Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:2094

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-04-2014
Datum publicatie
18-04-2014
Zaaknummer
08/770016-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met iemand jonger dan 16 jaar en het bezit van kinderporno. De rechtbank veroordeelt de verdachte daarom tot een gevangenisstraf van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar. Ook legt de rechtbank aan verdachte een contactverbod met de familie van het slachtoffer en het slachtoffer zelf op en moet de verdachte zich laten behandelen. Ten slotte moet verdachte een schadevergoeding van €5000,- betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/770016-13

Datum vonnis: 18 april 2014

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats],

wonende in [plaats], [adres].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

4 april 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman

mr. M. van der Veen, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er op neer, kort en feitelijk weergegeven, dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 mei 2012 ontucht heeft gepleegd met een jongen onder de zestien jaar;

feit 2: in de periode van 1 januari 2011 tot en met februari 2013 ontuchtige handelingen heeft afgedwongen bij een jongen onder de achttien jaar;

feit 3: op 17 februari 2013 kinderporno in zijn bezit heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met

3 mei 2012 in de gemeente Wierden, met [slachtoffer] (geboren [geboortedag] 1996), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het meermalen, althans eenmaal, opzettelijk ontuchtig:

- betasten van en/of voelen aan en/of vastpakken van en/of aftrekken van de penis van die [slachtoffer] en/of

- laten voelen aan en/of betasten van zijn, verdachtes, penis en/of zich laten aftrekken door die [slachtoffer];

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 17 februari 2013 in de gemeente Wierden, in elk geval in Nederland, een of meermalen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten:

- het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en aangever en/of

- het psychische en/of emotionele overwicht,

een persoon, [slachtoffer], geboren op [geboortedag] 1996 waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, (telkens) opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden, te weten:

- het voelen aan of betasten van de penis van die [slachtoffer] en/of

- het aftrekken van de penis van die [slachtoffer] en/of

- het duwen en/of brengen van de penis van hem, verdachte, in de mond van die [slachtoffer] en/of

- het duwen/drukken van de zijn, verdachtes, penis tegen de anus van die [slachtoffer] en/of

- het in de mond nemen van en/of zuigen aan de penis van die [slachtoffer]

- het door die [slachtoffer] laten vastenpakken van en/of voelen aan de penis van hem, verdachte,

- het door die [slachtoffer] in de mond laten nemen van en/of zuigen aan de penis van hem, verdachte;

3.

hij op of omstreeks 17 februari 2013 in de gemeente Wierden, in elk geval in Nederland, één of meermalen 175 en/of (aldus) een (groot) aantal, in elk geval een of meer afbeelding(en) (te weten: 92 foto's en/of 83 films) en/of (een) gegevensdrager(s), te weten 31, althans één of meer CD's en/of DVD's en/of een notebook (merk Toshiba) en/of 2, althans één of meer harddisks' (merk Lacie en/of Packard Bell) en/of 2, althans één of meer desktops (merkloos) en/of 1 usb stick (merkloos), bevattende 175 en/of (aldus) een (groot) aantal, in elk geval één of meer afbeeldingen, heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het oraal penetreren met de penis van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen met (een) vinger(s)/hand van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in

opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de drie tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met oplegging van bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het rapport van de reclassering van 21 februari 2014. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om verdachte een contactverbod met het slachtoffer en zijn familie op te leggen.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten gevorderd. Ten aanzien van feit 1 baseert zij zich op de verklaring van aangever en op de verklaring van verdachte. De officier van justitie acht de tenlastegelegde periode bewezen. Dat verdachte op de zitting heeft verklaard dat in januari 2013 de eerste keer is geweest dat er seksueel contact heeft plaatsgevonden acht zij niet geloofwaardig, nu verdachte in een eerder stadium bij de politie heeft verklaard dat de contacten er al in 2012 waren en verdachte tijdens zijn verhoor in mei 2013 heeft verklaard dat er al drie tot vier jaren contact met [slachtoffer] was.

Ten aanzien van feit 2 baseert de officier van justitie zich eveneens op de verklaring van aangever en de verklaring van verdachte. Er was vanwege het grote leeftijdsverschil en vanwege psychische factoren sprake van overwicht in de relatie tussen verdachte en aangever. Wat betreft de periode stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat deze voor het geheel bewezen kan worden; verdachte spreekt weliswaar over een kortere periode dan aangever, maar er is geen reden om aan de verklaring van aangever te twijfelen.

