Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:1704

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-04-2014
Datum publicatie
03-04-2014
Zaaknummer
C-08-153103 - KG ZA 14-97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot een duurzame oplossing van het berenklauwprobleem in kort geding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/153103 / KG ZA 14-97

datum vonnis: 2 april 2014 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de stichting

Woningstichting De Woonplaats,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

verder te noemen De Woonplaats,

advocaat: mr. R.J. Leijssen te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

advocaat: mr. D.J.H. Habers te Enschede.

1 Het procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 11 producties;

  • -

    producties 12, 13 en 14 aan de zijde van De Woonplaats;

  • -

    een productie aan de zijde van [gedaagde];

  • -

    de mondelinge behandeling op 21 maart 2014;

  • -

    de pleitnota van De Woonplaats;

  • -

    de pleitnota van [gedaagde].

1.2

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1

[gedaagde] is eigenaar van het perceel aan [adres] te Enschede. De achtertuin van dit perceel grenst aan het gangpad van een aantal huurwoningen van De Woonplaats aan de Bombazijnstraat te Enschede.

2.2

Op het perceel van [gedaagde] stonden nabij de perceelsgrens met de Bombazijnstraat loofbomen. Voorts groeiden op het perceel van [gedaagde] berenklauwen. De huurders van De Woonplaats aan de Bombazijnstraat ondervonden hinder van deze bomen en berenklauwen.

Gelet hierop heeft De Woonplaats op 14 augustus 2013 [gedaagde] gedagvaard in kort geding.

2.3

Ter zitting van 13 september 2013 zijn partijen ter beëindiging van hun geschil -voor zover thans van belang- het volgende overeengekomen, hetgeen is vastgelegd in een proces-verbaal:

“1. Partij [gedaagde] verwijdert binnen vier weken na heden de loofbomen, die binnen twee meter van de perceelsgrens met de [adres] staan;

2. Partij [gedaagde] verwijdert binnen vier weken na heden de zich op zijn perceel bevindende berenklauwen;

3. Partijen gaan nader met elkaar spreken over een duurzame oplossing van het berenklauwprobleem;

4. Indien partij [gedaagde] niet aan de onder 1. en 2. beschreven verplichtingen voldoet, verbeurt hij na ommekomst van de daar genoemde termijn een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 50.000,00”.

2.4

[gedaagde] heeft tijdig de loofbomen, die binnen twee meter van de perceelgrens met de [adres] staan, en de zich op zijn perceel bevindende opgeschoten berenklauwen verwijderd.

3 De standpunten van partijen

3.1

De Woonplaats vordert

primair:

- [gedaagde] te veroordelen om de berenklauw op zijn perceel aan [adres] te Enschede uit te roeien en een hoveniersbedrijf opdracht te geven deze berenklauw te verwijderen door op kosten van [gedaagde] in 2014 ten minste vier keer onkruidbestrijdingsmiddelen toe te passen en in het jaar 2015 ten minste twee keer chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen;

- [gedaagde] te gebieden het door hem in te schakelen hoveniersbedrijf te verplichten binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een schriftelijke bevestiging te sturen aan De Woonplaats, inhoudende dat dit hoveniersbedrijf onherroepelijk de bestrijding in opdracht en voor rekening van [gedaagde] in 2014 en in 2015 op de hiervoor omschreven wijze ter hand zal nemen, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

subsidiair:

- De Woonplaats te machtigen om de bestrijding van de berenklauw op het terrein van [gedaagde] te realiseren op de hiervoor omschreven wijze op kosten van [gedaagde] en [gedaagde] te veroordelen om deze kosten te betalen binnen zeven dagen na verzending van de rekeningen aan [gedaagde], op straffe van verbeurte van een dwangsom;

zowel primair als subsidiair:

- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding;

- [gedaagde] te veroordelen in de buitengerechtelijk kosten van € 500,00.

3.2

De Woonplaats stelt hiertoe dat partijen ter zitting van 13 september 2013 zijn overeengekomen dat zij nader met elkaar gaan spreken over een duurzame oplossing van het berenklauwprobleem. Ondanks herhaald schriftelijk verzoek van De Woonplaats en toezeggingen door [gedaagde] om nader te overleggen, heeft [gedaagde] keer op keer niet gereageerd of is hij op de afgesproken tijdstippen niet komen opdagen. De Woonplaats heeft inmiddels advies ingewonnen bij verschillende hoveniersbedrijven om te komen tot een blijvende oplossing voor het berenklauwprobleem.

