Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:1993

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-04-2014
Datum publicatie
19-06-2014
Zaaknummer
C-08-153463 - KG ZA 14-112
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Domeinnaam. Geen handelsnaam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/153463 / KG ZA 14-112

Vonnis in kort geding van 18 april 2014

in de zaak van

[eiser], handelend onder de naam WWW.FILTER-WEBSHOP.NL en tevens handelend onder de naam INBITEX,

wonende te [plaats 1],

eiser,

advocaat mr. L.G.C.M. de Wit te Oosterhout,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] BV,

gevestigd en kantoorhoudend te [plaats 2],

gedaagde,

advocaat mr. A.J. van der Kolk te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 9

  • -

    de producties 7 en 8 (feitelijk producties 10 en 11) van de zijde van [eiser]

  • -

    de producties 1 tot en met 6 van de zijde van [gedaagde]

  • -

    de mondelinge behandeling op 7 april 2014

  • -

    de pleitnota van [eiser]

  • -

    de pleitnota van [gedaagde].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] exploiteert een handelsonderneming in verbruiksgoederen voor de industrie, scheepvaart, offshore, bouw en overheidsinstellingen, waarbij verkoop via een webshop/internet plaatsvindt. Als handelsnaam is bij de Kamer van Koophandel onder meer geregistreerd “Filter-webshop.nl”. De domeinnaam “filter-webshop.nl” staat sinds 9 augustus 2011 geregistreerd op naam van [eiser].

2.2.

[gedaagde] legt zich - onder meer - toe op de verkoop van brandstof-lucht-smeerolie, water en hydrauliekfilters voor transport. De domeinnaam “filterwebshop.nl” staat sinds 15 december 2011 geregistreerd op naam van [gedaagde].

2.3.

Beide partijen gebruiken de op hun naam geregistreerde domeinnamen.

2.4.

Bij schrijven van 2 december 2013 heeft [eiser] [gedaagde] gesommeerd het gebruik van de domeinnaam “www.filterwebshop.nl binnen drie dagen te staken en haar medewerking te verlenen aan overdracht van deze domeinnaam aan [eiser]. [gedaagde] heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] zal veroordelen het gebruik van de domein- en handelsnaam “www.filterwebshop.nl binnen 24 uur na dit vonnis onmiddellijk te staken en gestaakt te houden, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft;

2. [gedaagde] zal veroordelen om binnen één week na dit vonnis de domeinnaam en handelsnaam “www.filterwebshop.nl aan [eiser] in eigendom over te dragen, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan, dat [gedaagde] hiermee ingebreke blijft;

3. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van deze procedure, bestaande uit betaling van de door [eiser] verschuldigde kosten van juridische bijstand ad € 5.000,00 ex BTW, griffierechten en deurwaarderskosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op het door [eiser] ingenomen standpunt dat sprake is van verwarring bij het publiek die tot dagelijks oplopende schade leidt, is het spoedeisend belang bij de vorderingen in voldoende mate gebleken.

4.2.

Nu [eiser] zich - terecht - beroept op het bestaan van een spoedeisend belang is de voorzieningenrechter op grond van het bepaalde in artikel 254 Rv (absoluut) bevoegd. De vraag of de kantonrechter (tevens) bevoegd is, kan daarom in het midden worden gelaten.

4.3.

Op grond van artikel 5 Handelsnaamwet (Hnw) is het verboden een handelsnaam te voeren, die - vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven - reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

Voornoemd artikel biedt de houder van een handelsnaam derhalve alleen bescherming tegen een (verwarringwekkende) handelsnaam van een derde.

Onder een handelsnaam wordt ingevolge artikel 1 Hnw verstaan de naam waaronder een onderneming wordt gedreven. Dit is de naam waaronder men feitelijk handelt, de naam die naar buiten toe (op commerciële wijze) wordt gebruikt als aanduiding van de onderneming.

4.4.