Ten aanzien van feit 3 baseert de officier van justitie zich op de verklaring van verdachte en het proces-verbaal van bevindingen van de zedenrechercheurs.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten bewezen verklaard kunnen worden.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1 en feit 2

Vanwege het verband tussen deze feiten zal de rechtbank de feiten gezamenlijk bespreken. De rechtbank is evenals de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft gepleegd123. Wat betreft de tenlastegelegde periode overweegt de rechtbank dat uit de verklaring van verdachte4 in samenhang met de verklaring van aangever5 volgt dat verdachte in deze periode de bewezenverklaarde ontuchtige handelingen heeft gepleegd. Hoewel verdachte herhaaldelijk heeft verklaard dat het eerste seksuele contact met aangever plaatsvond in november 2012, toen aangever al zestien jaar was, volgt de rechtbank verdachte daarin niet. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij aangever al langer kende en dat de contacten met aangever zo’n drie à vier jaren geleden zijn begonnen en dat aangever toen veertien à vijftien jaar was. Aangever heeft verklaard dat hij in de lente van 2011 door verdachte is uitgenodigd op Hyves en dat hij toen veertien, dan wel net vijftien jaar was. Voorts heeft aangever verklaard dat hij eind 2011 of begin 2012 naar verdachte is toegegaan omdat hij van het gezeur af wilde zijn en aangever heeft verklaard dat in de lente van 2012, tegen zijn zestiende verjaardag aan, er weer contact met verdachte is geweest, waar seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.

Voor zover verdachte nog heeft willen betogen dat aangever telkens uit zichzelf naar hem toe kwam en dat aangever het initiatief nam voor de seksuele handelingen, zodat er geen sprake was van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, is de rechtbank van oordeel dat uit de verklaring van aangever6 volgt dat het verdachte was die via Facebook telkens over het seksueel contact begon, terwijl aangever hem herhaaldelijk liet weten dat hij dat niet wilde. Ook heeft aangever verklaard dat hij, om dan maar van het gezeur af te zijn, naar verdachte is gegaan.

Aangever heeft tevens verklaard7 dat, nadat verdachte hem had gezegd zijn broek uit te doen, hij dat uit angst heeft gedaan, omdat hij bang was dat aangever hem zou slaan. Uit de verklaring die verdachte ten overstaan van de politie heeft afgelegd blijkt dat verdachte wist dat aangever bang was om geslagen te worden8, omdat aangever hem een keer heeft gezegd dat als hij klappen krijgt, hij dan nooit zou komen. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte weet had van de angst van aangever en er toch over is begonnen, zodat de rechtbank het tenlastegelegde ook op dat punt bewezen acht.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank is evenals de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte het onder feit 3 tenlastegelegde heeft gepleegd 910

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 mei 2012 in de gemeente Wierden met [slachtoffer] (geboren [geboortedag] 1996), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig laten voelen aan en betasten van zijn, verdachtes, penis en zich laten aftrekken door die [slachtoffer];

2.

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 februari 2013 in de gemeente Wierden door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten:

- het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en aangever en

- het psychische en emotionele overwicht,

een persoon, [slachtoffer], geboren op [geboortedag] 1996 waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen of van verdachte te dulden, te weten:

- het voelen aan of betasten van de penis van die [slachtoffer] en

- het aftrekken van de penis van die [slachtoffer] en

- het duwen en/of brengen van de penis van hem, verdachte, in de mond van die [slachtoffer] en

- het duwen/drukken van zijn, verdachtes, penis tegen de anus van die [slachtoffer] en

- het in de mond nemen van en zuigen aan de penis van die [slachtoffer],

- het door die [slachtoffer] laten vastpakken van en voelen aan de penis van hem, verdachte,

- het door die [slachtoffer] in de mond laten nemen van en zuigen aan de penis van hem, verdachte;

3.

hij op 17 februari 2013 in de gemeente Wierden gegevensdragers, bevattende 175 afbeeldingen, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en anaal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en

het oraal penetreren met de penis van het lichaam van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

en

het betasten en aanraken van de geslachtsdelen met de penis en een vinger/hand en de mond/tong van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en

het betasten en aanraken van de geslachtsdelen met een vinger/hand van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

en

het geheel naakt poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen poseren in een omgeving en in een erotisch getinte houding die niet bij hun leeftijd past en door het camerastandpunt en de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 247, 248a en 240b Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: met iemand beneden de zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen,

feit 2

het misdrijf: door misbruik van uit feitelijk verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handeling van hem te dulden, meermalen gepleegd;

met dien verstande dat ten aanzien van feit 1 en feit 2 geldt dat voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 mei 2012 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55 Sr zodat daarvoor de zwaarste hoofdstraf geldt.

feit 3

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht, meldplicht en een verplichting tot ambulante behandeling voor pedofilie bij de forensische polikliniek De Tender of soortgelijke ambulante forensische zorg. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte een contactverbod wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

Door en namens verdachte is aangevoerd dat de gevorderde straf te zwaar is. Tegen het opleggen van een voorwaardelijke straf heeft de verdediging geen bezwaar, nu ook verdachte meent dat behandeling van zijn alcoholproblematiek wenselijk is. De verdediging heeft het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk bepleit met daarbij als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en ambulante behandeling bij Tactus voor de alcoholproblematiek.

