Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:1991

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-04-2014
Datum publicatie
15-04-2014
Zaaknummer
08.951037-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt drie meerderjarige en twee minderjarige jongemannen tot gevangenisstraffen en jeugddetentie voor hun rol bij een groepsverkrachting van een 15-jarig meisje in Zwolle. Twee andere verdachten zijn vrijgesproken. Deze verdachte, M. Y. (17): jeugddetentie van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering ook als dit inhoudt het volgen van het ITB-Harde Kern traject én het doen van de leerstraf Respect Limits (variant extra plus). De leidende rol van de minderjarige verdachte M. Y. (17 jaar) zorgt er voor dat de rechtbank hem een langere onvoorwaardelijke jeugddetentie oplegt dan de officier van justitie heeft geëist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - Meervoudige Kamer te Zwolle

Parketnummer: 08.951037-13 (P)

Uitspraak: 15 april 2014

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte 1],

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in JJI De Rentray te Lelystad.

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 januari 2014, 13 januari 2014 en 1 april 2014.

De verdachte is op 8 januari 2014 en 13 januari 2014 verschenen en werd toen bijgestaan door mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.

De verdachte is ter terechtzitting op 1 april 2014 eveneens verschenen en werd toen bijgestaan door mr. P.J. Zandt, advocaat te Amsterdam.

Als officier van justitie was telkens aanwezig mr. C.Y. Huang.

TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 1 april 2014 overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering én overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering gewijzigd.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 05 september 2013 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren [1998]) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], namelijk het door verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s):

- één of meermalen duwen en/of drukken en/of brengen en/of houden van de penis in de vagina van die [slachtoffer] en/of

- één of meermalen duwen en/of drukken en/of brengen en/of houden van de penis in de mond van die [slachtoffer] en/of

- één of meermalen duwen en/of drukken en/of brengen en/of houden van één of meerdere vingers in de vagina van die [slachtoffer] en/of

- één of meermalen betasten en/of likken en/of kussen van en/of voelen aan een/de borst(en) en/of bil(len) van die [slachtoffer]

en het geweld en/of andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) hebben bestaan uit het meermalen, althans éénmaal,

- meenemen van die [slachtoffer] naar een (slaap)kamer, althans ruimte, in een op dat moment niet of deels bewoonde woning en/of (vervolgens) dicht doen van de deur van die (slaap)kamer om (dientengevolge) te voorkomen dat die [slachtoffer] die (slaap)kamer, althans ruimte, te allen tijde vrij kon verlaten,

en/of

- door het creëren en/of in stand laten/houden van een bedreigende situatie voor die [slachtoffer], terwijl die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen hem en/of zijn mededader(s) heeft gezegd/aangegeven dat zij geen seks (meer) wilde hebben en/of geen seksuele handelingen (meer) wilde verrichten met hem en/of zijn mededader(s)

en/of

- die [slachtoffer] op bed te duwen en/of te drukken en/of te gaan liggen op die [slachtoffer]

en/of

- een hemd en/of een bh, althans (een) kledingstuk(ken) van die [slachtoffer] uit te trekken

en/of

- van die (deels ontklede) [slachtoffer] (een) foto’s te maken en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] te zeggen dat er anders (een) foto’s op twitter zou(den) worden geplaatst als zij die [voornaam verdachte]/[voornaam verdachte] niet zou pijpen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking

en/of

- tegen die [slachtoffer] te zeggen/roepen dat zij zich uit moest kleden

en/of

- tegen die [slachtoffer] te zeggen/roepen: "Ga mij pijpen, ik geef je er geld voor, 10, ik geef je een tientje, ik geef je er 2 tientjes voor, 5 tientjes” en/of “Show eerst wat, je tieten of je punani (fonetisch)” en/of “Uhm ja uhm, je moet mij pijpen en neuken, en dan krijg je die, dan gaat die [voornaam verdachte] die foto’s verwijderen en dan krijg je je mobiel weer en dan mag je gaan” en/of “Ja nu wil ik je neuken, anders die mobiel” en/of "Ik heb 2 kansen voor jou. Of je gaat hem pijpen en je krijgt je mobiel en ik breng je naar het station en je mag weg." en/of "Dit is [naam 1], dit is mijn neefje. Hem moet je ook doen, voordat je weg wilt, ja dit is echt de laatste en dan krijg je je mobiel en mag je weg" en/of “Doen nou maar gewoon” en/of “Mag ik je vingeren, dan kom ik sneller klaar” en/of “Kom, we gaan een trio doen, jij likt hem en hij pakt jou van achteren”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking

en/of

- uit de broekzak een kogel, althans een op een kogel gelijkend voorwerp, te pakken en deze te laten zien aan die [slachtoffer] en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] te zeggen: “Nou en, je doet het, maar ik zweer het, ik ben de laatste, dan mag je weg, dan mag je echt weg, en dan krijg je je mobiel" en/of “Je doet het maar gewoon”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking

en/of

- (aldus) misbruik maken van een uit feitelijke verhoudingen en/of omstandigheden voortvloeiend overwicht van verdachte en/of zijn mededader(s) ten opzichte van die [slachtoffer], mede bestaande uit een getalsmatig overwicht en/of een geestelijk en/of psychisch overwicht van verdachte en/of zijn mededader(s) tegenover die [slachtoffer]

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 05 september 2013 in de gemeente Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met [slachtoffer] (geboren [1998]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) meermalen, althans éénmaal,

- de penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt en/of gebracht en/of gehouden en/of

- de penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt en/of gebracht en/of gehouden en/of

- één of meerdere vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gedrukt en/of gebracht en/of gehouden en/of

- (aan) de borst(en) en/of bil(len) van die [slachtoffer] betast en/of gekust en/of bevoeld en/of gelikt;

2.

hij op of omstreeks 05 september 2013 in de gemeente Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met [slachtoffer], (geboren [1998]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans éénmaal, aanraken van en/of betasten van en/of kussen van en/of voelen aan en/of likken aan de borst(en) en/of bil(len) en/of vagina, althans schaamstreek, van die [slachtoffer].

VOORVRAGEN

De geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank is - met de raadsman van verdachte - van oordeel dat aan het onder feit 1 primair tenlastegelegde voor wat betreft de zinsnede bij het zesde gedachtestreepje, te weten ‘door het creëren en/of in stand laten/houden van een bedreigende situatie voor die [slachtoffer], terwijl die [slachtoffer] (..)’ op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis toekomt. Een nadere invulling hiervan ontbreekt. Zonder feitelijke omschrijving en concretisering van de woorden ‘bedreigende situatie’ in de tenlastelegging voldoet de dagvaarding in zoverre niet aan de in artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht gestelde eis van opgave van het feit. De rechtbank zal de dagvaarding dan ook met betrekking tot dit gedachtestreepje partieel nietig verklaren.

De rechtbank heeft voorts vastgesteld dat de dagvaarding voor het overige geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting - overeenkomstig de inhoud van het door haar aan de rechtbank overgelegde schriftelijk requisitoir - de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen onder 1 primair en onder 2 ten laste is gelegd.

De officier van justitie heeft betoogd dat sprake is geweest van medeplegen van verkrachting door verdachte en zijn medeverdachten. Er is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en diens medeverdachten, bestaande uit de omstandigheden dat aangeefster bewust naar de woning is gebracht door verdachte om daar seks met hem te hebben, waarna overleg is geweest tussen verdachte en diens medeverdachten over het eveneens hebben van seks met aangeefster. Vanwege de omstandigheid dat aangeefster in de woning was met meerdere jongens was sprake van een getalsmatig overwicht en psychische druk op aangeefster. Er was dan ook sprake van een dwangsituatie waardoor aangeefster meermalen seksuele handelingen met verdachte en medeverdachten heeft moeten verrichten tegen haar wil. Aangeefster is hierbij meermalen oraal en vaginaal verkracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich - overeenkomstig de inhoud van de door hem aan de rechtbank overgelegde pleitnotitie - op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair en het onder 2 ten laste gelegde.

Met betrekking tot feit 1 primair stelt de raadsman dat aangeefster vrijwillig seksueel contact met verdachte heeft gehad en dat van enige vorm van dwang geen sprake is geweest. Daarnaast betoogt de raadsman dat sprake is van een unus-testis-nullus-testis-situatie, waarbij onvoldoende objectief en onafhankelijk steunbewijs voor de aangifte voorhanden is. Voorts stelt de raadsman dat de verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar en ongeloofwaardig zijn en daarom dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Ook stelt de raadsman zich op het standpunt dat verdachte noch de medeverdachten wisten of konden vermoeden dat aangeefster op 5 september 2013 tegen haar wil seks heeft gehad.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair en feit 2 betoogt de raadsman dat het ontuchtig karakter van het seksueel contact tussen de aangeefster en verdachte ontbreekt. Ten slotte stelt de raadsman dat ter zake van geen van de tenlastegelegde feiten sprake is van medeplegen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen1, het navolgende.

Inleiding

Op 7 september 2013 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van verkrachting in een woning aan de – wat later blijkt – [adres] te Zwolle door meerdere jongens.

Naar aanleiding van deze aangifte is het politieonderzoek ‘Leghorn’ opgestart en zijn acht jongens aangehouden. Verdachte was een van hen.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 5 september 2013 met aangeefster naar de woning van zijn oma – die toen op vakantie was – aan de [adres] te Zwolle is gegaan en daar in de woning vrijwillige seks met aangeefster heeft gehad. Verdachte heeft aangegeven dat niemand anders die dag in die woning seks met aangeefster heeft gehad. Verdachte heeft voorts ter terechtzitting nog verklaard dat hij aangeefster via via kende en dat hij had gehoord dat zij gemakkelijk in bed te krijgen was. Dat zij “een makkelijk meisje” was, was voor hem ook de reden dat hij haar naar de [adres] had meegenomen.2

Betrouwbaarheid van de aangifte

Bij de beantwoording van de vraag of de ten laste gelegde feiten al dan niet wettig en overtuigend bewezen zijn, spelen de verklaringen van aangeefster een cruciale rol. Hierbij is van belang dat die verklaringen de meest concrete informatie bevatten omtrent de in de tenlastelegging omschreven seksuele gedragingen. De in het dossier voor het overige aanwezige informatie is namelijk ofwel afgeleid uit hetgeen aangeefster daarover heeft verklaard of betreft niet zozeer de verweten seksuele gedragingen zelf maar zou meer in het algemeen in verband kunnen worden gebracht met de door aangeefster geschetste gang van zaken op 5 september 2013. Tegen die achtergrond dient allereerst bepaald te worden of en in welke mate de door aangeefster in de verschillende stadia van het onderzoek afgelegde verklaringen betrouwbaar zijn te achten. De verdediging heeft die betrouwbaarheid ter discussie gesteld.

De rechtbank acht bij de weging en waardering van de verklaringen van aangeefster allereerst van belang dat de aangifte zoals die op 7 september 2013 formeel is gedaan, ziet op gebeurtenissen die zich slechts twee dagen eerder zouden hebben voorgedaan. Voorafgaand aan die aangifte is door de politie op 6 september 2013 een informatief gesprek gehouden met aangeefster. Verder blijkt uit het dossier dat aangeefster aansluitend op de vermeende gebeurtenissen op de avond van 5 september 2013 naar de woning van haar vriendin [naam 2] is gegaan, alwaar zij in grote lijnen heeft verteld wat zij had meegemaakt. Aangeefster heeft de ochtend volgend op de vermeende gebeurtenissen op school aan haar docent [naam 3] een schets van de gebeurtenissen waarvan zij uiteindelijk aangifte heeft gedaan, gegeven.

Opvallend aan elk van de door aangeefster vanaf het informatief gesprek afgelegde verklaringen acht de rechtbank dat die verklaringen niet alleen op hoofdlijnen maar ook voor wat betreft tal van details consistent zijn te noemen. Dit geldt eveneens voor de verklaringen die zij later in het kader van het opsporingsonderzoek nog aanvullend heeft afgelegd en voor hetgeen zij nog op 27 februari 2014 bij de rechter-commissaris heeft verteld. Geconstateerd kan weliswaar worden dat aangeefster op enkele onderdelen van haar verklaringen is terug gekomen of ten aanzien van bepaalde onderdelen anders heeft verklaard of (later) heeft aangegeven niet meer zeker te zijn over bepaalde zaken, maar dit kan naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende afdoen aan hetgeen zij overigens heeft verteld. Dit geldt in dit geval te meer aangezien de aangifte ziet op een groot aantal seksuele handelingen, gedurende meerdere uren, met een relatief groot aantal personen. In die veelheid aan gegevens is aangeefster naar het oordeel van de rechtbank dermate consistent en consequent gebleven in haar verklaringen, dat dit de betrouwbaarheid van haar verklaringen onderstreept.

