Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:CA0384

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-04-2013
Datum publicatie
17-05-2013
Zaaknummer
C/08/124020 / HA ZA 11-679
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weens Koopverdrag. Non-conformiteit en tijdig klagen. In dit geval is niet binnen een redelijke termijn in de zin van artikel 39 Weens Koopverdrag geklaagd. De rechtbank komt niet toe aan de beoordeling van de gestelde non-conformiteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/272
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/124020 / HA ZA 11-679

datum vonnis: 24 april 2013

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

de vennootschap naar Pools recht

Farmina Spólka Z.O.O.,

gevestigd te Krakau (Polen),

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

procesadvocaat: mr. J.A. Holsbrink te Enschede,

behandelend advocaat: mr. B. Steeghs te ’s-Hertogenbosch,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Animal Pharma B.V.,

gevestigd te Hengelo,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat mr. J. van Schendel te Enschede.

Partijen zullen hierna Farmina en Animal Pharma genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoek van Farmina tot een Europees Betalingsbevel d.d. 26 april 2011;

- het verweerschrift van Animal Pharma van 26 augustus 2011;

- de beschikking van de Rechtbank ’s-Gravenhage d.d. 14 oktober 2011;

- de conclusie van eis, tevens houdende eiswijziging;

- de conclusie van antwoord tevens houdende een incidentele vordering tot het stellen van

zekerheid, een antwoordakte eisvermeerdering en een conclusie van eis in reconventie;

- de conclusie van antwoord in het incident;

- het vonnis in het incident van de rechtbank Almelo d.d. 2 mei 2012;

- de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende conclusie van repliek in

conventie;

- conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie;

- conclusie van dupliek in reconventie;

- akte uitlatingen in reconventie van de zijde van Animal Pharma.

1.2 Tijdens een op 28 februari 2013 gehouden pleidooi hebben partijen hun standpunten nog

mondeling uiteengezet. De pleitaantekeningen bevinden zich bij de stukken.

1.3 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

In conventie en reconventie

2.1 In deze zaak staat het navolgende vast.

2.2 Farmina houdt zich bezig met ontwikkeling, productie en verkoop van – onder andere - geneesmiddelen en andere geneeskundige producten bestemd voor menselijk gebruik. Animal Pharma ontwikkelt, produceert en verkoopt geneesmiddelen en aanverwante producten bestemd voor dieren.

2.3 In 2004 zijn partijen gaan samenwerken. Partijen kwamen overeen dat Farmina voor Animal Pharma het product Star Diluent zou produceren.

2.4 Star Diluent is een poedervormige verdunner voor het zaad van een mannelijk fokvarken. Deze verdunner zorgt onder meer voor een hoger bevruchtingspercentage, een hoger levend aantal geboren biggen per worp en een langere houdbaarheid van het zaad. De diluent dient ter gebruik te worden aangelengd met water om tot een vloeibare substantie te komen. Aan de vloeibare substantie wordt het sperma toegevoegd.

2.5 De Star Diluent werd door Farmina geproduceerd op basis van receptuur van

Animal Pharma. De diluents worden geproduceerd in batches.

2.6 De afnemer van Animal Pharma was [X] Europe B.V. (hierna: [X]). [X] verkocht het product aan de eindgebruikers. Het product werd door Farmina rechtstreeks aan [X] toegezonden.

2.7 Na productie voerde Farmina in haar onderzoekslaboratorium fysisch-chemische testen uit om te bezien of het product voldoet aan de receptuur.

2.8 Voor verzending liet Animal Pharma steekproefsgewijs een functionaliteitstest uitvoeren door het Insytut Zologii in Krakau (hierna: het instituut).

2.9 Na deze test ontving Farmina een akkoord om tot verzending over te gaan.

2.10 Op 10 juni 2009 heeft Animal Pharma Farmina in kennis gesteld van een klacht aangaande de diluent betreffende batch UB1-09-04. Op 16 juli 2009 heeft

Animal Pharma de bevindingen van door haar additionele uitgevoerde testen betreffende deze batch aan Farmina verzonden.

2.11 De factuur van 22 juni 2009 met kenmerk 18/WD/2009 die ziet op batch UB1-09-10, 11, 12 en BTS-03 heeft Animal Pharma onbetaald gelaten.

