Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:CA3853

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
20-06-2013
Zaaknummer
137311 / KG ZA 13-97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opheffing conservatoir beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: 137311 / KG ZA 13-97

Vonnis in kort geding van 5 juni 2013

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROOQ B.V.,

gevestigd te Enschede,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLASHME B.V.,

gevestigd te Schalkhaar,

3. [eiser sub 3],

wonende te [plaats],

4. [eiser sub 4],

wonende te [plaats],

eisers,

advocaten mrs. P.J. van der Korst en E.N. de Jong te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EQUINIX NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaten mrs. R. Schellaars en F.M.A. Potter te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Rooq c.s. (eisers 1 tot en met 4 gezamenlijk) en Equinix genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Rooq c.s.

- de pleitnota van Equinix.

1.2. Ten slotte is vonnis gevraagd. Het vonnis is - na aanhouding - bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1. Op 5 februari 2008 hebben Rooq en Slashme de aandelen in Virtu Secure Webservices B.V. verkocht aan Equinix. Zij hebben daartoe een koopovereenkomst gesloten. [Eiser sub 3] en [eiser sub 4] zijn bestuurder van respectievelijk Rooq en Slashme. Overeengekomen is dat de aankoopprijs bestaat uit een vaste som en een winstafhankelijke component (“Earn-Out”). Een deel van de vaste som, ter hoogte van € 1.000.000,-, heeft Equinix op een derdenrekening gestort en strekt tot zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van Rooq c.s. uit de koopovereenkomst (“Escrow Amount”).

2.2. Er is kort na het verwerven van de aandelen door Equinix een geschil ontstaan tussen partijen over de (niet-) nakoming van de voor Rooq c.s. uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen.

2.3. Equinix heeft, na daartoe op 21 maart 2013 verkregen verlof van de voorzieningenrechter in deze rechtbank, op en/of rond die datum conservatoire (derden)beslagen laten leggen.

2.4. De beslagen zijn gelegd ter verzekering van verhaal van een door Equinix op

Rooq c.s. gepretendeerde vordering van € 8.580.000,-, een en ander zoals nader omschreven in het verzoekschrift tot het leggen van conservatoire (derden)beslagen van 21 maart 2013.

2.5. In oktober 2012 heeft bij de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam een kort gedingprocedure tussen partijen plaatsgevonden, waarin Rooq c.s. heeft gevorderd tot vrijgave van de “Escrow Amount”. De vordering is afgewezen.

2.6. Er is sinds 23 januari 2013 een bodemprocedure tussen partijen aanhangig bij deze rechtbank. De zaak staat thans op de rol van 26 juni 2013 voor vonnis in het door Rooq c.s. bij conclusie van antwoord opgeworpen incident ex artikel 843a Rv.

3. Het geschil

3.1. Rooq c.s. vordert samengevat - opheffing van de door Equinix ten laste van haar gelegde (derden)beslagen zoals opgesomd in onderdeel 1.1 van de dagvaarding, op straffe van een dwangsom.

3.2. Equinix voert gemotiveerd verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Gelet op de aard van de vorderingen is er sprake van een spoedeisend belang.

Rooq c.s. is ontvankelijk in haar vorderingen.

4.2. De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

4.3. Ingevolge art. 705 lid 2 Rv dient het beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert om met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk of onnodig is (HR 14 juni 1996, NJ 1997/481). Er zal evenwel beslist moeten worden aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen, waarbij dient te worden beoordeeld of het belang van de beslaglegger bij handhaving van het beslag op grond van de door deze naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder dient te wegen dan het belang van de beslagene bij opheffing van het beslag. De Hoge Raad heeft hier aan toegevoegd dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de bodemprocedure wordt toegewezen, verhaal mogelijk zal zijn, terwijl de beslaglegger bij afwijzing van de vordering zal kunnen worden aangesproken voor de door het beslag ontstane schade.

4.4. Rooq c.s. stelt in dat kader dat de beslagen moeten worden opgeheven omdat Equinix geen vordering heeft op haar. Er is geen sprake van een inbreuk op garanties die voortvloeien uit de koopovereenkomst en evenmin van aansprakelijkheid van Rooq c.s., dan wel persoonlijke aansprakelijkheid van [eiser sub 3] en [eiser sub 4] jegens Equinix.

De bedrijfsvoering van Virtu is niet verwaarloosd door Rooq c.s. en Equinix heeft bovendien een uitvoerige due diligence laten uitvoeren. Equinix betwist het voorgaande en stelt daartoe dat zij gerechtigd is tot het doen leggen van de beslagen (en waarvoor zij verlof heeft verkregen) omdat zij forse schade heeft geleden. Rooq c.s. heeft de garanties uit de koopovereenkomst geschonden, Rooq en [eiser sub 3] hebben een geheimhoudingbeding uit de koopovereenkomst geschonden en [eiser sub 3] en [eiser sub 4] hebben onrechtmatig gehandeld jegens Equinix, meer specifiek hebben zij Equinix misleid over de toestand en de toekomstverwachtingen van Virtu.

4.5. De voorzieningenrechter stelt voorop dat hij - mede vanwege het beperkte karakter van een procedure in kort geding - niet treedt in de beantwoording van de vraag of Equinix de door haar gepretendeerde vordering op Rooq c.s. kan verhalen op de goederen waarop zij conservatoir beslag heeft laten leggen. Evenmin treedt hij in de beantwoording van de vraag of aan het formele vereiste ten aanzien van de derdenverklaringen is voldaan.

