Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:158

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-01-2014
Datum publicatie
15-01-2014
Zaaknummer
C/08/13/816 tot en met 845
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel heeft ontslag verleend aan mr. J.A.D.M. Daniels als curator in het faillissement van de OAD groep. Op dinsdag 14 januari verzocht mr. Daniels zelf de rechtbank om zijn ontslag. Nog dezelfde dag heeft de meervoudige kamer het verzoek ter zitting behandeld. De rechtbank stelt mr. D. Meulenberg uit Zwolle aan als opvolgend curator.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht

Zittingsplaats Almelo

insolventienummers: C/08/13/816 tot en met 845

datum beschikking: 15 januari 2014

Beschikking ontslag curator

In de faillissementen van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Oad Groep B.V., en andere tot die groep behorende OAD-vennootschappen, met diverse nevenvestigingen in Nederland,

gevestigd: 7451 CH Holten, Burgemeester van der Borchstraat 2,

1. De procedure

Bij brief d.d. 14 januari 2014 heeft mr. J.A.D.M. Daniels verzocht hem te ontslaan als curator in bovengenoemde faillissementen.

Verder heeft de rechtbank ontvangen een brief van (mede)curator J.T. Stekelenburg

d.d. 14 januari 2014 en een rapport van de rechter-commissaris, mr. M.L.J. Koopmans,

d.d. 14 januari 2014.

De mondelinge behandeling van het hiervoor genoemde verzoek heeft op 14 januari 2014 plaatsgevonden. Ter terechtzitting zijn verschenen de curator, voornoemd, vergezeld van een kantoorgenoot.

2. Het verzoek van de curator

In het verzoek van de curator is vermeld dat de curator, vrij snel na het uitspreken van de faillissementen, in het bijzonder na een “doorstart” van het busbedrijf van OAD,

is geconfronteerd met klachten over zijn persoonlijke integriteit, uitgesproken door een aantal grote crediteuren en kandidaat-kopers van de activa van OAD en vaak geuit via de pers.

Er zou sprake zijn van “vriendjespolitiek” bij deze transactie. De bestuurder van de door te starten onderneming zou een nauwe relatie van de curator zijn, waardoor de curator de activa zou hebben gegund aan deze koper voor een veel te lage koopsom.

De curator benadrukt dat hij geen enkele twijfel heeft dat de uitgevoerde verkoop de juiste beslissing is geweest in de omstandigheden van het geval. Teneinde de waarde van de activa te behouden was er grote tijdsdruk om tot een overdracht van de activa te komen. Immers door een langer verkoopproces zou de waarde van de activa vervliegen, relaties van OAD zouden verdwijnen naar concurrenten en dit gegeven oefende druk uit op een snelle doorstart. Een aantal kandidaat-kopers, onder wie de uiteindelijke doorstarter, had al vóór datum faillissement kennis kunnen nemen van de onderneming en haar activa, waardoor zij is staat was op korte termijn een bod op de activa uit te brengen.

Het bod van de koper lag ruimschoots boven de getaxeerde waarden, er werden ook relevante bedragen betaald voor immateriële activa. De pand- en hypotheekhouder ging akkoord met het bod en de rechter-commissaris heeft toestemming verleend voor de verkoop.

Voorgaande is ook direct of indirect via de persvoorlichter van OAD gecommuniceerd, hetgeen er echter niet toe heeft geleid dat de klachten en aantijgingen ophielden.

Volgens de curator is hierdoor een situatie ontstaan, waarbij de curator hoofdzakelijk bezig is om deze klachten en aantijgingen te betwisten. Hierdoor wordt de voortgang in de faillissementen opgehouden. Tevens stelt de curator zich op het standpunt dat hij hierdoor niet meer vrij en onafhankelijk en objectief kan functioneren zoals zou behoren, maar steeds rekening moet houden met alle aanvallen op zijn persoon. Dit maakt het zuiver oordelen als curator, waarbij het belang van de crediteuren vooropstaat, steeds moeilijker, en doet gaandeweg een onverantwoorde situatie ontstaan. Het is om die redenen dat de curator zijn ontslag als curator van OAD voordraagt aan de rechtbank.

3. Het rapport van de rechter-commissaris

De rechter-commissaris stelt voorop dat voor de genoemde aantijgingen aan het adres van de curator dat hier sprake moet zijn geweest van “vriendjespolitiek” door hem als toezichthoudend rechter-commissaris geen enkele feitelijke steun is gevonden. Ook ziet hij geen reden om te twijfelen aan het functioneren en de integriteit van de curator. De verkoop van de activa is op een correcte wijze tot stand gekomen en door de rechter-commissaris getoetst.

De aanhoudende aanvallen op de persoon van de curator, maken echter dat hij minder tijd overhoudt voor de afwikkeling van de faillissementen. Ook is inderdaad te vrezen dat die aanvallen op zijn persoon meebrengen dat de curator zijn onafhankelijke wettelijke rol als curator in deze faillissementen steeds moeilijker kan vervullen. Immers, hem kan niet langer het recht worden ontzegd om ook voor zijn eigen belang op te komen, daar waar dat is vereist. Dit kan een onafhankelijke rolvervulling als curator in de weg staan.

De rechter-commissaris stemt derhalve in met het verzoek van de curator om hem te ontslaan als (mede)curator en verzoekt de meervoudige kamer voor hem in de plaats een nieuwe (mede)curator te benoemen.

4. De visie van de medecurator

De medecurator, mr. J.T. Stekelenburg, heeft bij brief d.d. 14 januari 2014 de meervoudige kamer meegedeeld zich neer te leggen bij het besluit van de curator om zijn ontslag in te dienen.

5. De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat zij geen reden heeft om te twijfelen aan het functioneren van de curator en geen enkele aanwijzing heeft dat er sprake zou zijn van het gunnen van de verkoop aan een bevriende partij. De verkoop heeft op een correcte wijze plaatsgevonden,

op basis van taxatierapporten daar waar vereist en mogelijk.

De rechtbank kan zich echter verenigen met het standpunt van de curator en de

rechter-commissaris dat door de aanhoudende persoonlijke aanvallen op het functioneren van de curator, een volledig objectieve en onafhankelijke afwikkeling van de faillissementen wordt bemoeilijkt. Op grond hiervan besluit de rechtbank tot het ontslag van de curator.

De rechtbank voorziet in de benoeming van een opvolgend (mede)curator, zoals hieronder is vermeld. De curator dient aan de opvolgend curator rekening en verantwoording af te leggen.

6. De beslissing

De rechtbank,

- verleent ontslag aan mr. J.A.D.M. Daniels als curator in voormelde faillissementen;

- stelt aan tot opvolgend curator mr. D. Meulenberg, kantoorhoudende te Zwolle;

- bepaalt dat mr. J.A.D.M. Daniels op grond van artikel 73 lid 2 Fw rekening en verantwoording dient af te leggen aan de in zijn plaats benoemde curator.

Aldus gegeven te Almelo op 15 januari 2014 door mrs. A.E. Zweers, voorzitter,

W.K.F. Hangelbroek en J.M. Marsman, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. M.W.J. van der Hoek, griffier.