Reden te meer om de verklaringen van aangeefster voor betrouwbaar te houden, is naar het oordeel van de rechtbank gelegen in het gegeven dat aangeefster diezelfde avond (op 5 september 2013), kort na de vermeende gebeurtenissen, aan haar vriendin [naam 2] – blijkens de verklaringen van [naam 2] en haar moeder: (flink) in tranen - heeft verteld wat er was gebeurd. In hetgeen [naam 2] daarover heeft verklaard, komen reeds belangrijke onderdelen van de gang van zaken waarvan aangeefster uiteindelijk in haar verhoren bij de politie en de rechter-commissaris meer gedetailleerd gewag heeft gemaakt, naar voren. Onder meer betreft dat de punten dat zij met acht jongens seks – waarvan met vier jongens vaginale seks - heeft gehad, dat er jongens op de gang stonden te wachten, dat het tegen haar wil gebeurde, dat zij wel heeft gezegd dat zij het niet wilde maar dat zij dat moeilijk vond, dat zij het gevoel had dat zij niet tegen de jongens op kon, dat er foto’s van haar gemaakt zijn, dat er gedreigd is die op internet/Twitter te zetten als zij niet zou doen wat er van haar gevraagd werd. Diezelfde (dwang)elementen/feitelijkheden komen terug in de verklaring die getuige [naam 3] heeft afgelegd over hetgeen aangeefster op 6 september 2013 op school aan haar heeft verteld. Op dit punt kent de rechtbank verder gewicht toe aan hetgeen blijkt uit de handgeschreven aantekeningen die aangeefster op 6 september 2013 tijdens het gesprek met getuige [naam 3] bij zich had, welke aantekeningen ook aan het dossier zijn toegevoegd. Ook de reeds in dat stuk beschreven chronologie der gebeurtenissen, de (aard van de) seks en omstandigheden waardoor aangeefster zich onder druk gezet heeft gevoeld, komen daaruit naar voren, meer in het bijzonder ook nog het gegeven dat aangeefster seksuele handelingen heeft verricht om zo haar telefoon weer terug te krijgen.

Aangeefster heeft weliswaar gezegd dat het haar leerkracht een goed idee leek om aangifte te doen, maar daaruit kan naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie worden getrokken dat dit invloed heeft gehad op de inhoud van hetgeen aangeefster ten overstaan van de politie en de rechter-commissaris heeft verklaard, met name niet omdat uit de hierboven geschetste gang van zaken voor wat betreft de contacten met [naam 2] en haar docent [naam 3] blijkt dat de gedane suggestie om aangifte te doen pas opkwam nadat aangeefster aan [naam 2] en [naam 3] reeds haar verhaal had verteld, terwijl aangeefsters aantekeningen op papier toen ook reeds bestonden. Bij dit alles komt nog dat uit het verslag van het informatieve gesprek blijkt dat aangeefster zelf toen vond dat de jongens niet ongestraft moesten blijven.

Ondersteunend voor de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster acht de rechtbank voorts dat op de telefoon van (mede)verdachte [medeverdachte 1] een naaktfoto van aangeefster is aangetroffen, waarbij aangeefster zich bevindt op het bed in de woning waarin de gebeurtenissen op 5 september 2013 zich hebben afgespeeld. Daarnaast draagt aan de betrouwbaarheid van aangeefsters relaas ook bij: de verklaring van (mede)verdachte [medeverdachte 2] die voor wat betreft zijn aandeel niet alleen op meer algemene onderdelen – zoals: er stonden meerdere jongens op de gang – maar ook voor wat specifieke details – zoals het klaarkomen op het hemdje van aangeefster en het meermalen hebben van seks – overeenkomt met hetgeen aangeefster daarover heeft verteld. Voorts acht de rechtbank van waarde dat hetgeen de politie heeft aangetroffen in de woning waarin de vermeende gebeurtenissen zouden hebben plaatsgehad, vrijwel overeenkomt met de voorafgaande gedetailleerde beschrijving daarvan door aangeefster.

Voor zover de verdediging heeft betoogd dat aangeefster, blijkens haar eigen verklaring ten overstaan van de rechter-commissaris, met name in de periode voorafgaand aan 5 september 2013 maar ook daarna nog wel doende was haar seksuele grenzen te verkennen en dat om die reden vraagtekens zijn te plaatsen bij de door aangeefster geschetste onvrijwilligheid van de seksuele contacten die zij op 5 september 2013 heeft gehad, overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt vast dat niet gebleken is dat aangeefster bij de politie melding heeft gemaakt van seksuele gebeurtenissen anders dan die welke zich op 5 september 2013 hebben afgespeeld. Daarnaast geldt dat aangeefster over de gebeurtenissen op 5 september 2013 van meet af aan heeft aangegeven dat die tegen haar wil zijn gebeurd. Ook heeft zij aangegeven dat de jongens die het betreft er niet ongestraft vanaf moeten komen. Deze twee laatste elementen komen in hetgeen zij heeft verklaard over haar seksuele contacten/experimenten vóór en na 5 september 2013 in het geheel niet voor.

Het voorgaande overziende is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van aangeefster in algemene zin als betrouwbaar zijn aan te merken en dan ook voor het bewijs zijn te gebruiken, ook waar het de door aangeefster beschreven onvrijwilligheid betreft.

Relevante passages uit de verklaringen van aangeefster

Aangeefster [slachtoffer] heeft op 7 september 2013 in haar aangifte bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Feit: Verkrachting

Plaats delict: [adres]

Pleegdatum/tijd: Op donderdag 5 september 2013 tussen 14.30 uur en 19.30 uur.

(V: En voor ons zit [slachtoffer], geboortedatum.)

[1998].3(..)

Ja nou, ik zou afspreken met een jongen die ik al, uhm, eerder had afgesproken, die ik al kon. (..) Die heette [medeverdachte 1].4 (..)

Ja, maar ik zei dat die moest stoppen volgens mij. (..) Dat ik niks meer wou. (..) Daarna deed hij volgens mij mijn knoop los. Van mijn broek. En toen zei die ‘kom ik lik je’. Dat zei die. Nou? Ik vond dat, ik dacht oke, ik wist niet precies wat die bedoelde maar (..) En toen kwam er een jongen, die keek vanuit het raampje. (..) En toen zag die ons ofzo. Maar ik kon op tijd genoeg mijn broek omhoog doen. (..) ja, toen ging ik snel mijn broek omhoog doen.5 (..)

Maar die jongen die naar binnen keek, die komt gewoon uit Zwolle.6 (..)

Die [medeverdachte 1] kwam naar mij toe. (..) Oh nee, hij vroeg eerst of ik ze knap vond. Ik zei ‘jawel’ en toen vroeg die uh of ik trio wilde. Toen zei ik ik weet niet en toen riep hij die onbekende jongen. En die kwam toen, die ging aan mij zitten en zo. Maar die stuurde die [medeverdachte 1] weg. (..)

(V: die onbekende jongen was toen alleen met je?)
Ja, toen ging die aan me zitten.

(Wat deed die precies?)

Gewoon wrijven aan me, (..) Hij ging ook kusjes in mijn nek geven en volgens mij zat die ook aan mijn borsten. (..) toen zat hij met zijn hand bij zijn geslachtsdeel en zei ‘je wilt wel’ of zo. En ik zei nee hoor, ik wil niks. ‘ik doe niks’. (..) Ja, hij wou volgens mij dat ik hem ging pijpen ofzo.

(V: Hoe weet je dat hij dat zou willen?)

Pff dat zei hij volgens mij.7

Hij wou aan mijn, aan mijn vagina zitten. Maar dat vond ik niet oke. Dus ik duwde hem wel een beetje van mij af enzo. Ja ik duwde hem van mij af. (..) Toen kwam die [medeverdachte 1] binnen. En die zei ‘zo maar, zo maar doe je dingen of zo en dan moet ik weg’.(..) Gingen met zijn allen naar buiten, dat neefje wachtte gewoon buiten.8

Dus ik kwam eraan, samen met die [naam 4].9 (..) Ik gaf mijn telefoon, die [naam 4] ging bellen. En toen kwam die jongen aan op een scooter, die heet [voornaam verdachte]. Ik wist al dat hij [voornaam verdachte] was. (..) En toen zei [medeverdachte 1] tegen mij ‘spring bij hem achterop, hij brengt je naar waar we gaan eten’.(..) Volgens mij waren hun al lang iets van plan. Maar wist ik toen nog niet. Dus ik vertrouwde het en ik ging bij hem achterop.(..) Ja en ik was vergeten, met mijn domme kop dat ik mijn mobiel had uitgeleend, dus ik ben vergeten terug te vragen. Kwam er pas later achter dat ik mijn telefoon niet had. Want uh..We reden toen met de scooter. En uiteindelijk stopten we bij de Vechtstraat volgens mij. Bij een winkel, kledingwinkel10 (..)

(V: ja, was tegenover het Kruidvat)
Ja tegenover het Kruidvat. Bij die, die punt bleef ik staan, bij die winkel, naast die winkel. En hij zei ‘wacht even op mij, die [voornaam verdachte].(..)

Die [voornaam verdachte] komt weer terug, hij zegt ‘spring maar achterop’. Nou ik weer achterop.

We stoppen bij een huis. (..) een rijtjeshuis gewoon.11 (..)

Ik bleef zo stilstaan. En toen zie die ‘kom nou’, dus ik kwam naar binnen, ik dacht, ja we moeten hier wachten op die [medeverdachte 1], dus ik ging gewoon naar binnen. (..)

Dus hij zie “ga naar boven”. Nou, hij ging naar boven, ik ging ook mee.12

En toen zei die [voornaam verdachte] tegen mij ‘ga mij pijpen’. Toen zei ik nee, daar doe ik niet aan mee. En toen zei die ‘ik geef je geld voor’, 10, ik geef je een tientje. Ik zei nee, ‘ik geef je 2 tientjes voor’ hij bleef dat zeggen, totdat die zei 5 tientjes, maar ik bleef hem antwoorden en ik bleef ‘nee’ zeggen. (..) hij zei ‘nee meer krijg je ook niet’ dat zei die toen. Toen zei ik ‘nou en,? Ik doe het toch niet’. .. Ooh ja, toen zei die ‘ik moet even naar beneden, ga op het bed zitten’.13 (..)

Ging hij weer naar boven, zat ik op het bed. Kwam hij naar mij toelopen toen ik nog op bed zat. Ging die zo, volgens mij zijn benen over mij heen doen.

(V: Zijn benen over je heen doen?)

Ja, gewoon zo, en dat ik zo, nou hij duwde me eerst op het bed. Nee, ik zat op het bed (..) en toen wou die aan mij zitten, maar ik duwde hem steeds weg. Aan mij! Gewoon aan mijn borsten of zo. Hij deed gewoon zo (..) Toen kraakte het bed, nee toen zakte het bed door. (..) en toen ging hij van mij af. (..)

Ik vroeg of ik weg mocht en mijn mobiel mocht, of waar mijn mobiel was. Hij zei "beneden" die had [medeverdachte 1] gebracht, zei hij. Tegen mij. Hij zei dat mijn mobiel beneden lag. Ik zei "mag ik mijn mobiel dan?" zei ik tegen hem, "en gaan". En toen zei hij "nee show eerst wat". Toen zei ik "wat showen?". Toen zei hij "ja je tieten of je (fonetisch:) punani" dat is mijn vagina. Dat zei hij. Nou? (..) En toen?. Toen zei ik zo, "wat showen?" of zo. "er valt niks te showen". Toen zei hij "ooh je hebt best wel dikke" en zo. Of zo iets. En toen? Volgens mij deed hij mijn hemd en bh omlaag, dat weet ik niet meer, of ik deed dat zelf. Nou ik showde het. En toen ging die, toen ging die aan mijn tiet, aan mijn borsten zitten. Ging die aan likken, volgens mij. Toen duwde ik hem weg.

(V: Waarom duwde je hem weg?)

Omdat ik niet wou dat hij aan mij zat.14 (..)

Ooh nee, eerst kwam [medeverdachte 1] binnen.(..) Toen ging die [voornaam verdachte] de kamer uit. En toen zei [medeverdachte 1] ‘kom we gaan het nu doen, want we hebben nu een huis, of we zitten nu binnen’. Dus hij ging op mij liggen, volgens mij. En aan mij zitten. Gewoon kussen in mijn nek geven en aan mijn borsten ofzo.

(V Wat deed hij met je borsten)

Gewoon aan zitten. Met zijn mond. Nee, ik had nog kleding aan. (..)

(V: Waar zat hij met zijn hand dan?)
Bij mijn borsten. (..) Ik vond het niet zo fijn, ik zei zo ‘ik wil dit niet, ik heb je toch al verteld dat ik niks meer doe? (..) Maar die [voornaam verdachte] ging ook kijken, want op een kiertje stond de deur. Toen maakte hij volgens mij foto’s, van mij en hem.

(V: Waarmee deed hij dat?)
Met de Iphone.15 (..)

Ja volgens mij en toen kwam die [naam 5] binnen, die onbekende jongen uit Zwolle. Toen ging die [voornaam verdachte] weer weg. En toen zei die [naam 5], ‘je moet mij pijpen en neu’ en ja, pijpen volgens mij. En dan krijg je die, dan gaat die [voornaam verdachte] die foto’s verwijderen. En dan krijg je je mobiel weer en dan mag je gaan. (..) Ik zeg ‘nee, dat doe ik niet’. Hij zegt jawel, dat wil je wel’. Ik zeg nee, dat doe ik niet. En toen had die een condoom om gedaan. Ik had hem wel gepijpt met condoom, dat weet ik nog wel. En ? Toen had ik hem gepijpt, volgens mij. Toen zei die ‘ja nu wil ik je neuken’ of zo. (..)

(V: Je zegt, hebt hem eerst gepijpt. Maar hoe ding dat dan precies?)

Gewoon pijpen.

(V: Heeft hij dat gezegd dat je dat moest doen?)

Daarvoor wel ja, toen zei hij, ja nu heb ik een condoom, nu kun je mij gewoon pijpen. (..) Ik vond het natuurlijk niet fijn, ik vond het niet leuk. Ik zei ook dat ik het niet wilde. Maar hij zei, anders krijg je die mobiel, enzo, dat zei hij.

(V: En daarom heb je hem gepijpt?)

(..) Ja. (..) Ik zat op bed en hij stond voor mij.16 (..)