Hoveniersbedrijf Vije heeft het advies gegeven het berenklauwprobleem aan te pakken door het perceel in het eerste jaar ten minste vier keer te spuiten met onkruidbestrijdingsmiddelen en in het jaar daarna nog eens. Ook hoveniersbedrijf Farwick raadt als mogelijke oplossing voor het berenklauwprobleem herhaalde chemische bestrijding met chemische middelen aan.

3.3

[gedaagde] heeft de vorderingen van De Woonplaats gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van De Woonplaats in de kosten van deze procedure. In het navolgende zal de voorzieningenrechter voor zover nodig nader op dat verweer ingaan.

4 De beoordeling

4.1

De voorzieningenrechter is van oordeel dat De Woonplaats voldoende aannemelijk heeft gemaakt een spoedeisend belang te hebben bij de beoordeling van de onderhavige vorderingen. De Woonplaats heeft gesteld dat het berenklauwprobleem opnieuw in het voorjaar gaat ontstaan en ernstige hinder gaat opleveren voor haar huurders aan de Bombazijnstraat te Enschede, indien de bestrijding niet binnen drie maanden ter hand wordt genomen. Nu De Woonplaats voorts heeft gesteld dat [gedaagde] op geen enkel verzoek om in overleg te treden reageert en op de afgesproken tijdstippen niet komt opdagen, is het spoedeisend belang bij de onderhavige vorderingen voldoende gegeven.

4.2

De voorzieningenrechter stelt voorop dat niet in geschil is dat [gedaagde] conform de op 13 september 2013 gemaakte afspraken de loofbomen en de opgeschoten berenklauwen van zijn perceel heeft verwijderd. Daarnaast heeft [gedaagde] onweersproken gesteld dat de berenklauwen zodanig klein zijn gehouden dat thans geen sprake kan zijn van het verspreiden van zaden. Nu voorts gesteld noch gebleken is dat de huurders van De Woonplaats momenteel van de berenklauwen van het perceel van [gedaagde] overlast ondervinden, is de voorzieningenrechter van oordeel dat thans geen sprake is van (onrechtmatige) hinder van de berenklauwen op het perceel van [gedaagde].

4.3

Voor zover De Woonplaats heeft betoogd dat deze hinder zich op korte termijn zal gaan voordoen nu [gedaagde] niet meewerkt aan een duurzame oplossing van het berenklauwprobleem, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. [gedaagde] heeft ter zitting betoogd dat ook hij belang heeft bij het verdwijnen van de berenklauwen. [gedaagde] wenst de berenklauwen uit zijn tuin te verwijderen zonder gif te gebruiken. Hij wil de grond gaan frasen, vervolgens gras gaan zaaien en daarna regelmatig het gras gaan maaien. Uit de door [gedaagde] overgelegde e-mail van Hovenierscombinatie Twente BV van 19 maart 2014 blijkt dat de door [gedaagde] gewenste methode een oplossing voor het berenklauwprobleem kan zijn. Ook uit de door De Woonplaats overgelegde brief van Farwick groenspecialisten van 4 januari 2014 blijkt dat een biologische bestrijding van de berenklauw arbeidsintensief maar mogelijk is. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat thans ook geen sprake is van dreiging van (onrechtmatige) hinder. Hierbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat [gedaagde] de met De Woonplaats gemaakte afspraken keer op keer niet is nagekomen, zoals De Woonplaats heeft betoogd. De door De Woonplaats overgelegde brieven hebben naar het oordeel van de voorzieningenrechter immers veeleer het karakter van een (eenzijdige) aanzegging en niet van een tussen partijen gemaakte afspraak, die vervolgens niet door [gedaagde] wordt nagekomen. Ook heeft [gedaagde] onweersproken gesteld dat hij De Woonplaats te kennen heeft gegeven op welke wijze hij het berenklauwprobleem wenst aan te pakken.

4.4

Gelet op het voorgaande dienen zowel de primaire als de subsidiaire vorderingen van De Woonplaats te worden afgewezen.

4.5

De Woonplaats dient als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding te worden veroordeeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst de vorderingen van De Woonplaats af;

II. veroordeelt De Woonplaats in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 282,00 aan verschotten en € 816,00 aan salaris van de advocaat.

III. verklaart onderdeel II. van het dictum uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 april 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.