Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3738

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
03-02-2014
Zaaknummer
C/08/147092 / HA ZA 13-711
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 431 lid 2 Rv. ‘Verkapte exequaturprocedure’.

Tenuitvoerlegging Russisch arrest van het Dertiende Arbitragehof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/147092 / HA ZA 13-711

datum vonnis: 11 december 2013 (fs )

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

de vennootschap naar Russisch recht

OOO « Центр сопровождения бизнесса «Линия защиты » “Het centrum van bedrijfsinformatie”,

gevestigd te Kaliningrad in de Russische Federatie,

eiseres,

advocaat: mr. I.K.M. Hoffmann te Enschede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Olviya Food B.V.,

gevestigd te Oldenzaal,

gedaagde,

niet verschenen.

Het procesverloop

Eiseres heeft gedaagde op 23 oktober 2013 tegen de zitting van 13 november 2013 gedagvaard.

Gedaagde is te dienende dage niet in rechte verschenen waarna tegen haar verstek is verleend.

Eiseres heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

Vervolgens heeft eiseres vonnis verzocht.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1.

Bij de dagvaarding zijn de wettelijke termijnen en formaliteiten in acht genomen.

2.

Bij dagvaarding vordert eiseres om gedaagde bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen overeenkomstig haar veroordeling bij arrest van

18 oktober 2011, gewezen door het Dertiende Arbitragehof van beroep van de Russische Federatie in de procedure met kenmerk A21-7839/2010, welk arrest een bekrachtiging is van het vonnis van 15 juni 2011 van het Arbitragehof in Kaliningrad in de procedure met kenmerkt A21-7839/2010, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten, met inbegrip van de nakosten.

3.

Nu geen verdrag bestaat tussen Nederland en de Russische Federatie op grond waarvan het Russische vonnis voor erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland in aanmerking komt, bewandelt eiseres de weg van artikel 431 lid 2 Rv. Volgens deze bepaling kan het geding opnieuw bij de Nederlandse rechter worden behandeld en afgedaan. In dat kader wordt evenwel aangenomen dat de rechter een behandeling ten gronde achterwege kan laten indien hij heeft vastgesteld dat het buitenlandse vonnis voldoet aan de eisen die het commune recht stelt aan erkenning; alsdan kan worden volstaan met veroordeling van de gedaagde tot datgene waartoe hij ook reeds bij het buitenlandse vonnis was veroordeeld. Deze benadering wordt ook wel de ‘verkapte exequaturprocedure’ genoemd.

4.

Ten aanzien van de erkenning van het Russische vonnis overweegt de rechtbank als volgt. Naar commuun Nederlands internationaal privaatrecht is de rechter in beginsel vrij in elk bijzonder geval te beoordelen of en in hoeverre aan een buitenlands vonnis gezag moet worden toegekend (vgl. HR 26 januari 1996, NJ 1997, 258). Daarbij geldt als uitgangspunt dat het vonnis wordt erkend indien is voldaan aan drie in de jurisprudentie ontwikkelde minimumvereisten (vgl. Gerechtshof ’s-Gravenhage 14 januari 1924, W 11150;

HR 14 november 1924, NJ 1925, 91). In de eerste plaats geldt het vereiste dat de buitenlandse rechter zijn internationale bevoegdheid heeft ontleend aan een internationaal algemeen aanvaarde bevoegdheidsgrond. In de tweede plaats dient het buitenlandse vonnis tot stand te zijn gekomen na een behoorlijke rechtspleging. In de derde plaats mag het buitenlandse vonnis niet in strijd zijn met de openbare orde.

5.

Als gesteld en niet betwist is komen vast te staan dat, ingevolge het in de tussen partijen gesloten overeenkomst opgenomen forumkeuzebeding, het Arbitragehof te Kaliningrad exclusief bevoegd was. Eiseres is rechtsgeldig opgeroepen voor de procedure voor dit Arbitragehof te Kaliningrad en heeft verweer gevoerd. Tegen het op 15 juni 2011 door dit Arbitragehof gewezen vonnis heeft gedaagde hoger beroep ingesteld. In het arrest van

18 oktober 2011 heeft het Dertiende Arbitragehof van beroep het vonnis van het Arbitragehof te Kaliningrad in hoger beroep bekrachtigd. Gelet hierop dient de Nederlandse rechter het Russische arrest te erkennen, tenzij aan de totstandkoming van het arrest geen behoorlijke rechtspleging vooraf is gegaan en erkenning in strijd zou komen met de Nederlandse openbare orde. Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake is, zodat het Russische arrest naar het oordeel van de rechtbank in Nederland kan worden erkend en een behandeling ten gronde achterwege kan blijven.

6.

Om tot veroordeling conform het Russische arrest te kunnen over gaan is vereist dat dit arrest in de Russische Federatie uitvoerbaar is ten tijde van de uitspraak van de Nederlandse rechter (uitvoerbaar in formele zin, vgl. HvJ EG 29 april 1999, C-267/97, NJ 2000, 477).

7.

Naar Russisch recht dient een tenuitvoerleggingsexploot ter zake van een vonnis of arrest als het onderhavige Russische arrest binnen een termijn van drie jaar na het van kracht worden van dat vonnis te worden gepresenteerd aan de deurwaarder ter fine van tenuitvoerlegging (artikel 14 van Federale Wet No. 119-FZ van 21 juli 1997, zoals nadien geamendeerd).

8.

Als voldoende gesteld en niet betwist staat in dit verband vast dat het Russische arrest van het Dertiende Arbitragehof van 18 oktober 2011 tussen partijen uitvoerbaar bij voorraad is en dat bij bevel van 17 november 2011 door het Arbitragehof te Kaliningrad een bevel tot uitvoering is gegeven voor de periode van drie jaar. De termijn om het Russische arrest aan de deurwaarder te presenteren ter fine van tenuitvoerlegging is derhalve nog niet verstreken, zodat het Russische arrest thans, ten tijde van het onderhavige vonnis, nog steeds uitvoerbaar is in de Russische Federatie.

9.

De vordering komt gelet op het vorenstaande niet onrechtmatig of ongegrond voor en kan daarom worden toegewezen met inachtneming van het navolgende.

10.

De kosten van betekening van een vonnis komen in beginsel als nakosten voor rekening van de veroordeelde partij. Hierbij geldt volgens de bepalingen van het liquidatietarief rechtbanken en hoven echter wel de voorwaarde dat de veroordeelde partij gedurende veertien dagen na een daartoe strekkende aanschrijving de mogelijkheid heeft gehad om vrijwillig aan het vonnis te voldoen. De gevraagde vergoeding van de kosten van betekening van het vonnis zal hierna dan ook worden toegewezen mits voornoemde termijn van veertien dagen in acht is genomen.

11.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

De beslissing

De rechtbank:

I. Veroordeelt gedaagde overeenkomstig het arrest van 18 oktober 2011, gewezen door het Dertiende Arbitragehof van beroep van de Russische Federatie in de procedure met kenmerk A21-7839/2010, welk arrest een bekrachtiging is van het vonnis van 15 juni 2011 van het Arbitragehof in Kaliningrad in de procedure met kenmerk A21-7839/2010 om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen hetgeen waartoe gedaagde bij dat arrest is veroordeeld.

II. Veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van eiseres begroot op € 3.802,71 aan verschotten en € 1.421,-- aan salaris van de advocaat.

III. Veroordeelt gedaagde in de nakosten van deze procedure ten bedrage van respectievelijk € 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening, indien en voor zover gedaagde niet binnen een termijn van veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan.

IV. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Lorist en op 11 december 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.