Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:4215

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-10-2013
Datum publicatie
12-02-2014
Zaaknummer
R 11.1308-1309
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending informatieplicht en ontstaan van bovenmatige nieuwe schulden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team toezicht

Zittingsplaats Zwolle

insolventienummer: R 11.1308-1309 (Zwo)

uitspraakdatum: 21 oktober 2013

tussentijdse beëindiging schuldsanering

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de wettelijke schuldsaneringsregelingen van:

[schuldenaar 1],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

en

[schuldenaar 2],

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

beiden wonende te [woonplaats], [adres],

verder te noemen: [schuldenaren].

In deze schuldsaneringsregelingen is mevrouw mr. J.W.E.M. Engels-Jansen, kantoorhoudende te Vroomshoop, tot bewindvoerder benoemd.

Het procesverloop

De rechter-commissaris heeft op 23 augustus 2013 voordracht gedaan de toepassing van de schuldsaneringsregelingen tussentijds te beëindigen.

Op 10 oktober 2013 is ter griffie een faxbericht met bijlagen van de bewindvoerder ontvangen.

De voordracht is behandeld ter zitting van 14 oktober 2013. Ter zitting zijn [schuldenaren], samen met de heer[W] (curator), en de bewindvoerder verschenen. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling

De voordracht van de rechter-commissaris:

De voordracht van de rechter-commissaris wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.

Kort weergegeven heeft de rechter-commissaris voordracht gedaan de schuldsaneringsregelingen tussentijds te beëindigen, omdat [schuldenaren] een bovenmatige nieuwe schuld van € 3.581,00 hebben laten ontstaan betreffende zeven door het CJIB opgelegde boetes. Voorts hebben [schuldenaren], althans hun curator, niet voldaan aan de informatieplicht, nu er ondanks verzoeken daartoe geen financiële gegevens en aangiften inkomstenbelasting zijn overlegd.

De verklaring van [schuldenaren]:

Ter zitting heeft [schuldenaar 1] verklaard dat hij heel veel moeite heeft gedaan voor het afmelden van de auto en dat de auto nu is afgemeld. [schuldenaar 1] had eerder nooit een vrijwaringsbewijs gekregen en hij wist niet dat de auto nog niet was afgemeld, omdat hij dacht dat de auto na de brand automatisch werd gevrijwaard.

De verklaring van de curator:

De curator heeft ter zitting verklaard dat hij het verhaal van [schuldenaar 1] over de auto kan onderschrijven. De curator reageert terstond op verzoeken van de bewindvoerder. Het kan wel kloppen dat de bewindvoerder de aangiften inkomstenbelasting niet heeft ontvangen. Desgevraagd heeft de curator verklaard dat hij niet weet of de nieuwe schuld aan het CJIB voor het einde van de looptijd van de schuldsaneringsregeling kan worden betaald.

De toelichting van de bewindvoerder:

Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat het bedrag van € 3.581,00 op 10 oktober 2013 nog openstond bij het CJIB. Er zijn veel problemen geweest met de informatieverstrekking door [schuldenaren] en de curator. Sinds juni 2013 zijn geen financiële gegevens meer ontvangen, waardoor het erg lastig is om toezicht te houden op het verloop van de schuldsaneringsregelingen. [schuldenaren] hebben het afgelopen jaar onder bijstandsniveau geleefd, omdat de curator geen voorlopige teruggave heeft aangevraagd. De aangiften inkomstenbelasting zijn tot op heden niet overgelegd.

De motivering van de beslissing:

De rechtbank stelt vast dat [schuldenaren], althans hun curator, niet naar behoren hebben voldaan aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende informatieplicht en bovenmatige nieuwe schulden hebben laten ontstaan. De rechtbank overweegt daartoe het navolgende.

Gebleken is dat [schuldenaren] de informatieplicht hebben geschonden, nu er vanaf juni 2013 geen financiële gegevens aan de bewindvoerder zijn overgelegd en de bewindvoerder, ondanks verzoeken daartoe, geen aangiften inkomstenbelasting heeft ontvangen. [schuldenaren] staan al vanaf 28 mei 2009 onder curatele. Het is derhalve aannemelijk dat [schuldenaren] niet in staat zijn om zelfstandig aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen te voldoen en dat zij hierbij hulp van de curator nodig hebben. Het had derhalve op de weg van de curator gelegen om de gevraagde stukken tijdig aan de bewindvoerder over te leggen. De rechter-commissaris heeft de curator daar bij brief van 21 mei 2013 ook nog uitdrukkelijk op gewezen. De curator heeft desondanks nagelaten de bewindvoerder tijdig te voorzien van financiële gegevens. Nu de schending van de informatieplicht naar het oordeel van de rechtbank niet te wijten is aan [schuldenaren], maar aan de curator, zal de rechtbank de schuldsaneringsregelingen niet tussentijds beëindigen op grond van artikel 350 derde lid onder c Faillissementswet.

Er echter ook sprake van een nieuwe schuld van € 3.581,00 aan het CJIB betreffende zeven boetes in verband met de 45-km auto. De curator heeft ter zitting verklaard dat hij niet weet of de nieuwe schuld voor einde van de looptijd van de schuldsaneringsregelingen kan worden ingelopen. Gelet hierop en het feit dat [schuldenaren] thans onder bijstandsniveau leven, dient de nieuwe schuld als bovenmatig te worden aangemerkt. De rechtbank zal de schuldsaneringsregelingen derhalve tussentijds beëindigen op grond van artikel 350 derde lid onder d Faillissementswet.

Hoewel niet ter beoordeling aan de rechtbank voorgelegd, merkt de rechtbank hierbij nog het volgende op. Naar het oordeel van de rechtbank had de curator zich (meer) moeten inspannen om een vrijwaringsbewijs van de 45-km auto te verkrijgen. Indien dit vrijwaringsbewijs immers eerder zou zijn verkregen, dan zou de nieuwe schuld van
€ 3.581,00 betreffende zeven door het CJIB opgelegde boetes niet zijn ontstaan, althans niet zo hoog zijn opgelopen. Uiteindelijk heeft [schuldenaar 1] zelf bewerkstelligd dat een vrijwaringsbewijs werd verkregen, zodat er thans geen nieuwe boetes meer worden opgelegd in verband met de 45-km auto. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het eigenlijk op de weg van de curator had gelegen om tijdig actie te ondernemen ten aanzien van de 45-km auto teneinde nieuwe schulden, zoals de thans openstaande boetes, te voorkomen.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de schuldsaneringsregelingen tussentijds beëindigen op grond van artikel 350 derde lid onder d Faillissementswet.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen.

Gebleken is dat er baten zijn om de vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Om die reden verkeren [schuldenaren] op grond van artikel 350 vijfde lid Faillissementswet in staat van faillissement zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.

De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregelingen;

- verstaat dat [schuldenaren] in staat van faillissement zullen verkeren zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en benoemt in het faillissement van [schuldenaren] tot rechter-commissaris mr. M.M. Verhoeven,

en tot curator mr. J.W.E.M. Engels-Jansen

Postbus 74

7680 AB Vroomshoop;

- geeft last aan de curator tot het openen van aan [schuldenaren] gerichte

brieven en telegrammen;

- stelt het salaris van de bewindvoerder vast op € 1.208,00 (exclusief de daarover

verschuldigde omzetbelasting), op welk bedrag de door de bewindvoerder bij wijze van voorschot opgenomen bedragen in mindering strekken, en brengt dit bedrag ten laste van de boedel.

Gewezen door mr. M.C. Bosch, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 oktober 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen. (Art. 351 jo 361 Fw)