Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:2320

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-04-2014
Datum publicatie
01-05-2014
Zaaknummer
C-08-153710 - KG ZA 14-118
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Zorgplicht notaris. Voorschot op schadevergoeding in kort geding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/153710 / KG ZA 14-118

datum vonnis: 18 april 2014 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

verder te noemen [eiser],

advocaat: mr. P.L. Nijmeijer te Roosendaal,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen de notaris,

advocaten: mr. J.W. van der Horst en mr. J. van Veen te Amsterdam.

1 Het procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties;

  • -

    de akte houdende producties aan de zijde van de notaris;

  • -

    de mondelinge behandeling op 4 april 2014;

  • -

    de pleitnota van [eiser];

  • -

    de pleitnota van de notaris.

1.2

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1

Op 2 juni 2008 heeft de notaris een hypotheekakte gepasseerd, waarbij [eiser] een lening van € 1.000.000,00 heeft verstrekt aan Holland Estate B.V. en een drietal andere schuldenaren (hierna gezamenlijk te noemen Holland Estate c.s.). De lening had een looptijd van zes maanden en het rentepercentage bedroeg 25%. Ter zekerheid van de (terug)betalingsverplichting van Holland Estate c.s. verkreeg [eiser] een eerste recht van hypotheek op percelen landbouwgrond te Roden. Van deze percelen grond werd verwacht dat ze op korte termijn van bestemming zouden wijzigen, als gevolg waarvan de waarde aanzienlijk zou stijgen.

2.2

Holland Estate c.s. zijn failliet verklaard en hebben het van [eiser] geleende bedrag niet terugbetaald. Voorts bleek de waarde van de percelen landbouwgrond te Roden lager dan het uitgeleende bedrag.

2.3

[eiser] verwijt de notaris dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden door hem niet te informeren c.q. te wijzen op het risico van een te lage dekkingswaarde van de grond te Roden en is een procedure begonnen tegen de notaris. Bij vonnis van 15 juni 2011 heeft de rechtbank Almelo de vorderingen van [eiser] afgewezen. [eiser] is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan.

2.4

Bij arrest van 26 november 2013 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onder meer voor recht verklaard dat de notaris aansprakelijk is voor de door [eiser] (door de beroepsfout van de notaris) geleden en nog te lijden schade, met dien verstande dat 30% van de schade voortvloeit uit eigen schuld aan de zijde van [eiser]. Voorts is de notaris veroordeeld aan [eiser] te betalen een bedrag overeenkomende met 70% van de geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de inleidende dagvaarding tot aan de dag van betaling.

2.5

Op 2 april 2014 heeft de notaris een vordering tot herroeping van voormeld arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ingesteld.

3 De standpunten

3.1

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de notaris te veroordelen om aan hem te betalen een bedrag van € 1.018.678,25. Tevens vordert [eiser] veroordeling van de notaris in de kosten van deze procedure.

3.2

[eiser] stelt daartoe dat de notaris tegen het arrest van 26 november 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geen cassatie heeft ingesteld. Bij brief van 24 december 2013 heeft [eiser] aan de notaris een schadeopstelling toegestuurd met het verzoek 70% van het totaalbedrag hiervan aan [eiser] te vergoeden. De notaris is niet bereid tot betaling over te gaan. In de door [eiser] op te starten schadestaatprocedure zal de door [eiser] gevorderde schade volledig en definitief kunnen worden beoordeeld. [eiser] vordert in de onderhavige procedure alvast een voorschot op de volledige schade, bestaande uit vier posten van de schadeopstelling die volgens [eiser] objectief gezien onbetwistbaar zijn en waarvan nu reeds vast staat dat deze in de bodemprocedure zonder meer zullen worden toegewezen.

3.3

De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

De vordering van [eiser] strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, bij afweging van de belangen van partijen, aan toewijzing niet in de weg staat.