Want ik weet ook nog dat hij zei neuk. Heb je een condoom tegen die [voornaam verdachte] en toen gaf die [voornaam verdachte] die condoom aan hem. En toen probeerde hij die condoom om te doen. (..) Maar het lukte niet echt (..) En toen zei die ‘help mij even met het condoom om doen. En dat heb ik gedaan. (..)

Dus hij zei laat me je neuken of zo. (..) toen zei hij ga op bed liggen. Toen zei ik nee, staand is beter. Toen deed die het niet, want hij wou volgens mij zijn lul in mijn kut doen, maar volgens mij lukte dat niet, dus toen ging die maar op bed zitten. (..)

(V: Maar heeft hij wel geprobeerd toen je daar stond?)

Ja gewoon. Ik ging zo staan, en hij zat achter mij. (..) hij ging achter aan mij zitten en kus in mijn nek geven. (..) volgens mij zat die aan mijn broek, die had ik nog aan.17(..)

Toen zei die, ‘ga op bed’ toen deed ik, moest ik mijn broek uitdoen en mijn ondergoed. Had ik volgens mij gedaan. Toen ging hij liggen. En toen zei hij ‘kom op mijn springen’ en toen zei ik ‘nee dat kan ik niet’. En toen zei hij, ik had toen nog wel mijn hemdje aan enzo. En toen zei hij oke, dan ga ik wel op jou. En toen. Had die me? Ge..Geneukt. En dat deed best wel pijn, vond ik. Vond dat ook niet echt lekker ofzo. Ja, deed mij pijn.

(V: En als hij het over neuken hebt wat gebeurt er dan precies?)
Dat de lul in mijn vagina gaat. Heen en weer.

(V:En toen had die een condoom om?)

Ja. En toen zei die zo ‘dat was snel’. (..) Ja hij ging weg. En toen kwam die [voornaam verdachte] weer binnen. En die zei ‘ga je me nu pijpen en dan mag je weg. En je krijgt je telefoon. Dus ik ging die [voornaam verdachte] pijpen, maar dat was met tegenzin.(..)

(V: Wist hij dat het tegen je zin was?)

Ja, want hij, ik had al duidelijk gemaakt dat ik het sowieso niet wilde.

(V: en waarom deed je het dan?)

Omdat ik mijn mobiel terug wou en weg wou.(..)

(V: Toen heb je hem gepijpt, zeg je?)

Ja en toen stond hij op en zei moet ik gaan liggen?, toen zei ik nee, blijf maar staan en toen ging die toch liggen. (..) Toen ging ik door met pijpen. (..) En toen kwam zijn broertje binnen ofzo. (..) en toen keek zijn broertje gewoon, zat ook op zijn blackberry.18 (..)

Ja en toen was ik bezig en toen kwam die [voornaam verdachte] klaar in mijn mond. En toen zei die broertje van hem, die werd boos. Die zei zo ‘jongen, waarom kom je klaar in haar mond? Ik was kankergeil ofzo. Dat zei die.

(V: Dus [voornaam verdachte] had geen condoom om?)

Nee, toen ik hem pijpte niet. En toen uh? Ging die [voornaam verdachte] lachen. (..) Ik had mijn broek volgens mij weer aan. En toen zie die uh [voornaam verdachte] en die broertje van hem ‘ga je mond spoelen’. Had ik gedaan, dus ik ging naar de badkamer. Had ik mijn mond gespoeld. (..)

Toen ging ik terug, moest ik dat broertje pijpen. (..)

(V: Toen moest je dat broertje pijpen? )

Ja. gewoon die uh. Hij ging gewoon zijn lul volgens mij voor mij doen. Hij stond, ik zat op bed. (..) Staan met zijn stijve. (..) hij had een gele zwembroek aan. (..) Nou toen had ik hem gepijpt. Hij was, toen ging die liggen, omdat ik, dan kan ik er beter bij. Had ik hem gepijpt.19 (..)

Ja en toen ging ik hem pijpen. En hij kwam ook klaar in mijn …mond. En toen moest ik het doorslikken van hem, hij zei ‘doorslikken, doorslikken’. Toen had ik dat gedaan. Nou toen had ik wel verwacht dat ik weg mocht. Dus ik ging.

(V: En hoe heet hij?)

Welke? Die broertje? [medeverdachte 3] ofzo. Nou dat zeiden ze tegen hem.

(V: Wat vond je ervan? Dat je hem moest pijpen?)

Nou vond ik niet leuk, want ik wou weg gaan. En ik dacht dat ik alleen die [voornaam verdachte] moest doen en dan gewoon weg. Maar hij zei; ‘ja dit is mijn broertje, hem moet je ook doen. Want ja hij is mijn broertje.

(V: Dat zie [voornaam verdachte] tegen je?)

Ja.

(V: En waarom heb je het dan toch gedaan?)

Omdat ik dacht ja ik mag toch niet weg en ja ik wil gewoon mijn mobiel snel, en ik wou weg.

(V: En toen dacht jij ‘nou als ik dat doe, dan’?)

Mag ik weg. En toen kwam ineens ook zijn neefje. (..)20

Of nee, die [voornaam verdachte] zei: dit is [naam 1], dit is mijn neefje. Hem moet je ook doen, voordat je weg wilt en hun zeiden ook dat hij echt de laatste was. Maar dat was dus niet zo. Wist ik niet.

(V: Maar goed, Kamel die zegt ‘dit is mijn neefje, die moet je ook doen’.)

En hij vroeg ook nog of ik het wilde. Ik zei nee dat wil ik echt niet. En toen zei hij oke, dan niet ofzo. En toen zei hij tegen die [voornaam verdachte], dat ik het niet wou doen of zo. En toen zei die [voornaam verdachte], ‘je wilt het wel gewoon, je wilt het doen. Ja dit is echt de laatste en dan krijg je je mobiel en mag je weg. Dus ik had die neefje ook gedaan. O ja, eerst ging die neefje mij een beetje zo, aan mij zitten, aan mijn neus enzo. (..) ja met hand op mijn gezicht zo. Beetje zo van, ja beetje lief doen zo van: ja doe het maar gewoon. Nou?

(V: En toen heb je het bij dat neefje gedaan?)
Ja, die kwam klaar, die kwam klaar, volgens mij kwam die klaar op mijn shi..Ook nog op mijn hemdje. Wat ik nog aan had. (..) had ik wel zo, en mijn bh gewoon zo naar beneden, want ik moest mijn borsten zo laten zien.

(V: Dat zei dat neefje?)
Ja, dat hij er aan kon wrijven enzo. Nou hij kwam klaar op mijn shirtding. Ja? Toen was het klaar. Toen dacht ik dat ik eindelijk weg mocht. En toen uhm, komt er nog 1, die had een zonnebril op. Hij was best wel een dunne jongen. En toen ging ik in de hoek staan. (..) ja hun waren allemaal weer naar de gang gegaan, volgens mij. En ik was daar nog even alleen. (..) Toen kwam die jongen zo, en toen zei ik, toen ging ik staan, in de hoek staan. En ik zei zo, die jongen zei, ga je mij ook doen of zo. Toen zei ik zo nee, ik wil eerst mijn mobiel terug anders doe ik niks meer. (..).21

(..) Ik zei eerst, ik zei ‘ik doe het niet voordat ik mijn mobiel krijg’ enzo. En toen zei die uh? Toen zei die uh jongens tegen die [voornaam verdachte] enzo, en toen zaten ze in het Turks te praten. (..) Ja en toen kwam die [voornaam verdachte] binnen en die zei ik heb twee kansen voor je. Of je gaat hem pijpen en je krijgt je mobiel en ik breng je naar het station en je mag weg. En hij zegt als laatste of je doet niks, en je krijgt geen mobiel en je moet lopend naar huis ofzo. En toen zei ik nog steeds ik doe het niet en toen ging hij iets laten zien uit zijn broekzak, en ja toen zei ik wat is dat en toen zei hij ‘een kogel’ ofzo.(..)

(V: hij liet de kogel zien?)

Ja, toen hij, die ene jongens moest lachten. Zo van ja, en ik zei ook zo van ‘wat, wat..wat? Hij zei gewoon ja je doe het maar gewoon, klaar. En toen ging ik weer op dat bed zitten en toen ging die jongen zijn lul naar buiten doen, uit zijn broek enzo, en toen wou ik hem niet pijpen, wou ik echt niet. Want hij had een hele kleine en hij had heel veel schaamhaar. En toen zei die zo nou en, hun wou je toch ook doen? Ging je toch ook pijpen? Toen zei ik ja, maar hun was ik ook niet van plan, hun wou ik eigenlijk ook niet doen. Dat had ik nog verteld tegen hem. Toen zei hij nou en, je doet het, maar ik zweer het, ik ben de laatste dan mag je weg, dat zei hij steeds, dat hij de laatste was. (..) Dus ik heb hem gepijpt, echt met tegenzin.

(V: met condoom? Zonder condoom?)
Zonder, ik had ze allemaal gepijpt, behalve die ene, die onbekende jongen uit Zwolle, die [naam 5] heet.22(..)

Nou gewoon zo gepijpt. Omdat ik dat echt vies vond, dat schaamhaar. Nou die jongen kwam volgens mij ook klaar in mij. Maar dat weet ik niet zeker. Ik weet nog wel dat er een handdoek op de grond lag en daar heb ik ook veel sperma van mij afgeveegd enzo. Was een witte handdoek. (..) Kleine witte handdoek en daar zat ook, heb ik ook veel sperma van… ja alles wat ik uitspuugde en zo was daarop. (..) Nou hij was klaar, ik dacht dat ik eindelijk weg mocht. Maar dat was dus niet zo. Toen kwam die jongen met een uh eng, met een blind oog. Eén van de 2 ogen was blauwachtig, lichtblauw oog-achtig.

(V: Heeft hij nog een naam genoemd?)
Nee ik weet niet hoe hij heette. Ik wist niks van hem. Maar ik ging hem ook pijpen. Ik had, volgens mij nog wel laten zien dat ik niet wilde. En ik zei ook zo ‘ja ze zeiden toch dat hij de laatste was, en dit en dat. Maar verder ging ik er geen discussie over maken en ging ik hem ook maar pijpen. Toen was hij klaar, klaargekomen. En toen gingen hun weg, toen ging hij weg. Was ik gewoon alleen in die kamer. Later kwamen die [medeverdachte 3] en [naam 1]. Terug volgens mij in de kamer. Ik had nog wel kleding aan. En toen zie die [medeverdachte 3] tegen mij uh, kom we doen trio, jij likt hem en hij pakt jou van achter en toen moest ik me ook helemaal uitkleden. Ja deed ik dus, ik had alleen nog mijn sokken aan.

(V: Waarom deed je dat?)

Ik ging toch gewoon naar hun luisteren, want ik dacht anders mag ik toch niet eerder weg. Dus uh, ja ik ging hem pijpen. Die [medeverdachte 3].

(V: [medeverdachte 3] ging je pijpen en)

Toen die [naam 1], probeerde mij van achteren te pakken, maar dat lukte niet. Dus toen zei die [medeverdachte 3]; kom op mij zitten, op mijn lul dan en ga springen. Toen zei ik dat kan ik niet, maar ik ging wel op zijn lul zitten en hij had geen condoom om. Dus hij zei kom op me springen. En ik zei nee, dat kan ik niet. En toen ging hij gewoon zo in mij bewegen. Dat uh we de dat konden doen. (..)

(V: Waar bleef zijn lul:? Jij gaat op hem zitten)
In mijn vagina.23(..)

(V: En toen dat gebeurde, die andere jongen)

Die stond er gewoon bij. En ja, uh duwde hij die Michel van mij af. En toen ging hij weg, die gang weer in, die hal, die gang.

(V: [medeverdachte 3] ging weg?)

Ja en toen lag ik zo op bed, toen ging die [naam 1], die ging mij, lag ik op mijn rug, en toen ging die [naam 1] mijn benen omhoog doen. En in mij. Met zijn lul in mijn vagina. En toen ging die gewoon mij neuken. En toen kwam die [medeverdachte 3] en die zei ‘opschieten’.

(V: En die [naam 1], had die een condoom om?)

Nee. (..) en toen zie die [medeverdachte 3] ‘opschieten, ja opschieten jij’ dit en dat. Ik weet niet meer wat hij zei, ja opschieten, nou. Toen waren we klaar. Hij was niet klaargekomen, maar gewoon gestopt, bedoel ik. (..) dat denk ik ten minste. (..) Toen mocht ik mijn kleren aan doen. Toen zei [voornaam verdachte] tegen mij opschieten, want mijn broer komt er zo aan. Snel opschieten, strik je veters maar buiten.24 (..)

Ging ik naar mijn vriendin.

(V: wie is die vriendin?)

[naam 2](..)

Ik heb verteld wat er gebeurd was.

(V: alles?)

Ja, niet echt precies, maar ik heb wel verteld dat ik gewoon misbruikt was door [voornaam verdachte] en .. Ik moest ook huilen, dus ik kon het niet echt duidelijk vertellen. (..)

(V: Ja, maar waarom moest je huilen?)

Omdat ik overstuur was, en ik voelde me? Echt kut en? Voelde me machteloos, ik .. Ja? Ja ik voelde me echt misbruikt en zo. Ja ik vond het echt niet leuk.(..) ik had ook, toen ik van hun afkwam, toen had ik echt het gevoel zo van: een auto mag mij nu wel aanrijden. Zo.

(V: Waarom had je dat gevoel dan?)

Nou omdat ik me gewoon echt kut voelde, ik wou gewoon eigenlijk wel dood, want ik vond het heel erg wat er gebeurde, ja?25

(V: Ik heb nog even een vraagje, toen jij die woning uit ging hè, toen ze zeiden "doe je veters maar buiten los" toen je de woning uit ging, wie waren er toen nog in de woning?)

