Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:CA0397

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-05-2013
Datum publicatie
17-05-2013
Zaaknummer
08/700337-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is ten laste gelegd dat hij valsheid in geschrifte zou hebben gepleegd en een aangifteformulier in strijd met de waarheid zou hebben ingevuld om een verzekeringsmaatschappij te bewegen schade uit te keren voor een aanrijding die nooit plaatsgevonden heeft. Tot slot is ten laste gelegd dat verdachte valse aangifte zou hebben gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank is niet uit te sluiten dat er daadwerkelijk een aanrijding heeft plaatsgevonden waarbij schade is ontstaan. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van alledrie de ten laste gelegde feiten..

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/700337-11

Datum vonnis: 17 mei 2013

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [1963] in [plaats],

wonende in [plaats], [adres].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 april 2013. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Damen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. Bollen, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: valsheid in geschrift heeft gepleegd;

feit 2: geprobeerd heeft, door in strijd met de waarheid een aangifteformulier en een aansprakelijkheidstelling in te vullen, de verzekeringmaatschappij te bewegen om schade uit te keren;

feit 3: valse aangifte heeft gedaan.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 december 2010 tot en met 14 maart 2011,

in elke geval in of omstreeks de periode van 20 december 2010 tot en met 17

oktober 2011, op verschillende tijdstippen, in elk geval éénmaal, (telkens) in

de gemeente Enschede, althans in Nederland,

een aanrijdingsformulier (pagina 83 en 84 van het proces-verbaal) en/of

een brief/email betreffende een aansprakelijkstelling (pagina 203 van het

proces-verbaal)

- (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen -

(telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers heeft verdachte valselijk (telkens) -zakelijk weergegeven- en/of in

strijd met de waarheid vermeld:

- dat er (als gevolg van een aanrijding tussen hem, verdachte, en een

motorrijtuig) schade was ontstaan aan zijn horloge en/of zijn mobiele telefoon

en/of zijn kledingstuk en/of

- dat zijn horloge 1950 euro waard was en/of dat zijn mobiele telefoon 660

euro waard was en/of dat zijn kledingstuk 80 euro waard was,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 december 2010 tot en met 14 maart 2011,

in elk geval in of omstreeks de periode van 20 december 2010 tot en met 17

oktober 2011, op verschillende tijdstippen, in elk geval éénmaal, (telkens) in

de gemeente Enschede, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk

om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen

van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Unigarant

verzekeringen te bewegen tot de afgifte van verzekeringspenningen en/of een

schade-uitkering, in elk geval van enig geld/goed, met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of

bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

een aanrijdingsformulier (pagina 83 en 84 van het proces-verbaal) en/of

een brief/email betreffende een aansprakelijkstelling (pagina 203 van het

proces-verbaal) heeft ingevuld en/of laten invullen en/of verstuurd en/of

laten versturen en/of (vervolgens) in strijd met de waarheid vermeld:

- dat er (als gevolg van een aanrijding tussen hem, verdachte, en een

motorrijtuig) schade was ontstaan aan zijn horloge en/of zijn mobiele telefoon

en/of zijn kledingstuk en/of

- dat zijn horloge 1950 euro waard was en/of dat zijn mobiele telefoon 660

euro waard was en/of dat zijn kledingstuk 80 euro waard was,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 11 mei 2011 in de gemeente Enschede, althans in Nederland,

aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, wetende dat dat

feit niet was gepleegd,

immers heeft verdachte toen aldaar ten overstaan van [A] (medewerker van

de Regiopolitie Twente) opzettelijk in strijd met de waarheid aangifte gedaan

van:

- het verlaten van de plaats na een verkeersongeval (door [B] op 7

december 2010 op de Broekheurne-Ring in de gemeente Enschede) en/of

- het ontstaan van schade (als gevolg van het verkeersongeval) aan een horloge

en/of een mobiele telefoon en/of een trainingsjas;

(dossier pag. 113 e.v.)

art 188 Wetboek van Strafrecht

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder feit 1, met uitzondering van de brief betreffende de aansprakelijkheidstelling en onder het tweede gedachtestreepje vermelde kledingstuk, het onder feit 2 en het onder feit 3 tenlastegelegde bewezen wordt verklaard en dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk en een geldboete van € 3.000,00. Met betrekking tot de in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie gevorderd dat deze verbeurd worden verklaard.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezen verklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie heeft zich met betrekking tot feit 1 en feit 2 -zakelijk weergegeven- op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van een aanrijding tussen de auto van de heer [B] en verdachte en dat er grote twijfels zijn omtrent de verklaringen die verdachte over het ongeval heeft afgelegd. Volgens de officier van justitie vertegenwoordigt het horloge van de verdachte niet de waarde die verdachte heeft opgegeven en is ook de schade aan het horloge niet door de aanrijding ontstaan. Ook met betrekking tot de schade aan de telefoon bestaan volgens officier van justitie grote twijfels. Verdachte heeft eerst geen melding gemaakt van schade aan een telefoon, vervolgens heeft verdachte verklaard dat het zijn telefoon was en later blijkt het de telefoon van zijn zoon te zijn. Met betrekking tot het onder feit 3 tenlastegelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van een aanrijding en dat er geen schade is ontstaan.

