Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:777

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-05-2013
Datum publicatie
12-02-2014
Zaaknummer
C/08/128341 / FA RK 12-471
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artt. 1:204 en 1:205 BW. Rechtbank wijst af het verzoek van de Officier van Justitie tot doorhaling van de akte van de tweede erkenning van het kind door de man, op dat moment de echtgenoot van moeder, zoals die erkenning is opgenomen in de registers van de gemeente. De rechtbank overweegt dat op basis van de geldende wettekst ten tijde van de betreffende erkenning niet kan worden geoordeeld dat er sprake is van een nietige erkenning nu pas met ingang van 1 april 1998 in het huidige artikel 1:204 BW, de bepaling is toegevoegd dat de erkenning nietig is als zij is gedaan terwijl er al twee ouders zijn.

Ook subsidiaire verzoek Officier van justitie dat sprake is van vernietigbare erkenning wordt afgewezen. Naar oordeel rechtbank is sprake van een te beschermen family life en een recht op bescherming van een identiteit, welke al zeer geruime tijd bestaat

Daarnaast zou een vernietiging van de erkenning ook kunnen leiden tot verlies van de Nederlandse nationaliteit en overige maatschappelijke consequenties voor kind kunnen hebben.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team familierecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/128341 / FA RK 12-471

Beschikking van de meervoudige kamer in de rechtbank Overijssel d.d. 15 mei 2013 in de zaak van:

de officier van justitie in het arrondissement Overijssel,

en

1.

[verweerder 1],

wonende te [woonplaats] ([land]) [adres],

verder te noemen: [verweerder 1] dan wel de zoon,

advocaat: mr. R.E. Schepers te Enschede,

2.

[verweerster],

wonende te [woonplaats], [adres],

verder te noemen: de moeder,

3.

[verweerder 2],

wonende te [woonplaats] ([land]) [adres],

verder te noemen: de biologische vader,

advocaat: mr. D.A. Klüsener te Gronau (Duitsland),

4.

de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente Enschede,

zetelend te Enschede,

belanghebbenden.

Het procesverloop

Op 19 april 2012 is ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingekomen van de officier van justitie tot doorhaling van de in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Enschede ten onrechte voorkomende akte van erkenning gedaan door de heer

[betrokkene].

Op 21 februari 2013 is een brief van mr. D.A. Klüsener, advocaat van de heer [verweerder 2], ingekomen.

Op 26 maart 2013 is door de zoon een verweerschrift ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van 16 april 2013. Ter zitting zijn verschenen: de officier van justitie mr. A.H.J.M. Damen, de zoon, bijgestaan door mr. R.E. Schepers, de moeder in persoon en mevrouw [X], ambtenaar van de burgerlijke stand te Enschede.

De beschikking is bepaald op heden.

De feiten

Op [geboortedatum] is in de gemeente [geboorteplaats] uit de moeder zoon [verweerder 1] geboren. Hij is op 14 mei 1976 erkend door de heer [verweerder 2]. Deze erkenning is op

26 mei 1976 als kantmelding op de geboorteakte geplaatst.

Nadat moeder en zoon zich op 26 mei 1981 in Nederland hebben gevestigd, onder overlegging aan de gemeente van een geboorteakte waarop geen wettelijke vader stond vermeld, is de zoon op 25 februari 1985 erkend door de heer [betrokkene], met wie moeder op

[1981] te Enschede is gehuwd. De heer [betrokkene] is inmiddels overleden.

De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing

De officier van justitie verzoekt op basis van artikel 1:204 Burgerlijk Wetboek (BW) de nietigverklaring van de erkenning door de heer [betrokkene] aan de rechtbank op basis van het feit dat er op het moment van erkenning door de heer [betrokkene] al twee ouders zijn. Omdat het effectueren van de nietigheid van de erkenning met name voor de zoon grote gevolgen heeft waaronder het verlies zijn huidige geslachtsnaam [betrokkene] en de familierechtelijke band met deze familie die al 27 jaar (thans 28 jaar) bestaat en het verlies van de Nederlandse nationaliteit, is die nietigheid niet zonder meer door de ambtenaar van de burgerlijke stand geëffectueerd. Subsidiair is de officier van justitie van oordeel dat op basis van artikel 1:205 BW erkenning door [betrokkene] vernietigbaar is op grond van strijdigheid met de Nederlandse openbare orde nu in 2001 is gecodificeerd dat een kind niet meer dan twee ouders dient te hebben.