Niemand, iedereen was weg. En die [naam 1] en [voornaam verdachte], die zaten een sigaret te roken, daar. Op de straat gewoon.

(V: Hoeveel jongens hebben er jou geneukt?)
4, [voornaam verdachte], [naam 1]26, [naam 5] en [medeverdachte 3].

(V: 2 hadden een condoom om?)

Ja, [voornaam verdachte] en die [naam 5]. De oudsten.27

Aangeefster heeft op 3 oktober 2013 bij de politie onder meer het volgende verklaard:

(V: Weet je de naam van 'zonnebril'?)

Ja, [medeverdachte 4].

(V: Je zegt dat je hem gepijpt hebt en dat je hem vies vond, omdat hij veel schaamhaar had. Je gaf ook aan dat hij volgens jou in je klaar kwam, maar dat je dit niet zeker weet. Waar kwam hij dan in je klaar?)

In mijn mond kwam hij klaar. Ik heb met hem geen geslachtsgemeenschap gehad. Bij hem gaf ik het echt aan dat ik het niet wou. Ik begon ook smoesjes te bedenken namelijk; hij is te klein en dat soort dingen. Ik zei direct tegen hem dat ik het niet wilde. Wacht, hij is wel met zijn vinger in mijn vagina geweest.

(V: Ok, wanneer is dat geweest dan?)

Toen ik hem aan het pijpen was.

(V: Wat deed hij met zijn vinger?)

Hij ging met zijn vinger in mijn vagina. Hij vroeg of hij mij mocht vingeren.

(V: Heb je er iets aan gedaan, zodat hij dat niet kon doen?)

Nee, ik dacht ik moet maar doen wat hij wil anders kom ik hier nooit weg. Dit dacht ik eigenlijk bij alles eigenlijk, laat ik het maar doen, anders kom ik hier niet weg.

(V: Je hebt ook verklaard over een witte handdoek, wat heb je hier precies mee gedaan?)

Daar heb ik het in uitgespuugd.

(V: Wat heb je hierin uitgespuugd?)

Het sperma van [medeverdachte 4] volgens mij, het kan ook zijn dat ik nog iets van [medeverdachte 4]'s sperma heb doorgeslikt. En volgens mij heb ik ook [naam 1]'s sperma afgeveegd aan de handdoek. Het sperma van [naam 1] zat aan mijn handen en op mijn hempje. [voornaam verdachte]'s sperma zat hier ook op. [voornaam verdachte] had zichzelf schoongemaakt. Hij maakte zijn buik schoon.(..)

Ik vroeg wat het was en [medeverdachte 4] of [voornaam verdachte] zei tegen mij dat het een kogel was. [voornaam verdachte] hield deze kogel vast. (..)

(V: Wie van de jongens hebben deze kogel ook gezien?)
[medeverdachte 4] en [voornaam verdachte]. [voornaam verdachte] haalde deze kogel uit zijn broekzak.

(V: Wat zei [voornaam verdachte] erbij?)
‘En anders dit’. Hij probeerde mij hiermee te bedreigen.28

(V: Wie heb jij op donderdag 5 september 2013 samen gezien in genoemde woning?)

[medeverdachte 3] en [naam 1], want die wilden samen met mij een trio doen.

[medeverdachte 3], [voornaam verdachte] en [naam 1] heb ik ook samen gezien in die kamer.

[medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] heb ik volgens mij samen gezien op de gang.

[medeverdachte 4] en [voornaam verdachte] waren ook samen, toen [voornaam verdachte] mij die kogel liet zien.

[medeverdachte 1] en [voornaam verdachte] heb ik ook samen gezien.

(V: Je vertelde dat [voornaam verdachte] foto's heeft gemaakt. Wat kan er op deze foto’s staan afgebeeld?)

Mij. En dat ik op bed zit en [medeverdachte 1] voor mij staat met zijn gezicht naar mij. Hij droeg toen een shirt en boxer.

(V: Maar tijdens het informatieve gesprek, heb je ook gezegd dat er foto’s zijn gemaakt.)

Ja, van mij en [naam 5] en van mijn borsten ofzoiets. Ik weet wel dat [voornaam verdachte] ze op Twitter wilde zetten, omdat ik hem moest pijpen. Toen waren we nog alleen in het huis. We waren toen net in het huis.

(V: Wat zei hij precies dan?)

Hij zei als je dit niet doet, dat niet doet, dan ga ik die foto's op Twitter zetten.

(V: Wat bedoelde hij als je dit niet doet?)

Dat ik hem moest pijpen en ik zei de hele tijd nee. Daarna zei hij dat van die foto's op Twitter. Hij zei toen dat ik mijn borsten moest laten zien. Hij zei; 'show it, show it' of zoiets.29(..)

(V: Wie heb jij op donderdag 5 september 2013 samen horen praten in genoemde woning?)

[voornaam verdachte] en [medeverdachte 4] in ieder geval, die spraken samen Turks.

(V: Kun je ons nog eenmaal vertellen in welke volgorde de jongens de slaapkamer binnenkwamen?)

Eerst was ik met [voornaam verdachte]. Daarna [medeverdachte 1], toen [naam 5], daarna [medeverdachte 3], daarna [medeverdachte 4], toen [naam 1] en de laatste was [medeverdachte 5].

Het kan ook zijn dat [naam 1] voor [medeverdachte 4] was, maar dat weet ik niet zeker. Na de laatste, [medeverdachte 5] dus, kwamen [naam 1] en [medeverdachte 3] nog een keer, ze wilden een trio.

(V: Was [medeverdachte 5] nog in de kamer toen [naam 1] en [medeverdachte 3] kwamen?)

Nee, [medeverdachte 5] was weg.

Voor [naam 1] en [medeverdachte 3] kwam [voornaam verdachte] nog een keer, ik heb hem toen gepijpt. [voornaam verdachte] is

tussentijds ook een paar keer de kamer op geweest.30

Aangeefster heeft op 27 februari 2014 bij de rechter-commissaris onder meer het volgende verklaard:

(V: 'Zonnebril' zegt dat hij gevraagd heeft aan jou of hij je mocht vingeren en dat je toen nee hebt

gezegd. Hij zegt dat hij jou niet gevingerd heeft. Zou het kunnen, dat hij het alleen gevraagd heeft maar niet gedaan?)

(..) Volgens mij heeft hij mij wel gevingerd, ja. Dat was tijdens het pijpen. (..) Hij heeft het wel gevraagd en volgens mij vond ik het wel ok omdat ik toch al meewerkte. Hij heeft gewoon gevraagd, op een normale manier: mag ik je vingeren? Dan kom ik sneller klaar. Volgens mij zei ik niets of zei ik ok. Volgens mij heb ik eerst gezegd nee, maar toen hij zei dan kom ik sneller klaar, heb ik gezegd "ok". (..) Mijn gedachten zeggen dat hij mij wel gevingerd heeft en dat ik "ok" heb gezegd.

(V: Wie heeft jou die kogel laten zien?)

[voornaam verdachte]. Dat was toen ik zei dat ik niet wilde en dat ik in de hoek stond. Dat was ook toen [medeverdachte 4] zei dat ik niet wilde. [voornaam verdachte] zei: en anders zo! Hij haalde de kogel uit zijn broekzak. [medeverdachte 4] moest lachen om de kogel. Ik was er niet bang voor die kogel. (..) Ik was al bang, maar dat kwam niet door die kogel.31(..)

(V: Kun je vertellen wat je bedoeld met: 'volgens mij' heb ik nog wel laten zien, dat ik niet wilde?)

Ik keek gewoon zielig. Ik had in mijn ogen wel echt tranen. Ik zag er volgens mij doodongelukkig uit. Ik moest bijna huilen. Ik heb niets gezegd.

(V: Hoe kwam het, dat je die jongen met het blinde oog bent gaan pijpen?)

Omdat ik toch vrijwillig mee deed. Ik was bang dat er anders iets zou gaan gebeuren. Daarom werkte ik maar mee. Ik weet niet wat er zou kunnen gebeuren. Je hoort altijd van die verhalen. Dat als je tegenstribbelt dat je klappen krijgt. Ik was gewoon ook bang. Ik was het meest bang voor [voornaam verdachte], maar eigenlijk voor allemaal wel. Voor [voornaam verdachte] het meest, want hij organiseerde alles leek het wel. Hij zei doe dit, doe dat. Hij deed als hij de baas was. Ik was ook wel bang voor die oog, die [medeverdachte 5], omdat hij er eng uit ziet. Ik heb tegen [voornaam verdachte] gezegd dat hij had gezegd dat hij de laatste was. Volgens mijn idee nu heb ik toen niets tegen die jongen met dat oog gezegd. Volgens mij kon hij wel zien aan mij dat ik niet wilde. Ik keek zielig. Ik zag er machteloos uit. Volgens mij kon je gewoon wel merken dat ik het niet wou.32(..)

(V: Er is jou eerder gevraagd hoe de jongens konden weten dat jij niet wilde. Je hebt toen aangegeven, dit konden zij weten door mijn gezichtsuitdrukking en door mijn gedrag. Kun je uitleggen wat je daarmee bedoelt?)

Mijn gezichtsuitdrukking was dat ik droevig keek en dat ik er uit zag als dat ik machteloos was. (..) Ik ben niet heel boos geworden. Ik durfde dat niet. Uit angst. Ik was bang voor al die jongens bij elkaar in dat huis. Ik wist niet wat er verder ging gebeuren. Wanneer mocht ik weg? Ik heb wel gezegd dat ik niet wilde. Ik heb het niet super vaak gezegd. Ik heb wel mee gewerkt omdat ik bang was. Ik heb het tegen [medeverdachte 4], [naam 1] en [voornaam verdachte] gezegd dat ik niet wilde. Tegen de andere jongens heb ik het volgens mij niet gezegd.(..)

Ik heb het ook tegen [naam 5] gezegd, dat ik niet wilde.(..)

Ik liet alles maar over mij heen komen.33

De bewijsminimumregel als bedoeld in artikel 342, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering

De rechtbank ziet zich voorts voor de vraag gesteld of de door haar betrouwbaar geachte verklaringen van aangeefster in voldoende mate steun vinden in de overige bewijsmiddelen.

Naar vaste jurisprudentie kan volgens het tweede lid van art. 342 Sv - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv, is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Tegen die achtergrond acht de rechtbank de navolgende bewijsmiddelen relevant.

Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 oktober 2013 is onder meer het volgende gebleken.

Tijdens de aanhouding van de verdachte [medeverdachte 1] werd zijn mobiele telefoon inbeslaggenomen. (..)

Van het toestel werd een image gemaakt. Op vrijdag 25 oktober 2013 heb ik deze image onderzocht.

In de map afbeeldingen trof ik 2 bestanden aan waarop de aangeefster [slachtoffer] naakt was afgebeeld op een bed. Op de foto is te zien dat aangeefster op een bed zit met witte/ lichtkleurige lakens. Links op het bed ligt tegen de gordijnen aan een roze/rood kussen. Rechts op de foto is een gedeelte van een deken/ dekbed te zien. Het betroffen dezelfde afbeeldingen. (..)

Ik verbalisant [verbalisant] heb de foto welke werd aangetroffen in de image van het toestel van [medeverdachte 1] vergeleken met een foto welke door technisch Rechercheur van het Team Forensische Opsporing werd gemaakt tijdens het PD onderzoek op de lokatie [adres] te Zwolle.

Ik verbalisant zag dat het motief en de kleuren van het roze/rode kussen met lichte horizontale strepen op de foto van de FO overeen kwam met het motief en de kleuren van het roze/rode kussen op de foto in het toestel van [medeverdachte 1]. Het kussen ligt ook op beide foto's links achter op het bed tegen de gordijnen aan.

Ik verbalisant zag dat het motief en de kleuren van de gordijnen op de foto van de FO overeen kwam met het motief en de kleuren van het gordijn op de foto in het toestel van [medeverdachte 1].

Ik verbalisant zag dat het motief en de kleuren van de witte/lichtkleurige laken op de foto van de FO overeen kwam met het motief en de kleuren van het witte/lichtkleurige laken op de foto in het toestel van [medeverdachte 1].

Ik verbalisant zag de wijze en plaats van dekbed op de foto van de FO overeen kwam met de wijze en plaats van het dekbed op de foto in het toestel van [medeverdachte 1].34

Uit het proces-verbaal onderzoek gegevensdragers d.d. 28 november 2013 is onder meer het volgende gebleken.

De twee aangetroffen afbeeldingen zijn overblijfselen van een chatgesprek waarbij deze afbeeldingen ontvangen en/of verstuurd zijn. Dit ontvangen en/of versturen heeft plaatsgevonden op 5-9-2013 16:52:28 UTC respectievelijk 5-9-2013 20:55:39 UTC.

Het chatgesprek(ken) zelf waarbij de afbeeldingen ontvangen en/of verstuurd werden, was niet meer aanwezig in de gegevens.35

Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 september 2013 is onder meer het volgende gebleken.

Op zaterdag 7 september om 13.38 uur, heb ik verbalisant [verbalisant] samen met mijn collega [verbalisant], de aangifte opgenomen van aangeefster / benadeelde: [slachtoffer] (..).

Tijdens deze aangifte vertelde zij dat ze door meerdere jongens was misbruikt in een woning in Zwolle. Zij wees de woning aan de [adres] te Zwolle aan als de woning waar het misbruik zou hebben plaatsgevonden.(..) Toen ik verbalisant, de trap op liep en rechtsaf liep de grotere slaapkamer in, zag ik aan mijn rechterzijde, voordat ik deze slaapkamer inliep een klein raam met een kleine vensterbank. In deze vensterbank zag ik twee kogels liggen.36

Uit het proces-verbaal van sporenonderzoek is onder meer het volgende gebleken:

Het onderzoek is verricht in een woning aan de [adres], [postcode] Zwolle.(..) Op het genoemde vloerkleed, de hoes van de matras, de hoes van het dekbed en de handdoek zag ik meerdere reacties bij het aanstralen met de forensische lichtbron. Ik heb de hoezen en de handdoek voor verder onderzoek veiliggesteld.

