Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2014:12

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-01-2014
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
C-08-148478 - KG ZA 13-430
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toewijzing vordering afgifte stukken in verband met aanspraak op legitieme portie van nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/148478 / KG ZA 13-430

Vonnis in kort geding van 3 januari 2014

in de zaak van

1 [eiseres 1],

2. [eiseres 2],

beiden wonende te [plaats 1],

eiseressen,

advocaat mr. P.P. Verdoorn te Apeldoorn,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [plaats 1],

gedaagde,

bijgestaan door E. Yildirim te Deventer,

2. [gedaagde 2] (tevens in haar hoedanigheid van uitvoerder van de laatste wilsbeschikkingen van [naam]),

wonende te Deventer,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eisseressen c.s.] en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (dan wel [gedaagde 1], en [gedaagde 2]) genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met 14 producties;

  • -

    de mondelinge behandeling op 18 december 2013;

  • -

    het tijdens de behandeling tegen de niet verschenen gedaagde [gedaagde 2] verleende verstek;

  • -

    de pleitnota van [eisseressen c.s.];

  • -

    de wijziging van eis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisseressen c.s.] en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn de dochters respectievelijk zoon en schoondochter van wijlen [naam] en [voornaam] [gedaagde 1]. (Schoon)moeder en - vader zijn overleden op[datum] 2007 respectievelijk [datum] 2013.

2.2.

Op 2 november 2010 heeft [naam] ten overstaan van notaris mr. H.F.C. Rombouts te Deventer een testament opgemaakt. Daarbij heeft [naam], voor zover hier van belang, de volgende uiterste wilsbeschikking gemaakt:

I. RECHTSKEUZE

Ik verklaar dat op mijn erfopvolging het Nederlands recht ten dage van mijn overlijden van toepassing zal zijn.

II. HERROEPING

Ik herroep alle vóór heden door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen, met uitzondering van de door mij gemaakte codicillen.

III. ERFSTELLING/PLAATSVERVULLING

1. Erfstelling

Ik benoem tot mijn enige en algehele erfgenamen, tezamen en voor gelijke delen, mijn zoon, de heer [gedaagde 1], geboren op [datum] negentienhonderd acht en vijftig te [plaats 2] (Turkije) en zijn echtgenote, mevrouw [gedaagde 2], geboren op [datum]negentienhonderd twee en zestig te [plaats 3] (Turkije).

2. Plaatsvervulling

Indien opgemelde erfstelling geen effect sorteert benoem ik de afstammelingen van mijn zoon tot mijn enige en gezamenlijk erfgenamen voor die delen zoals in het wettelijk erfrecht bij plaatsvervulling is bepaald.

IV. ONTERVING

Ik bepaal bij deze dat ik mijn beide dochters en hun afstammelingen uitsluit als erfgenaam in mijn nalatenschap. Ik bepaal voorts dat mijn erfgenamen, noch de executeur, noch de behandelende notaris van mijn nalatenschap, mijn dochters in kennis dienen te stellen van mijn overlijden.

V. EXECUTELE

1. Benoeming executeur

Ik benoem tot executeur mijn schoondochter voornoemd en indien zij de executele niet kan of wil aanvaarden benoem ik mijn voornoemde zoon tot executeur.

2.3.

Vanaf medio mei 2013 hebben [eisseressen c.s.] meerdere keren schriftelijk aan [gedaagde 1] – en later ook aan [gedaagde 2] – verzocht kopie te verstrekken van alle bescheiden die nodig zijn om de omvang en de waarde van hun legitieme portie in de nalatenschap van hun vader vast te stellen alsmede van hun erfdeel in de nalatenschap van hun moeder. Aan dit verzoek hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet (volledig) voldaan.

3 Het geschil

3.1.

[eisseressen c.s.] vorderen – na eiswijziging – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk zal veroordelen om:

(1) binnen 48 uur na betekening van dit vonnis kopie verstrekt te hebben van de aangifte erfbelasting, dan wel van het ingediende verzoek en de honorering daarvan, om uitstel van het doen van die aangifte ter zake de nalatenschap van wijlen [naam];

(2) binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis aan [eisseressen c.s.] een deugdelijke boedelbeschrijving te verstrekken, voorzien van bewijsstukken, betreffende de nalatenschap van wijlen [naam];

(3) binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis aan [eisseressen c.s.] inzage te verstrekken in de mutaties op de ten name van [naam] gestelde bankrekeningen, de buitenlandse bankrekeningen daaronder begrepen, vanaf 7 oktober 2007 tot heden, met dien verstande dat – voor zover het gegevens van buitenlandse bankrekeningen betreft – de hierna bedoelde dwangsom niet zal worden verbeurd ingeval [gedaagde 1] en [gedaagde 2] door middel van authentieke schriftelijke bescheiden aantonen dat de gevraagde periode de wettelijke bewaartermijn overtreft die geldt voor het bewaren door de bank van rekeninggegevens, waaronder begrepen de mutaties op die rekeningen;

(4) binnen 10 dagen na betekening van dit vonnis aan [eisseressen c.s.] in kopie te verstrekken de aan [naam] opgelegde belastingaanslagen vanaf 2007 tot en met 2012, alle vergezeld van de bijbehorende belastingaangiften;

alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geheel of gedeeltelijk in gebreke blijven aan dit vonnis te voldoen, met een maximum van

€ 100.000,00 en met veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van dit geding.