De zoon verzoekt primair de officier van justitie niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek dat is gebaseerd op artikel 1:204 lid 1 sub f BW dan wel het verzoek de doorhaling te gelasten van de door [betrokkene] gedane erkenning en de verbetering te gelasten van de geboorteakte van [verweerder 1] af te wijzen, gelet op de consequenties die een en ander voor hem persoonlijk heeft: strijd met het recht op family life, verlies van zijn geslachtsnaam en Nederlandse nationaliteit. Daarnaast moeten wellicht aktes ten aanzien van de aankoop van een woonhuis en een bedrijfspand opnieuw worden opgemaakt. Kortom: zijn persoonlijke belangen dienen te prevaleren boven de Nederlandse orde.

De moeder stelt dat het de wens van haar, inmiddels overleden, echtgenoot was dat de echtgenoot en [verweerder 1] dezelfde geslachtsnaam zouden dragen. Zij kan zich nog wel herinneren dat adoptie op dat moment niet mogelijk was maar weet niet meer op welke wijze de erkenning tot stand is gekomen.

De biologische vader van [verweerder 1], de heer [verweerder 2], heeft bij brief van 19 februari 2013 aangegeven geen verweer te zullen voeren en niet ter zitting te zullen verschijnen. Hij heeft daarbij tevens gesteld een vaderschap van de heer [betrokkene] niet in de weg te willen staan.

De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt op basis van hetgeen haar is gebleken ten aanzien van de beide erkenningen, zoals die in eerste instantie in Duitsland en vervolgens in Nederland heeft plaatsgevonden, niet zelf te hebben willen beslissen vanwege de gevolgen hiervan en om die reden contact te hebben gezocht met de officier van justitie. Hoewel de ambtenaar destijds de erkenning van de zoon door de heer [betrokkene] niet had mogen opnemen in de registers omdat hij al door de biologische vader, de heer [verweerder 2], bleek te zijn

erkend, hecht de ambtenaar er aan dat de zoon zijn naam en Nederlandse nationaliteit kan behouden, gelet op het feit dat van deze situatie thans al gedurende 28 jaar sprake is.

Gelet op hetgeen in het kader van deze procedure is gebleken en ter zitting door alle belanghebbenden is gesteld, heeft de officier van justitie ter zitting zijn verzoek gewijzigd: hij stelt dat een nietigheid van de erkenning niet aan de orde is, omdat ten tijde van de erkenning artikel 1: 204 lid 1 sub f BW nog niet in werking was getreden en de nietigheid van de erkenning moet worden beoordeeld aan de hand van de toen geldende wettelijke bepalingen. Hij concludeert vervolgens tot afwijzing van zowel het gewijzigde primaire verzoek als het subsidiaire verzoek op basis van de gevolgen die doorhaling van de erkenning voor [verweerder 1] zou hebben.

De rechtbank oordeelt in deze als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank kan de officier worden ontvangen in zijn (gewijzigde) verzoek gelet op het feit dat de Nederlandse openbare orde in het geding is.

Deze zaak kent, gelet op het feit dat [verweerder 1] thans in Duitsland woonachtig is, internationale aspecten. Gelet op het feit dat het verzoek van de officier van justitie ziet op een doorhaling van een akte in de gemeente Enschede en het feit dat [verweerder 1] de Nederlandse nationaliteit heeft, is de Nederlandse rechter bevoegd van het verzoek kennis te nemen en is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.

Het verzoek van de officier van justitie ziet op doorhaling van de akte van de tweede erkenning van [verweerder 1] door de heer [betrokkene], op dat moment de echtgenoot van moeder, zoals die erkenning op 25 februari 1985 in de gemeente Enschede is opgenomen in de registers.

