Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:1697

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-04-2014
Datum publicatie
02-04-2014
Zaaknummer
08/955628-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt 84-jarige tractorbestuurder tot een boete van 1500 euro voor het veroorzaken van een ongeluk bij Ane (Hardenberg) waarbij een fietsend meisje en jongen vielen. Het meisje brak daarbij haar arm. De man stopte niet en reed door. De rechtbank oordeelt verder dat hij ook voor drie maanden geen motorrijvoertuig meer mag besturen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/955628-13

Datum vonnis: 2 april 2014

Verstekvonnis (promis) van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1929 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 maart 2014. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Tromp.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 10 april 2013 te Ane, gemeente Hardenberg:

feit 1: (primair) met zijn landbouwtractor met aanhangwagen een aan zijn aanmerkelijke schuld te wijten verkeersongeluk heeft veroorzaakt waarbij het slachtoffer, [slachtoffer 1], zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen dan wel (subsidiair) dat hij de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht waardoor twee fietsers ten val zijn gekomen;

feit 2: een verkeersongeval heeft veroorzaakt dan wel daarbij betrokken is geweest en de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat aan een ander (te weten[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) letsel en/of schade was toegebracht.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 10 april 2013 te Ane, gemeente Hardenberg,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(landbouwtrekker met aanhangwagen, International Harvester/DAF), daarmede

rijdende over de weg Engeland, roekeloos, in elk geval zeer, althans

aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden,

hierin bestaande dat verdachte,

terwijl het zicht van verdachte niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, (verdachte had voldoende zicht naar achteren in de spiegels) en/of

terwijl hij twee naast elkaar, op die weg, rijdende fietsers van tevoren had

waargenomen, en/of

die twee fietsers is gaan inhalen, en/of

(vervolgens) tijdens die inhaalmanoeuvre te vroeg naar rechts is gestuurd,

zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om vroegtijdig

naar rechts te sturen, en/of

(vervolgens) (met een op de aanhangwagen aangebrachte rong) is gebotst tegen,

althans in aanrijding is gekomen met (het stuur van) een van die fietsen,

waardoor beide fietsers ten val zijn gekomen,

en aldus, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel,

dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 10 april 2013 te Ane, gemeente Hardenberg, als bestuurder

van een voertuig (landbouwtrekker met aanhangwagen, International Harvester/

DAF), daarmee rijdende op de weg, Engeland,

terwijl het zicht van verdachte niet werd belemmerd, beperkt en/of werd

gehinderd, (verdachte had voldoende zicht naar achteren in de spiegels) en/of

terwijl hij twee naast elkaar, op die weg, rijdende fietsers van tevoren had

waargenomen, en/of

die twee fietsers is gaan inhalen, en/of

(vervolgens) tijdens die inhaalmanoeuvre te vroeg naar rechts is gestuurd,

zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om vroegtijdig

naar rechts te sturen, en/of

(vervolgens) (met een op de aanhangwagen aangebrachte rong) is gebotst tegen,

althans in aanrijding is gekomen met (het stuur van) een van die fietsen,

waardoor beide fietsers ten val zijn gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

2.

hij op of omstreeks 10 april 2013 te Ane, gemeente Hardenberg, als bestuurder

van een motorrijtuig (landbouwtrekker met aanhangwagen, national

harvester/DAF) betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een

verkeersongeval was veroorzaakt op Engeland,

de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij

wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) letsel en/of schade was

toegebracht.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het feit 1 primair en feit 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het onder feit 1 primair en feit 2 tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard. Verdachte heeft aanmerkelijk onachtzaam gereden.

Door het ongeval heeft het slachtoffer een gebroken arm opgelopen. Hierdoor kan zij niet meer zelf naar school fietsen en moet naar school worden gebracht en gehaald. Gelet daarop heeft de officier van justitie gesteld dat sprake is van zodanig lichamelijk letsel dat daaruit verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Vervolgens heeft verdachte de plaats van het ongeval verlaten, terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat door dat ongeval een ander letsel had opgelopen.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

Beoordelingskader

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of en in welke mate sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994).