Object: Textiel (Handdoek)

SIN: AAFT2041NL

Bijzonderheden: Handdoek lag op het voeteneinde op het bed.37

Uit het rapport van het NFI38 is onder meer het volgende gebleken:

Tabel 1 Referentiemonsters van slachtoffer en verdachten

Sin

Omschrijving (..)

AAFT2041NL

Een handdoek (..)

Tabel 2 Overzicht eerder onderzocht materiaal

Sin

Omschrijving

RAAU3191NL

Een referentiemonster wangslijmvlies van de verdachte [medeverdachte 2] (geboren op [1995]) (..)

RAAU6053NL

Een referentiemonster wangslijmvlies van de verdachte [medeverdachte 4] (geboren op [1993]) (..)

RAAU3294NL

Een referentiemonster wangslijmvlies van de verdachte [verdachte 1] (geboren op [1996]) (..)

Handdoek AAFT2041NL

Sperma

De handdoek AAFT2041NL is onderzocht op de aanwezigheid van sperma. Hierbij zijn meerdere spermasporten aangetroffen. Acht spermasporen zijn bemonsterd. De bemonsteringen zijn als AAFT2041NL#1 tot en met #8 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. (..)

Tabel 5 Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

Handdoek AAFT2041NL

Sin

Beschrijving DNA-profiel/celmateriaal kan afkomstig zijn van

Matchkans DNA-profiel

AAFT2041NL#01

DNA-mengprofiel van minimaal twee personen

DNA-hoofdprofiel

[medeverdachte 2]

Kleiner dan één op één miljard

AAFT2041NL#02 en #05

DNA-profiel van een man

[verdachte 1]

Kleiner dan één op één miljard

AAFT2041NL#03

DNA mengprofiel van minimaal twee personen

DNA-hoofdprofiel

[verdachte 1] (..)

Kleiner dan één op één miljard

AAFT2041NL#04,#07 en #08

DNA-profiel van een man

[medeverdachte 2] (..)

Kleiner dan één op één miljard

AAFT2041NL#06

DNA-mengprofiel van minimaal twee personen

DNA-hoofdprofiel

[medeverdachte 4] (..)

Kleiner dan één op één miljard

Getuige [naam 2] heeft op 8 september 2013 bij de politie onder meer het volgende verklaard.

(V: Wanneer kwam [slachtoffer] naar jou toe?)

Dat was donderdag.

(V: Hoe laat was dat?)

Weet ik niet precies, in ieder geval na het eten.

(V: Hoe ging dat dan?)

Ze kwam bij mij voor de deur. (..) [slachtoffer] zei tegen mij als eerste, dat haar mobiel weg was en dat er iets heel ergs was gebeurd. (..) En dat ze met die [voornaam verdachte] was meegegaan, die ik ook ken. En toen dacht ik 'nee', dit gaat niet goed komen.(..) Toen moest ze huilen.(..)

(V: Wat vertelde [slachtoffer] jou precies, wat er was?)

Ze zei dat ze haar uitkleedde en foto's gingen maken en als ze dat niet zou doen, dat ze de foto's door zouden sturen op internet en dat er daarna nog meer jongens kwamen en dat ze daar nog meer dingen mee moest doen.39(..)

(V: Wat heeft [slachtoffer] verteld over die donderdag?)

Ze zei dat ze bij [voornaam verdachte] achter op de scooter was gaan zitten. Ik heb gevraagd waarom ze dat deed. [slachtoffer] verteld mij toen dat hij, die [medeverdachte 1] zo zou komen. Ze moest even wachten ofzo. Toen is [voornaam verdachte] met haar naar zijn huis toegegaan.(..)

Ze vertelde dat hij toen naar binnenging om even te wachten op die andere jongen. Ze vertelde dat het ergens bij de Diezerpoort was, daar ergens in de buurt. Verder heeft ze gezegd dat hij haar daar ging uitkleden enzo. Ik heb toen gevraagd aan haar, of ze gezegd had dat ze dat niet wilde. Ze gaf toen aan, dat ze had gezegd dat ze het niet wilde.(..)

(V: Wat heeft [slachtoffer] verteld wat er tussen haar en [voornaam verdachte] is gebeurd?)

Hij ging haar uitkleden en hij zei dat ze iets moest doen.40

(V: Wat dan?)

Pijpen ofzo en dat hij heel bedreigend over kwam enzo.(..)

(V: Want je vertelt dat [slachtoffer] jou heeft verteld dat ze met [voornaam verdachte] in de woning was, hij ging haar uitkleden en ze heeft hem gepijpt, wat is er nog meer gebeurd in de woning, wat [slachtoffer] jou verteld heeft?)

Ze vertelde dat er acht jongens waren.(..)

(V: Wat is er dan verder gebeurd in die woning?)

Ze zei dat ze nog meer jongens moest pijpen en dat ze met een paar jongens had gevreeën en dat ze het met twee jongens zonder condoom had gedaan en twee niet.(..)

(V: Heeft [slachtoffer] verteld wat ze daar van vond, dat ze heeft gepijpt en gevreeën?)

Ja, ze zei dat ze het vies vond en dat ze allemaal vieze dingen moest doen.

(V: Wat dan?)

Dat wat ik nu vertel heeft ze gezegd en verder niet. Ze vertelde dat ze het niet wilde.

(V: Je hebt het over acht jongens, heeft ze met al die jongens iets gedaan?)

Het enige wat ik weet is dat ze heeft moeten pijpen, hoeveel en wie weet ik niet. En dat ze vier keer geneukt heeft, dat in ieder geval, waarvan twee keer met condoom en twee keer zonder condoom.

(V: Heeft [slachtoffer] verder nog dingen gezegd, wat er is gebeurd?)

(..) Ze is met haar fiets direct naar mij gefietst.

(V: Heeft [slachtoffer] verteld, waarom ze dit gedaan heeft met die jongens?)

Ja, omdat ze ook niet echt 'nee' durfde te zeggen. Het waren meerdere jongens en ze voelde het zo, dat ze er niet tegenop kon boksen. Ze vertelde ook dat ze allemaal Turks aan het praten waren.

(V: Heeft ze verteld waar in huis dit plaatsvond?)41

Dat praten of dat andere?

(V: Dat neuken en dat pijpen?)

Op een kamer.(..)

(V: Heeft ze ook verteld waar die jongens dan waren?)

Ze vertelde op school, dat die jongens op de gang waren en Turks aan het praten waren en dat op die kamer, ja, ik weet niet hoe het ging, maar dat het daar gedaan werd.

(V: En met daar bedoel je neuken en pijpen?)

Ja.(..)

(V: Wat heeft [slachtoffer] verteld over die foto's?)

Dat ze naakt stond en volgens mij nog een dat ze [voornaam verdachte] aan het pijpen was.

(V: Wie heeft die foto's gemaakt?)

Volgens mij [voornaam verdachte].(..)42

(V: Heeft [slachtoffer] namen genoemd, om welke jongens het gaat?)

[medeverdachte 3], [naam 1] volgens mij, en [naam 5] als ik mij kan herinneren. En ze heeft nog eentje verteld, maar dat weet ik niet.(..)

Oh ja, en haar mobiel werd afgepakt. Iemand vroeg aan haar, volgens mij [naam 4] of zoiets, die vroeg of hij mocht bellen met haar mobiel. En toen is ze vergeten om haar mobiel terug te vragen.(..)

(V: Aan wie heef [slachtoffer] dat gevraagd dan?)

Meerdere jongens, één reageerde, maar ik weet niet wie.

En in dat huis was gezegd dat als ze iets deed met een jongen, dat ze haar mobiel weer terug zou krijgen.43

Getuige [naam 6] heeft op 10 september 2013 bij de politie onder meer het volgende verklaard.

(V: Hoe kent u [slachtoffer] [slachtoffer]?)

Ik ken haar via mijn dochter: [naam 2].(..)

(V: Heeft u [slachtoffer] afgelopen donderdag gezien?)

Ja.(..)

(V: Wat kunt u daar over vertellen?)

(..) Op een gegeven moment stond [slachtoffer] voor de deur. Dat had ik eerst niet door, maar [naam 3] was naar de deur gelopen. (..)

(V: Hoe laat was dat?)

(..) Ik denk dat het in ieder geval na 19.00 uur was dat [slachtoffer] voor de deur stond. (..) In ieder geval liep ik na vijf a tien minuten naar [slachtoffer] en [naam 2] toe. (..) Ik zag dat [slachtoffer] flink in tranen voor de deur stond. Ik wist niet wat er aan de hand was en ik had [slachtoffer] nog niet eerder zo gezien. Ik heb [naam 3] toen gezegd dat ze de keuken verder op moest ruimen en dat ze dan maar even met [slachtoffer] naar boven moest gaan. Ik wilde [slachtoffer] niet wegsturen, omdat ze zo in tranen was.44

Uit de aantekeningen van aangeefster die zij bij het informatief gesprek d.d. 6 september 2013 heeft overgelegd blijkt onder meer het volgende.

Ik zou leuke dingen doen met [medeverdachte 1] die ik al kon.(..) Hij kwam terug samen met nog een jongen op een scooter. Die [medeverdachte 1] zei tegen mij spring bij hem achterop hij brengt jou naar waar zij gaan eten, ik kom er later aan. Ik geloofde het wel en ging bij die jongen genaamd [voornaam verdachte] achterop.(..) en toen stopte we in een straat zei die ging die naar binnen, ik bleef stilstaan hij zie kom naar binnen, dus ik ging naar binnen daarna zei die kom naar boven. Ik dacht huh? Waarom naar boven, maar ging maar mee. Daarna kwamen we gewoon een kamer binnen, zegt die ga me pijpen. Ik zeg nee, daar doe ik niet aan. Hij zegt ik geef je er geld voor. Ik bleef bij mijn eerste antwoord. Hij ging aan me zitten duwde hem wel weg. Ik zei zo weer je nou waar mijn telefoon is? Hij zie ja die ligt beneden. Toen zei ik oke mag ik hem nu. Zei die nee je gaat me eerst pijpen en dan krijg je je telefoon. Ik zei dat ik niks bleef doen. Daarna kwam er opeens een andere jongen binnen, die had ik al gezien op het station. Hij zei iets van als je mij pijpt en jou laat neuken mag je je telefoon en mag je weg, dus ik deed dingen en toen had die foto’s gemaakt. En als ik niet zou pijpen ene dan ging diegene ze op twitter plaatsen en zo ging de hele tijd door. Had ik hem gepijpt en daarna zei ik nu weg, zegt die nee eerst moet je me broertje ook doen. Had ik dit gedaan. Zei die dat zijn neef ook moest doen. Die neef vroeg nog wil je dat wel ja of nee. Ik zei nee. Toen ging die jongen helemaal boos zeggen je wilt wel en hij is de laatste dan mag je echt gaan dus ik deed dat. Maar daarna kam er nog 1. Ik zei nee deze doe ik echt niet hoor die andere was toch de laatste, zeiden nee ik zweer deze word echt de laatste en dan mag je je telefoon. Ik zei nee ik wil eerst mijn telefoon anders doe ik niks. Maar kreeg mijn telefoon niet. Hij zei die ene jongen zei ik geef je 2 kansen. Je gaat hem pijpen en je krijgt je telefoon en ik breng je naar huis. Of je doet niks en dan moet je lopend naar huis en je krijgt je telefoon niet terug. Al die jongens heb ik allemaal gepijpt. 4 hebben soort van sex gehad met mij. 2 met condoom andere 2 zonder.45

Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2013 blijkt onder meer het volgende.

(..) Door mij verbalisant is het beeldmateriaal van het Kruidvat, gevestigd Thomas a Kempisstraat 20 te Zwolle uitgekeken. Een van de camera's van eerder vermelde Kruidvat geeft zicht op ingang van het

Kruidvat en laat tevens een gedeelte van de Thomas a Kempisstraat en de Schoolstraat zien.(..)

Ik zag op het beeldmateriaal het navolgende ter zake dienende;

05-09-2013 te 15.41.58 uur

In beeld verschijnt een witte scooter. Deze scooter wordt bestuurd door een jongen met donker, kort haar, gekleed in een wit t-shirt, korte roze kleurige broek en witte schoenen. Achter op deze scooter zit een jonge vrouw met donker haar in een knot. Zij is gekleed in een mouwloos blouse, een blauwe spijkerbroek en zwarte sportschoenen met witte veters. (..) Zij komen, rijdende over de Thomas a Kernpislaan uit de richting van de Brink en gaan in de richting van de Vechtstraat. (Zie foto 1, 2 en 3)(..)