De rechtbank overweegt dat op basis van de geldende wettekst ten tijde van de betreffende erkenning niet kan worden geoordeeld dat er sprake is van een nietige erkenning nu pas met ingang van 1 april 1998 in het huidige artikel 1:204 BW, de bepaling is toegevoegd dat de erkenning nietig is als zij is gedaan terwijl er al twee ouders zijn. Nu een gedane erkenning wat betreft nietigheid dient te worden beoordeeld op basis van het toen geldende recht, kan derhalve niet worden geoordeeld dat er sprake is van een nietige erkenning, waardoor doorhaling van de akte tot erkenning gerechtvaardigd zou zijn. Het primaire verzoek van de officier van justitie wordt derhalve, afgewezen.

Vervolgens resteert het subsidiaire verzoek. De rechtbank dient te beoordelen of er sprake is van vernietigbare erkenning op basis van artikel 1:205 BW die kan leiden tot doorhaling van de akte van erkenning door de heer [betrokkene] omdat deze in strijd is met de openbare orde zou zijn opgemaakt. Dat de tweede erkenning strijdig is met de openbare orde, is naar het oordeel van de rechtbank op zich wel vast komen te staan, nu [verweerder 1] al was erkend in Duitsland en dus al een wettige vader had. Het is op gronden van openbare orde niet wenselijk en moet ook niet mogelijk zijn, dat iemand tegelijkertijd twee wettige vaders heeft.

Thans is echter de situatie aan de orde dat [verweerder 1] al 28 jaar de geslachtsnaam [betrokkene] gebruikt en even zo lang de Nederlandse nationaliteit heeft. Gedurende een groot aantal jaren is hij opgegroeid in het gezin van zijn moeder en de heer [betrokkene] en tot aan het overlijden van de heer [betrokkene] was er sprake van een hechte vader-zoon band. Ook met de familie van de heer [betrokkene] heeft hij nog steeds een goed contact.

Er is kortom sprake van een te beschermen family life en een recht op bescherming van een identiteit, welke al zeer geruime tijd bestaat

Daarnaast zou een vernietiging van de erkenning ook kunnen leiden tot verlies van de Nederlandse nationaliteit en overige maatschappelijke consequenties voor [verweerder 1] kunnen hebben, zoals discussie over de geldigheid van diploma’s of nadelige consequenties in het kader van zijn onderneming en op zijn naam gestelde eigendomsakten.

De rechtbank is van oordeel dat vernietiging van de destijds opgemaakte akte van erkenning van [verweerder 1] door de heer [betrokkene] op grond hiervan een ongeoorloofde inbreuk zou maken op het recht op bescherming van het gezinsleven zoals omschreven in artikel 8 lid 1 EVRM.

De rechtbank overweegt dat de persoonlijke belangen van [verweerder 1] zo zwaar wegen dat zij het belang van de Nederlandse openbare orde, wat betreft het slechts kunnen hebben van één wettige vader, aan de kant schuiven. Deze persoonlijke belangen zijn immers zo groot, dat zij min of meer zelf van openbare orde zijn geworden, nu het immers ook strijd met de openbare orde zou opleveren om een reeds 28 jaar bestaande situatie te wijzigen en het family life van een persoon doorbreken en hem zijn identiteit te ontnemen, met mogelijk onder andere verlies van Nederlandse nationaliteit.

Op basis van het voorgaande dient ook het verzoek van de officier van justitie tot het gelasten van de doorhaling van de in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Enschede voorkomende akte van erkenning van [verweerder 1], alsmede de verbetering te gelasten van de geboorteakte van [verweerder 1], gelet het bepaalde in artikel 1:205 BW, te worden afgewezen en wordt geconcludeerd tot rechtsgeldigheid van de betreffende erkenning.

De beslissing

De rechtbank:

Wijst af het (gewijzigde) primaire en subsidiaire verzoek van de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven te Almelo door mr. T.M. Blankestijn, voorzitter,

mr. J.M. Marsman en mr. A. Flos, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2013

in tegenwoordigheid van de griffier.