Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:2402

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-05-2014
Datum publicatie
16-12-2014
Zaaknummer
ak_zwo_14_147_14_768
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Weigering om in aanmerking te komen voor doorstroming naar de functie van Senior Gebiedsgebonden Politie (GGP) betreffende basispolitiefunctionaris met taakaccent Jeugd; korpschef heeft extra competenties bij beoordeling mogen betrekken; beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummers: Awb 14/147 en Awb 14/768

uitspraak van de enkelvoudige kamer in het geschil tussen

[eiseres]

wonende te Hengelo, eiseres,

gemachtigde: mr. K. Kromhout,

en

Korpschef van Politie,

verweerder.

14/147

Procesverloop

Bij besluit van 13 juni 2013 heeft verweerder de beoordeling van eiseres over de periode

1 november 2010 tot en met 31 december 2012 vastgesteld.

Bij het thans bestreden besluit van 11 december 2013 heeft verweerder het door eiseres tegen die beoordeling ingediende bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit bij brief van 17 januari 2014 beroep ingesteld, welk beroep is geregistreerd onder nummer Awb 14/147.

Bij besluit van 23 januari 2014 heeft verweerder het verzoek van eiseres om in aanmerking te komen voor doorstroming naar de functie van Senior Gebieds Gebonden Politie (GGP), afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiseres op 27 februari 2014 bezwaar gemaakt, met het verzoek dit, vanwege de samenhang met het beroep van 17 januari 2014, als rechtstreeks beroep door te zenden naar de rechtbank.

Bij brief van 28 maart 2014 heeft verweerder ingestemd met het verzoek van eiseres en het bezwaarschrift ter verder behandeling als zijnde een rechtstreeks beroep aan de rechtbank gezonden. Dit beroep is geregistreerd onder nummer Awb 14/768.

De beroepen zijn ter zitting van 22 april 2014 behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Dijk en M. Castilla – ter Beek.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet, gelet op de samenhang van beide procedures, aanleiding om eiseres rechtstreeks te ontvangen in haar beroep tegen het besluit van 23 januari 2014. Een beoordeling boven de norm vormt immers één van de voorwaarden om voor doorstroming in aanmerking te komen.

2. In geschil is of verweerder in het bestreden besluit van 11 december 2013 terecht het bezwaar van eiseres tegen haar beoordeling over de periode van 1 november 2010 tot en met 31 december 2012 ongegrond heeft verklaard en of verweerder in het besluit van 23 januari 2012 terecht het verzoek van eiseres om in aanmerking te komen voor doorstroming naar de functie van Senior Basispolitiefunctionaris heeft afgewezen.

3. Eiseres is sinds 1 april 1993 werkzaam als basispolitiefunctionaris, in Team Oldenzaal.

Sedert 2000 met het taakaccent Jeugd.

Bij brief van 23 december 2012 heeft eiseres bij verweerder een verzoek ingediend om door te stromen van de functie van Generalist GGP naar Senior GGP, overeenkomstig het loopbaanbeleid, zoals dat is verwoord in het kader van de Tweede tranche van harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden politie (HAP II). Op 13 juni 2013 heeft verweerder een beoordeling opgemaakt over het tijdvak 1 november 2010 tot en met 31 december 2012.

Daarbij zijn een aantal competenties als goed beoordeeld en een aantal competenties als voldoende beoordeeld.

Tevens is daarbij een verklaring “Verwachte geschiktheid voor de functie: Senior Basispolitiefunctionaris” opgemaakt, waarin is geoordeeld dat eiseres niet geschikt is voor die functie.

4 Beroep Awb 14/147

Eiseres stelt zich ten aanzien van de beoordeling op het standpunt dat de totaalscore van een voldoende dient te worden gewijzigd in een goed en stelt dat verweerder er niet in is geslaagd om de houdbaarheid van de voldoende scores te onderbouwen.

Daarnaast wijst eiseres er op dat het competentieprofiel van de Generalist GGP binnen de regio slechts 6 competenties kent terwijl zij op 9 competenties is beoordeeld. De competenties Netwerkvaardigheid, Organisatievermogen en Probleemanalyse zijn toegevoegd.

Eiseres stelt dat verweerder ten onrechte bij drie competenties (Initiatief, Organisatievermogen en Probleemanalyse) ter onderbouwing van de voldoendes heeft aangegeven dat zij meer projecten had kunnen/moeten draaien. Eiseres stelt dat dat geen taak van de Generalist GGP is.

Daarnaast stelt zij dat geenszins te doorgronden is op welke competenties beoordeeld wordt en wanneer verweerder het functioneren beoordeelt met een voldoende en wanneer met een goed, waardoor het voor haar moeilijk is om haar stelling van bewijslevering te voorzien. Tenslotte stelt eiseres dat gelet op de toelichting bij het punt Netwerkvaardigheid niet is in te zien waarom deze een voldoende scoort in plaats van een goed.

