaccepteerd en de rechtbank ziet geen aanleiding om daar in dit geval anders over te oordelen.

De keuze voor de referentiepunten op 50 meter van de inrichting heeft te maken met het gebiedstype waarin deze referentiepunten gelegen zijn. In de Geluidnota zijn voorwaarden gesteld op grond waarvan gebieden worden aangewezen waarin de in de nota opgenomen geluidsnormen gelden, die afwijken van de beoordelingswaarden volgens het Activiteitenbesluit. Het beleid van de gemeente Enschede is dat de gebiedsgerichte normen voor alle inrichtingen gelden op de dichtstbijzijnde geluidgevoelige objecten of, als die objecten op grotere afstand ligt, op 50 meter vanaf de grens van de inrichting. De geluidgevoelige objecten die in het onderzoek van Aveco de Bondt zijn beoordeeld liggen alle op meer dan 50 meter van de inrichting. Dat de referentiepunten niet alle op 50 meter van de grens van de inrichting liggen - referentiepunt 12 ligt niet op 50 meter, maar op 30 meter van de inrichting - heeft te maken met eerdere onderzoeken waarin de ligging van de referentiepunten vanuit het oogpunt van handhaafbaarheid op bereikbare plaatsen zijn gelegd.

Aan het standpunt van eisers dat geluidemissie van de inrichting is onderschat gelet op de omvang van het gebouw, de positionering van het dak ten opzichte van de referentiepunten en de afstands- en bodemdemping, kan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend, nu eisers hun stelling op deze punten niet hebben onderbouwd met een deskundig tegenrapport.

Het feit dat in maatwerkvoorschrift 1.1.3 een woord lijkt te zijn weggevallen doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de duidelijkheid van de inhoud en strekking van dat maatwerkvoorschrift, namelijk dat de incidentele bedrijfssituaties (met andere woorden: evenementen met een luidruchtig karakter) die gedurende het kalenderjaar zullen plaatsvinden zijn vermeld, inclusief aard, aanvangs- en eindtijd. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat de evenementen als een verrassing zullen komen voor eisers.

Verder is betoogd dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat naast de 12 keer per jaar waarop overschrijding van de algemene geluidsnormen mag plaatsvinden, ook op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2009 nog twee individuele festiviteiten zijn toegestaan, waardoor de inrichtingshouder 14 keer of meer per jaar de mogelijkheid krijgt om meer geluid te maken. Tegen de twee extra evenementen per jaar die op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2009 mogelijk zijn, kunnen eisers in rechte opkomen indien zich zodanige evenementen voordoen. In het kader van de belangenafweging heeft verweerder daaraan geen doorslaggevende betekenis hoeven geven.

Dat de controle en handhaving door gemeente en politie ontoereikend is, waardoor het opleggen van voorschriften geen nut zou hebben, is, wat daar verder van zij, een handhavingsaspect dat buiten de omvang van dit geding blijft.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten de in geding zijnde maatwerkvoorschriften aan Go Planet op te leggen en dat verweerder daarbij voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de omwonenden. Het bestreden besluit kan daarom in stand kan worden gelaten. Het beroep van eisers is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, voorzitter, en mr. J.W.M. Bunt en mr. D. Hardonk-Prins, leden, in aanwezigheid van G. Kootstra griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.