Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:BZ8336

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-04-2013
Datum publicatie
23-04-2013
Zaaknummer
08/284241-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft geen gevolg gegeven aan een stopteken van politie, de plaats van een door hem veroorzaakt ongeval verlaten en gevaar op de weg veroorzaakt. Verdachte wordt veroordeeld tot in totaal 10 weken gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 184
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Wegenverkeerswet 1994 7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2013/55

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/284241-11

Datum vonnis: 23 april 2013

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [datum] 1974 in [plaats],

wonende in [woonplaats, adres].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

9 april 2013. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Tromp.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: geen gevolg heeft gegeven aan een stopteken van de politie;

feit 2: de plaats van een ongeval waarbij hij betrokken was, heeft verlaten;

feit 3: gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 13 juli 2011 in de gemeente Enschede als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de B.W. ter Kuilestraat en/of de Rembrandtlaan en/of de Hendrik ter Kuilestraat en/of de Parkweg, opzettelijk toen één of meer zich in een politievoertuig bevindende politieambtenaren, en wel (een) opsporingsambtena(a)r(en) in de zin van artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet gegeven voorschriften van verdachte vorderde(n) of verdachte beval(en) het door verdachte, bestuurde motorrijtuig te doen stilhouden, welke vordering of welk bevel door die politieambtena(a)r(en), belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen van strafbare feiten, werd gedaan doordien deze van een aan dit politievoertuig aangebrachte transparant, waarin de woorden "stop" of "stop politie" in rode letters tegen donkere achtergrond verlicht werden, gebruik maakte(n) niet

heeft voldaan aan genoemde vordering of genoemd bevel gedaan door genoemde ambtena(a)r(en);

2.

hij op of omstreeks 13 juli 2011 in de gemeente Enschede als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval of door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt op de Elferinksweg, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden aan een ander (te weten [slachtoffer 1]) letsel en/of schade was toegebracht;

3.

hij op of omstreeks 13 juli 2011 in de gemeente Enschede als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmee rijdende op de weg(en), de B.W. ter Kuilestraat en/of de Rembrandtlaan en/of de Hendrik ter Kuilestraat en/of de Lindestraat en/of de Elferinksweg en/of de Parkweg, niet voortdurend de nodige voorzichtigheid en

oplettendheid heeft betracht en/of niet voortdurend in staat is geweest de handelingen te verrichten die van hem werden vereist en/of heeft gereden met (een) snelheid/snelheden die gelet op de (verkeers)situatie ter plaatse (telkens) (veel) te hoog was/waren en/of, rijdende op de Lindestraat en gekomen op of ter hoogte van een kruising of splitsing van die weg met de Elferinksweg, gezien verdachtes rijrichting rechtsaf die Elferinksweg is in of opgereden en/of (daarbij) onvoldoende rechts heeft gereden en/of (vervolgens)

met dat door hem bestuurde motorrijtuig tegen een op die Elferinksweg rijdende of stilstaande fietsster is gereden of gebotst en/of, rijdende op de Hendrik ter Kuilestraat en gekomen op of ter hoogte van een kruising of splitsing van die weg met de Parkweg, op

welke kruising of splitsing het verkeer wordt geregeld door middel van driekleurige verkeerslichten, die kruising of splitsing is opof overgereden terwijl het verkeerslicht bestemd voor verdachtes rijrichting op dat moment rood licht uitstraalde en/of,rijdende op de Parkweg, onvoldoende heeft gelet op de weg vóór hem en/of op mogelijke weggebruikers op die weg vóór hem en/of (vervolgens) met dat door hem bestuurde motorrijtuig tegen de achterzijde van een vóór hem op die weg rijdend of stilstaand motorrijtuig is gereden of gebotst,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd (art 5 Wegenverkeerswet 1994).

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de ten laste gelegde feiten bewezen te verklaren. Wat betreft de strafoplegging heeft de officier van justitie gevorderd verdachte voor de bewezenverklaarde misdrijven te veroordelen tot een gevangenisstraf van vierentwintig maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest in heeft doorgebracht. Voor de bewezenverklaarde overtredingen heeft de officier van justitie gevorderd hechtenis voor de duur van één maand op te leggen.

Deze strafeis ziet ook op de feiten die de officier van justitie bewezen acht in de zaak met parketnummer 08/710371-12, welke zaak ook ter zitting van 9 april 2013 is behandeld. Nu de zaken niet zijn gevoegd, wordt op deze zaken tegen de verdachte bij afzonderlijk vonnis beslist.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezen verklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die hieronder worden vermeld. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PLO5CE 2011092214. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

5.1 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Evenals de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.

Als bewijsmiddelen daarvoor gelden:

Ten aanzien van feit 1:

1. Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 13 juli 2011, pagina 15, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv;

2. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], van 13 juli 2011, pagina 11.

Ten aanzien van feit 2:

1. Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 13 juli 2011, pagina 15, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv;

2. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 3 oktober 2011, pagina’s 25 en 26.

Ten aanzien van feit 3:

1. Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 13 juli 2011, pagina 15, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv;

2. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], van 13 juli 2011, pagina’s 12 en 13.