Toedracht ongeval

Verdachte reed op 10 april 2013 als bestuurder van een landbouwtractor met daaraan gekoppeld een aanhangwagen op de Engeland te Ane, gemeente Hardenberg. Verdachte kwam uit de richting van Hardenberg en reed in de richting van Ane. Aan de rechterzijde van de weg fietsten twee fietsers naast elkaar. Verdachte besloot deze twee fietsers in te halen. Verdachte week hiertoe uit naar links. Op het moment dat verdachte de fietsers bijna was gepasseerd, week hij plotseling weer uit naar rechts. Het meisje dat links fietste werd door een rong op de rechterachterzijde van de achter de tractor gekoppelde aanhangwagen geraakt aan het stuur van haar fiets. Hierdoor kwamen beide fietsers ten val. Verdachte zag beide fietsers vallen, maar reed zonder te stoppen door en vervolgende zijn weg in de richting van Ane.

Plaats van het ongeval

Het ongeval vond plaats op de Engeland, gelegen buiten de bebouwde kom van Ane in de gemeente Hardenberg. De Engeland had zijn verloop van Hardenberg naar Ane. Dit was ook de rijrichting van verdachte. Het ongeval vond plaats op een recht weggedeelte. De rijbaan had een breedte van circa 4,7 meter. Daarnaast lag aan beide zijden van de rijbaan grasbetonklinkers met een breedte van 0,4 meter elk.

Zicht

De spiegels van de tractor stonden juist afgesteld. Tevens bleek dat het uitzicht door de zijruiten van dit voertuig niet werd belemmerd en dat het zicht in de spiegels naar achteren voldoende was om de fietsers te doen opmerken.

Voertuig

Het voertuig bestond uit een landbouwtractor (international Harvester / DAF) met aanhangwagen. De aanhangwagen achter de landbouwtractor was op beide hoeken aan de achterzijde voorzien van een rong. Een rong is een verticale balk aan de zijkant van een aanhangwagen.

De landbouwtractor en de aanhangwagen verkeerden in een voldoende rijtechnische staat van onderhoud en vertoonden geen gebreken die eventueel de oorzaak of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het ongeval.

Letsel

Door het ongeval heeft het dertienjarige slachtoffer [slachtoffer 1] haar linker bovenarm gebroken. Het volledig herstel word geschat op twee keer zes weken. Het slachtoffer kan niet zelf naar school fietsen en moet naar school worden gebracht en gehaald.

Conclusie

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of de feitelijke gedragingen van verdachte, gelet op de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval, de conclusie kunnen rechtvaardigen dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994.

Het verkeersgedrag van verdachte moet daarvoor worden afgemeten aan dat wat van een bestuurder van een landouwtractor met aanhangwagen in het algemeen en gemiddeld genomen mag worden verwacht. Op de bestuurder van een landbouwvoertuig rust, gelet op de specifieke eigenschappen van het voertuig (zwaar en breed, met extra aanhanger) en de wegsituatie te plaatse (een relatief smalle weg), een verhoogde zorgplicht. Van hem mag extra zorgvuldigheid en oplettendheid gevergd worden bij zijn deelname aan het verkeer. In deze situatie was nog extra oplettendheid geboden: verdachte haalde twee fietsende kinderen in. Een inhaalmanoeuvre vergt op zich al bijzondere oplettendheid, maar helemaal wanneer jonge verkeersdeelnemers die onberekenbaar verkeersgedrag kunnen vertonen, worden ingehaald. Verdachte heeft deze zorgplicht, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen onvoldoende in acht genomen. De spiegels van de tractor stonden zodanig afgesteld dat de jonge fietsers goed in het zicht konden worden gehouden. Verdachte heeft dus niet goed op die fietsers gelet terwijl hij aan het inhalen was. Verdachte stuurde, terwijl hij de aldaar fietsende [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] inhaalde, plotseling zonder dat daar een te rechtvaardigen aanleiding voor was -het was immers een rechte weg en er kwam geen verkeer uit tegengestelde richting- naar rechts, waardoor het linker uiteinde van het stuur van [slachtoffer 1] met de rong die op de rechterachterzijde van de aanhangwagen bevestigd was in aanraking kwam, waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ten val kwamen.

Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat verdachte op dat moment niet anders had kunnen handelen door bijvoorbeeld achter de fietsers te blijven rijden of op een later moment naar rechts te sturen. Dusdoende heeft verdachte dan ook aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 10 april 2013 te Ane, gemeente Hardenberg op de Engeland als bestuurder van een landbouwtractor met aanhangwagen, aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld, zodat het omschreven ongeval aan zijn schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 te wijten is.