De overwegingen van de rechtbank

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft over een periode van ruim twee jaar in de beslotenheid van zijn woning ontuchtige handelingen gepleegd met het slachtoffer dat, toen het misbruik begon, nog geen zestien jaren was. Door het plegen van deze feiten heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat een minderjarige in een volwassene heeft en heeft hij inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Dat er verdergaande seksuele handelingen denkbaar zijn dan thans aan de orde, doet niets af aan het feit dat ook deze seksuele handelingen inbreuk maken op die lichamelijke en geestelijke integriteit van slachtoffers. Zedenmisdrijven zijn daarom, ook als er geen sprake is van (bedreiging met) geweld ernstige strafbare feiten. De ervaring leert dat slachtoffers nog jarenlang lijden aan de vooral psychische gevolgen van de feiten, zoals gevoelens van angst en onveiligheid. Dat het feit voor het slachtoffer ernstige gevolgen heeft gehad, blijkt uit de door de voorzitter op de zitting voorgelezen slachtofferverklaring, uit hetgeen de moeder van het slachtoffer op de zitting in het kader van het spreekrecht naar voren heeft gebracht en uit de door de raadsman van het slachtoffer overgelegde stukken waaruit blijkt dat het slachtoffer psychologische hulp heeft gehad.

Nadat verdachte in februari 2014 eerst met familieleden van het slachtoffer en later ook met het slachtoffer via Facebook opnieuw contact heeft gezocht, gaat het weer slechter met het slachtoffer. De rechtbank rekent verdachte deze strafbare feiten zwaar aan, temeer ook nu verdachte op de zitting er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het verwerven en het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Op de afbeeldingen die op de computers van verdachte zijn aangetroffen, zijn voornamelijk jongens te zien in leeftijd variërend van twaalf tot zestien jaar. Verdachte heeft de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden. Niet alleen door het downloaden, maar ook door het bekijken van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan gestimuleerd en in stand gehouden. Voor de productie van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Zij worden voor een camera gezet om te poseren en seksuele handelingen bij zichzelf en anderen te verrichten en/of te ondergaan. Handelingen waaraan zij, gelet op hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, niet toe zijn. Als gevolg hiervan kunnen deze kinderen psychische schade oplopen. Ook kunnen zij nog lange tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie en verspreiding van de beelden. Een afbeelding die eenmaal op internet is aangetroffen, is vrijwel onmogelijk blijvend van het internet te verwijderen en kan nog jarenlang opduiken. Dat verdachte als consument hieraan een bijdrage heeft geleverd, rekent de rechtbank hem dan ook aan.

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) heeft oriëntatiepunten vastgesteld voor het bezit van kinderporno. De rechtbank neemt die als uitgangspunt.

Reclasseringswerker B.C. Bast heeft op 21 februari 2014 een strafadvies uitgebracht. In dit rapport komt naar voren dat verdachte weliswaar het tenlastegelegde bekent, maar volgens de reclassering de verantwoordelijkheid voor zijn handelen niet ten volle neemt. Nadere diagnostiek en behandeling acht de reclassering noodzakelijk zowel met betrekking tot het delictgedrag als ten aanzien van de alcoholproblematiek. Het recidiverisico schat de reclassering als laag tot gemiddeld in, maar wat betreft het downloaden van kinderpornografie vindt zij dat weer moeilijker in te schatten, zodat het proberen te voorkomen van recidive van groot belang wordt geacht. Het advies van de reclassering strekt, samengevat, tot het opleggen van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf in de vorm van een werkstraf met als bijzondere voorwaarden:

  • -

    verplicht reclasseringscontact;

  • -

    meldplicht;

  • -

    ambulante behandelverplichting voor pedofilie bij de forensische polikliniek De Tender of een soortgelijke ambulante forensische zorg;

  • -

    opname op basis van een door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling bij Tactus verslavingszorg of soortgelijke intramurale instelling;

  • -

    contactverbod met aangever.

