Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:4669

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
09-10-2013
Datum publicatie
11-07-2014
Zaaknummer
C/08/128261 HA ZA 12-146
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid. Letselschade. Causaal verband.

Zie ook eerste tussenvonnis onder ECLI:NL:RBOVE:2014:4668 en het eindvonnis onder ECLI:NL:RBOVE:2014:3704

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/128261 HA ZA 12-146

datum vonnis: 9 oktober 2013 (mljk)


Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

inzake:

de naamloze vennootschapMenzis Zorgverzekeraar N.V.,

statutair gevestigd te Wageningen, mede kantoorhoudende te Groningen,

eiseres,
verder te noemen Menzis,

advocaat mr. M. Kremer te Groningen,

en

[gedaagde],

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

gedaagde,
verder te noemen [gedaagde],

procesadvocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,
behandelend advocaat mr. R.H.J. Wildenburg te Arnhem.

De weergave van het procesverloop

1.

Voor de weergave van het procesverloop moet eerst worden verwezen naar wat daarover staat vermeld in het in deze zaak op 17 april 2013 gewezen tussenvonnis. De daarin bepaalde comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 2 juli 2013. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens zijn nog de volgende gedingstukken gewisseld:

  • -

    de akte aan zijde van Menzis van 14 augustus 2013;

  • -

    de antwoordakte aan de zijde van [gedaagde] van 4 september 2013;

  • -

    de akte uitlating productie aan de zijde van Menzis van 18 september 2013.

Daarna is weer vonnis gevraagd. De uitspraak is bij vervroeging bepaald op heden.

De verdere beoordeling van het geschil

2.

Ook hier moet worden verwezen naar voormeld tussenvonnis, en wel naar wat daarin is weergegeven (de standpunten van partijen), is vastgesteld (de feiten waarvan kan worden uitgegaan) en is overwogen en beslist. De rechtbank volhardt daarbij en in vervolg daarop dient thans eerst als volgt te worden beslist.

3.

Herhaling verdient dat de vorderingen van Menzis zijn gebaseerd op de grondslag dat [gedaagde] als deskundig aannemer jegens [X] onrechtmatig/gevaarzettend heeft gehandeld, een en ander zoals dat in voormeld tussenvonnis onder 8. is samengevat.

4.

Onmiskenbare kern van die stellingname is het verwijt aan het adres van
[gedaagde] dat op 16 juni 2008 is nagelaten om aan (het begin van) de Zwarteweg een verkeersbord te (laten) plaatsen met enige snelheidsbeperking. Door het ontbreken van die snelheidsbeperking is [gedaagde], naar zeggen van Menzis, ernstig tekort geschoten in haar waarschuwingsplicht.

5.

Door [gedaagde] is die voorstelling van zaken, naar het oordeel van de rechtbank, voldoende gemotiveerd weersproken. Zij blijft er immers bij dat op die datum door (of namens) haar aan het begin van de Zwarteweg (en omstreeks 600 meter van de plaats van dit ongeval) wel degelijk een verkeersbord was geplaatst met een snelheidsbeperking tot 30 km/u met daarboven geplaatst een bord “werk in uitvoering”. Er zijn naar zeggen van [gedaagde] ter comparitie, getuigen die hierover kunnen verklaren. Dit betekent naar zeggen van [gedaagde] dat van het gestelde gevaarzettende handelen van [gedaagde] geen sprake is geweest.

6.

De rechtbank is van oordeel dat bij deze stand van zaken de bewijslast van de gestelde gevaarzetting door [gedaagde] conform het bepaalde in artikel 150 van het wetboek van Burgerlijke rechtsvordering is blijven rusten op Menzis. Menzis wordt door de rechtbank dus niet gevolgd in haar standpunt dat juist [gedaagde] in de gelegenheid moet worden gesteld om de feiten te bewijzen die zij in het kader van de betwisting van de gestelde gevaarzetting heeft aangevoerd.

7.

Dit brengt mee dat de rechtbank Menzis in de gelegenheid zal stellen om bewijs bij te brengen van haar stelling dat ten tijde van dit ongeval en op de plaats van het ongeval geen (vanuit de rijrichting van [X] zichtbare) snelheidsbeperking (tot 30 km/u) gold.

8.

De rechtbank oordeelt het resultaat van deze bewijslevering dermate van belang voor de mogelijke uitkomst van deze zaak, dat zij er voor kiest om thans nog niet te beslissen in de andere door partijen opgeworpen geschilpunten.

De beslissing

De rechtbank:

I. Draagt Menzis op om te bewijzen als overwogen in rechtsoverweging 7.

II. Bepaalt dat indien Menzis bewijs wenst te leveren door getuigen, deze zullen worden gehoord in het gerechtsgebouw te Almelo door mr. Koopmans.

III. Verwijst de zaak naar de civiele rol van deze rechtbank van woensdag 23 oktober 2013 voor dagbepaling enquête en draagt Menzis op om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk bericht ter griffie is ontvangen betreffende de verhinderdata van beide partijen en het aantal te horen getuigen.

IV. Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Koopmans en is op 9 oktober 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.