5.2 De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 13 juli 2011 in de gemeente Enschede als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de B.W. ter Kuilestraat en/of de Rembrandtlaan en/of de Hendrik ter Kuilestraat en/of de Parkweg, opzettelijk toen één of meer zich in een politievoertuig bevindende politieambtenaren, en wel opsporingsambtenaren in de zin van artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet gegeven voorschriften verdachte bevolen het door verdachte, bestuurde motorrijtuig te doen stilhouden, welk bevel door die politieambtenaren, belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen van strafbare feiten, werd gedaan doordien deze van een aan dit politievoertuig aangebrachte transparant, waarin de woorden "stop" of "stop politie" in rode letters tegen donkere achtergrond verlicht werden, gebruik maakten, niet heeft voldaan aan genoemd bevel gedaan door genoemde ambtenaren;

2.

hij op 13 juli 2011 in de gemeente Enschede als bestuurder van een motorrijtuig betrokken bij een verkeersongeval op de Elferinksweg, de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist aan een ander (te weten [slachtoffer 1]) letsel en/of schade was toegebracht;

3.

hij op 13 juli 2011 in de gemeente Enschede als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmee rijdende op de wegen, de B.W. ter Kuilestraat en de Rembrandtlaan en de Hendrik ter Kuilestraat en de Lindestraat en de Elferinksweg en de Parkweg, niet voortdurend de nodige voorzichtigheid en oplettendheid heeft betracht en/of niet voortdurend in staat is geweest de handelingen te verrichten die van hem werden vereist en/of heeft gereden met snelheden die gelet op de (verkeers)situatie ter plaatse telkens te hoog waren en rijdende op de Lindestraat en gekomen op een kruising van die weg met de Elferinksweg, gezien

verdachtes rijrichting rechtsaf die Elferinksweg is ingereden en daarbij onvoldoende rechts heeft gereden en vervolgens met dat door hem bestuurde motorrijtuig tegen een op die Elferinksweg rijdende of stilstaande fietsster is gereden en/of rijdende op de Hendrik ter Kuilestraat en gekomen op of ter hoogte van een kruising van die weg met de Parkweg, op welke kruising het verkeer wordt geregeld door middel van driekleurige verkeerslichten, die kruising is opgereden terwijl het verkeerslicht bestemd voor verdachtes rijrichting op dat moment rood licht uitstraalde en rijdende op de Parkweg, onvoldoende heeft gelet op mogelijke weggebruikers op die weg vóór hem en vervolgens met dat door hem bestuurde motorrijtuig tegen de achterzijde van een vóór hem op die weg stilstaand motorrijtuig is gebotst, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 184 Sr, de artikelen 5 jo 177 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en 7 jo 176 WVW.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten;

feit 2

het misdrijf: overtreding van artikel 7, eerste lid WVW;

feit 3

de overtreding: overtreding van artikel 5 WVW.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd voor de bewezenverklaarde misdrijven een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden op te leggen en voor de bewezenverklaarde overtredingen een maand hechtenis.

De rechtbank merkt in dit verband op dat de vordering van de officier van justitie ook betrekking heeft op de in de zaak met parketnummer 08/710371-12 tenlastegelegde feiten, welke zaken ook ter zitting van 9 april 2013 zijn behandeld. Bij de strafoplegging zal de rechtbank overeenkomstig het in art. 63 Sr bepaalde dan ook rekening houden met de feiten waaraan verdachte in deze andere zaak schuldig is verklaard.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal delicten. Niet alleen heeft hij, terwijl hij een auto bestuurde, een stopteken van de politie genegeerd, ook heeft tijdens een achtervolging door de politie een fietser aangereden waarna hij de plaats van het ongeval heeft verlaten. Voorts heeft verdachte zich tezamen met genoemde feiten schuldig gemaakt aan het veroorzaken van gevaar op de weg. Door het stopteken van de politie te negeren heeft verdachte een ambtelijk bevel niet opgevolgd en hiermee heeft verdachte het openbaar gezag ondermijnd. Verdachte heeft na het negeren van het stopteken zijn weg vervolgd en is steeds harder gaan rijden. Op een gegeven moment heeft verdachte zelfs een verkeersongeval veroorzaakt door een aanrijding met een fietser te krijgen. Verdachte heeft zijn weg echter gewoon vervolgd en heeft niet omgekeken naar de fietser. Een slachtoffer van een aanrijding zo maar achter te laten is niet alleen onfatsoenlijk, maar maakt ook dat het slachtoffer vervolgens niet weet tot wie hij zich moet wenden om zijn eventuele schade op te kunnen verhalen. De rechtbank acht dit handelen van verdachte zeer laakbaar. Door te willen ontkomen aan de politie is verdachte, zelfs binnen de bebouwde kom, steeds harder gaan rijden. Hierdoor heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het veroorzaken van gevaar op de weg. Verdachte is daarmee volledig voorbijgegaan aan de gevaren en risico’s waaraan hij andere weggebruikers heeft blootgesteld. Verdachte heeft zich, blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie (zijn strafblad), ook in het verleden schuldig gemaakt aan vergelijkbare feiten, zodat kan worden geconstateerd dat verdachte kennelijk geen lering trekt uit zijn handelen en dat de opgelegde straffen nog niet zwaar genoeg zijn om hem er van te weerhouden deze feiten te plegen. Nu voor de bewezenverklaarde feiten geen oriëntatiepunten door het Landelijk Overleg van Voorzitters van de Strafsectoren zijn vastgesteld, zal de rechtbank aansluiting zoeken bij vergelijkbare zaken en het hiervoor overwogene daarbij betrekken.

De rechtbank acht voor de bewezenverklaarde misdrijven een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken passend en geboden. Voor de bewezenverklaarde overtreding zal de rechtbank hechtenis voor duur van zes weken opleggen.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 62, 63 en 91 Sr.

10. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven in rechtsoverweging 5.2 is omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 het misdrijf: opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten;

feit 2 het misdrijf: overtreding van artikel 7, eerste lid WVW;

feit 3 de overtreding: overtreding van artikel 5 WVW;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straf

ten aanzien van feiten 1 en 2

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier (4) weken;

ten aanzien van feit 3

- veroordeelt verdachte tot hechtenis voor de duur van zes (6) weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. M.E. van Wees en

mr. A.A.J. Lemain, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2013.