05-09-2013 te 15.42.04 uur

De scooter en de twee personen verschijnen rechtsboven weer in beeld. Zij stoppen op de hoek van de Thomas a Kernpislaan en de Schoolstraat. (Zie foto 5 )

05-09-2013 te 15.42 .07 uur

De jonge vrouw stapt af van de scooter. (Zie foto 6)

05-09-2013 te 15.42 .13 uur

De jonge vrouw steekt de Schoolstraat over in de richting van de Brink en blijft voor een kledingwinkel Verona, tegenover het Kruidvat, staan. [voornaam verdachte] rijdt met de scooter weg in de richting Vechtstraat. De vrouw loopt heen en weer voor de kleding winkel. (Zie foto 7 en 8)

05-09-2013 te 15.50 .13 uur

De Scooter met als bestuurder [voornaam verdachte] verschijnt rechtsboven in beeld. Hij komt vanuit de richting Vechtstraat aanrijden. De jonge vrouw stapt achterop de scooter. (Zie foto 9)

05-09-2013 te 15.50.26 uur

[voornaam verdachte] rijdt als bestuurder van de scooter met de jonge vrouw als passagier over de Schoolstraat in de richting van "t Streekien. (Zie foto 10)

05-09-2013 te 15.50.30 uur

De scooter met de twee personen verdwijnt uit beeld.46

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie op 2 januari 2014 onder meer het volgende verklaard:

5

september. Ik kreeg een app binnen, een groeps-app. Daar stond in “kom hier heen’. Ik ben toen naar de woning geweest, plaats delict. (..) Er was niemand beneden. De deur stond open. Ik ging naar boven. Ik zag een meisje bezig met een andere jongen. (..) Een van de jongens liep de kamer uit en ik liep de kamer in. Ik was een beetje opgewonden. Ik vroeg of zij wat met mij wilde doen, zij wilde dat niet. Ik ben toen de kamer uitgegaan. Daarna ben ik de kamer weer ingegaan en toen wou ze opeens wel. Ze ging me toen pijpen. Toen kwam ik klaar. Dat was niet in haar mond maar op haar hemdje. (..) Ik ging toen op de gang even roken. (..) Ik weet niet meer wie toen de kamer in is geweest. Toen ging ik de kamer weer in. Ik ben haar toen gaan neuken, ik ben een keer in haar geweest en daarna ben ik weggelopen. En wie er daarna geweest is, weet ik niet.47 (..)

(V: Met wie was je daarboven?)

Met anderen.

(V: En hoeveel is een paar?)

Met mij erbij drie of vier. (..) We stonden daar te roken. Toen zei iemand ‘ga jij maar’. Dat meisje zei dat ze niet wilde en toen ging ik de kamer uit. (..)

(V: Wat begon ze te doen?)
Ze deed mijn korte broek uit, ze begon te voelen en ging mij pijpen.

(Heb jij nog iets tegen haar gezegd? Wat is de reden dat jij terug ging de kamer in?)

Ze zeiden tegen mij dat ze wel wilde.

Ik zei niets tegen haar ik (streelde begrijpt de rechtbank) alleen met mijn hand over haar wang. (..)

(V: Zij ging jou pijpen, hoe ging dat?)

Zij deed het gewoon. (..) Ik stond en zij zat op bed.48 (..)

(V: Ze ging je pijpen en jij was opgewonden. Hoe lang duurde dat?)
Ik denk 5 minuten ongeveer. Ik kwam klaar op haar hemdje. Ik kwam niet in haar mond klaar, dat vond ik ranzig. Toen ik voelde dat ik klaarkwam, haalde ik mijn penis uit haar mond en toen kwam ik klaar op haar hemdje.(..)

(V: Is er geen condoom gebruikt?)

Nee.(..) Niemand ik was alleen. Ik heb wel gelezen dat zij het over een trio had (..). Toen ik voor de tweede keer de kamer in ging was ze naakt en was ze bezig met iemand. Maar toen heb ik niets gedaan. Ik liep de kamer weer uit. En toen ik terug kwam die kamer in, lag ze naakt op bed. En toen zei iemand dat ik weg moest. Ik weet niet of iemand nog na mij is geweest. (..) Ik hoorde iets over de sleutels. De deur werd opengedaan en ik stopte toen bij haar.49 (..)

(V: Hoe lang waren jullie daar?)

Ik denk ongeveer anderhalf uur. (..)

(V: Heb je het met hem nog besproken?)

Nee, want ik vond het beschamend. Met zoveel jongens seks met een meisje.(..)

(V: waarom stop je dan?)
Ik weet het niet. Er werd geroepen dat ze gingen. (..)Maar ik snap nog steeds niet hoe ze bij de naam [naam 1] komt. Ik heb niks over mijn naam gezegd en ze heeft het steeds over [naam 1].50(..)

(V: Wat is de reden dat jij wilde melden?)

Ik hoorde dat het meisje pas 15 jaar was. Ik had een schuldgevoel. (..) Maar ik kreeg een schuldgevoel met zoveel jongens in een huis. (..) Ja het is wel strafbaar, omdat ze minderjarig is.

(V: Maar als er allemaal andere jongens in de woning zijn?)

Ik zou wel bang zijn. (..) Als er via de app niet was gezegd, ‘kom hier heen’, dan was het ook niet zo uit de hand gelopen.51

Medeverdachte [medeverdachte 4] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Vijf september ben ik wakker geworden ik heb ontbeten met mijn zus. (..) Ik kreeg toen in de speeltuin een aantal telefoontjes van [voornaam verdachte]. (..) Hij, [voornaam verdachte], belde wel drie, vier keer achter elkaar. [voornaam verdachte] vroeg of ik wilde langs komen want hij had een vriendin. Hij vroeg of ik kennis met haar wilde maken en wat samen konden gaan drinken.(..) Ik ben toen op de fiets naar [voornaam verdachte] gegaan. Ik belde aan en [voornaam verdachte] deed de deur open. (..) [voornaam verdachte] zei; 'loop maar naar boven' ik ben toen naar boven gelopen. (..) [voornaam verdachte] zij tegen mij boven in de woning, in het Turks; 'maak maar kennis met het meisje'. [voornaam verdachte] stond bij een deur.(..) Toen ik vervolgens de kamer in liep, zag ik een meisje zitten. (..) Ik ben toen op het bed naast haar gaan zitten. Er zat ongeveer een meter afstand tussen mij en het meisje.(..) Ze was halfnaakt, ik weet niet wat er daarvoor was gebeurd. Ik dacht wat gebeurt er nu. (..) Ik wilde geen seks voor het huwelijk, maar ik kon mijzelf niet meer inhouden. Ze vroeg of ze mij mocht pijpen. Dit heeft ze gedaan. Voordat ik klaar kwam, heb ik gevraagd of ik in haar mond mocht klaar komen. Ik kwam toen ik haar mond klaar. Ik weet zeker dat ze het heeft doorgeslikt. De rest heeft ze afgeveegd aan de handdoek. (..)52

(V: Als jij het over [voornaam verdachte] hebt, over welke [voornaam verdachte] heb jij het dan?)

Over mijn buurman; [verdachte 1].(..)

(V: Van wie is dat huis?)

De oma van [voornaam verdachte].53(..)

(V: Maar, wat zei jij toen zij vroeg of ze je mocht pijpen?)

Ik zei; nee, ja eigenlijk. Het zat er tussen.

(V: Nee, ja, dat zei jij?)

Ik zei eerst nee. Toen deed zij mijn broek omlaag en toen begon zij mij te pijpen.(..)

(V: Heb jij nog een condoom gebruikt?)

Nee.54(..)

(V: Hoe denk je dat een meisje zich voelt als dit gebeurd is?)

Ik zou het niet weten. Erg volgens mij.55(..)

Ik durfde het niet te vertellen omdat het een verkrachting was.56

Verdachte heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

(V: Kun jij je nog herinneren dat jij drie weken geleden een meisje hebt gesproken bij het station in Zwolle?)

Ja. (..) [slachtoffer] ofzo.

(V: Wat voor meisje is dat?)

Een lang donker meisje.

(V: Weet je nog op welke dag je haar ontmoet hebt?)

Nee, het was mooi weer. Ik geloof op een donderdag, woensdag of vrijdag. Eén van die drie. Ik was vrij van school, ik had een korte broek aangetrokken. Ik ging naar de stad (..) Ik had iemand gebeld en gezegd dat we een terrasje konden pakken. Toen zei die iemand dat die op het station was. Hij zei tegen mij dat hij met een meid was en hij vroeg of ik ook kwam. Ik zei ok, ik ging met de fiets naar het station, ik wilde hem ophalen. Toen was die meid er ook, [slachtoffer]. Toen begon ze met mij te praten, ze vroeg wat mijn naam was en ze zei of ik wat met haar wilde eten. (..) Wij hadden het toen over seks, ze gaf aan dat zij van seks hield en ik ook.(..)

(..) Toen kwam er een neger en die vroeg haar telefoon.(..)

We hadden het over seks en zij gaf haar telefoon aan die getinte jongen. Toen zei ze tegen mij; 'kom, we gaan naar je huis'.57(..)

Later heb ik haar met de scooter opgehaald. Op de scooter zijn we naar het huis gegaan.58 (..)

Ik was eerst alleen met haar. (..). We zijn toen naar boven gegaan en ze begon zich uit te kleden. (..). Ik deed toen mijn broek omlaag en ze begon mij af te trekken. Ik heb een condoom omgedaan. Ik lag, zij lag op mij met haar rug naar mij toe. En zij deed verder alles zelf.59(..)

(V: Zijn we niet een stukje vergeten?)

Jawel, dat een vriend van mij kwam. Ik had geen condoom meer. Ik zei onderweg naar de woning al tegen hem dat ik maar één condoom had. We waren al bezig en toen was één condoom gebruikt (..) Toen ben ik naar beneden gegaan en toen was die vriend er en toen heb ik de condoom van mijn vriend gepakt. En toen hebben we het nog een keer gedaan. (..) [medeverdachte 1] heeft die gebracht.60(..)

(V: Welke seksuele handelingen heb jij bij [slachtoffer] gedaan?)

Ik heb haar alleen geneukt. Eigenlijk heeft zij mij geneukt, want zij ging op mij.

(V: Zij zegt dat je ook aan haar borsten hebt gezeten.)

Ik weet het niet. Ik lag, zij lag met haar rug naar mij toe, ja. Dus, dan kan ik ook niet aan haar borsten hebben gezeten. Misschien kan het wel, of dat ik het niet weet, maar ja, ik weet bijna zeker van niet.61 (..)

Ze ging naar boven, ze kleedde zich uit en ze vroeg waarom ik mijn niet ging uitkleden. Ik heb dit toen ook gedaan, ben op bed gaan liggen, heb een condoom omgedaan en zij ging met haar rug naar mij toe op mij liggen.62

Medeverdachte [medeverdachte 1] [medeverdachte 1] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Een vriend van mij nam een meisje mee naar zijn oma's huis. En hij had seks met haar.

(V: Waar was dat huis?)

Bij mij in de straat. Schuin tegenover, de [adres].

(V: Hoe heette dat meisje?)

[slachtoffer]

(V: En wanneer was dat?)

Op 5 september 2013.

(V: Hoe laat?)

Ik was om 17:00 uur thuis. Maar het speelde wel wat eerder. Ik ben eerder weg gegaan.(..)

(V: Over welke jongen heb je het nu?)

[voornaam verdachte].(..)

Ik had met [slachtoffer] op het station afgesproken. We zouden in de stad wat gaan eten.63(..)

Ik zag haar toen voor het eerst echt goed. Ik dacht toen "met haar wil ik niet in de stad gezien worden".(..) Maar toen belde [voornaam verdachte] mij. Hij vroeg wat ik deed. Ik zei op het station met [slachtoffer]. Hij vroeg of ze er mooi uit zag. Ik zei dat hij zelf maar moest komen kijken. Hij zei toen dat hij zou komen. (..) Toen kwam [voornaam verdachte] eraan, toen dacht ik "dan kan hij haar mooi meenemen".(..)

(V: Wie was die andere jongen?)

[naam 4] zei hij. Hij stond met [slachtoffer] te praten. En toen vroeg hij haar telefoon en die gaf zij. Hij ging bellen met die telefoon. En toen ging [voornaam verdachte] zijn vervoer ophalen nadat ik [voornaam verdachte] en [slachtoffer] aan elkaar had voorgesteld. (..)

Ze stapte bij [voornaam verdachte] achterop de scooter en ze reden weg. En ik ging toen naar huis. [voornaam verdachte] belde mij toen en zei dat hij in het huis van zijn oma was. Hij zei tegen mij dat zij wel zin in seks had en hij vroeg mij of ik een condoom wilde brengen.64

Ik ben toen naar die woning gegaan. Ik nam een condoom mee van mijn huis en ging naar de woning van de oma van [voornaam verdachte]. Het was toen ongeveer om 16:15 uur thuis en dat ik tussen 16:15 uur en 16:30 uur naar de woning van de oma van [voornaam verdachte] gegaan ben. Ik belde aan en [voornaam verdachte] deed de deur open. Ik gaf [voornaam verdachte] het condoom. Toen ging ik daar zitten. [voornaam verdachte] ging met [slachtoffer] naar boven. (..)

Ik hoorde gezoen. Ik hoorde ook gekreun.65 (..)

(V: Waar hebben [voornaam verdachte] en jij het over gehad?)

(..) Hij vertelde dat hij seks met haar had gehad. (..) Hij vertelde toen welke standjes. Hij zei ‘doggy’ en gewoon op bed, dat hij boven haar lag.66

Conclusie bewijsminimum

Naar het oordeel van de rechtbank bieden de bovenstaande uitgewerkte bewijsmiddelen voldoende steun aan de verklaringen van aangeefster. Van een schending van de bewijsminimumregel als bedoeld in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is derhalve geen sprake.