3. De standpunten van partijen

In conventie

3.1 Bij conclusie van eis vordert Farmina – kort samengevat - om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Animal Pharma te veroordelen om aan Farmina te betalen een bedrag van

€ 31.324,-, te vermeerderen met 13% rente vanaf 6 juli 2009. Tevens vordert Farmina veroordeling van Animal Pharma in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, en in de nakosten.

3.2 Farmina legt aan haar vordering ten grondslag dat zij het product Star Diluent heeft geproduceerd en Animal Pharma verplicht is de koopprijs van de geleverde producten aan Farmina te voldoen. Farmina vordert in deze procedure betaling van de factuur van 22 juni 2009, met kenmerk 18/WD/2009 ten bedrage van € 25.325,-. Daarnaast vordert Farmina vergoeding van haar overige schade ad € 6.000,-.

3.3 Animal Pharma voert verweer. Zij concludeert dat Farmina niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen, dan wel deze vorderingen afgewezen moeten worden en Farmina te veroordelen in de kosten van de procedure, en in de nakosten.

3.4 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, onder de beoordeling ingegaan.

In reconventie

3.5 Animal Pharma vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Farmina te veroordelen om

- aan Animal Pharma te betalen een bedrag van € 11.600,-, vermeerderd met de wettelijke rente van 13% vanaf 4 mei 2009 tot aan de dag van volledige betaling;

- voor recht te verklaren dat Farmina aansprakelijk is voor de schade die Animal Pharma dient te vergoeden aan [X] als gevolg van non-conforme leveringen van diluents;

- Farmina te veroordelen tot betaling aan Animal Pharma van schadevergoeding, nader op te maken bij staat en Farmina te veroordelen om aan Animal Pharma te betalen een bedrag als voorschot van € 48.269,24, vermeerderd met de wettelijke rente van 13% vanaf 3 september 2009, althans vanaf de dag van indiening van de vordering in reconventie, tot aan de dag van volledige betaling;

- Farmina te veroordelen in de kosten van de procedure, alsmede de nakosten.

3.6 Animal Pharma stelt daartoe dat zij op 4 mei 2009 € 14.042 aan Farmina heeft betaald, waarvan € 11.600,- was voor de levering van batch UB1-09-4. Deze batch bleek niet te voldoen aan de overeenkomst, zodat deze betaling onverschuldigd is gedaan. Daarnaast lijdt Animal Pharma schade omdat zij door [X] als gevolg van de non-conforme levering aansprakelijk is gesteld voor de schade die [X] en haar klanten lijden. De schade bedroeg op 30 september 2009 € 48.269,24.

3.7 Farmina voert verweer en concludeert dat Animal Pharma niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen, althans deze vorderingen afgewezen moeten worden, met veroordeling van Animal Pharma in de kosten de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.

3.8 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, onder de beoordeling ingegaan.

4. De beoordeling

In conventie en reconventie

Rechtsmacht

4.1 Nu Farmina gevestigd is in Polen en Animal Pharma gevestigd is in Nederland, heeft de rechtsverhouding tussen Farmina en Animal Pharma een internationaal karakter en dient de rechtbank ambtshalve haar bevoegdheid te toetsen. De rechtbank ontleent in deze zaak haar bevoegdheid aan artikel 2 van de Verordening (EG), nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Verordening), nu Animal Pharma gevestigd is in Nederland.

4.2 Ten aanzien van de vordering in reconventie geldt dat de bevoegdheid in ieder geval op artikel 24 EEX-Verordening kan worden gebaseerd, nu Farmina verweer heeft gevoerd in reconventie en de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet heeft betwist.

Toepasselijk recht

4.3 Polen en Nederland zijn beide partij bij zowel het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: EVO) als bij het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende lichamelijk zaken van 11 april 1980 (hierna: Weens Koopverdrag). Omdat de overeenkomst betrekking heeft op het leveren van te vervaardigen of voort te brengen zaken, welke overeenkomst krachtens artikel 3 Weens Koopverdrag met koopovereenkomsten gelijk worden gesteld, en is gesloten tussen twee landen die bij het Weens Koopverdrag partij zijn, zijn de bepalingen van het Weens Koopverdrag van toepassing. Op onderwerpen die niet uitdrukkelijk in het Weens Koopverdrag zijn geregeld, is krachtens de regels van internationaal privaatrecht (artikel 4 EVO) het Poolse recht het toepasselijke recht.