Rooq c.s. heeft in dat kader onder meer gesteld dat Rooq geen aandelen houdt in Quarantainenet Holding B.V. en Equinix heeft gesteld dat zij nog (bijna) geen derdenverklaringen heeft ontvangen.

De voorzieningenrechter hanteert in deze procedure als uitgangspunt dat Equinix uit hoofde van de door haar gepretendeerde vorderingen op Rooq c.s. conservatoir (derden)beslag heeft laten leggen en heeft gelegd op goederen die daardoor kunnen worden getroffen.

4.6. De voorzieningenrechter overweegt voorts dat Rooq c.s. met haar stellingen onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de door Equinix gepretendeerde vorderingen ondeugdelijk zijn. Of en in hoeverre Rooq c.s. haar verplichtingen uit de koopovereenkomst is nagekomen, meer specifiek of de garantie- en geheimhoudingsverplichtingen uit de koopovereenkomst zijn geschonden door Rooq c.s. en of er sprake is van onrechtmatig handelen door [eiser sub 3] en [eiser sub 4] in de zin van dat ieder van hen een persoonlijk verwijt kan worden gemaakt, en zo ja, welke schade Equinix daardoor heeft geleden, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter, gelet op de uiteenlopende stellingen van partijen, in het bestek van dit kort geding niet worden beoordeeld. Daarvoor is de reeds aanhangige bodemprocedure, waar het geschil in volle omvang kan worden getoetst, de aangewezen weg. De voorzieningenrechter gaat daarom voorbij aan de stellingen van partijen die daarop betrekking hebben.

4.7. Rooq c.s. stelt voorts dat het beslag moet worden opgeheven omdat Equinix geen enkel belang bij het beslag heeft. In de eerste plaats omdat Equinix reeds beschikt over voldoende verhaalsmogelijkheden, te weten de “Escrow Amount” en de “Earn Out”. Vast staat dat Equinix verlof heeft verkregen voor het leggen van conservatoir beslag ter hoogte van € 8.580.000,-. Rooq c.s. stelt dat Equinix naast de “Escrow Amount” , ter hoogte van

€ 1.000.000,-, de bestaande zekerheid heeft van de “Earn Out” ter hoogte van € 5.000.000,-. Equinix betwist dat en stelt dat de “Earn Out” haar geen verhaalsmogelijkheid biedt, omdat de criteria om tot uitbetaling daarvan over te gaan niet zijn vervuld.

De voorzieningenrechter constateert, mede gelet op hetgeen partijen daartoe ter zitting hebben verklaard, dat partijen van mening (blijven) verschillen over welke verhaalsmogelijkheden Equinix beschikt. Reeds daarom heeft Equinix voldoende belang bij handhaving van het gelegde beslag.

4.8. Rooq c.s. stelt verder dat Equinix geen belang heeft bij het beslag omdat er geen gegronde vrees is voor verduistering. Equinix betwist dat gemotiveerd. Het ligt in dit kort geding op de weg van Rooq c.s. om aannemelijk te maken dat geen sprake is van gegronde vrees voor verduistering zoals ten grondslag gelegd aan het verlof. Dat heeft Rooq c.s. naar het oordeel van de voorzieningenrechter nagelaten. De door Equinix gestelde vrees voor verduistering van de (on)roerende zaken is denkbaar nu - gelet op de onbetwiste stelling daartoe van Equinix - tussen [eiser sub 3] en [eiser sub 4] enerzijds en hun beide vennootschappen Rooq en Slashme anderzijds, een dunne scheidslijn ligt en Slashme aan [eiser sub 4] een hypothecaire geldlening heeft verstrekt van € 1.000.000,- hetgeen hem bevoegdheden toekent, waaronder vervreemding van het onroerend goed waarop de hypotheek rust.

4.9. Equinix heeft een gerechtvaardigd belang bij de gelegde beslagen en wil de verhaalsmogelijkheden voor de gepretendeerde vordering op Rooq c.s. veiligstellen.

Ter zitting is voorts gebleken dat er door Rooq c.s. geen vervangende zekerheid kan worden gesteld voor de door Equinix gepretendeerde vordering. Van misbruik van recht is geen sprake.

4.10. Gelet op het voorgaande heeft Rooq c.s. onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door Equinix gepretendeerde vordering ondeugdelijk is, alsook heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Equinix geen belang heeft bij de gelegde beslagen. Dat de door Equinix gelegde beslagen moeten worden beschouwd als een (nieuwe) poging om Rooq c.s. te bewegen tot een onredelijke schikking, zoals Rooq c.s. stelt, is onvoldoende aannemelijk geworden en maakt het voorgaande naar het oordeel van de voorzieningenrechter bovendien niet anders. De vordering van Rooq c.s. tot opheffing van de gelegde conservatoire (derden)beslagen moet worden afgewezen.

4.11. Rooq c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Equinix worden begroot op:

- griffierecht € 589,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.405,00.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Rooq c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Equinix tot op heden begroot op € 1.405,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. van der Veer en in het openbaar uitgesproken op

5 juni 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.?