5. De rechtbank stelt vooreerst vast dat de toetsing van de inhoud van een beoordeling volgens vaste jurisprudentie is beperkt tot de vraag of de beoordeling op voldoende gronden rust. In het geval van een negatieve beoordeling ligt het op de weg van het betrokken bestuursorgaan in rechte genoegzaam aan te tonen dat die waardering niet op onvoldoende gronden berust. Niet beslissend is of elk feit ter adstructie van een waardering boven elke twijfel verheven is en niet van doorslaggevend belang is of bepaalde feiten onjuist blijken te zijn vastgesteld of geïnterpreteerd. Het gaat er om of in het totale beeld van de in beschouwing genomen gezichtspunten de gegeven waarderingen de even bedoelde toetsing kunnen doostaan. Naarmate de beoordeling positiever is, komt de bewijslast meer bij de beoordeelde te liggen.

De rechtbank stelt in dat verband vast dat eiseres op zes van de negen competenties een “voldoende” scoort en op drie “goed”. Hierdoor is sprake van een gunstige beoordeling waarbij op eiseres de bewijslast ligt dat van een onjuiste waardering sprake is.

Ten aanzien van het aantal competenties heeft verweerder gemotiveerd aangegeven dat bij alle Generalisten GGP die een of meer taakaccenten hebben, de drie door eiseres genoemde extra competenties bij de beoordeling worden betrokken. Eiseres heeft het taakaccent Jeugd. De stelling van eiseres dat deze wijze van beoordeling niet in overeenstemming is met de circulaire loopbaanbeleid (bijlage 6 bij de circulaire HAP II van de Minister van Veiligheid en Justitie van 18 november 2010, kenmerk 2010-0000721508) en in strijd is met het gelijkheidsbeginsel omdat een Generalist GGP slechts op 6 competenties wordt beoordeeld en een generalist GGP met een taakaccent op 9 competenties wordt beoordeeld, volgt de rechtbank niet.

Daartoe overweegt de rechtbank dat in de circulaire ten aanzien van de beoordeling is aangegeven dat geldt dat deze recent is vastgesteld in de huidige functie. De rechtbank acht het alleszins redelijk dat verweerder onder de huidige functie tevens het toebedeelde taakaccent verstaat. Daarmee worden zowel de generalist GGP als de generalist met een taakaccent over de volle omvang van de door hun uitgeoefende functie beoordeeld. Dat de generalist met een taakaccent op meer competenties wordt beoordeeld doet daar niets aan af, aangezien hij of zij, zoals van de zijde van verweerder terecht is opgemerkt, ook meer mogelijkheden heeft om zich binnen zijn specifieke taakveld verder te ontwikkelen.

Voorts stelt de rechtbank in dat verband vast dat in de circulaire is gesignaleerd dat de regiokorpsen verschillende beoordelingssystemen en normen gebruiken, doch dat deze verschillen geen beletsel vormen om te kunnen vaststellen of een medewerker tenminste voldoende functioneert. Dat het bij het korps Twente gebruikelijk is om een generalist met een taakaccent op deze manier te beoordelen is dan ook niet in strijd met de circulaire.

Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling is de rechtbank van oordeel dat verweerder er op kon wijzen dat het opzetten van kleinschalige projecten ook van een generalist (met een taakaccent) mag worden verwacht. Zo geeft verweerder ten aanzien van de competentie Probleemanalyse aan dat eiseres weliswaar goed in staat is om problemen te herkennen en informatie te verzamelen, maar dat van haar, juist in verband met haar taakaccent Jeugd, had mogen worden verwacht dat zij middels een (kleinschalig) project zou laten zien dat haar ontwikkeling op dit punt tot een meer dan “voldoende” beoordeling had moeten leiden.

Ook ten aanzien van de competentie Organisatievermogen wijst verweerder er terecht op dat eiseres slechts één project heeft opgezet, zodat ook voor deze competentie niet is aangetoond dat het niveau als meer dan “voldoende” is.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat ook de score “voldoende” voor de competentie Initiatief door verweerder afdoende is onderbouwd door aan te geven dat van eiseres meer initiatief had mogen worden verwacht middels projecten en wijkaandachtspunten in haar taakaccent.

Daarnaast heeft verweerder in het verweerschrift gemotiveerd aangegeven dat de bewoordingen van de toelichting bij de competentie Netwerkvaardigheid de nodige ruimte laten die eiseres had kunnen benutten om meer te laten zien. Ook hier heeft eiseres niet aangetoond dat dit tot een score “goed” had moeten leiden.

