Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:BZ8600

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-04-2013
Datum publicatie
25-04-2013
Zaaknummer
433972 EJ VERZ 13-2762
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Ontbinding. Vervallen werkzaamheden bibliothecaris. Uitvoering gegeven aan de in de CAO Openbare Bibliotheken opgenomen Sociaal Plan. Zelf invulling gegeven aan het mobiliteitstraject en de vaststelling van de hoogte van de vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0347

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 433972 EJ VERZ 13-2762

Beschikking van de kantonrechter d.d. 17 april 2013 in de zaak van:

De stichting Overijsselse Bibliotheek Dienst

gevestigd en kantoorhoudende te Nijverdal

verzoekster

hierna te noemen OBD

gemachtigde: mr. E.F.M. van den Biesen

advocaat te Enschede

tegen

[verweerder]

wonende te [plaats]

verweerder

hierna te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. E. Peters

juriste bij de Stichting Rechtsbijstand Gezondheidszorg te Utrecht.

Gezien het op 20 maart 2013 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken.

Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 11 april 2013.

Overweegt:

1. Gebleken is dat het verzoek geen verband houdt met de in de wet bedoelde opzegverboden.

2. OBD verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op grond van een gewichtige reden, bestaande uit een wijziging van omstandigheden, welke met zich meebrengt dat er op korte termijn een einde aan die arbeidsrelatie tussen partijen dient te komen.

3. Die wijziging van omstandigheden zouden gelegen zijn in omstandigheden die stoelen op bedrijfseconomische redenen.

4. [Verweerder] is op 15 november 1985 bij OBD in dienst getreden en was laatstelijk werkzaam in de functie van teamleider voor 6,5 uur per week en in de functie van bibliothecaris specialist cultuur voor 16 uur per week tegen een salaris van € 1.971,24 bruto exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. De totale arbeidsomvang is 22,5 uren per week.

[Verweerder] is geboren op [1953] en thans dus 59 jaar.

[Verweerder] voert de overeengekomen werkzaamheden uit in de bibliotheken Ootmarsum en Denekamp.

5. [Verweerder] erkent dat uit het Reorganisatieplan 2012-2016 naar voren komt dat de functie van bibliotheek specialist cultuur is ingekrompen met 16 uur. Zij is de enige die deze functie vervult, zodat er op dat punt geen verschil van mening is.

Zij is echter van mening dat er wel degelijk een andere passende functie voorhanden is, namelijk de functie bij het Kulturhus in Denekamp. Daar is onlangs iemand aangenomen die feitelijk dezelfde taken uitvoert als [verweerder] bij OBD had.

Hoe begrijpelijk die stelling ook is, de kantonrechter is desondanks van oordeel dat OBD als organisatie weliswaar langs een omweg enige invloed heeft op dat Kulturhus, maar dat die invloed niet zo ver kan en mag gaan dat OBD invloed heeft op het personeelsbestand van het Kulturhus. Het zijn en blijven twee afzonderlijke stichtingen met eigen personeel. Een “subsidie” door OBD aan dat Kulturhus doet daar niet aan af.

6. Partijen verschillen over de hoogte van de vergoeding.

Daartoe is het navolgende van belang.

De van toepassing zijnde CAO Openbare Bibliotheken bevat een Sociaal Plan, waaraan OBD uitvoering dient te geven. Dat heeft zij ook gedaan, maar daarbij heeft zij zelf invulling gegeven aan het mobiliteitstraject. In het van toepassing zijnde Sociaal Plan staat met geen woord de hoogte van de vergoeding voor het persoonlijk budget uitgewerkt: die berekening is een invulling door OBD.

De berekening staat in het verzoekschrift vermeld, maar is niet gebaseerd op de CAO.

7. Namens [verweerder] is betoogd dat bij gebreke van een afdoende regeling in het Sociaal Plan de weg vrij is voor het toepassen van de kantonrechtersformule, hetgeen OBD bestrijdt met de stelling dat, indien de contractspartners van de CAO daar bedoeld zouden hebben dat de kantonrechtersformule van toepassing is, dan zou dat in dat Sociaal Plan zijn opgenomen. Voor die redenering is veel te zeggen! Daar staat tegenover dat het ook de weg vrij maakt voor andersluidende regelingen en invullingen en die invulling heeft OBD gedaan.

Deze pakt echter zeker niet genereus uit voor [verweerder]. In het Sociaal Plan moge dan een hardheidsclausule zijn opgenomen, dat kan niet wegnemen dat er van [verweerder] na 27 dienstjaren met een uiterst minimale vergoeding afscheid wordt genomen.

8. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding zal de kantonrechter rekening houden met de wijze waarop OBD afhankelijk is van overheidssubsidies en dus niet helemaal vrij is in haar uitgavenpatroon, anderzijds ontbreken afdoende boekhoudkundige bescheiden om een beroep op het “habe nichts, habe wenig” principe ten volle te aanvaarden.

Dit verweer, hoewel wellicht op de keper beschouwd niet expliciet aangevoerd, maar tussen de regels door voor de goed verstaander wel als zodanig opgevat, kan slechts worden gehonoreerd als de cijfers van de onderneming gedurende een aantal jaren structureel zodanig slecht zijn dat van de onderneming niet verwacht kan worden dat zij een of een in overeenstemming met de kantonrechtersformule zijnde vergoeding betaalt. Van zo’n situatie is niet gebleken.

9. Zoals gezegd heeft anderzijds te gelden dat OBD haar inkomsten maar in beperkte mate zelf kan structureren. Daarbij kan zij echter wel degelijk op een bepaalde wijze schuiven met inkomende gelden en daardoor binnen die geldstromen prioriteiten stellen, dit alles met inachtneming van de doelmatigheid van de ingezette gelden. Langs die weg moet het mogelijk zijn om aan [verweerder] een passende vergoeding toe te kennen. De overgelegde, nog niet goedgekeurde cijfers laten in dat verband een beeld zien waaruit in ieder geval blijkt dat er mogelijkheden liggen in het schuiven met reserveringen.

10. Die vergoeding komt op basis van de kantonrechtersformule neer op € 93.187,-- In de omstandigheden van het geval zal de kantonrechter een correctiefactor C = 0,75 hanteren, hetgeen met zich meebrengt dat de door OBD te betalen vergoeding € 69.890,-- bedraagt. Daar zal de kantonrechter zes maanden salaris van aftrekken, omdat [verweerder] vanaf 1 januari 2013 is vrijgesteld van dat werk en de in dat kader uitbetaalde salaris als vergoeding moet worden aangemerkt. De toe te kennen vergoeding zal dan worden vastgesteld op afgerond € 58.000,--.

11. OBD zal in de gelegenheid worden gesteld het verzoekschrift in te trekken.

12. De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten tussen partijen te compenseren als na te melden.

BESCHIKKENDE:

Stelt partijen in kennis van het voornemen van de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden per 1 juli 2013, onder toekenning aan [verweerder] ten laste van OBD van een bruto bedrag van € 58.000,--.

Geeft OBD de gelegenheid om het verzoek in te trekken vóór 15 mei 2013.

Voor het geval dat OBD het verzoekschrift niet intrekt:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2013.

Kent in dat geval aan [verweerder] ten laste van OBD een bruto vergoeding toe van € 58.000,--.

Voor het geval dat OBD het verzoekschrift al dan niet intrekt:

Compenseert de proceskosten in zoverre dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven te Enschede door mr. H.R.K. Valk, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.