In conventie

4.4 Niet in geschil is dat Farmina de factuur, waarvan zij betaling vordert, ziet op diluents die aan Animal Pharma zijn geleverd en waarvan Animal Pharma heeft erkend dat deze diluents geleverd zijn. Animal Pharma is daarom gehouden de diluents te betalen. Animal Pharma erkent het uit hoofde van deze geleverde diluents gevorderde bedrag van € 25.325,- schuldig te zijn, zodat de vordering in conventie in beginsel voor toewijzing vatbaar is.

Verrekening en opschorting

4.5 Animal Pharma heeft gesteld dat de eerder door Farmina geleverde diluents met batchnummer UB1-09-04 niet beantwoordden aan de overeenkomst, zodat het bedrag, dat Animal Pharma voor deze batch heeft betaald, € 11.600,-, onverschuldigd is betaald, welk bedrag dient te worden verrekend met hetgeen Farmina van Animal Pharma te vorderen heeft.

4.6 Daarnaast stelt Animal Pharma dat zij schade lijdt, omdat zij door [X] als gevolg van de non-conforme levering is aangesproken tot betaling van minimaal € 48.269,24, welk bedrag in mindering dient te worden gebracht met de resterende vordering van Farmina, althans geeft dit Animal Pharma de bevoegdheid haar betalingsverplichting jegens Farmina op te schorten.

4.7 Het beroep op verrekening zal, nu het Weens Koopverdrag hierover geen bepalingen

bevat, naar Pools recht beoordeeld dienen te worden, omdat de verrekening wordt beheerst door het recht dat toepasselijk is op de vordering ten aanzien waarvan

Animal Pharma zich op verrekening beroept. Los van de vraag of verrekening naar Pools recht mogelijk is, hetgeen Animal Pharma stelt en Farmina betwist, is verrekening uitsluitend mogelijk indien de vordering waarmee verrekend zal worden, wat betreft (in elk geval) het bestaan ervan, vaststaat. Dat laatste dient dus als eerste beoordeeld te worden.

Non-conformiteit

4.8 Animal Pharma stelt dat de door Farmina geleverde batch UB1-09-4 (hierna: de batch) niet beantwoordt aan de overeenkomst. De diluents hadden niet als eigenschap dat het varkenssperma houdbaar bleef. Uit additionele testen in juli 2009 bleek immers dat het zaad bij gebruik van enkele diluents van de batch binnen twaalf uur dood was. Het product had dus niet de eigenschappen die Animal Pharma op basis van de overeenkomst mocht verwachten.

4.9 Farmina stelt zich primair op het standpunt dat de geleverde batch wel degelijk aan de overeengekomen specificaties voldoet. Farmina was alleen gehouden een product te maken dat voldeed aan de door Animal Pharma aangedragen fysisch-chemische eigenschappen en parameters, in dit geval de vorm, kleur en fijnheid, de pH-waarde en het oplossend vermogen in water. Bij alle testen die zijn gedaan, ook bij de additionele testen van Animal Pharma in juli 2009, voldeed de batch aan die fysisch-chemische eigenschappen en parameters.

4.10 Voor wat betreft de functionaliteit is deze voor de aflevering in maart 2009 en daarna in juli 2009 door het instituut positief getest op osmolaliteit. Enkel bij een beperkt aantal proefmonsters is bij de additionele testen in juli 2009 aangegeven dat het resultaat ten aanzien van de “motility, bacterial activity, survival” negatief zou zijn. Het resultaat daarvan wordt echter beïnvloed door tal van factoren, zoals de kwaliteit van het gebruikte zaad van het varken, de kwaliteit van het water waarin de diluent wordt opgelost en het al dan niet naleven van voorschriften omtrent vervoer en opslag, aldus Farmina.