3.2.

[gedaagde 1] voert gemotiveerd verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Anders dan [gedaagde 1] stelt, acht de voorzieningenrechter zich (absoluut) bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen. Voor de absolute bevoegdheid van de kortgedingrechter is beslissend het recht waarin eiser vraagt te worden beschermd (HR 26 maart 1971, NJ 1971/434). De burgerlijke rechter is bevoegd kennis te nemen van geschillen als bedoeld in artikel 112 lid 1 Gw. Beroept eiser zich op een burgerlijk recht of op een schuldvordering in de zin van dat artikellid, zoals in dit geval, dan is de voorzieningenrechter als burgerlijke rechter steeds bevoegd.

4.2.

Van een spoedeisend belang van [eisseressen c.s.] bij hun vorderingen is in voldoende mate gebleken. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat de door [eisseressen c.s.] gevorderde informatie nodig is om de omvang van hun legitieme portie alsmede hun erfdeel in de nalatenschap van hun vader respectievelijk moeder vast te stellen. Tijdens de mondelinge behandeling is vast komen te staan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot op heden geen boedelbeschrijving hebben opgemaakt en evenmin aangifte erfbelasting hebben gedaan en voorts dat zij van de gevorderde informatie tot op heden slechts de aanslagen IB 2010 en 2011 van [naam] aan [eisseressen c.s.] hebben verstrekt. Hieruit volgt dat, gelet op de aard van de zaak, het belang van [eisseressen c.s.] voldoende is om de door hun ingestelde vorderingen te rechtvaardigen, nu gebleken is dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] uit zichzelf niets doen om de nalatenschappen van vader en moeder af te wikkelen. Van [eisseressen c.s.] kan niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten.

4.3.

Aan hun vorderingen leggen [eisseressen c.s.], samengevat, ten grondslag dat de twee nalatenschappen van hun vader en moeder nog moeten worden afgewikkeld en dat zij – in weerwil van het testament van hun vader – op de voet van artikel 4:63 BW aanspraak maken op uitkering van hun legitieme portie alsmede, als erfgenaam, op uitkering van de waarde van hun respectieve erfdelen in de nalatenschap van hun moeder. [eisseressen c.s.] stellen dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot op heden geen medewerking verlenen aan de afwikkeling van voormelde nalatenschappen.

4.4.

Op basis van de gedingstukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling stelt de voorzieningenrechter vast dat [gedaagde 2] door [naam] als executeur is benoemd en dat zij deze benoeming heeft aanvaard en voorts dat [gedaagde 2] tot op heden aan haar benoeming tot executeur geen uitvoering heeft gegeven. Tussen partijen is niet in geschil dat [eisseressen c.s.] recht en belang hebben bij vaststelling van de omvang van hun aandeel in de nalatenschap van vader en moeder en dat daarvoor het opstellen van een – verifieerbare – boedelbeschrijving en vervolgens een aangifte erfbelasting is vereist.

4.5.

Nu [eisseressen c.s.] tot op heden van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] slechts de aanslagen IB 2010 en 2011 van [naam] hebben ontvangen, komen de vorderingen op de hierna te melden wijze voor toewijzing in aanmerking. De gevorderde dwangsom wordt op de hierna te melden wijze gematigd.

4.6.

Vanwege de aard van de relatie van partijen ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis aan [eisseressen c.s.] kopie te verstrekken van een deugdelijke boedelbeschrijving en de aangifte erfbelasting ter zake de nalatenschap van [naam], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 20.000,00;

5.2.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om aan [eisseressen c.s.] inzage te verstrekken in de – van deugdelijke bewijsstukken voorziene – mutaties op de ten name van [naam] gestelde bankrekeningen vanaf 7 oktober 2007 tot de datum van dit vonnis binnen één maand ten aanzien van de Nederlandse bankrekeningen en binnen twee maanden ten aanzien van de buitenlandse rekeningen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 20.000,00, met dien verstande dat de dwangsom niet zal zijn verbeurd indien aan [eisseressen c.s.] een verklaring van de bank wordt overgelegd waaruit blijkt dat de gevraagde mutaties te gedateerd zijn om nog te kunnen worden geproduceerd;

5.3.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om binnen één maand na betekening van dit vonnis aan [eisseressen c.s.] kopie te verstrekken van de aan [naam] opgelegde belastingaanslagen vanaf 2007 tot en met 2012, alle vergezeld van de bijbehorende belastingaangiften, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 20.000,00;

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.6.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2014.