De voorzieningenrechter zal dan ook vooreerst dienen te beoordelen of het gebruik van de domeinnaam “filterwebshop.nl” door [gedaagde] heeft te gelden als handelsnaamgebruik.

4.5.

Vooropgesteld wordt dat de registratie of reservering van een domeinnaam op zichzelf in beginsel niet is aan te merken als het “voeren” van een handelsnaam, en om die reden geen inbreuk is in de zin van artikel 5 Hnw. Of een domeinnaam wordt gevoerd als handelsnaam is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

4.6.

Uit de door partijen overgelegde screenprints en hetgeen daarover ter zitting naar voren is gebracht, blijkt genoegzaam dat, wanneer de domeinnaam “filterwebshop.nl” in de adresbalk wordt ingetypt, de bezoeker van die website automatisch wordt doorgelinkt naar de website van [gedaagde] met als domeinnaam “[gedaagde]”. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] naast het hiervoor aangeduide gebruik van de domeinnaam als webadres nog op andere wijze onder de naam “filterwebshop.nl” naar buiten treedt. Het voorgaande leidt voorshands tot de conclusie dat de domeinnaam door [gedaagde] slechts als (internet)adres wordt gebruikt en niet als handelsnaam wordt gevoerd. Van een inbreuk op het handelsnaamrecht van [eiser] is daarmee geen sprake.

4.7.

Ten aanzien van de door [eiser] gestelde inbreuk op zijn domeinnaam wordt overwogen dat voor de registratie van domeinnamen het basisprincipe geldt: “die het eerst komt, het eerst maalt”. Uitgaande van dit principe is [gedaagde] gerechtigd de op haar naam geregistreerde domeinnaam “Filterwebshop.nl” te gebruiken, nu zij deze domeinnaam als eerste en enige op haar naam heeft laten registreren.

De enkele omstandigheid dat deze geregistreerde domeinnaam nagenoeg gelijk is aan een reeds daarvóór door een ander geregistreerde domeinnaam die deze domeinnaam tevens als handelsnaam voert, maakt het daadwerkelijke gebruik van de door [gedaagde] geregistreerde domeinnaam niet onrechtmatig en noopt niet tot afwijking van eerdergenoemd basisprincipe.

In dit verband is nog van belang dat de hier aan de orde zijnde domeinnamen enkel een beschrijvend karakter hebben, namelijk de verkoop van filters via een webshop. Dergelijke domeinnamen hebben per definitie een weinig onderscheidend karakter. Niet onrechtmatig kan worden geacht wanneer een bedrijf met vergelijkbare activiteiten gebruik gaat maken van een (later geregistreerde) domeinnaam met nagenoeg dezelfde beschrijvende naam.

4.8.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van [eiser] niet toewijsbaar zijn.

4.9.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

[gedaagde] heeft op grond van artikel 1019h Rv vergoeding gevorderd van de door haar werkelijk gemaakt proceskosten, inclusief advocaatkosten. [gedaagde] heeft haar vordering ter zake van advocaatkosten begroot op een bedrag van € 4.111,28 (inclusief kantoorkosten en btw).

In het licht van artikel 1019 Rv juncto artikel 1019h Rv zal de voorzieningenrechter voor de proceskostenveroordeling in handelsnaamzaken moeten komen tot een veroordeling van de redelijke en evenredige kosten, te toetsen aan de billijkheid. In het onderhavige geval acht de voorzieningenrechter redelijk en billijk om de vordering strekkende tot vergoeding van de werkelijk door [gedaagde] gemaakte kosten in haar geheel toe te wijzen. De omvang van het aantal door de advocaat gedeclareerde en gespecificeerde uren zijn onderbouwd en door [eiser] niet, althans in onvoldoende mate betwist. De voorzieningenrechter zal, nu [gedaagde] geacht moet worden de btw te kunnen verrekenen, het bedrag exclusief btw toekennen.

De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden aldus begroot op:

- griffierecht € 608,00

- salaris advocaat 3.397,75

Totaal € 4.005,75

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 4.005,75,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2014.