De rechtbank wijst in dit verband in het bijzonder nog op de verklaring van (mede)verdachte [medeverdachte 2] dat op de middag van 5 september 2013 vóór en na het pijpen en de geslachtsgemeenschap tussen hem en aangeefster in de woning aan de [adres] te Zwolle andere jongens in de gang op de eerste verdieping aanwezig waren, hetgeen overeenkomt met de gedetailleerde verklaring van aangeefster op dit punt dat zij verschillende jongens in de gang op de eerste verdieping heeft waargenomen toen zij met een jongen in de slaapkamer seksuele handelingen verrichtte. Voorts stelt de rechtbank vast dat het door aangeefster geschetste patroon van opeenvolgende seksuele handelingen met verschillende jongens en haar gedetailleerde verklaring dat zij het sperma van [medeverdachte 4] en [naam 1] op een witte handdoek had uitgespuugd en dat [voornaam verdachte] [verdachte 1] zijn sperma had afgeveegd aan een witte handdoek, steun vindt in de uitslagen van het DNA-onderzoek naar sperma op de in de slaapkamer aangetroffen witte handdoek. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat op de telefoon van [medeverdachte 1] twee naaktafbeeldingen van aangeefster zittend op een bed zijn aangetroffen die volgens de politie zeer waarschijnlijk zijn gemaakt op de middag van 5 september 2013 in de woning aan de [adres] en dat die afbeeldingen op diezelfde namiddag of avond door die [medeverdachte 1] zijn verzonden of ontvangen via de chatapplicatie What’s app, hetgeen de verklaringen van aangeefster inhoudende dat er die middag foto’s van haar zijn gemaakt in de betreffende slaapkamer ondersteunt.

Ten aanzien van de feiten

Op grond van de in de bovenstaande bewijsmiddelen naar voren gekomen feiten en omstandigheden – in onderling verband en samenhang bezien – neemt de rechtbank als vaststaand aan dat aangeefster op 5 september 2013 met [voornaam verdachte] [verdachte 1] is meegegaan naar de woning aan de [adres] te Zwolle, daar seks heeft gehad met die [verdachte 1] en achtereenvolgens met een 6-tal andere jongens. Terwijl aangeefster in de slaapkamer seksuele handelingen verrichtte met elk van deze jongens afzonderlijk, stond een aantal van de jongens op de gang te wachten.

Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank voorts de onvrijwilligheid van aangeefster om seksuele handelingen bij de verschillende jongens te verrichten als vaststaand aan op basis van hetgeen aangeefster hierover heeft verteld, gesteund door de verklaring van getuige [naam 2] aan wie zij (vrijwel) meteen na het gebeurde haar verhaal heeft gedaan, en de door getuige [naam 6] bij aangeefster toen waargenomen hevige emotie, terwijl ook in aangeefsters – na de ontmoeting met deze getuigen maar vóór haar daags daarna op school en bij de politie gedane verhaal - handgeschreven aantekeningen al gewag wordt gemaakt van onvrijwilligheid. Dat de bron van deze getuigenverklaringen aangeefster zelf betreft kan naar het oordeel van de rechtbank aan de bewijswaarde onvoldoende afdoen aangezien het relaas van aangeefster als geheel in voldoende mate steun vindt in de – hiervoor uitgewerkte - bewijsmiddelen zoals die overigens voorhanden zijn.

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde medeplegen van verkrachting

Met betrekking tot de vraag of, en zo ja, hoe op aangeefster dwang werd uitgeoefend ter zake van de door haar verrichte en ondergane seksuele handelingen en de kenbaarheid van die dwang voor verdachte en zijn medeverdachten overweegt de rechtbank het volgende.

Door de verdediging wordt betwist dat sprake zou zijn geweest van dwang, hetgeen, aldus het bepaalde in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht, kan bestaan uit geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid.

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende komen vast te staan dat er sprake is geweest van geweld dan wel bedreiging met geweld, uitgeoefend door verdachte en/of de medeverdachten. Voor zover dit zou hebben bestaan uit het op het bed duwen en/of drukken van aangeefster biedt het dossier voor die vaststelling onvoldoende aanknopingspunten. Voor zover de bedreiging met geweld zou hebben bestaan uit het tonen van een kogel/patroon aan aangeefster overweegt de rechtbank dat aangeefster zelf meermalen heeft verklaard dat zij van het enkele tonen daarvan niet bang werd.

Blijft over de vraag of sprake is van dwang bestaande in (bedreiging met) andere feitelijkheden om aangeefster te bewegen tot het ondergaan van handelingen die onder meer hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

Volgens bestendige jurisprudentie kan van feitelijk dwingen slechts sprake zijn indien de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen zijn/haar wil heeft ondergaan. Van door een feitelijkheid dwingen kan sprake zijn indien de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of zulk een dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in het algemeen beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.

Ten aanzien van deze verdachte hebben die feitelijkheden, blijkens de verklaringen van aangeefster, bestaan uit de omstandigheden dat aangeefster door verdachte naar een slaapkamer in een op dat moment niet bewoonde woning is meegenomen, dat verdachte daar op aangeefster is gaan liggen, dat er door verdachte foto’s van (de deels ontklede) aangeefster zijn gemaakt en dat tegen aangeefster is gezegd dat die foto’s op twitter zouden worden geplaatst als zij verdachte niet zou pijpen. Tevens heeft verdachte geld aan aangeefster geboden en heeft hij gezegd dat zij haar mobiel zou terugkrijgen als aangeefster verdachte zou pijpen. Voorts heeft verdachte in het bijzijn van [medeverdachte 4] tegen aangeefster gezegd: ’Ik heb twee kansen voor jou. Of je gaat hem pijpen en je krijgt je mobiel en ik breng je naar het station en je mag weg’. Daarnaast heeft verdachte in het bijzijn van [medeverdachte 2] tegen aangeefster gezegd: ‘Dit is [naam 1], dit is mijn neefje. Hem moet je ook doen, voordat je weg wilt, ja dit is echt de laatste en dan krijg je je mobiel en mag je weg’. Ook heeft verdachte in het bijzijn van [medeverdachte 4] aan aangeefster een kogel laten zien, met de toevoeging van verdachte dat ze het (pijpen) maar gewoon moest doen.

De rechtbank is van oordeel dat - gelet op voornoemde feitelijkheden en de omstandigheid dat aangeefster zich bevond in een slaapkamer in een onbekend huis met een groep onbekende jongens die onderling ook in een voor aangeefster vreemde taal (Turks, zoals aangeefster heeft verklaard) met elkaar communiceerden - sprake is van misbruik van een uit de omstandigheden voortvloeiend psychisch en getalsmatig overwicht van verdachte en de medeverdachten op aangeefster. Dit maakt dat naar het oordeel van de rechtbank onder deze omstandigheden sprake was van door verdachte en de medeverdachten uitgeoefende dwang tot het ondergaan van seksuele handelingen, waaronder het meermalen pijpen en meermalen neuken.

De rechtbank is voorts van oordeel dat deze dwangsituatie voor verdachte kenbaar was. Uit de verklaringen van aangeefster blijkt dat zij meermalen aan verdachte heeft aangegeven dat zij de seksuele handelingen niet wilde en de feitelijkheden komen voor het overgrote deel neer op gebiedende opmerkingen (mede van chanterende aard) van verdachte dat zij desondanks tot die seksuele handelingen moest overgaan. Het is verdachte die in de woning van zijn oma vanaf de aankomst van aangeefster daar tot aan het einde van haar aanwezigheid én bij voornoemde feitelijkheden nadrukkelijk aanwezig is geweest. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte zich bewust is geweest van de dwangsituatie voor aangeefster.

Medeplegen

De rechtbank overweegt dat voor medeplegen in de eerste plaats is vereist een nauwe en bewuste samenwerking. Dit houdt in dat de medeplegers willens en wetens, dus met opzet, samenwerken tot het plegen van het delict. Niet nodig is dat alle medeplegers de uitvoeringshandelingen mede verrichten, maar de samenwerking moet intensief zijn. De intensieve samenwerking kan blijken uit voorafgaande en/of stilzwijgende afspraken, taakverdelingen, de aanwezigheid ten tijde van het delict en het zich niet distantiëren daarvan.

Uit de hiervoor omschreven bewijsmiddelen blijkt dat verdachte aangeefster naar de woning heeft meegenomen met het vooropgezette plan daar seksuele handelingen met aangeefster te verrichten. Verdachte heeft vervolgens meerdere vrienden bericht over de aanwezigheid van aangeefster in de woning. Verdachte was aanwezig in de woning en heeft ook zelf met aangeefster meermalen seksuele handelingen verricht. Tevens is verdachte in de woning gebleven toen door de medeverdachten - min of meer om beurten – seksuele handelingen met aangeefster werden verricht, waarbij verdachte de regie in handen had. Tevens is uit de aangifte gebleken dat verdachte een condoom aan ‘[naam 5]’ heeft gegeven voor het door hem hebben van seks met aangeefster en heeft verdachte voorts in aanwezigheid van [medeverdachte 4] aan aangeefster een kogel/patroon getoond met de bedoeling dat zij met [medeverdachte 4] seksuele handelingen zou verrichten.

Door aldus te handelen is verdachte als mededader verantwoordelijk voor de seksuele handelingen die ook anderen met het slachtoffer hebben gepleegd.

Het door verdachte ter zitting geschetste alternatieve scenario, erop neerkomend dat hij de woning na de seks met aangeefster had verlaten en dat andere verdachten via een uit/in de brievenbus hangend touwtje de woning binnen zijn gekomen, acht de rechtbank niet geloofwaardig aangezien dit wordt weerlegd door de hierboven opgesomde bewijsmiddelen.

Gelet op alle feiten en omstandigheden is de rechtbank dan ook van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde, te weten: medeplegen van verkrachting, wettig en overtuigend is bewezen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Gelet op de strekking van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht heeft de wetgever destijds beoogd jeugdigen beneden de zestien jaar te beschermen tegen het ondergaan van ontuchtige handelingen. Voor het strafbaar zijn van ‘ontucht’ is niet alleen vereist dat iemands seksuele integriteit is geschonden, maar dient daarnaast in aanmerking genomen te worden de vraag of er sprake is van strijd met de sociaal-ethische norm.

Aangeefster heeft ten aanzien van verdachte nog verklaard dat hij haar borsten heeft gelikt en met zijn handen over haar borsten heeft gewreven. De rechtbank is van oordeel dat uit de aangifte, de verklaring van verdachte dat hij daadwerkelijk seks met aangeefster heeft gehad en uit hetgeen hiervoor ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde reeds is overwogen, blijkt dat aangeefster urenlang in een voor haar vreemde woning met meerdere voor haar onbekende jongens in opeenvolging tegen haar zin verschillende seksuele handelingen heeft moeten verrichten. De rechtbank is van oordeel dat juist gelet op deze context het handelen van verdachte in strijd met de sociaal ethische norm moet worden geacht. Gelet op de aard van de gedragingen, de context waarin een en ander zich heeft afgespeeld en hetgeen is overwogen met betrekking tot het onder feit 1 primair bewezenverklaarde medeplegen, is de rechtbank van oordeel dat ook ten aanzien van feit 2 sprake is van medeplegen.

De verdediging heeft nog betoogd dat het relatief geringe leeftijdsverschil tussen verdachte en aangeefster en aangeefsters fysieke voorkomen maken dat van overschrijding van die sociaal-ethische norm in casu geen sprake is. De rechtbank is echter van oordeel dat deze factoren, wat daar ook van zij, in onvoldoende mate afbreuk doen aan de hiervoor benoemde context die juist maakt dat sprake is van overschrijding van die norm.

Gelet op alle feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde, te weten het medeplegen van het plegen van ontuchtige handelingen, wettig en overtuigend is bewezen.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en onder 2 ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1

primair

hij op 05 september 2013 in de gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met anderen, door feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren [1998]) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], namelijk het door verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s):

- één of meermalen duwen en/of drukken en/of brengen en/of houden van de penis in de vagina van die [slachtoffer] en/of

- één of meermalen duwen en/of drukken en/of brengen en/of houden van de penis in de mond van die [slachtoffer] en/of

- één of meermalen duwen en/of drukken en/of brengen en/of houden van één of meerdere vingers in de vagina van die [slachtoffer] en/of

- één of meermalen betasten en/of likken en/of kussen van en/of voelen aan een/de borst(en) en/of bil(len) van die [slachtoffer]

en/of andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) hebben bestaan uit het meermalen, althans éénmaal,

- meenemen van die [slachtoffer] naar een (slaap)kamer in een op dat moment niet bewoonde woning,

en/of

- gaan liggen op die [slachtoffer]

en/of

- van die (deels ontklede) [slachtoffer] (een) foto(’s) maken en (vervolgens) tegen die [slachtoffer] zeggen dat er anders (een) foto(’s) op twitter zou(den) worden geplaatst als zij die [voornaam verdachte]/[voornaam verdachte] niet zou pijpen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking

en/of

- tegen die [slachtoffer] zeggen/roepen: "Ga mij pijpen, ik geef je er geld voor, 10, ik geef je een tientje, ik geef je er 2 tientjes voor, 5 tientjes” en/of “Show eerst wat, je tieten of je punani (fonetisch)” en/of "Ik heb 2 kansen voor jou. Of je gaat hem pijpen en je krijgt je mobiel en ik breng je naar het station en je mag weg." en/of "Dit is [naam 1], dit is mijn neefje. Hem moet je ook doen, voordat je weg wilt, ja dit is echt de laatste en dan krijg je je mobiel en mag je weg", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking

en/of

- uit de broekzak een kogel pakken en deze te laten zien aan die [slachtoffer] en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] zeggen: “Nou en, je doet het, maar ik zweer het, ik ben de laatste, dan mag je weg, dan mag je echt weg, en dan krijg je je mobiel" en/of “Je doet het maar gewoon”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking

en/of

- (aldus) misbruik maken van een uit omstandigheden voortvloeiend overwicht van verdachte en/of zijn mededader(s) ten opzichte van die [slachtoffer], mede bestaande uit een getalsmatig overwicht en/of een geestelijk en/of psychisch overwicht van verdachte en/of zijn mededader(s) tegenover die [slachtoffer]

en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2

hij op 05 september 2013 in de gemeente Zwolle, tezamen en in vereniging met anderen, met [slachtoffer], (geboren [1998]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het meermalen, althans éénmaal, aanraken van en/of betasten van en/of kussen van en/of voelen aan en/of likken aan de borst(en) van die [slachtoffer].