De rechtbank acht voorts wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 10 april 2013, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat aan [slachtoffer 1] letsel en schade was toegebracht, de plaats waar bovengenoemd ongeval had plaatsgevonden -te weten de Engeland te Ane, gemeente Hardenberg- heeft verlaten.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder feit 1 primair en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 10 april 2013 te Ane, gemeente Hardenberg, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (landbouwtractor met aanhangwagen, International Harvester/DAF), daarmede rijdende over de weg Engeland, aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl het zicht van verdachte niet werd belemmerd, beperkt en werd gehinderd, verdachte had voldoende zicht naar achteren in de spiegels en terwijl hij twee naast elkaar, op die weg, rijdende fietsers van tevoren had waargenomen, en die twee fietsers is gaan inhalen, en vervolgens tijdens die inhaalmanoeuvre te vroeg naar rechts is gestuurd, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om vroegtijdig naar rechts te sturen, en vervolgens met een op de aanhangwagen aangebrachte rong in aanrijding is gekomen met het stuur van een van die fietsen, waardoor beide fietsers ten val zijn gekomen, en aldus, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander genaamd[slachtoffer 1] zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht.

2.

hij op 10 april 2013 te Ane, gemeente Hardenberg, als bestuurder van een motorrijtuig (landbouwtractor met aanhangwagen, national harvester/DAF) door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op Engeland, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander te weten[slachtoffer 1] letsel en/of schade was toegebracht.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1 primair en feit 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 175 en 176 WVW 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair

het misdrijf: overtreding van artikel 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor aan een ander zodanig letsel wordt toegebracht dat daaruit verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat;

feit 2

het misdrijf: overtreding van artikel 7 WVW 1994.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier naar voren is gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld en heeft daardoor een verkeersongeval veroorzaakt door met de door hem bestuurde tractor met aanhangwagen een fietser te raken, waardoor deze fietser en de fietser naast haar ten val kwamen. Voorts heeft verdachte de plaats van het ongeval verlaten, terwijl hij zag dat beide fietsers ten val waren gekomen. Ten gevolge van dit ongeval heeft één van de fietsers lichamelijk letsel opgelopen waardoor zij werd gehinderd in de uitoefening van de normale bezigheden.

Verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen en voelt zich in het geheel niet schuldig aan het ongeval. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft gelet op een uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 augustus 2013 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank acht, alles afwegende, een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen van na te melden duur passend en geboden.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 23, 24, 24c, 57 en 91 Sr en de artikelen 178 en 179 WVW 1994.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder feit 1 primair en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair en feit 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

    feit 1: overtreding van artikel 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor aan een ander zodanig letsel wordt toegebracht dat daaruit verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat;
    feit 2: overtreding van artikel 7 WVW 1994;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair en feit 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1500,00 (vijftienhonderd euro);

  • -

    beveelt dat bij niet volledige betaling en verhaal van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 (dertig) dagen;

  • -

    ontzegt veroordeelde de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de tijd van 3 (drie) maanden ingevolge artikel 179 WVW 1994.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. H. Stam en mr. M.A.H. Heijink rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2014.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie IJsselland met nummer PL04HB 2013028944. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 29 en 30, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Op 10 april 2013 reed ik als bestuurder van een landbouwtractor met aanhangwagen op de Engeland, komende uit de richting van Hardenberg en rijdende in de richting van Ane. Ik zag voor mij twee fietsers fietsen. Deze fietsers fietsten naast elkaar. Op een gegeven moment besloot ik om beide fietsers in te halen. Hiertoe week ik uit naar links. Toen ik van mening was dat ik beide fietsers was gepasseerd stuurde ik weer naar rechts gezien mijn rijrichting. Toen ik even later in mijn spiegel keek zag ik dat beide fietsers op de grond lagen. Ik ben doorgereden.

2.

Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], pagina’s 35 en 36, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

Op 10 april 2013 fietste ik samen met mijn neefje [slachtoffer 2], op de weg genaamd Engeland te Ane. Wij fietsten rechts op de rijbaan van genoemde weg, komende uit de richting van Hardenberg en rijdende in de richting van Gramsbergen. Mijn neef fietste rechts naast mij. Op een gegeven moment haalde de bestuurder van een tractor ons links in. Ik zag dat achter deze tractor een aanhangwagen was gekoppeld. Toen de tractor met aanhangwagen ons bijna was gepasseerd week de bestuurder hiervan, gezien zijn rijrichting, weer uit naar rechts.

Bij het uitwijken naar rechts raakte de bestuurder van de tractor met de daarachter gekoppelde aanhangwagen mij met de rechter achterzijde van de aanhangwagen.

