Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:BZ6588

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-04-2013
Datum publicatie
08-04-2013
Zaaknummer
414173 CV EXPL. 3686-12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opzeggen abonnement sportschool. Wet Van Dam van toepassing vanaf 1 december 2011, ook voor lopende overeenkomsten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TvC 2013, afl. 6, p.271, m.nt. prof. mr. W.H. van Boom
Prg. 2013/242

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 414173 CV EXPL. 3686-12

Uitspraak : 2 april 2013

Vonnis in de zaak van:

De besloten vennootschap

HEALTH CITY BEHEER B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

eisende partij, hierna ook wel Health City te noemen,

gemachtigde: C.Th. Snijder en H.J. Boswinkel, gerechtsdeurwaarders te Beverwijk,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde partij, hierna ook wel [gedaagde] te noemen,

procederende in persoon.

1. procedure

Deze blijkt uit de navolgende stukken:

het tussenvonnis d.d. 11 december 2012;

de akte aan de zijde van Health City;

de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde].

Het vonnis is bepaald op heden.

2. beoordeling

De inhoud van het op 11 december 2012 in de onderhavige procedure gewezen vonnis dient als hier ingelast te worden beschouwd. Bij dat vonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld een akte te nemen over het al dan niet van toepassing zijn van de Wet van 26 november 2010, houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten), beter bekend als de Wet Van Dam, op de onderhavige, vóór 1 december 2011 gesloten, overeenkomst.

Health City heeft gesteld dat de Wet Van Dam niet van toepassing is op de onderhavige d.d. 25 februari 2010 tot stand gekomen overeenkomst. De Wet Van Dam ziet enkel en alleen op overeenkomsten die nà 1 december 2011 tot stand zijn gekomen.

[Gedaagde] heeft in zijn antwoordakte gevraagd om Health City in het ongelijk te stellen en de proceskosten voor rekening van Health City te laten komen.

De kantonrechter zal eerst het geschil van partijen over het tijdstip van opzegging beoordelen. Daarna komt de van toepassing zijnde opzegtermijn aan de orde.

[Gedaagde] heeft gesteld dat de overeenkomst met Health City door hem per 5 februari 2012 is opgezegd tegen 3 maart 2012, middels het contactformulier op de website van Health City.

Onder het invulveld van het contactformulier staat vermeld: * Niet geschikt voor beëindiging of tijdelijke stopzetting van je lidmaatschap. Meldingen hieromtrent worden via deze weg niet in behandeling genomen.

Volgens [gedaagde] is deze tekst niet rechtsgeldig omdat de website geen verdere gegevens vermeldt voor het opzeggen en deze wijze de enig mogelijke is. Health City heeft deze stelling weersproken en gesteld dat de algemene voorwaarden, die op de overeenkomst van toepassing zijn, bepalen dat opzegging dient te geschieden middels een opzegformulier, dat uitsluitend bij Health City verkrijgbaar is, of middels een opzegbrief.

De melding van [gedaagde] via het contactformulier is niet in behandeling genomen. [Gedaagde] had door het raadplegen van de algemene voorwaarden de wijze van opzeggen kunnen achterhalen en bovendien stelt Health City (onder overlegging van producties) dat de website wèl duidelijk melding maakt van de wijze waarop een lid zijn/haar abonnement kan beëindigen: [gedaagde] had onder het onderwerp “FAQ” (Frequently Asked Questions) de wijze van opzegging kunnen achterhalen.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de overeenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd middels het versturen van zijn opzeggingsverklaring via het contactformulier. Het staat Health City vrij om, uitdrukkelijk, een bepaald (e-mail-)adres uit te sluiten voor opzeggingsverklaringen. Health City is evenmin verplicht om er voor te zorgen dat opzegging via de website kan plaatsvinden. [Gedaagde] heeft zich niet aangemeld via de website maar middels een samen met Health City ingevuld inschrijfformulier. De algemene voorwaarden vermelden dat ook afmelding via een formulier kan plaatsvinden (en ook via een reguliere opzegbrief). De opzegging van [gedaagde] via het contactformulier heeft dus geen effect gehad. Het is de opzegging van Health City die de overeenkomst heeft beëindigd.

Voorts dient beoordeeld te worden welke opzegtermijn tussen partijen geldt. Health City heeft de overeenkomst in mei 2012 opgezegd tegen 31 juli 2012, met inachtneming van de contractuele opzegtermijn van twee maanden. Volgens [gedaagde] geldt wettelijk een opzegtermijn van één maand.