4.11 Subsidiair stelt Farmina zich op het standpunt dat Animal Pharma haar rechten om over de gestelde non-conformiteit te klagen ex artikel 39 Weens Koopverdrag heeft verloren. Animal Pharma had de gepretendeerde non-conformiteit van de batch moeten ontdekken bij de door het instituut voor verzending in maart 2009 uitgevoerde testen.

4.12 Animal Pharma stelt daartegenover dat de gehouden steekproeven van maart 2009 niet representatief waren voor de gehele levering. Het was Animal Pharma, anders dan Farmina, niet bekend dat de batch niet uit een enkele vermenging bestond.

Animal Pharma werd zelf op 9 juni 2009 in kennis gesteld, waarna zij Farmina op

10 juni 2009 in kennis heeft gesteld. Deze kennisgeving was binnen een redelijke termijn en daarom tijdig, aldus Animal Pharma.

4.13 Artikel 35, lid 1, Weens Koopverdrag bepaalt dat de verkoper zaken dient af te leveren waarvan de hoeveelheid, de kwaliteit en de omschrijving voldoen aan de in de overeenkomst gestelde eisen (..).

Lid 2 bepaalt: Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, beantwoorden de zaken slechts dan aan de overeenkomst indien zij:

a. geschikt zijn voor de doeleinden waarvoor zaken van dezelfde omschrijving gewoonlijk zouden worden gebruikt;

b. geschikt zijn voor een bijzonder doel dat uitdrukkelijk of stilzwijgend aan de verkoper ter kennis is gebracht op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst, tenzij uit de omstandigheden blijkt dat de koper niet vertrouwde of redelijkerwijs niet mocht vertrouwen op de vakbekwaamheid en het oordeel van de verkoper; (…)

4.14 Anders dan Farmina stelt, zou de batch, indien de stelling van Animal Pharma klopt,

inderdaad non-conform in de zin van artikel 35 Weens Koopverdrag zijn. De diluents dienen immers geschikt te zijn voor een bijzonder doel, namelijk het langer houdbaar maken van varkenssperma. Farmina wist dat. Bovendien was afgesproken dat Farmina niet tot verzending mocht overgaan, alvorens de diluents op functionaliteit werden getest op het zaad van een varken.

4.15 Omdat de non-conformiteit door Farmina uitdrukkelijk wordt betwist, is het aan

Animal Pharma om haar stelling dat de diluents bij de aflevering non-conform waren te bewijzen. Indien echter de stelling van Farmina, dat Animal Pharma niet op tijd heeft geklaagd over de (vermeende) non-conformiteit opgaat, is niet meer van belang of de batch al dan niet non-conform was. Deze stelling moet daarom eerst besproken worden.

Tijdigheid van de klacht

4.16 Beoordeeld dient te worden of Animal Pharma, toen zij Farmina bij e-mail van

10 juni 2009 in kennis stelde van de (gestelde) gebreken van de batch, dit tijdig heeft gedaan.

4.17 Op grond van artikel 39 Weens Koopverdrag verliest de koper het recht zich erop te

beroepen dat de zaken niet aan de overeenkomst beantwoorden indien hij de verkoper niet, onder opgave van de aard van de tekortkoming, binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken, hiervan in kennis stelt.

4.18 Voor het bepalen van het moment waarop de koper het gebrek had behoren te

ontdekken, is artikel 38 van het Weens Koopverdrag relevant. Het belang van het in artikel 38 Weens Koopverdrag bedoelde onderzoek is, dat over de tekortkomingen, die in objectieve zin op het voor het onderzoek aangewezen moment ontdekt konden worden, binnen de in artikel 39 Weens Koopverdrag bedoelde redelijke termijn moet worden geklaagd, wil de koper zijn rechten niet verliezen.

4.19 Tussen partijen staat vast dat Animal Pharma begin maart 2009 de batch door het

instituut heeft laten onderzoeken op de functionaliteit ten behoeve van het beoogde

gebruik ervan. Dat ging steekproefsgewijs. Twee diluents van de batch zijn toen getest. Die voldeden aan de normen. Animal Pharma heeft in haar conclusie van antwoord het standpunt ingenomen dat zij hiermee aan haar onderzoeksplicht als bedoeld in artikel 38 Weens Koopverdrag heeft voldaan. Omdat uit de additionele testen in juli 2009 bleek dat de kwaliteit van de batch niet constant was, was de enige uitleg die mogelijk bleek, dat, anders dan Animal Pharma had aangenomen, een batch bestond uit meerdere vermengingen. Omdat Farmina de batch leverde alsof het bestond uit een enkele vermenging, was het voor Animal Pharma niet mogelijk om eerder te klagen, aldus Animal Pharma.