Ik weet niet waar ik precies ben geraakt door deze aanhangwagen maar door de klap hiervan raakte ik de macht over het stuur kwijt en viel tegen mijn rechts naast mij fietsend neefje [slachtoffer 2]. Vervolgens kwamen wij beiden ten val. Ik heb tengevolge van de aanrijding mijn linker bovenarm gebroken.

3.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], pagina’s 33 en 34, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Op 10 april 2013 reed ik met de door mij bestuurde personenauto op de Engeland, komende uit de richting van Hardenberg en rijdende in de richting van Ane. Ik reed achter een tractor met daaraan gekoppeld een aanhangwagen. Ik zag dat voor de tractor, rechts op de rijbaan, twee fietsers fietsten. Beide fietsers fietsten naast elkaar. Ik zag dat de bestuurder van de tractor uitweek naar links om de fietsers links te kunnen inhalen.

Vervolgens zag ik dat de bestuurder van de tractor, op het moment dat hij beide fietsers bijna was gepasseerd, weer naar rechts uitweek. Ik zag dat het meisje, dat links fietste, door de rechter achterzijde van de achter de tractor gekoppelde aanhangwagen werd geraakt. Zij werd geraakt aan haar linker hand/arm of aan het stuur van de fiets. Ik zag dat zij hierdoor een ‘zwieper’ naar rechts maakte en tegen de rechts naast haar fietsende jongen viel. Vervolgens zag ik dat beiden ten val kwamen. Ik zag dat de bestuurder van de tractor met aanhangwagen zonder te stoppen doorreed en zijn weg vervolgende.

4.

Het geschrift aangeduid als “geneeskundige verklaring” van aangeefster [slachtoffer 1] van

3 mei 2013, inhoudende zakelijk weergegeven:

Het bot van de linker bovenarm is net onder de gewrichtskop gebroken. Volledige botgroei zal waarschijnlijk optreden binnen zes weken; hierna kan pas weer geoefend worden met de arm waarna na ongeveer (nog eens) zes weken weer een normale arm-schouderfunctie zal zijn bereikt.

5.

Het proces-verbaal van aanrijding misdrijf van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] van 23 juni 2013, pagina 6, inhoudende zakelijk weergegeven:

Aangeefster gaf aan weer naar school te zijn geweest. Ze kan alleen niet zelf fietsen en moet naar school worden gebracht.

6.

Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] van 29 april 2013, pagina’s 12, 15 en 16, inhoudende zakelijk weergegeven:

2.2.2

Wegsituatie

Het verkeersongeval had plaats gevonden op de weg: de Engeland, gelegen buiten de als zodanig aangeduide bebouwde kom van Ane in de gemeente Hardenberg.

De Engeland heeft zijn verloop van Hardenberg naar Ane.

Het ongeval vond, gezien de rijrichting van de betrokken voertuigen plaats op een recht weggedeelte. De rijbaan had een breedte van circa 4,7 meter. Daarnaast lagen aan beide zijden van de rijbaan grasbetonklinkers met een breedte van 0,4 m elk.

2.4.2

Zichtbepalingen door spiegels, voor- en zijruiten

Door mij, [verbalisant], werden de standen en de daarbij behorende gezichtsvelden van de linker en rechter buitenspiegel van de landbouwtractor gecontroleerd. Bij dit onderzoek zag ik, dat die spiegels juist afgesteld stonden, waardoor de daarbij behorende gezichtsvelden vermoedelijk ook voldeden aan de juiste afmetingen.

Tevens bleek uit dit onderzoek, dat het uitzicht door de zijruiten van dit voertuig niet werd belemmerd en dat het zicht in de spiegels naar achteren voldoende was om de fietsers te doen opmerken.

3.2

Landbouwtrekker met aanhangwagen

3.2.1

Merk International Harvester / DAF

Het betrof hier een landbouwtractor en een aanhangwagen.

De voertuigen verkeerden in een voldoende rijtechnische staat van onderhoud en vertoonden geen gebreken die eventueel de oorzaak of van invloed zouden kunnen zijn geweest op het ontstaan dan wel het verloop van het ongeval.

3.2.4

Sporen aan betrokken voertuigencombinatie,

Wij zagen dat de aanhangwagen achter de landbouwtractor op beide hoeken aan de achterzijde was voorzien van een z.g. rong. Wij zagen op de rong welke bevestigd was aan de rechter achterzijde op de aanhangwagen een afdruk welke bij de schade inpassing overeenkwam met het linker uiteinde van de fiets. Voorts zagen wij een kras op de geoxideerde buitenkant van de rong. De kleur van de oxidatie kwam overeen met de oxidatie op het linker uiteinde van het fietsstuur.