Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:CA2967

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
12-06-2013
Zaaknummer
C/08/137885 / KG ZA 13-121
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Buitengerechtelijk schuldeisersakkoord. Schuldeiser heeft in redelijkheid zijn medewerking aan het buitengerechtelijk schuldeisersakkoord mogen weigeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/137885 / KG ZA 13-121

datum vonnis: 5 juni 2013 (fs)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 1],

gevestigd te [plaats],

verder ook te noemen [eiseres sub 1],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 2]

verder ook te noemen [eiseres sub 2],

gevestigd te [plaats],

eiseressen, gezamenlijk ook te noemen [eiseressen],

advocaten: mr. M.L.C. Snoeks en mr. B.M. König te Nijmegen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Metaalketen Noord-Oost B.V.,

gevestigd te Hengelo,

gedaagde,

verder ook te noemen Metaalketen

advocaat: mr. I.A. van Rooij te Tilburg.

1. Het procesverloop

1.1 [Eiseressen] hebben gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2 De zaak is behandeld ter terechtzitting van 27 mei 2013. Ter zitting is namens [eiseressen] verschenen de heer [H], bijgestaan door mr. M.L.C. Snoeks en

mr. B.M. König. Namens Metaalketen is verschenen mr. A.I. van Rooij.

1.3 Ter zitting heeft mr. Snoeks te kennen gegeven dat [eiseressen] enkel hun vorderingen jegens Metaalketen handhaven, aangezien de overige drie oorspronkelijk gedaagde partijen alsnog hebben ingestemd met het buitengerechtelijke akkoord.

1.4 De standpunten van partijen zijn toegelicht aan de hand van pleitnota’s en (van te voren aan de wederpartij en aan de voorzieningenrechter toegezonden) producties.

1.5 Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1 [Eiseressen] exploiteren een metaalbewerkingsbedrijf. [Eiseres sub 1] is de moedermaatschappij en fungeert als holding. [Eiseres sub 2] is de werkmaatschappij. Vanwege ontstane financiële problemen hebben [eiseressen] hun gezamenlijke debiteuren een buitengerechtelijk crediteurenakkoord aangeboden, inhoudende dat die schuldeisers [eiseressen] finale kwijting verlenen tegen betaling van 15,74% van de totale openstaande vordering. Behalve Metaalketen hebben alle schuldeisers ingestemd met het akkoord.

3. Het geschil

3.1 [Eiseressen] vorderen – kort gezegd – veroordeling van Metaalketen tot medewerking aan het aangeboden crediteurenakkoord en bij gebreke van onverkorte en tijdige medewerking dat dit vonnis in de plaats treedt van die medewerking, met veroordeling van Metaalketen in de kosten van het geding, alsmede in de nakosten.

3.2 [Eiseressen] stellen daartoe dat Metaalketen door het onthouden van haar medewerking aan het buitengerechtelijke crediteurenakkoord misbruik maakt van haar bevoegdheid.

3.3 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 Het spoedeisend belang van [eiseressen] bij het gevorderde vloeit naar het oordeel van de voorzieningenrechter in voldoende mate voort uit hun stellingen.

4.2 Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 12 augustus 2005 (LJN AT7799) stelt de voorzieningenrechter voorop dat het een schuldeiser in beginsel vrijstaat het hem door de schuldenaar aangeboden akkoord – dat inhoudt dat hij slechts een (beperkt) deel van zijn vordering betaald krijgt en voor het restant afstand doet van zijn recht op voldoening – te weigeren. Dit kan uitzondering lijden indien de uitoefening van deze bevoegdheid wordt misbruikt (artikel 3:13 Burgerlijk Wetboek (BW)) en de schuldeiser aldus naar redelijkheid aanvaarding van het aanbod niet had kunnen weigeren. Bij de toewijzing van een vordering tot medewerking aan een buitengerechtelijk akkoord is terughoudendheid geboden. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kan plaats zijn voor een bevel aan een schuldeiser om aan de uitvoering van een hem aangeboden akkoord mee te werken. Het ligt in beginsel op de weg van de schuldenaar die zodanige medewerking in rechte wenst af te dwingen om de specifieke feiten en omstandigheden aannemelijk te maken, waaruit kan worden afgeleid dat de schuldeiser naar redelijkheid niet tot weigering van instemming met het akkoord heeft kunnen komen.