4.20 Animal Pharma stelt zich aldus op het standpunt dat de (vermeende) non-conformiteit op het moment van keuring niet is waargenomen en deze niet had kunnen worden waargenomen. Dat de steekproeven van maart 2009 niet representatief voor de gehele levering waren, omdat Animal Pharma ten onrechte uitging van een homogene kwaliteit, betekent echter niet dat de (vermeende) tekortkoming toen naar objectieve maatstaven niet ontdekt had kúnnen worden. Anders dan bij de gedane steekproef had bij een volledige controle immers de (vermeende) non-conformiteit ontdekt kunnen worden. Dat een volledige controle niet van Animal Pharma gevergd kon worden, zoals Animal Pharma stelt, kan haar in dit opzicht niet baten. Dat betekent dat de klachttermijn als bedoeld in artikel 39 Weens Koopverdrag begonnen is op het moment dat het instituut namens Animal Pharma de keuring heeft uitgevoerd, begin maart 2009.

4.21 Vervolgens rijst de vraag binnen welke termijn door Animal Pharma diende te

worden geklaagd. De duur van de klachttermijn hangt af van de omstandigheden van het geval, in het bijzonder van de aard van de geleverde zaken. In dit geval is van belang dat door Farmina onweersproken is gesteld dat de functionaliteit van de diluents afhankelijk is van een juiste toepassing en gebruik. De functionaliteit kan verminderen, indien de diluents niet worden vervoerd en bewaard in een donkere omgeving bij een temperatuur tussen de 15 en 25 graden Celsius. In dit geval werden de diluents verzonden naar (het magazijn van) [X], van waaruit de diluents, na korte of langere tijd te zijn bewaard, werden vervoerd naar de eindgebruikers. Omdat deze transporten van invloed kunnen zijn op de functionaliteit van de diluents, is de klachttermijn betrekkelijk kort. De tijd die tussen het onderzoek, waar de (vermeende) tekortkoming ontdekt had kunnen worden (begin maart 2009), en de klacht (10 juni 2009) is verstreken, bedraagt ongeveer drie maanden. Mede in aanmerking nemende dat de termijnen onder het Weens Koopverdrag betrekkelijk kort zijn (ter bescherming van de verkoper tegen late en daardoor moeilijk betwistbare klachten), is de rechtbank van oordeel dat in dit geval drie maanden niet kan worden aangemerkt als een redelijke termijn in de zin van artikel 39 Weens Koopverdrag. Andere omstandigheden op grond waarvan deze termijn gerechtvaardigd zou zijn, zijn niet gesteld of gebleken.

4.22 Dat Farmina wist of behoorde te weten van de vermeende non-conformiteit

(artikel 40 Weens Koopverdrag), wat aan een beroep op artikel 39 Weens Koopverdrag in de weg kan staan, is door Animal Pharma weliswaar gesteld, maar die stelling, die Farmina betwist, is door haar onvoldoende onderbouwd. De enkele stelling dat Farmina wist dat een batch uit meerdere vermengingen bestond en Farmina dus op de hoogte was van het feit dat een batch niet homogeen van kwaliteit was, is in dit verband niet toereikend.

4.23 Voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank – zo er sprake zou zijn van non-

conformiteit – Animal Pharma het recht heeft verloren zich erop te beroepen dat de batch niet aan de overeenkomst beantwoordt. Gelet hierop komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling of het in juli 2009 geconstateerde gebrek van de batch toegeschreven moet worden aan een oorzaak die voor rekening van Farmina komt.

4.24 Dat leidt ertoe dat het bestaan van een tegenvordering niet kan worden vastgesteld,

zodat de rechtbank het door Animal Pharma gedane beroep op verrekening verwerpt. Los van het feit dat het Weens Koopverdrag in deze situatie geen opschortingsrecht aan Animal Pharma toekent, treft het door haar gedane beroep daarop, vanwege het voorgaande, hetzelfde lot.