Gebleken is dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten. Vanwege evenwel de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een vrijheidsbenemende straf dient te worden opgelegd. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden passend en geboden. Nu behandeling van verdachte mede met het oog op de kans op herhaling wenselijk is, is de rechtbank van oordeel dat een deel van deze straf, namelijk vijf maanden, voorwaardelijk dient te worden opgelegd en dat daaraan voornoemde bijzondere voorwaarden moeten worden verbonden. Aan het voorwaardelijk op te leggen strafdeel zal de rechtbank een proeftijd verbinden. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat vanwege de aard en ernst van de delicten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het recidiverisico de proeftijd dient te worden bepaald op vijf jaar. Verdachte heeft ter zitting nadrukkelijk toegezegd af te zullen zien van het zoeken van contact met het slachtoffer en diens familie. De rechtbank is desondanks van oordeel dat de bijzondere voorwaarde betreffende het contactverbod, dadelijk uitvoerbaar dient te worden verklaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.

De rechtbank is van oordeel dat de op grond van artikel 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar moeten zijn nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van één of meer personen.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

De rechtbank verstaat onder de benadeelde partij het minderjarige slachtoffer dat door zijn met gezag beklede ouder, conform de wettelijke regeling, wordt vertegenwoordigd.

De benadeelde partij heeft een vordering ingesteld strekkende tot vergoeding van door hem geleden materiële schade, door hem geleden immateriële schade en door hem gemaakte kosten van rechtsbijstand.

Mr. E.W. Stals, advocaat te Enschede, heeft namens de benadeelde partij de vordering ingediend en zich namens de benadeelde partij voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als gemachtigde van de benadeelde partij gevoegd in dit strafproces.

De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 5.000,00.

Blijkens de bij de vordering gevoegde concept schadestaat bestaat de materiële schade uit de volgende posten:

  • -

    kosten behandelingen psycholoog € 100,00;

  • -

    kosten aanvraag medische informatie huisarts en psycholoog € 93,00;

  • -

    reiskosten € 198,00;

  • -

    kosten aanschaf diverse nieuwe kleding € 382,58.

Het bedrag is gevorderd als voorschot onder algemene titel op de totale door aangever geleden schade. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade, welke schade tot op dit moment het gevorderde bedrag beloopt. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

De benadeelde partij heeft ook gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Ter terechtzitting heeft mr. Stals de vordering toegelicht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen. Zij heeft tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Het verweer van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De overwegingen van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade daarom tot het bedrag van € 773,58 toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank het resterende deel van € 4.226,42 toewijzen als vergoeding van de door aangever geleden immateriële schade tot op dit moment.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 en feit 2 is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1 met iemand beneden de zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

feit 2 door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon

waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd, met dien verstande dat ten aanzien van deze feiten geldt dat voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 mei 2012 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55 Sr;

feit 3 een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien (15) maanden, waarvan vijf (5) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf (5) jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich na schriftelijke oproep binnen vijf werkdagen meldt bij de Reclassering Nederland, Schouwburgplein 15 te Almelo, zo frequent en zolang de reclassering dat nodig acht;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal laten behandelen voor pedofilie bij de forensische polikliniek De Tender of een soortgelijke ambulante zorginstelling, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze, direct of indirect, contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] en zijn familieleden;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Tactus Verslavingszorg;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstellingen op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    beveelt dat de op grond van artikel 14c Sr gestelde voorwaarde(n) en het op grond van artikel 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam], domicilie kiezende ten kantore van mr. E.W. Stals te Enschede (Postbus 831, 7500 AV) van een bedrag van € 5.000,00;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 en feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.000,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 60 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat, als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling van dat bedrag aan de Staat der Nederlanden, de verplichting van verdachte om dat bedrag aan de benadeelde partij te betalen, komt te vervallen en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. van der Lecq, voorzitter, mr. G.J. Stoové en

mr. B.J.T. Bouma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 april 2014.

Mr. Bouma is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer PL05KP 2013016286 van 7 juni 2013. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 17 februari 2013, blz. 24 t/m blz. 30

3 Het proces-verbaal van de zitting van 4 april 2014, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

4 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 18 februari 2014, blz. 69.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 17 februari 2013, blz. 28.

6 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 17 februari 2013, blz. 26 en 27.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 17 februari 2013, blz. 27

8 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 28 mei 2013, blz. 92.

9 Het proces-verbaal van de zitting van 4 april 2014, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in art. 359a, derde lid Sv.

10 Het proces-verbaal van onderzoek in beslag genomen goederen van 2 april 2013 van [verbalisant 1] en [verbalisant 2], blz. 124 t/m 130, met daarbij de (losse) bijlage I, collectiescan – KAAG dos 120.