4.3 In dat kader is door [eiseressen] aangevoerd dat van de 77 schuldeisers van [eiseressen] er 76 hebben ingestemd met het aangeboden akkoord. Na uitvoering van het buitengerechtelijk akkoord is/zijn de onderneming(en) van [H] levensvatbaar en is er werkgelegenheid voor 9 werknemers. Metaalketen is de enige schuldeiser die haar medewerking aan het akkoord weigert. Metaalketen heeft een vordering op [eiseres sub 1] van € 20.073,10. De schuld van [eiseres sub 1] aan Metaalketen bedraagt circa 1,6% van de gehele schuldenlast van [eiseressen]. Deze schuld vertegenwoordigt, zowel absoluut als relatief bezien, een zeer gering percentage in het geheel. Metaalketen heeft volgens [eiseressen] geen reden om haar medewerking aan het akkoord te onthouden en maakt misbruik van recht c.q. bevoegdheid ex artikel 3:13 BW. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijzen [eiseressen] naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 10 november 2011 (JOR 2012, 232). De honorering van de weigering van Metaalketen om in te stemmen met het akkoord zal leiden tot het faillissement van [eiseressen] en in dat geval zullen de 76 concurrente schuldeisers, waaronder Metaalketen, vermoedelijk geen enkel bedrag uitgekeerd krijgen, gezien de vordering van de bank en de zekerheden die daar tegenover staan en gezien de vordering van de fiscus.

4.4 [Eiseressen] stellen dat [eiseres sub 1] enkel als holding fungeert, die geen eigen inkomsten heeft en daarvoor afhankelijk is van [eiseres sub 2], de werkmaatschappij. Doordat de werkmaatschappij in moeilijkheden is komen te verkeren, is de holding daarin meegesleept. Een faillissement van de één betekent automatisch het faillissement van de ander. Om die reden konden [eiseressen] niet anders dan gezamenlijk aan hun gezamenlijke schuldeisers een buitengerechtelijk crediteurenakkoord aanbieden, waarin binnen de beschikbare financieringsruimte het maximaal haalbare wordt aangeboden.

4.5 [Eiseressen] vormen een fiscale eenheid, die nog een aanzienlijke schuld bij de fiscus heeft. Metaalketen is dan ook niet de enige schuldeiser van [eiseres sub 1]. In geval van faillissement hebben de fiscus, de curator en de bank sterkere rechten dan Metaalketen, zodat zij achter het net zal vissen.