4.25 De slotsom is dat Animal Pharma gehouden is de factuur aan Farmina te voldoen. De

in conventie gevorderde hoofdsom van € 25.325,- zal daarom worden toegewezen.

4.26 Farmina vordert rente over het achterstallige factuurbedrag. Op grond van

artikel 78 Weens Koopverdrag heeft Farmina recht op rente. Nu het Weens Koopverdrag niets bepaalt over de hoogte van de verschuldigde rente en gesteld noch gebleken is dat tussen partijen een rentepercentage is overeengekomen, moet, zoals vastgesteld in rechtsoverweging 4.3, het rentepercentage worden vastgesteld naar Pools recht. Onweersproken is gesteld dat naar Pools recht het rentepercentage sinds 15 december 2008 13% bedraagt. Rente is verschuldigd vanaf de vervaldatum van de factuur, in dit geval 6 juli 2009. De rente is daarom als gevorderd voor toewijzing vatbaar.

4.27 Uit artikel 74 Weens Koopverdrag volgt dat Farmina recht heeft op vergoeding van

buitengerechtelijke incassokosten. Farmina heeft echter, na betwisting daarvan door Animal Pharma, onvoldoende onderbouwing van dit deel van haar vordering gegeven. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal daarom worden afgewezen.

In reconventie

4.28 Animal Pharma heeft aan haar vordering in reconventie ten grondslag gelegd dat de

batch non-conform was. Uit wat hiervoor is overwogen vloeit voort dat

Animal Pharma niet binnen een redelijke termijn in de zin van artikel

39 Weens Koopverdrag bij Farmina heeft gereclameerd over de vermeende non-conformiteit, waardoor Animal Pharma haar rechten heeft verloren. Ook heeft Animal Pharma zich er niet op beroepen dat zij een redelijke verontschuldiging heeft voor het feit dat zij de vereiste kennisgeving niet tijdig heeft gedaan, wat haar bevoegdheden uit artikel 44 Weens Koopverdrag onverlet zou hebben gelaten. De reconventionele vordering zal daarom worden afgewezen.

In conventie en reconventie

4.29 Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal Animal Pharma, zowel in

conventie als in reconventie, worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Farmina worden in conventie begroot op € 1.181,- aan verschotten en

€ 2.316,- (4 punten; tarief III) aan salaris advocaat en in reconventie op € 1.788,-

(4 punten x 0,5 factor x tarief IV) aan salaris advocaat.

4.30 De rechtbank zal de wettelijke rente over de proceskosten toewijzen en beslissen dat

de wettelijke rente over de proceskosten is verschuldigd wanneer betaling binnen een termijn van veertien dagen uitblijft.

5. De beslissing

In conventie

De rechtbank:

I. veroordeelt Animal Pharma om aan Farmina tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 25.324,-, te vermeerderen met 13% rente over dit bedrag vanaf 6 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

II. veroordeelt Animal Pharma in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Farmina worden begroot op € 1.181,- aan verschotten en € 2.316,- aan salaris advocaat;

III. bepaalt dat de proceskosten op 8 mei 2013 dienen te zijn voldaan en indien Animal Pharma deze kosten niet op die datum heeft voldaan, zij daarover wettelijke rente is verschuldigd vanaf 8 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. veroordeelt Animal Pharma in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,- zonder betekening en € 199,- in geval van betekening, indien en voor zover Animal Pharma niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan;

V. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst het meer of anders gevorderde af;

In reconventie:

De rechtbank:

I. wijst de vorderingen af;

II. veroordeelt Animal Pharma in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Farmina worden begroot op € 1.788,- aan salaris advocaat;

III. bepaalt dat de proceskosten op 8 mei 2013 dienen te zijn voldaan en indien Animal Pharma deze kosten niet op die datum heeft voldaan, zij daarover wettelijke rente is verschuldigd vanaf 8 mei 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. veroordeelt Animal Pharma in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,- zonder betekening en € 199,- in geval van betekening, indien en voor zover Animal Pharma niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan;

V. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Taalman en is op 24 april 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.