De kantonrechter is het wat dat betreft met [gedaagde] eens. [Gedaagde] doet impliciet een beroep op de hiervoor genoemde Wet Van Dam. De Wet Van Dam heeft onder meer aan artikel 6:236 BW onderdeel j toegevoegd. Dat artikel luidt: Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt als onredelijk bezwarend aangemerkt een in de algemene voorwaarden voorkomend beding j. dat in geval van een overeenkomst tot het geregeld afleveren van zaken, electriciteit daaronder begrepen en dag- nieuws, en weekbladen en tijdschriften niet daaronder begrepen, of tot het geregeld doen van verrichtingen, leidt tot stilzwijgende verlenging of vernieuwing in een overeenkomst voor bepaalde duur, dan wel tot een stilzwijgende voortzetting in een overeenkomst voor onbepaalde duur zonder dat de wederpartij de bevoegdheid heeft om de voortgezette overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand;

Health City heeft de overeenkomst in mei 2012 opgezegd na de overeengekomen duur van 24 maanden en met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden, volgens de algemene voorwaarden. De algemene voorwaarden van Health City zijn wat dit betreft in strijd met onderdeel j van artikel 6: 236 BW.

De Wet Van Dam is in werking getreden op 1 december 2011. Er is discussie gaande over de vraag of de Wet Van Dam vanaf 1 december 2011 ook al van toepassing is op lopende (vóór 1 december 2011 gesloten) overeenkomsten. De vraag in dat verband is of bepalingen uit de Overgangswet NBW moeten worden toegepast, met als gevolg dat de Wet van Dam nog niet mag worden toegepast op lopende overeenkomsten.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt duidelijk de bedoeling van de wetgever:

-In het oorspronkelijke wetsvoorstel (Kamerstuk 2005-2006, 30520 nr. 2) is in artikel III voorgesteld de wet in werking te laten treden met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij is geplaatst;

-In de Memorie van Toelichting (Kamerstuk 2005-2006, 30520, nr. 3) is over artikel III opgemerkt dat de wetswijziging niet voorziet in overgangsrecht en dat de wijziging daardoor ook van toepassing is op al gesloten overeenkomsten;

-Kamerstuk 2006-2007, 30520 nr. 4 betreft het advies van de Raad van State en de reactie van de indieners van het wetsvoorstel. De Raad van State heeft op dit punt, gelet op de looptijd van overeenkomsten als bedoeld in het voorstel en artikel 191 Overgangswet NBW geadviseerd de termijn tot een jaar te verlengen, dan wel een overgangsbepaling in de Overgangswet NBW op te nemen waarmee wordt voorzien in een overgangsperiode van een jaar;

-De indieners van het wetsvoorstel hebben het wetsvoorstel hierop zodanig aangepast, dat voorzien is in een overgangstermijn van een jaar (Kamerstuk 2006-2007, 30520 nr. 5). Artikel III is gewijzigd en is komen te luiden: Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst;

-In de Memorie van Toelichting (Kamerstuk 2006-2007, 30520, nr. 6) is vervolgens opgenomen bij artikel III: Deze wijziging voorziet niet in overgangsrecht. De wet zal namelijk in werking treden met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Dit geeft betrokkenen een jaar de tijd om zich aan de nieuwe bepalingen aan te passen, hetgeen overgangsrecht overbodig maakt.

Het wetsvoorstel bevat dus impliciet een overgangsregeling in artikel III, in afwijking van de Overgangswet, door de ruime(re) overgangstermijn waarbinnen gebruikers algemene voorwaarden aan kunnen passen aan de nieuwe wettelijke bepalingen. Gelet hierop acht de kantonrechter de Overgangswet NBW niet van toepassing op de inwerkingtreding van deze wet. De wet is van toepassing vanaf 1 december 2011, ook voor lopende overeenkomsten, gelet op de publicatie in het Staatsblad van 30 november 2010.

De kantonrechter komt tot de conclusie dat Health City na 1 december 2011 een beroep heeft gedaan op haar algemene voorwaarde dat een opzegtermijn van twee maanden in acht moet worden genomen, welke algemene voorwaarde gelet op het hiervoor overwogene onredelijk bezwarend is en derhalve vernietigbaar.

Health City heeft niet aangegeven wanneer zij de overeenkomst precies heeft opgezegd. Uit de stukken blijkt dat dit begin mei 2012 moet zijn geweest. De kantonrechter gaat in deze uit van een opzegging op 1 mei 2012, die gelet op het voorgaande een beëindiging van de overeenkomst heeft bewerkstelligd per 1 juni 2012. Op de vordering van Health City zal derhalve in mindering worden gebracht de contributie over de maanden juni en juli 2012, tweemaal € 48,45. Voor het overige zal de vordering worden toegewezen, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten. De rente zal als volgt over de hoofdsom worden toegewezen.

Gelet op de uitkomst van de procedure, beide partijen zijn (deels) in het (on)gelijk gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

Rechtdoende

Veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Health City te betalen een bedrag van € 187,35, vermeerderd met de wettelijke rente over € 150,35, vanaf de vervaldata van de onderliggende facturen tot de dag waarop alles voldaan is.

Compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.H. Margadant, kantonrechter, en op 2 april 2013

in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.