Voorts deelt de rechtbank verweerders standpunt dat zelfs indien die competentie met “goed” zou zijn beoordeeld, dit er niet toe zou leiden dat sprake is van een totale beoordeling boven de norm. In dat verband acht de rechtbank het alleszins redelijk dat verweerder de richtlijn hanteert dat bij 3 voldoendes of meer op de hoofdbestanddelen, i.c. competenties, geen sprake is van een beoordeling boven de norm.

De rechtbank is dan van oordeel dat verweerder de scores voldoende heeft onderbouwd en dat eiseres er niet in is geslaagd om de rechtbank ervan te overtuigen dat van een onjuiste waardering sprake is en dat verweerder ten onrechte spreekt van ontwikkel- en verbeterpunten.

6. Het beroep gericht tegen het besluit van 11 december 2013 is daarom ongegrond.

7 Beroep Awb 14/768

Ten aanzien van de weigering om eiser in aanmerking te brengen voor doorstroming naar de functie Senior GGP, stelt eiseres dat haar geschiktheid voor die functie reeds blijkt uit het draaien van diensten als Senior van Dienst. Daarnaast geeft zij aan dat de verklaring van haar leidinggevende dat zij zodanig functioneert binnen het team dat een functie in schaal 8 een logische vervolgstap voor haar is, niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is.

Eiseres meent dat de invulling die verweerder geeft aan de beoordeling van de verwachte geschiktheid niet strookt met de Circulaire en uitvoeringsafspraken HAP II.

8. De rechtbank stelt vooreerst vast dat het formulier geschiktheid geen afzonderlijk voor beroep vatbaar besluit betreft maar onderdeel uitmaakt van het besluit om eiseres niet conform haar verzoek te bevorderen naar de functie Senior GGP.

Voorts stelt de rechtbank vast op dat op de beoordeling van dit geschil het volgende wettelijk kader van toepassing is.

Op 1 november 2010 is, als uitwerking van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007, de circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche of kortweg de circulaire HAP II (Stcrt. 2010, nr. 19782) in werking getreden. In bijlage 6 van de circulaire HAP II is het Loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior binnen de GGP opgenomen. In het kader van dit loopbaanbeleid zijn binnen de politie collectieve afspraken gemaakt en eisen gesteld aan de mogelijkheden tot doorstroming van ambtenaren binnen de GGP naar een volgend niveau of volgende functie.

Voor doorstroming van de generalist GGP naar de senior GGP gelden op grond van dat loopbaanbeleid de volgende eisen:

- een met goed gevolg afgeronde functiegerichte aangewezen opleiding op niveau 4;

- relevante werkervaring als generalist GGP;

- vakmanschap blijkend uit een recente beoordeling boven de norm met daarin opgenomen verwachte geschiktheid voor senior GGP;

- een eventueel door het korps te stellen geografische stap en/of werkterrein c.q. aandachtsgebied als aanvullende voorwaarde.

District Twente heeft geen aanvullende voorwaarden als hier voor bedoeld gesteld. Bij district Twente diende men derhalve om door te stromen van generalist GGP naar senior GGP aan de eerste drie eisen te voldoen.

Nu de beoordeling van eiseres, welke zoals hiervoor is opgenomen niet boven de norm is, in rechte in stand wordt gelaten voldoet eiseres reeds hierom niet aan de vereisten voor doorstroming naar de functie van Senior Basispolitiefunctionaris.

Overigens is de rechtbank van oordeel dat verweerder gemotiveerd heeft aangegeven dat eiseres met het draaien van seniordiensten de gelegenheid heeft gekregen om zich verder te ontwikkelen ten aanzien van de briefing voorafgaande aan de dienst, doch dat dit slechts een beperkt facet van de werkzaamheden van de Senior GGP betreft. Daarnaast heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiseres binnen de functie van Generalist GGP nog ontwikkelpunten heeft ten aanzien van coördinatievermogen, het geven van sturing en het opzetten en uitvoeren van projecten. Voorts heeft verweerder gemotiveerd aangegeven dat de geschiktheidsverklaring voor een schaal 8 functie welke in een eerder stadium door haar leidinggevende is afgegeven, met name gericht was op een geschiktheid voor een functie die in het verlengde lag van haar, in de dialoog van december 2011 geuite, wens om zich in de toekomst te specialiseren op het gebied van jeugd en zeden. Die gestelde geschiktheid lag dus in het verlengde van haar taakaccent Jeugd hetgeen, naar verweerder terecht opmerkt, niet wil zeggen dat zij in zijn algemeenheid geschikt is voor de functie van Senior GGP.)

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat ook het besluit van 23 januari 2014 in rechte in stand kan worden gelaten.

9. Het beroep gericht tegen het besluit van 23 januari 2014 is daarom ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.F. Bijloo, rechter, in aanwezigheid van M.W. Hulsman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.