Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:1520

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-02-2014
Datum publicatie
25-03-2014
Zaaknummer
C/08/147757 / FA RK 13-2421
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van vader tot vaststelling omgang wordt afgewezen, nu de minderjarige een kwetsbaar kind is dat al veel heeft meegemaakt. Hij zal opgroeien in een pleeggezin. Op dit moment heeft de hechting aan de pleegouders prioriteit. Dit gaat voor op het contact met de vader. Tempo van de minderjarige is bepalend of en zo ja wanneer er weer omgang kan zijn. Vader is maar kort in beeld geweest en minderjarige moet weer langzaam met hem kennis kunnen maken. Minderjarige moet er qua ontwikkeling aan toe zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/147757 / FA RK 13-2421 (VC(O)

beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 5 februari 2014

inzake

[verzoeker],

verder ook de vader te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres],

verzoeker,

advocaat: mr. M.E. Kikkert,

en

de Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel,

verder ook Bureau Jeugdzorg te noemen,

wonende te 7600 AD Almelo, Postbus 165,

belanghebbende,

Met betrekking tot dit verzoek zijn mede als belanghebbende aan te merken:

[belanghebbende], verder ook de moeder te noemen, advocaat: mr. E.M. Elfrink;

de Raad voor de Kinderbescherming, verder ook de Raad te noemen.

Het procesverloop

Bij op 18 november 2013 ter griffie ingekomen verzoekschrift met bijlagen heeft de vader verzocht een omgangsregeling vast te stellen.

Op 21 januari 2014 heeft de Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel stukken in het geding gebracht.

De zaak is behandeld ter zitting van 22 januari 2014. Ter zitting zijn verschenen:

de vader, bijgestaan door mr. Kikkert;

mevrouw L. Hams, namens de Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel;

de moeder, bijgestaan door mr. Elfrink;

de heer B.A.M. Giesen, namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Aan de heer [K], begeleider van vader bij de zorgboerderij, is bijzondere toegang verleend. De standpunten zijn toegelicht. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

De vaststaande feiten

De ouders zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk is geboren:

[minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] [2010].

Bij beschikking van de rechtbank Almelo van 9 mei 2012 zijn de ouders uit het ouderlijk gezag ontzet over de minderjarige en zijn broer [minderjarige 2], met benoeming van de Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel tot voogdes.

Bij beschikking van de rechtbank Almelo van 13 juni 2012 is de echtscheiding uitgesproken.

Bij beschikking van de kinderrechter te Almelo van 2 augustus 2012 is het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en de[minderjarige 2] en [minderjarige 1] afgewezen. Er is verstaan dat vader telefonische informatie over [minderjarige 1] kan opvragen bij de voogdes.

De standpunten van partijen

Door de vader is verzocht om een begeleide omgangsregeling tussen hem en de minderjarige [minderjarige 1] te bepalen van één keer per maand gedurende circa één uur. De vader heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt en de kans op verval in zijn oude gedrag is klein. Volgens de voogdes zou vader te weinig informeren naar de ontwikkeling van [minderjarige 1], er moet echter rekening worden gehouden met de beperking van vader. Vader is van mening dat het in het belang van [minderjarige 1] en zijn identiteitsontwikkeling is dat hij zijn biologische vader leert kennen. Vader begrijpt niet om welke redenen er wel omgang kan plaatsvinden tussen de moeder en de minderjarigen, maar niet tussen hem en [minderjarige 1].

Bureau Jeugdzorg vindt het ook belangrijk dat [minderjarige 1] weet wie zijn biologische vader is, maar op dit moment heeft de hechting van [minderjarige 1] prioriteit. Een veilige en voorspelbare omgeving zijn op dit moment belangrijk voor hem. Door middel van de methode ‘Een Taal Erbij’ zal, wanneer dit passend is bij zijn leeftijd en ontwikkeling, aan [minderjarige 1] zijn levensverhaal worden verteld. Hierbij worden dan ook foto’s van vader gebruikt. De voogdes is van mening dat er in het tempo van [minderjarige 1] moet worden gehandeld en dat vader bijvoorbeeld zou kunnen beginnen met af en toe een kaartje sturen. Ook zou vader vaker kunnen informeren naar de ontwikkeling van [minderjarige 1].

De moeder sluit zich aan bij het standpunt van Bureau Jeugdzorg.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Er heeft al enkele jaren geen omgang plaatsgevonden tussen vader en [minderjarige 1]. De kinderrechter vindt het begrijpelijk dat de vader graag zou willen dat het contact weer wordt opgebouwd en zij is met vader van oordeel dat het belangrijk is dat een kind weet van wie hij afstamt. Ook de voogdes vindt dat belangrijk. Er moet echter rekening worden gehouden met de situatie van [minderjarige 1], zoals ook ter zitting door de voogdes en de vertegenwoordiger van de Raad is verwoord. [minderjarige 1] is een kwetsbaar jongetje van drie jaar dat al veel heeft meegemaakt. Hij zal in een pleeggezin opgroeien. Op dit moment heeft de hechting aan de pleegouders dan ook prioriteit. Dit gaat voor contact met vader, hoe vervelend dit voor de vader ook is. De kinderrechter begrijpt de wens van vader, maar het tempo van [minderjarige 1] moet bepalend zijn. Het feit dat er contact met moeder is, betekent niet automatisch dat er contact tussen vader en [minderjarige 1] kan plaatsvinden. Vader is maar kort in beeld geweest en [minderjarige 1] moet weer langzaam kennis met hem kunnen maken. De methode ‘Een Taal Erbij’ zou hem hierbij goed kunnen helpen. Deze methode kan echter pas ingezet worden bij kinderen vanaf vier jaar. Naast het leeftijdsaspect is het ook belangrijk dat [minderjarige 1] qua ontwikkeling eraan toe is om zijn vader te leren kennen. Dat zal niet van de ene op de andere dag gebeuren. De hechtingsfase mag hierbij niet verstoord worden. Het is belangrijk dat vader het contact met de voogdes blijft zoeken en met haar overleg pleegt over bijvoorbeeld het sturen van een kaartje aan [minderjarige 1]. Het is dan in eerste instantie aan de voogdes om te bezien op welk moment [minderjarige 1] wel toe is aan een contact met vader. Een bezoekcontact acht de kinderrechter op dit moment in strijd met de zwaarwegende belangen van [minderjarige 1].

Gezien het vorenstaande zal het verzoek van de vader dan ook worden afgewezen.

De beslissing

De kinderrechter:

1.

Wijst af het verzoek van de vader.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Verdoold, in tegenwoordigheid van M.R. Asveld als griffier en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2014.