4.2

De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiser] (de omvang van) zijn vordering thans niet in hoge mate aannemelijk heeft gemaakt. [eiser] vordert betaling van 70% van een viertal schadeposten, te weten:

- de niet terug ontvangen lening € 1.000.000,00

- de wettelijke rente hierover vanaf 28 oktober 2009

tot 1 april 2014 € 153.036,27

- de door [eiser] aan zijn eigen firma Ralton

verschuldigde rente (vanaf 02-06-2008) € 278.551,91

- de wettelijke rente hierover vanaf 28 oktober 2009

tot 1 april 2014 € 23.666.46

De notaris heeft per gevorderde post gemotiveerd uiteengezet waarom deze volgens hem niet voor vergoeding in aanmerking komt. Hoewel naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet valt uit te sluiten dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van het handelen van de notaris, is in dit geding -tegenover de gemotiveerde betwisting van de notaris- onvoldoende aannemelijk geworden waaruit die schade bestaat en wat de omvang daarvan is. De (omvang van de) door [eiser] geleden schade is voorshands niet zo duidelijk is dat de voorzieningenrechter daarop de begroting van enig voorschot zou kunnen baseren. Eén en ander vergt een nader onderzoek, waarvoor dit kort geding zich niet leent. De schadestaatprocedure is daarvoor de geëigende weg.

4.3

Voorts acht de voorzieningenrechter van belang dat de notaris een vordering tot herroeping tegen het arrest van 26 november 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft ingesteld. De notaris stelt dat dat sprake is van bedrog aan de zijde van [eiser] en dat hij stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van [eiser] waren achtergehouden. De notaris verwijt [eiser] onder meer dat [eiser] het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet heeft geïnformeerd over de (appel)procedure tegen zijn toenmalige advocaten ter zake de onderhavige transactie. Op 9 juli 2013 heeft het gerechtshof Den Bosch in die procedure een tussenarrest gewezen, waarbij is geoordeeld dat de advocaten zijn tekort geschoten in de uitvoering van hun diensten als advocaat. Het gerechtshof heeft voorts geoordeeld dat het beroep op eigen schuld van [eiser] gegrond is en dat 50% van de schade voor rekening van [eiser] moet blijven. Op 25 maart 2014 heeft het gerechtshof Den Bosch in die procedure een eindarrest gewezen. Daarnaast blijkt uit het arrest van het gerechtshof Den Bosch van 9 juli 2013 het bestaan van een e-mailcorrespondentie van 22 november 2007 tussen [eiser] en zijn advocaten waaruit volgens de notaris de wetenschap van [eiser] over de aard van de investeringen en de waarde van het onderpand onverkort blijkt. De notaris verwijt [eiser] dat hij heeft nagelaten deze e-mailcorrespondentie in de procedure tegen de notaris te overleggen. Indien het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bekend was geweest met deze e-mailcorrespondentie, zou dit volgens de notaris in ieder geval tot een andere mate van eigen schuld hebben geleid.

4.4

De voorzieningenrechter acht de door de notaris gestelde gronden voor herroeping voorshands niet volstrekt kansloos. Ook in de onderhavige procedure heeft [eiser] de voorzieningenrechter overigens niet geïnformeerd over de (appel)procedure tegen zijn toenmalige advocaten. Evenmin heeft [eiser] voornoemd eindarrest van 25 maart 2014 van het gerechtshof Den Bosch overgelegd. Voorts acht de voorzieningenrechter het niet ondenkbaar dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, indien het oordeel over de aansprakelijkheid van de notaris in stand blijft, vervolgens een andere omvang van de schadevergoedingsplicht van de notaris vaststelt. Hierbij acht de voorzieningenrechter onder meer van belang dat [eiser] thans in de procedure tegen de notaris 70% van zijn schade vergoed zou zien en in de procedure tegen zijn toenmalige advocaten 50% van de schade.

Dit komt neer op een vergoeding van 120% van de schade, terwijl de gerechtshoven ook 30% respectievelijk 50% eigen schuld aan de zijde van [eiser] hebben bepaald.

4.5

Ten aanzien van de stelling van [eiser] dat tegen de notaris c.q. zijn verzekeraar inmiddels een groot aantal procedures loopt van andere gedupeerden en hij er rekening mee houdt dat de notaris c.q. zijn verzekeraar niet al deze claims zal kunnen voldoen, overweegt de voorzieningenrechter dat een beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar in zijn algemeenheid voldoende solvabel is. Het spoedeisend belang vloeit hieruit niet voort.

4.6

Met inachtneming van het onder 4.1 geformuleerde criterium leiden voornoemde overwegingen tot de slotsom dat de vordering van [eiser] tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding thans zal worden afgewezen.

4.7

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld. De voorzieningenrechter zal hierbij het liquidatietarief hanteren, nu de notaris onvoldoende heeft gesteld om de werkelijk gemaakte proceskosten toe te kunnen wijzen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst de vordering van [eiser] af;

II. veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van de notaris begroot op € 1.519,00 aan verschotten en € 816,00 aan salaris van de advocaat.

III. verklaart onderdeel II. van het dictum uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.