Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:148

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-01-2014
Datum publicatie
14-01-2014
Zaaknummer
2559492 VV EXPL 13-38
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming huurwoning in verband met huurachterstand. Vordering is afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelszaken

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer : 2559492 VV EXPL 13-38

datum : 13 januari 2014

Vonnis in het kort geding van:

[eiser],

wonende te [woonplaats] (Duitsland),

eisende partij,

gemachtigde F.A. Vooren,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M.K ter Horst, advocaat te Zutphen.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het exploot d.d. 2 december 2013 houdende een vordering tot het treffen van een voorziening bij voorraad.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari 2014.

Verschenen zijn eiser bij monde van zijn dochter, mevrouw [dochter] en bijgestaan door de heer F.A. Vooren voornoemd, en verweerder, bijgestaan door mr. Ter Horst voornoemd.

Het geschil

Eiser vordert ontruiming van een door hem aan gedaagde verhuurde woning te [plaats] aan het adres [adres] (hierna ook: de woning). Gedaagde heeft verweer gevoerd.

De beoordeling

1.

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast:

  1. Eiser verhuurt sedert 1 maart 2006 de woning aan gedaagde.

  2. In de huur zijn begrepen de stoffering en een inboedel, alsmede een aantal door partijen indertijd separaat vastgelegde roerende zaken.

  3. De huurprijs bedraagt thans € 596,96 per maand inclusief servicekosten.

2.

Eiser heeft zijn vordering als volgt, kort samengevat, toegelicht.

De huurbetaling door gedaagde heeft in de afgelopen jaren regelmatig aanleiding tot discussie tussen partijen gegeven. In 2011 is een betalingsregeling afgesproken, die echter niet is nagekomen. Huurachterstand bedraagt thans € 4.054,43, dus ruim zes maanden. Als gevolg van het uitblijven van de regelmatige huurbetalingen dreigt eiser in problemen te komen, meer in het bijzonder doordat hij onder bijzonder beheer komt te staan van zijn hypotheekverstrekker. Hij vordert ontruiming van het gehuurde op een termijn van twee weken na betekening van het vonnis en veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding.

3.

Gedaagde heeft verweer gevoerd, kort samengevat als volgt.

De huurachterstand is kleiner dan gesteld, vooral als rekening wordt gehouden met een nadere mondelinge afspraak dat twee maanden huur in 2012 achteraf alsnog onder de op 3 mei 2011 getroffen betalingsregeling zijn gebracht en de maand oktober buiten beschouwing zou moeten worden gelaten omdat gedaagde voor eigen rekening de tot het gehuurde behorende wasmachine heeft vervangen. Het spoedeisend belang van de vordering wordt betwist, terwijl een belangenafweging in het voordeel van gedaagde dient uit te vallen.

4.

Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser toegegeven, naar aanleiding van producties die zijdens gedaagde in het geding waren gebracht, dat de feitelijke huurachterstand thans ongeveer € 1.300,- lager ligt dan in de dagvaarding omschreven, en derhalve op een bedrag van rond € 2.700,- uitkomt. Dat komt, aldus de gemachtigde van eiser, omdat gedaagde met ingang van november 2012 de huurbetalingen weer heeft hervat. Desgevraagd heeft dezelfde gemachtigde ook toegegeven dat, als gevolg van de hervatting van de huurbetalingen, het spoedeisend belang van eiser is verminderd.

5.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 4 werd overwogen moet de conclusie zijn, dat de vordering onvoldoende spoedeisend is en om die reden reeds dient te worden afgewezen. Nog los van hetgeen zijdens eiser ter zitting dienaangaande is verklaard is in dat verband het volgende van belang. Toewijzing van de vordering kort geding zou ertoe leiden, dat gedaagde de woning op zeer korte termijn verlaat, zodat nadien geen huurbetalingen door gedaagde meer te verwachten zijn. Niet is gesteld of gebleken dat eiser de woning dadelijk opnieuw kan verhuren, zodat geenszins is uitgesloten dat de woning voor kortere of langere tijd niet verhuurd zal worden. Die situatie past slechter bij de door eiser geschetste financiële problemen dan voortzetting van de huurrelatie tussen partijen, die in elk geval op dit moment uitzicht biedt op regelmatige betaling van de huur.

6.

De vordering wordt dan ook afgewezen. Eiser wordt, als in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

- wijst de vordering van eiser af;

- veroordeelt eiser in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van gedaagde begroot op:

 € 200,- voor salaris gemachtigde.

Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 13 januari 2014 in tegenwoordigheid van de griffier. (na)