Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:1472

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-02-2014
Datum publicatie
24-03-2014
Zaaknummer
C/08/144324 / FA RK 13-1807
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art 1:250 BW. De rechtbank wijst het verzoek van de minderjarige om een bijzonder curator te benoemen af, nu dit geen meerwaarde oplevert. In het kader van de OTS is reeds een gezinsvoogd in het gezin aanwezig die de belangen van de minderjarige kan waarborgen. De benoeming van een bijzonder curator naast de gezinsvoogd is voor de minderjarige alleen maar een extra belasting, zeker nu gebleken is dat het voor de minderjarige moeilijk is om een vertrouwensband met iemand op te bouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2014/41.16

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/144324 / FA RK 13-1807 (LH)

beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Overijssel d.d. 5 februari 2014

inzake

[verzoeker],

verder ook de minderjarige te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres]

verzoeker,

tegen

[belanghebbende],

verder ook de vader te noemen,

wonende te [woonplaats], [adres],

belanghebbende,

advocaat: mr. R.E. Schepers.

Het procesverloop

Bij op 11 september 2013 ter griffie ingekomen verzoekschrift met bijlagen heeft de minderjarige [verzoeker] verzocht een bijzondere curator te benoemen en de omgang met zijn vader te beëindigen.

Op 24 september 2013 is een brief van de minderjarige [verzoeker] ter griffie ingekomen.

Op 3 oktober 2013 is een brief van moeder ter griffie ingekomen.

Op 14 oktober 2013 is een verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken, van vader ter griffie ingekomen.

De zaak is behandeld ter zitting op 15 oktober 2013. Van die behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

Op 1 november 2013 is van moeder een verweerschrift, tevens houdende zelfstandig verzoek, ter griffie ingekomen.

De zaak is voortgezet behandeld ter zitting op 5 november 2013. Van die behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

De mondelinge behandeling is meervoudig voortgezet op 22 januari 2014. Ter zitting zijn verschenen: de vader, bijgestaan door mr. R.E. Schepers en de moeder, bijgestaan door

mr. J.G. Kalk. De Raad voor de Kinderbescherming is vertegenwoordigd door de heer A.A.H. Pots. Namens de Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel is mevrouw E. Pala verschenen.

De beschikking is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

Vader is gehuwd geweest met [naam], verder ook de moeder te noemen. Uit het huwelijk van vader en moeder zijn geboren:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] [2000];

- [verzoeker], geboren te [geboorteplaats] [2002];

- [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] [2003].

Bij beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2011 is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.

Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 30 mei 2012 is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de man en die van [verzoeker] en [minderjarige 3] bij de vrouw zal zijn. Inzake het recht van de minderjarigen op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders is een regeling getroffen, inhoudende dat de kinderen de ene week bij moeder en de andere week bij vader verblijven.

Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 5 november 2013 is de voorlopige ondertoezichtstelling met betrekking tot de minderjarige [verzoeker] uitgesproken voor de duur van drie maanden, met benoeming van de Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel tot gezinsvoogdijinstelling, onder aanhouding van elke nadere beslissing.

Bij beschikking van deze rechtbank van heden (bekend onder de zaaknummers: 145958 en 150561) is de ondertoezichtstelling voor [verzoeker] uitgesproken voor zes maanden, onder aanhouding van de resterende termijn. Voor [minderjarige 1] en [minderjarige 3] is de beslissing op het verzoek tot ondertoezichtstelling aangehouden.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Op 11 september 2013 heeft [verzoeker] een verzoek bij de kinderrechter ingediend tot benoeming van een bijzondere curator. In dit verzoek stelt [verzoeker] dat hij geen contact meer wil met zijn vader. Dit verzoek is door de kinderrechter aangemerkt als een verzoek tot opschorting van de omgang met vader op grond van artikel 1:377g Burgerlijk Wetboek.

Vader heeft een verweerschrift ingediend tegen het verzoek van [verzoeker]. Vader stelt zich primair op het standpunt dat [verzoeker] in zijn verzoek tot benoeming van een bijzondere curator niet ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel dat dit verzoek dient te worden afgewezen. De man vraagt zich primair af of dit verzoek van [verzoeker] zelf afkomstig is. Bovendien worstelen [minderjarige 1] en [minderjarige 3] ook met de situatie waarin zij zich bevinden, hetgeen niet wordt opgelost als voor [verzoeker] een bijzondere curator wordt benoemd. Vader heeft bij zijn verweerschrift een zelfstandig verzoek ingediend tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van [verzoeker] en [minderjarige 3] en tot ondertoezichtstelling van alle drie de kinderen (bekend onder de zaaknummers: 145975 en 145958).

