Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:BZ6630

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-04-2013
Datum publicatie
09-04-2013
Zaaknummer
429234 EJ VERZ 13-1065
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Payrollovereenkomst: geen uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 7: 690 BW; geen arbeidsovereenkomst ex 7: 610 BW met payrollondernemer; wel arbeidsovereenkomst met 'inlener'. Dat payrollonderneming loon betaalde doet daaraan niet af. de inlener betaalde dat feitelijk en was ook financieel verantwoordelijk voor alle andere kosten verband houdende met de 'arbeidsrelatie', inclusief de beeindiging daarvan. Op geen enkele wijze is door payrollonderneming invulling gegeven aan de elementen van een arbeidsoverenkomst. Bij tussenbeschikking dd. 21 maart 2013 (LJN BZ5108) wordt aangekondigd dat payrollondernemer niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn verzoek tot ontbinding ex artikel 7:685 BW omdat er geen arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7: 610 BW met de 'werknemer' is." Nadat beide partijen op de tussenbeschikking hebben gereageerd volgt de definitieve beschikking waar de daad bij het reeds aangekondigde woord is gevoegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-0310
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 429234 EJ VERZ 13-1065

Beschikking van de kantonrechter d.d. 4 april 2013 in de zaak van:

De stichting STICHTING DIENSTVERLENING WELZIJN ENSCHEDE

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede

verzoekster, hierna te noemen SDWE

gemachtigde: mr. R.H.H.G. Kroeze, advocaat te Hengelo,

tegen

[verweerder]

wonende te [plaats]

verweerder, hierna te noemen: medewerker

gemachtigde: mr. A.C. Doorn,

verbonden aan DAS Rechtsbijstand

De procedure:

Deze blijkt uit:

? de tussenbeschikking van 21 maart 2013, waarbij de kantonrechter partijen in kennis heeft gesteld van haar voornemen SDWE in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en partijen in de gelegenheid heeft gesteld nadat te reageren;

? de brief aan de zijde van SDWE gedateerd 28 maart 2013;

? de brief aan de zijde van medewerker, gedateerd 28 maart 2013.

De verdere beoordeling:

Bij tussenbeschikking van 21 maart 2013 heeft de kantonrechter vooralsnog geoordeeld dat van een arbeidsovereenkomst tussen SDWE en medewerker geen sprake is en SDWE om die reden in haar verzoek tot ontbinding niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

SDWE heeft daarop, kort samengevat, aangevoerd dat, indien en voor zover er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen haar en medewerker, de gemeente Enschede als werkgever dient te worden aangemerkt. Zulks impliceert dat SDWE niet langer gehouden is te voldoen aan de verplichtingen welke als werkgever op haar rusten. Zij zal, nu de detacheringsovereenkomst op grond van het vonnis van de rechtbank Almelo van 9 oktober 2012 per 1 april 2013 eindigt per die datum, geen loon meer aan medewerker betalen.

De gemachtigde van medewerker heeft laten weten dat medewerker zich refereert aan het voornemen om SDWE in haar verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.

Nu de reacties van SDWE en betrokkene niet tot nieuwe inzichten hebben geleid, zal de kantonrechter, onder verwijzing naar hetgeen zij reeds heeft overwogen bij de tussen beschikking van 21 maart 2013, SDWE in haar verzoek tot ontbinding niet-ontvankelijk verklaren.

Hoezeer de kantonrechter uit reacties van medewerker en zijn collega's begrijpt dat zij duidelijkheid wensen over de positie van de gemeente Enschede ten opzichte van hen, kan de kantonrechter, nu de gemeente Enschede geen partij is in de onderhavige procedure, bij deze beschikking niet een de gemeente Enschede bindende uitspraak doen.

SDWE zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

BESCHIKKING

Verklaart SDWE niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Veroordeelt SDWE in de kosten van de procedure, aan de zijde van medewerker begroot op € 400,00 ter zake van salaris gemachtigde.

Aldus gegeven te Enschede door mr. E.W. de Groot, kantonrechter, en op 4 april 2013 in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.