Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:BZ9527

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-04-2013
Datum publicatie
06-05-2013
Zaaknummer
C/08/120716 HA ZA 11-438 en C/08/127737 HA ZA 12-113
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis in hoofdzaak en in vrijwaring. Terugvordering persoonsgebonden budget. Formele rechtskracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummers: in de hoofdzaak C/08/120716 HA ZA 11-438

in de vrijwaring C/08/127737 HA ZA 12-113

datum vonnis: 3 april 2013

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken,

in de hoofdzaak met nummer C/08/120716

de stichting Stichting Zorgkantoor Menzis,

statutair gevestigd te Wageningen, kantoorhoudende te Enschede,

eiseres in de hoofdzaak,

verder ook te noemen Menzis,

advocaat mr. B.T.J.A. van Aalst te Enschede,

tegen

[X],

wonende te [plaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

verder ook te noemen [X],

advocaat mr. P. Benders te Enschede,

en in de vrijwaringszaak met nummer C/08/127737

[X],

wonende te [plaats],

eiseres in vrijwaring,

verder ook te noemen [X],

advocaat mr. P. Benders te Enschede,

tegen

1. [gedaagde sub 1 in vrijwaring],

wonende te [plaats],

gedaagde 1 in vrijwaring,

verder ook te noemen [gedaagde sub 1 in vrijwaring],

advocaat mr. M.D.M. van Duyl te Roermond,

2. [gedaagde sub 2 in vrijwaring],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

gedaagde 2 in vrijwaring,

verder ook te noemen [gedaagde sub 2 in vrijwaring],

niet verschenen.

1. Het procesverloop in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak

1.1 De rechtbank Almelo heeft op 5 september 2012 een tussenvonnis gewezen. In dit tussenvonnis is zowel in de hoofdzaak als in de vrijwaringszaak een comparitie van partijen gelast. De rechtbank neemt over hetgeen onder het procesverloop in dat vonnis staat vermeld.

1.2 Op 1 november 2012 heeft de comparitie van partijen plaatsgevonden. Van deze comparitie is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen en de zaak is verwezen naar de rol voor het nemen van een akte van de zijde van Menzis in de hoofdzaak. De vrijwaringszaak is aangehouden in afwachting van de hoofdzaak.

1.3 Vervolgens heeft Menzis een akte na comparitie genomen, met producties. [X] heeft vervolgens een antwoordakte na comparitie genomen.

1.4 Het vonnis is in beide zaken bepaald op heden.

2. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing in de hoofdzaak

2.1 Voor wat betreft de vaststaande feiten, de vorderingen en de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar voormeld tussenvonnis van 5 september 2012 en neemt deze over.

2.2 Tussen partijen staat vast dat Menzis bij besluit van 16 november 2006 heeft vastgesteld dat [X] de eerder aan haar toegekende PGB-voorschotten ter hoogte van

€ 10.140,66 aan Menzis dient terug te betalen. [X] heeft geen gebruik gemaakt van de bestuursrechtelijke rechtsgang, zodat het besluit van 16 november 2006 formele rechtskracht heeft.

2.3 Aan het besluit van 16 november 2006 is ten grondslag gelegd dat [X] geen verantwoording heeft afgelegd over de besteding van de toegekende voorschotten over het jaar 2006. Vanwege de formele rechtskracht van dat besluit komt de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van voornoemd besluit niet toe.

2.4 Indien, zoals in het onderhavige geval, tegen een besluit van een bestuursorgaan een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan, maar deze rechtsgang niet is gebruikt, dient de burgerlijke rechter, ingeval de geldigheid van het besluit in het voor hem gevoerde geding in geschil is, in beginsel van die geldigheid uit te gaan, behoudens indien de daaraan verbonden bezwaren door bijkomende omstandigheden zo klemmend worden dat op dat beginsel een uitzondering moet worden aanvaard.