Moeder heeft geen verweer gevoerd tegen de benoeming van een bijzondere curator voor [verzoeker]. Volgens moeder is het in het belang van [verzoeker] dat er een bijzondere curator wordt benoemd die de belangen van [verzoeker] waarneemt. Omdat er sprake is van een geschil tussen vader en [verzoeker], kiest moeder er bewust voor dat niet zij de belangen van [verzoeker] voor het voetlicht brengt. Moeder heeft wel verweer gevoerd tegen de verzoeken van vader tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van [verzoeker] en [minderjarige 3] en tegen de door vader verzochte ondertoezichtstelling. Moeder heeft op haar beurt een zelfstandig verzoek ingediend tot

wijziging van de door vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [verzoeker].

De rechtbank zal in deze beschikking beslissen op het verzoek van [verzoeker] tot benoeming van een bijzondere curator en tot opschorting van de omgang met vader. De rechtbank heeft bij afzonderlijke beschikking van heden (in de zaken met zaaknummers: 145958 en 150561) beslist op de verzoeken tot ondertoezichtstelling van de minderjarigen [minderjarige 1], [verzoeker] en [minderjarige 3]. De beslissingen op het door vader ingediende verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats van [verzoeker] en [minderjarige 3] en het door moeder ingediende verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie ten behoeve van [verzoeker] zijn aangehouden en hierover zal te zijner tijd worden beslist in de zaak met zaaknummer 145975.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het verzoek van [verzoeker] tot benoeming van een bijzondere curator het volgende. De rechtbank deelt de mening van moeder dat het in het belang is van [verzoeker] dat een derde persoon de belangen van [verzoeker] waarneemt. Temeer nu er problemen zijn ontstaan in het contact tussen vader en [verzoeker], is het van belang dat niet moeder maar een derde persoon de belangen voor [verzoeker] waarneemt. De rechtbank heeft bij afzonderlijke beschikking van heden de ondertoezichtstelling van [verzoeker] verlengd met een half jaar, onder aanhouding van de resterende termijn. In die beschikking is overwogen dat de gezinsvoogd zich het komende half jaar met name zal richten op de vraag hoe het contact tussen vader en [verzoeker] op een voor [verzoeker] verantwoorde wijze kan plaatsvinden. De gezinsvoogd kan er, met hulp van de middelen die er in het kader van een ondertoezichtstelling zijn, voor zorgen dat hierbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij het belang van [verzoeker]. Hiermee zijn naar het oordeel van de rechtbank de belangen van [verzoeker] voldoende gewaarborgd. Het benoemen van een bijzondere curator, naast de gezinsvoogd, zou voor [verzoeker] alleen maar een extra belasting zijn. Dit geldt temeer nu is gebleken dat het voor [verzoeker] moeilijk is om een vertrouwensrelatie met iemand op te bouwen. Bovendien is gebleken dat [verzoeker] goede gesprekken heeft met de schoolmaatschappelijk werker, die ook het contact zoekt met vader. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat het benoemen van een bijzondere curator in dit geval geen meerwaarde oplevert en dit verzoek zal daarom worden afgewezen.

Zoals hiervoor reeds is overwogen zal de gezinsvoogd zich het komende half jaar met name richten op het contactherstel tussen vader en [verzoeker]. Inmiddels heeft er al weer omgang plaatsgevonden tussen vader en [verzoeker]. De nadere invulling van de zorg- en contactregeling tussen vader en [verzoeker] zal dan ook onder de regie van de gezinsvoogd in het kader van de ondertoezichtstelling dienen plaats te vinden.

De beslissing

De rechtbank:

1.

Wijst af het verzoek van [verzoeker] tot benoeming van een bijzondere curator.

2.

Bepaalt dat de invulling van de zorg- en contactregeling tussen vader en [verzoeker] wordt overgelaten aan de gezinsvoogd in het kader van de ondertoezichtstelling van [verzoeker].

3.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

4.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. J.H. Olthof, mr. E.V.A. Groener,

mr. W.M.B. Elferink, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2014 in tegenwoordigheid van G.H. Mensink-Heuver, griffier.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de Raad voor de Kinderbescherming te Almelo en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door die raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  1. door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.