Het standpunt van de verdediging:

De verdediging heeft zich –zakelijk weergegeven – op het standpunt gesteld dat er wel degelijk sprake is geweest van een aanrijding tussen verdachte en de auto van de heer [B] en dat door de aanrijding schade aan het horloge en de telefoon is veroorzaakt. Wat betreft de waarde van het horloge en de telefoon heeft de verdediging gesteld dat verdachte bij de aansprakelijkheidsstelling slechts het bedrag heeft aangegeven waarvoor hij het horloge en de telefoon heeft gekocht en dat verdachte nooit het oogmerk heeft gehad om de verzekeringsmaatschappij te bewegen deze bedragen te vergoeden. De verdediging heeft zich tot slot op het standpunt gesteld dat de bestuurder van de auto na de aanrijding is doorgereden zonder zich behoorlijk kenbaar te maken. De verdediging is van mening dat verdachte van alle aan hem tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken.

5.2 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Feit 1.

Aan verdachte is onder feit 1 tenlastegelegd dat hij een aanrijdingsformulier en een brief/email betreffende aansprakelijkheidstelling valselijk heeft opgemaakt door op het aanrijdingsformulier te vermelden dat er als gevolg van een aanrijding schade was ontstaan aan zijn horloge, mobiele telefoon en een kledingstuk en in de brief betreffende de aansprakelijkheidsstelling te vermelden dat het horloge 1950, de telefoon 660 en het kledingstuk 80 euro waard was. Naar het oordeel van de rechtbank is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte ten onrechte heeft opgegeven dat een aanrijding heeft plaatsgevonden, ten gevolge waarvan schade is ontstaan aan het horloge, de telefoon en het kledingstuk. Verdachte stelt immers door de auto geraakt te zijn en de bestuurder van de auto heeft verklaard dat hij een klap hoorde aan de rechterzijde van zijn auto. Naar het oordeel van der rechtbank valt niet uit te sluiten dat er daadwerkelijk een aanrijding heeft plaatsgevonden en dat de verdachte daardoor de in het aanrijdingsformulier genoemde schade heeft geleden. Voorts is niet gebleken van enige betrokkenheid van verdachte bij het opmaken van de brief/email betreffende de aansprakelijkheidstelling. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van hetgeen hem onder feit 1 is tenlastegelegd.

Feit 2.

Zoals hiervoor onder feit 1 reeds is overwogen valt naar het oordeel van de rechtbank niet uit sluiten dat er een ongeval heeft plaatsgevonden en dat verdachte als gevolg hiervan schade heeft geleden. De rechtbank heeft wel ernstige twijfels bij de door verdachte opgegeven waarde van het horloge en de telefoon. Het in dat verband telastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende om te kunnen spreken van een samenweefsel van verdichtsels. Nu ook niet is gebleken dat er sprake is van een valse naam, valse hoedanigheid of van een listige kunstgreep dient verdachte van het onder feit 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

Feit 3.

Zoals hiervoor reeds overwogen, valt naar het oordeel van de rechtbank niet uit sluiten dat er daadwerkelijk een aanrijding heeft plaatsgevonden. Vervolgens kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat er geen sprake is geweest van het verlaten van de plaats van aanrijding en dat er geen schade is geweest aan horloge, telefoon en trainingsjas tengevolge van die aanrijding. Daarom kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte het aan hem onder feit 3 tenlastegelegde heeft begaan.

5.3 De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1, feit 2 en feit 3 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De inbeslaggenomen voorwerpen

Nu verdachte wordt vrijgesproken van het aan hem tenlastegelegde dienen de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een horloge merk Ingersoll, type IN 4400 en een mobiele telefoon, merk HTC, type Touch pro 2 aan verdachte te worden teruggeven.

7. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2 en feit 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van het horloge merk Ingersoll, type IN 4400 en een mobiele telefoon, merk HTC, type Touch pro 2 aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.H.W. Teekman, voorzitter, mr. A.M. Rikken en

mr. B.G.T. Bouma, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.M. Wolbers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2013.

Buiten staat

Mr. Bouma is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.