4.6 Door Metaalketen is aangevoerd dat zij geen enkele contractuele relatie heeft met [eiseres sub 2], zodat de door deze partij ingestelde vordering en het crediteurenvoorstel haar niet regardeert. In de visie van Metaalketen gooien [eiseressen] ten onrechte alle feiten en juridische verhoudingen op één hoop en stellen zij dat al hetgeen gesteld wordt geldt voor zowel de holding als de werkmaatschappij. Dat is onjuist. Het gehele relaas ziet alleen op de kennelijke situatie van [eiseres sub 2], maar niet op die van [eiseres sub 1]. Dat de financiële situatie van [eiseres sub 1] zorgelijk zou zijn betwist Metaalketen. Metaalketen heeft enkel een contractuele relatie met [eiseres sub 1] en is haar enige schuldeiser. Niet Metaalketen, maar [eiseressen] maken misbruik van recht door een andere situatie dan de feitelijke te schetsen en te proberen om Metaalketen als enige schuldeiser van de holding een onredelijk akkoord op te dringen, dat betekent dat zij gedwongen wordt af te zien van 85% van haar onbetwiste vordering. Metaalketen wijst er in dat kader op dat zij goederen heeft geleverd aan [eiseres sub 2], maar gefactureerd aan [eiseres sub 1], omdat haar kredietverzekering slechts in dat geval dekking bood, aangezien de situatie van [eiseres sub 1] kennelijk niet zo slecht was als die van [eiseres sub 2]. Op die basis hebben partijen met elkaar zaken gedaan. Dit onderscheid proberen [eiseressen] nu ten onrechte ongedaan te maken. Tevens wijst Metaalketen erop dat [eiseres sub 1] zich in het kader van de faillissementsaanvraag die tegen haar was ingediend op het standpunt heeft gesteld dat [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] als gescheiden entiteiten gezien dienen te worden, terwijl [eiseressen] in de onderhavige procedure heeft aangevoerd dat de beide vennootschappen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat het faillissement van de één automatisch het faillissement van de ander betekent, waardoor [eiseressen] naar eigen zeggen niet anders kon dan gezamenlijk een schuldeisersakkoord aanbieden.

4.7 Metaalketen is het standpunt toegedaan dat haar geen misbruik van recht verweten kan worden, vanwege de weigering om in te stemmen met het akkoord. Daarbij is van belang dat uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, NJ 2006, 230, blijkt dat bij de toewijzing van een vordering tot medewerking aan een buitengerechtelijk akkoord terughoudendheid geboden is. In het licht bezien van in de jurisprudentie met betrekking tot de schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet gehanteerde criteria en de van belang geachte omstandigheden is de vordering van [eiseressen] volgens Metaalketen kansloos. Daarbij wijst Metaalketen erop dat het aangeboden akkoord niet door een onafhankelijke derde partij is getoetst, dat het voorstel niet goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, dat onvoldoende duidelijk is dat het aanbod het uiterste is waartoe de holding financieel in staat moet worden geacht, dat een faillissement wellicht enig uitzicht voor Metaalketen biedt, maar dat van een faillissement van de holding geen sprake is, dat de gedwongen medewerking aan de schuldregeling concurrentieverstorend werkt, dat haar geen jurisprudentie bekend is waarin bij het bestaan van één vordering en één schuldeiser een dwangakkoord is toegewezen, dat Metaalketen een groot financieel belang heeft bij de volledige nakoming, dat het aandeel van Metaalketen in de totale schuldenlast 100% is omdat de holding geen andere schuldeisers heeft en dat Metaalunie kan aantonen dat [eiseressen] herhaaldelijk betalingstoezeggingen hebben gedaan die niet zijn nagekomen.

4.8 De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de door [eiseressen] aangevoerde omstandigheden niet zodanig van aard zijn dat daaruit volgt dat Metaalketen in redelijkheid niet tot een weigering van instemming met het akkoord heeft kunnen komen. Bovendien komt het verweer dat Metaalketen heeft gevoerd en zoals dat hiervoor is samengevat de voorzieningenrechter op voorhand niet onjuist voor. Ook daarom kan niet worden aangenomen dat sprake is van omstandigheden die een bevel aan Metaalketen zou kunnen rechtvaardigen om aan de uitvoering van het aangeboden akkoord mee te werken. Voor zover [eiseressen] hebben verwezen naar het eerder genoemde vonnis van de rechtbank Zwolle Lelystad van 10 november 2011 wijst de voorzieningenrechter erop dat dit vonnis bij het arrest van Gerechtshof Leeuwarden van 11 december 2012 (LJN: BY7474) is vernietigd.

4.9 Op grond van het voorgaande zullen de vorderingen van [eiseressen] worden afgewezen.

4.10 [Eiseressen] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op € 1.405,--.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst af het gevorderde.

II. Veroordeelt eiseressen in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagde begroot op € 589,-- aan verschotten en € 816,-- aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart onderdeel II van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.L.J. Koopmans, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.