Van het onder 1 primair en onder 2 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

1

primair

Medeplegen van verkrachting, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij de artikelen 242 juncto artikel 248 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij de artikelen 247 juncto 248 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

STRAFBAARHEID van de VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd verdachte te veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van 18 maanden met aftrek

van het voorarrest, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar onder de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als dit inhoudt het volgen van het traject ITB Harde Kern en de Leerstraf Respect Limits.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren, gelet op verdachtes persoonlijkheid zoals deze uit de Pro Justitia rapportage naar voren komt. De raadsman heeft de rechtbank dan ook verzocht om in het geval van een veroordeling aan verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, die gelijk is aan de tijd die verdachte reeds heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft zich met verschillende medeverdachten schuldig gemaakt aan het meermalen oraal en vaginaal verkrachten van aangeefster [slachtoffer]. Verdachte heeft aangeefster naar de woning van zijn oma meegenomen, waarna hij zijn medeverdachten heeft bericht naar de woning te komen waarop gedurende de hele middag aangeefster met verschillende – voor haar onbekende – jongens opeenvolgend seksuele handelingen heeft moeten verrichten. Daarbij heeft verdachte aangeefster meermalen gebiedend toegesproken en met de teruggave van haar mobiele telefoon gechanteerd teneinde haar alsnog de seksuele handelingen te laten verrichten die zij aanvankelijk weigerde.

Door aldus te handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, hetgeen voor laatstgenoemde ook nadelige psychische gevolgen van mogelijk langere duur met zich heeft meegebracht zoals uit de schriftelijke slachtofferverklaring is gebleken.

De rechtbank acht voor dergelijke feiten een (on)voorwaardelijke jeugddetentie in beginsel passend.

De rechtbank heeft als matigende omstandigheden meegenomen dat verdachte minderjarig is en dat tijdens het hele gebeuren in de woning door verdachte en/of diens medeverdachten geen fysiek geweld is toegepast richting aangeefster. Tegen die achtergrond heeft de rechtbank nog meegewogen dat verdachte in verband met dergelijke zedenfeiten niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Datgene wat er is voorgevallen met aangeefster in de woning aan de [adres] lijkt, gezien de leeftijdsfase waarin verdachte en diens medeverdachten verkeren, vooral gezien te moeten worden als gebeurtenis waarin zij zich hebben laten meeslepen door hun eigen driftleven en zo de belangen van aangeefster totaal uit het oog zijn verloren. Dat is dan echter hoogstens te zien als mogelijke verklaring voor de gang van zaken en zeker niet als excuus.

De rechtbank heeft anderzijds als strafverzwarende omstandigheden meegewogen dat medeplegen bewezen is en dat verdachte in het geheel der gebeurtenissen een leidende rol heeft gehad, bestaande uit het uitnodigen van meerdere jongens, het regelen van het huis van zijn oma, zijn aanwezigheid gedurende de gehele middag, zijn (voorafgaande) bemoeienis met de seks tussen aangeefster en verschillende andere jongens, alsook het laten verrichten van meerdere verschillende seksuele handelingen bij hemzelf. Al deze strafverzwarende omstandigheden doen de hiervoor genoemde strafmatigende omstandigheden teniet.

Deze strafverzwarende omstandigheden heeft de rechtbank doen besluiten om voor wat betreft de onvoorwaardelijk te ondergane jeugddetentie enigszins boven de eis van de officier van justitie uit te gaan.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de met betrekking tot de persoon van verdachte uitgebrachte rapporten, te weten:

  • -

    een Pro Justitia rapport d.d. 13 december 2013, opgemaakt door D.W.M. Kragt, GZ psycholoog;

  • -

    een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 27 maart 2014

  • -

    een rapport van Bureau Jeugdzorg Overijssel van 27 maart 2013, opgemaakt door S. Brinkhuis, jeugdreclasseerder.

Uit het Pro Justitia rapport d.d. 13 december 2013 opgemaakt door D.W.M. Kragt, GZ psycholoog, komt naar voren dat verdachte zwakbegaafd is en tevens dat sprake is van kenmerken van een oppositioneel opstandige gedragsstoornis. Vanwege het feit dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft ontkend, kan de vraag of verdachte ten tijde van het ten laste gelegde toerekeningsvatbaar kan worden verklaard niet worden beantwoord. Verdachte bekent, zo stelt de psycholoog, het onder 2 ten laste gelaste, maar psycholoog Kragt kan ook hier geen verband leggen tussen de ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en het ten laste gelegde. Dit geldt tevens ten aanzien van de kans op recidive.

Uit het rapport is voorts gebleken dat er ten aanzien van verdachte wel reden tot zorg is, vooral gezien de eerder genoemde kenmerken van een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en een risico op een verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale kenmerken. Indien verdachte geen duidelijke grenzen, externe aansturing en toezicht krijgt aangeboden, is er een risico dat hij in de toekomst met de politie in aanraking komt. De indruk bestaat dat de ouders onvoldoende inspelen op deze ontwikkeling.

Belangrijk is daarom dat verdachte externe begeleiding krijgt om hem te behoeden voor afglijden. Psycholoog Kragt heeft derhalve geadviseerd om verdachte door de jeugdreclassering te laten begeleiden.

De psycholoog heeft over de mate van toerekeningsvatbaarheid geen advies kunnen geven. De rechtbank ziet in hetgeen uit dit rapport overigens blijkt noch in het verhandelde ter zitting voldoende aanleiding om niettemin een zekere mate van ontoerekeningsvatbaarheid, zoals door de verdediging is voorgesteld, aan te nemen.

Uit het rapport van Bureau Jeugdzorg d.d. 27 maart 2014, opgemaakt door S. Brinkhuis, komt naar voren dat het erop lijkt dat verdachte een dubbele moraal heeft voor wat betreft de omgang met meisjes. Aan de ene kant is verdachte een goed moslim waarin respect voor vrouwen, hun seksualiteit en die van jezelf verankerd liggen in de Islam en heeft hij langere tijd een relatie met een moslim meisje, anderzijds heeft verdachte contacten met Nederlandse meisjes en heeft hij hier ook seks mee.

De Jeugdreclassering heeft geadviseerd bij een veroordeling van verdachte aan hem op te leggen een onvoorwaardelijke jeugddetentie die gelijk is aan het voorarrest, tevens oplegging van de leerstraf ‘Respect Limits’ en het volgen van het ITB Harde Kern traject. Daarnaast is geadviseerd een voorwaardelijk strafdeel op te leggen met als bijzondere voorwaarden de maatregel Hulp & Steun, een contactverbod met aangeefster en een gebiedsverbod rond de school van aangeefster.

De rechtbank acht in dit geval oplegging van jeugddetentie van na te melden duur noodzakelijk en passend bij de aard en ernst van de bewezen en strafbaar verklaarde feiten. De rechtbank ziet in de jeugdige leeftijd van verdachte aanleiding om een deel van de jeugddetentie voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat een gedeelte van de op te leggen jeugddetentie niet ten uitvoer zal te worden gelegd, onder de hierna te noemen voorwaarden. De rechtbank beoogt hiermee verdachte een behandeling te laten ondergaan en mede hierdoor de kans op herhaling te verminderen.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank tevens acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 18 februari 2014.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 27, 36f, 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht.

VORDERING VAN DE BENADEELDE PARIJ [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 6.115,20 gevoegd in het strafproces, bestaande uit € 115,20 aan materiële schade en € 6.000,-- aan immateriële schade.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] in zijn geheel dient te worden toegewezen, hoofdelijk, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de verzochte integrale vrijspraak van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van de hiervoor bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden.

De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 4.115,20 (bestaande uit € 115,20 aan materiële kosten en € 4.000,-- aan immateriële kosten. Bij de bepaling van laatstgenoemd bedrag heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de letselschadelijst van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, uitgaande van categorie 5), vermeerderd met de wettelijk rente over dit bedrag vanaf de dag dat de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd tot de dag van algehele voldoening. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

Beslissing

De rechtbank verklaart de dagvaarding voor wat betreft de zinsnede bij het zesde gedachtestreepje, te weten ‘door het creëren en/of in stand laten/houden van een bedreigende situatie voor die [slachtoffer], terwijl die [slachtoffer] (..)’ in het onder feit 1 primair tenlastegelegde nietig.

Het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het onder 1 primair en onder 2 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 18 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering worden gebracht.

Van de jeugddetentie zal een gedeelte, groot 6 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 3 jaren:

- aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast wanneer verdachte gedurende een proeftijd van 3 jaren de volgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.


Als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat:

  • -

    de verdachte zich in het kader van de maatregel hulp en steun gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door Bureau Jeugdzorg Overijssel, afdeling jeugdreclassering, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt; ook als dit inhoudt het volgen van een ITB Harde Kern traject;

  • -

    verdachte de gedragsinterventie Respect Limits (variant extra plus; 40 uur) gaat volgen.

De rechtbank geeft aan genoemde instelling opdracht verdachte bij de naleving van die voorwaarden hulp en steun te verlenen als bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

Schadevergoeding

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te Zwolle, van een bedrag van € 4.115,20 (zegge: vierduizendhonderdvijftien euro en twintig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 september 2013 (de dag waarop de bewezen verklaarde feiten jegens de benadeelde partij werden gepleegd), tot de dag van de voldoening.

Verdachte is naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover verdachte en/of een van zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan deze verplichting dan komt de andere daarmee te vervallen.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 4.115,20, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 50 dagen jeugddetentie.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. G.A. Versteeg en L.J. Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Nassau als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van de Regiopolitie IJsselland, tactische recherche, onder registratienummer PL04ZO 2013075564, opgemaakt op 12 december 2013.

2 Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 1 april 2014.

3 Proces-verbaal van aangifte d.d. 7 september 2013, map 2, pag. 8.

4 Idem voetnoot 3, pag. 10.

5 Idem voetnoot 3, pag. 15.

6 Idem voetnoot 3, pag. 16.

7 Idem voetnoot 3, pag. 17.

8 Idem voetnoot 3, pag. 18.

9 Idem voetnoot 3, pag. 19.

10 Idem voetnoot 3, pag. 20.

11 Idem voetnoot 3, pag. 21.

12 Idem voetnoot 3, pag. 22.

13 Idem voetnoot 3, pag. 24.

14 Idem voetnoot 3, pag. 25.

15 Idem voetnoot 3, pag. 26.

16 Idem voetnoot 3, pag. 27.

17 Idem voetnoot 3, pag. 28.

18 Idem voetnoot 3, pag. 29.

19 Idem voetnoot 3, pag. 30.

20 Idem voetnoot 3, pag. 31.

21 Idem voetnoot 3, pag. 32.

22 Idem voetnoot 3, pag. 33.

23 Idem voetnoot 3, pag. 34.

24 Idem voetnoot 3, pag. 35.

25 Idem voetnoot 3, pag. 36.

26 Idem voetnoot 3, pag. 40.

27 Idem voetnoot 3, pag. 41.

28 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster d.d. 3 oktober 2013, map 2, pag. 104-105.

29 Idem voetnoot 28, pag. 106.

30 Idem voetnoot 28, pag. 107.

31 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster bij de R-C d.d. 27 februari 2014, losbladig, pag. 14-15.

32 Idem voetnoot 31, pag. 16.

33 Idem voetnoot 31, pag. 17-18.

34 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 oktober 2013, map 2, pag. 198.

35 Proces-verbaal onderzoek gegevensdragers d.d. 28 november 2013, map 2, pag. 201-203.

36 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 september 2013, map 2, pag. 145-147.

37 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 30 september 2013, map 2, pag. 386-387.

38 NFI rapport d.d. 15 december 2013 en januari 2014, losbladig.

39 Proces-verbaal van verhoor van [naam 2] [naam 2] d.d. 8 september 2013, map 2, pag. 289.

40 Idem voetnoot 39, pag. 290.

41 Idem voetnoot 39, pag. 291.

42 Idem voetnoot 39, pag. 294

43 Idem voetnoot 39, pag. 295.

44 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 6] d.d. 10 september 2013, map 2, pag. 297-298.

45 Geschreven aantekeningen van aangeefster aangehecht aan het verbatum uitgewerkte informatief gesprek van aangeefster d.d. 6 september 2013, losbladig.

46 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2013, map 2, pag. 130-137.

47 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 2 januari 2014, losbladig, blad 2.

48 Idem voetnoot 47, blad 4.

49 Idem voetnoot 47, blad 7.

50 Idem voetnoot 47, blad 8.

51 Idem voetnoot 47, blad 8.

52 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 11 december 2013, map 1, pag. 317.

53 Idem voetnoot 52, pag. 318.

54 Idem voetnoot 52 pag. 323.

55 Idem voetnoot 52, pag. 326.

56 Idem voetnoot 52, pag. 327.

57 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 24 september 2013, map 1, pag. 169.

58 Idem voetnoot 57, pag. 170.

59 Idem voetnoot 57, pag. 173.

60 Idem voetnoot 57, pag. 174.

61 Idem voetnoot 57, pag. 176.

62 Idem voetnoot 57, pag. 177.

63 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] [medeverdachte 1] d.d. 24 september 2013, map 1, pag. 80.

64 Idem voetnoot 63, pag. 81.

65 Idem voetnoot 63, pag. 82.

66 Idem voetnoot 63, pag. 83.