2.5 Dat betekent dat [X] het in die beschikking genoemde bedrag in beginsel aan Menzis moet terugbetalen.

2.6 De door [X] aangevoerde omstandigheid dat de voorschotten weliswaar op een ten name van haar echtgenoot staande rekening zijn overgemaakt, maar ten goede zijn gekomen aan zorgbureau Agnes, die op grond van een valselijk opgemaakte volmacht namens haar geld heeft ontvangen is niet zodanig dat daardoor op het in het Nederlandse rechtssysteem heersende rechtsbeginsel van formele rechtskracht een uitzondering moet worden gemaakt. Daarbij is van belang dat in geval van een volmacht betaling door Menzis aan de gevolmachtigde als betaling aan de volmachtgever, Dicsoy, heeft te gelden. De door [X] geschetste omstandigheid dat zij de betreffende volmacht onder valse voorwendselen heeft getekend komt, indien zij juist is, voor haar rekening en risico en kan niet worden afgewenteld op Menzis. Daarnaast was het, ook als het gestelde juist is, aan [X] om na juli 2006, toen zij geconfronteerd werd met de beschikking tot terugvordering van het PGB over 2005, actie te ondernemen om de (uitbetaling van) de PGB gelden over 2006 stop te zetten. Dit klemt te meer daar zij heeft verklaard in 2006 geen zorg te hebben ontvangen. Dit heeft zij echter nagelaten.

2.7 Voorgaande betekent dat de vordering van Menzis voor toewijzing vatbaar is. De gevorderde rente zal, als niet weersproken, worden toegewezen, zijnde € 2.080,88 tot

3 januari 2011 en vanaf die datum tot de dag van algehele voldoening.

2.8 Het uitgangspunt voor het toekennen van een vergoeding voor buitengerechtelijke werkzaamheden is dat het moet gaan om werkzaamheden die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een – niet aanvaard – schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op de gebruikelijke wijze samenstellen van een dossier. Menzis heeft haar stelling dat zij meer of andere dan de hiervoor bedoelde werkzaamheden heeft verricht niet, althans onvoldoende, onderbouwd. De vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad

€ 952,- wordt daarom afgewezen.

2.9 Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal [X] worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Daaronder worden mede begrepen de proceskosten opgenomen in het incident, waarvan de veroordeling bij het incidentele vonnis van 26 oktober 2011 tot dit vonnis is aangehouden. De kosten aan de zijde van Menzis worden begroot op:

- dagvaarding € 94,20

- griffierecht € 1.181,-

- salaris advocaat € 1.130,- (2,5 punten x tarief € 452,-)

Voorts begroot de rechtbank de kosten aan de zijde van Menzis in het incident op nihil, nu Menzis zich in het incident heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing in de

vrijwaringszaak

3.1 Voor wat betreft de vaststaande feiten, de vorderingen en standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar voormeld tussenvonnis van 5 september 2012 en neemt dat hier over.

3.2 [X] heeft gevorderd -zakelijk weergeven- dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde sub 1 in vrijwaring] en/of [gedaagde sub 2 in vrijwaring] te veroordelen tot al datgene waartoe [X] als gedaagde in de hoofdzaak bij dat vonnis jegens Menzis mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de werkelijke proceskosten.

3.3 [X] stelt daartoe dat [gedaagde sub 2 in vrijwaring], alstoen werkzaam bij zorgbureau Agnes, namens haar het PGB heeft aangevraagd en haar onder valse voorwendselen een volmacht heeft laten ondertekenen, waardoor [gedaagde sub 1 in vrijwaring] en/of zorggroep Agnes de PGB budgetten op naam van [X] heeft ontvangen.

3.4 Ter onderbouwing van haar stellingen heeft [X] een op 11 december 2006 gedateerde, aan [gedaagde sub 1 in vrijwaring] gegeven volmacht als productie 1 bij de oproeping in vrijwaring overgelegd. Daarop staat het rekeningnummer van [gedaagde sub 1 in vrijwaring].

[gedaagde sub 1 in vrijwaring]

3.5 [Gedaagde sub 1 in vrijwaring] betwist dat het PGB ten behoeve van [X] door zorggroep Agnes, dan wel door [gedaagde sub 1 in vrijwaring] is aangevraagd en deze door de zorggroep Agnes, dan wel [gedaagde sub 1 in vrijwaring] is ontvangen. De door [X] overgelegde volmacht is niet de vermeende volmacht die [X] in 2005 aan [gedaagde sub 2 in vrijwaring] heeft afgegeven.

3.6 Ter comparitie van partijen heeft [gedaagde sub 1 in vrijwaring] toegelicht dat de volmacht, die zich in het dossier bevindt, aan hem eind 2006 is gegeven, nadat [X] al de terugvorderingsbeschikking over 2006 had ontvangen.

3.7 Daarnaast is ter comparitie van de zijde van [gedaagde sub 1 in vrijwaring] gesteld dat het adres, waarnaar Menzis haar brieven stuurde ([adres] te [plaats]), het adres van [gedaagde sub 2 in vrijwaring] was. In elk geval betreft het niet het adres van de zorggroep Agnes en/of [gedaagde sub 1 in vrijwaring].

3.8 Gelet op het door [gedaagde sub 1 in vrijwaring] gevoerde verweer, is het door [X] gestelde onvoldoende onderbouwd. Uit de overgelegde volmacht kan, gelet op de datum daarvan, niet worden geconcludeerd dat de PGB gelden, die nu van [X] worden teruggevorderd, door de zorggroep Agnes en/of [gedaagde sub 1 in vrijwaring] zijn aangevraagd en ontvangen. Een bevestiging dat dat niet het geval was, kan ook worden gevonden in de correspondentie van Menzis, die niet gericht is (geweest) aan de zorggroep Agnes en/of [gedaagde sub 1 in vrijwaring].

3.9 [X] heeft nog aangevoerd dat [gedaagde sub 1 in vrijwaring] heeft toegezegd het volledige bedrag aan ontvangen PGB over 2006 aan Menzis terug te zullen betalen. [gedaagde sub 1 in vrijwaring] heeft dat betwist.

3.10 De precieze inhoud van de gestelde toezegging - indien al gedaan door [gedaagde sub 1 in vrijwaring]- is onvoldoende onderbouwd. Niet gesteld of gebleken is waaruit die toezegging blijkt of waarin deze is neergelegd en dat die toezegging onherroepelijk is gedaan en [X] op naleving daarvan aanspraak kan maken.

3.11 Andere omstandigheden op grond waarvan de zorggroep Agnes en/of [gedaagde sub 1 in vrijwaring] desondanks gehouden is de aan [X] toegekende PGB gelden te betalen, zijn niet gesteld of gebleken.

3.12 Voorgaande betekent dat de vordering van [X] jegens [gedaagde sub 1 in vrijwaring] dient te worden afgewezen.

3.13 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [X] worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde sub 1 in vrijwaring]. De kosten worden aan de zijde van [gedaagde sub 1 in vrijwaring] begroot op € 267,- griffierecht en € 904,- (2 punten tarief € 452,-).

[gedaagde sub 2 in vrijwaring]

3.14 [Gedaagde sub 2 in vrijwaring] heeft verstek laten gaan en dus geen verweer gevoerd. De vordering van [X] komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en kan daarom jegens [gedaagde sub 2 in vrijwaring] worden toegewezen.

3.15 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde sub 2 in vrijwaring] worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op € 90,64 aan verschotten en € 452,- wegens salaris van haar advocaat (1 punt x tarief € 452,-).

3.16 Namens [X] is vergoeding gevraagd van de werkelijke proceskosten. De regeling van artikel 237 Rv laat op zich ruimte voor een veroordeling van een partij in de werkelijk gemaakte proceskosten. Daarvoor kan - in uitzonderlijke gevallen - aanleiding bestaan indien een partij misbruik van recht, althans misbruik van een processuele bevoegdheid heeft gemaakt. Daarvan is in dit geval geen sprake, zodat niet zal worden afgeweken van het uitgangspunt dat proceskosten volgens het liquidatietarief worden afgerekend.

4. De beslissing in de hoofdzaak met nummer C/08/120716 HA ZA 11-438

De rechtbank:

I veroordeelt [X] om aan Menzis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 13.173,54, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van

€ 10.140,66 vanaf 3 januari 2011 tot aan de dag der voldoening;

II. veroordeelt [X] in de proceskosten. De kosten aan de zijde van Menzis worden begroot op € 1.275,20 aan verschotten en € 1.130,- aan salaris advocaat;

III. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde;

De beslissing in de vrijwaringszaak met nummer C/08/127737 HA ZA 12-113

De rechtbank:

I. veroordeelt [gedaagde sub 2 in vrijwaring] om aan [X] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 13.173,54, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van

€ 10.140,66 vanaf 3 januari 2011 tot aan de dag der voldoening;

II. veroordeelt [gedaagde sub 2 in vrijwaring] om aan [X] te betalen de proceskosten waartoe [X] ingevolge het vonnis in de hoofdzaak met nummer C/08/120716 HA ZA 11-438 is veroordeeld, te weten in totaal € 2.405,20;

III. veroordeelt [gedaagde sub 2 in vrijwaring] in de kosten van de vrijwaring. De kosten aan de zijde van [X] wordt begroot op € 90,64 aan verschotten en € 452,- aan salaris van de advocaat;

IV. veroordeelt [X] in de kosten van de vrijwaring aan de zijde van [gedaagde sub 1 in vrijwaring]. De kosten van [gedaagde sub 1 in vrijwaring] worden begroot op € 267,- aan verschotten en € 904,- aan salaris van de advocaat;

V. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Taalman en op 3 april 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.