Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3540

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-12-2013
Datum publicatie
07-01-2014
Zaaknummer
C/08/147485 / KG ZA 13-403
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aan de vereisten voor het toewijzen van een geldvordering in kort geding is voldaan. De gevorderde hoofdsom van € 57.729,28 wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/147485 / KG ZA 13-403

datum vonnis: 12 december 2013 (s)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

verder te noemen [eiseres],

advocaat: mr. D. van Loon te Soest,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde].

1 Het procesverloop

1.1

[eiseres] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 28 november 2013. Ter zitting zijn verschenen: [eiseres], vergezeld door mr. Van Loon, en [gedaagde]. De standpunten zijn toegelicht. Mr. Van Loon heeft dat gedaan aan de hand van een pleitnota.

1.3

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De vaststaande feiten

2.1

Partijen hebben tot maart 2009 een affectieve relatie gehad.

2.2

[eiseres] is blijven wonen in de door partijen in 2004 aangekochte woning aan [adres] te [plaats]. Ten behoeve van koop en bouw van die woning hebben partijen een hypothecaire lening afgesloten bij Westland/Utrecht Hypotheek Bank N.V. ten bedrage van € 500.000,--, waarvoor partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn. De maandelijkse rentelast bedraagt € 2.645,83.

2.3

Bij gelegenheid van een comparitie van partijen op 27 januari 2011 hebben partijen een regeling met elkaar getroffen. Partijen zijn in deze regeling onder andere het volgende overeengekomen:

1. Partijen komen onder de hierna te melden voorwaarde overeen dat de woning aan de [adres] te [plaats] zal worden toegedeeld aan [eiseres]. [gedaagde] zal tegenover de bank, voor zover nodig, borg staan voor de nakoming van de hypotheekverplichtingen. De woning zal uiterlijk 1 juli 2011 worden overgedragen. De kosten van de notariële akte van overdracht zullen door partijen ieder voor de helft worden gedragen.

2. [gedaagde] zal aansprakelijk zijn voor de aflossing van het flexibel krediet dat loopt bij ABN Amro bank onder rekeningnummer [xxxx]. Partijen zullen de bank verzoeken [eiseres] te ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid met betrekking tot dit flexibel krediet.

3. (…)

4. Over de maand februari 2011 zal [gedaagde] aan [eiseres] een bedrag van 1.322,29 betalen als bijdrage in de hypotheekrente.

5. Vanaf 1 maart 2011 tot 1 juli 2011, of zoveel eerder als de woning aan [eiseres] zal zijn overgedragen, zal [gedaagde] aan [eiseres] een bedrag van € 1.322,29 per maand betalen aan partneralimentatie.

6. (…)

7. (…)

8. (…)

9. De hiervoor opgenomen beëindigingsregeling komt tot stand onder de volgende voorwaarde. Partijen zullen binnen een maand onderzoeken of financiering op de onder 1 genoemde manier mogelijk is en of de condities waaronder de bank bereid is in te stemmen met een borgstelling door [gedaagde] en de juridische consequenties van de borgstelling, voor partijen acceptabel zijn.

10. Het vorenstaande vormt één ondeelbaar geheel, met uitzondering van het onder 8 overeengekomene. (…)

11. (…)

12. (…)”

3 Standpunten van partijen

3.1

[eiseres] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling aan haar van € 57.729,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de verschuldigde termijn, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan die der algehele voldoening. Verder vordert [eiseres] veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2

Primair legt [eiseres] nakoming van de door partijen getroffen regeling van

27 januari 2011 aan deze vordering ten grondslag. In die regeling zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] maandelijks een bedrag van € 1.322,92 aan hypotheekrente en een bedrag van € 375,-- aan flexibel krediet aan [eiseres] zou betalen. Deze bedragen heeft [gedaagde] niet betaald zodat hij nu, aldus [eiseres], over een periode van 34 maanden een bedrag van

€ 57.729,28 aan [eiseres] verschuldigd is.

Subsidiair stelt [eiseres] dat [gedaagde] vanaf 1 februari 2011 de helft van de hypotheekrente ten bedrage van € 1.322,92 per maand en het bedrag van € 375,-- per maand terzake van flexibel krediet aan haar dient te betalen. Het gevorderde bedrag is in dat geval eveneens € 57.729,28.

3.3

[gedaagde] voert verweer. Hij voert aan dat er geen sprake kan zijn van nakoming van de regeling van 27 januari 2011. De woning aan de [adres] te [plaats] is niet vóór

1 juli 2011 aan [eiseres] overgedragen. [eiseres] heeft dit financieel niet rond gekregen. Op grond van punt 9 en 10 van de regeling van 27 januari 2011 is daardoor de gehele regeling vervallen.

Voorts voert [gedaagde] aan dat hij het door [eiseres] gevorderde bedrag weliswaar verschuldigd is, maar dat hij dit bedrag door zijn financiële situatie niet kan betalen.

4 De beoordeling

Toetsingskader

4.1

De vordering strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, bij afweging van belangen van partijen, aan toewijzing niet in de weg staat.

Spoedeisend belang

4.2

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] voldoende aannemelijk gemaakt een spoedeisend belang bij de onderhavige vorderingen te hebben. Dat er sprake is van een spoedeisend belang is ook niet door [gedaagde] betwist.

Aannemelijkheid van de vordering

4.3

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter gezamenlijk met beide partijen ten aanzien van het primair door [eiseres] gestelde het volgende geconstateerd. Nu de woning aan de [adres] te [plaats] niet vóór 1 juli 2011 aan [eiseres] is overgedragen, is aan de voorwaarde die aan de regeling van 27 januari 2011 is verbonden niet voldaan. Uit punt 9 en 10 van de betreffende regeling volgt dat daarmee de gehele regeling niet tot stand is gekomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep van [eiseres] op nakoming van deze regeling daarom niet kan slagen.

4.4

Ten aanzien van het subsidiair door [eiseres] gestelde overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Partijen hebben de woning aan de [adres] te [plaats] gezamenlijk in eigendom verkregen. Daarmee is er sprake van een gemeenschap in de zin van titel 7 van boek 3 Burgerlijk Wetboek (BW). Op grond van artikel

3:166 lid 2 BW zijn partijen ieder voor een gelijk aandeel in de woning gerechtigd, nu niet is gesteld of gebleken dat uit hun rechtsverhouding iets anders voortvloeit. Op grond van artikel 3:172 BW moeten deelgenoten naar evenredigheid van hun aandelen bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen die bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht, tenzij een regeling anders bepaalt. De voorzieningenrechter zal er vooralsnog vanuit gaan dat partijen ieder voor een gelijk deel aan de door hen aangegane hypotheekverplichtingen moeten voldoen.

4.5

Daar komt bij dat [gedaagde] ter terechtzitting heeft erkend dat hij de bedragen aan hypotheekrente en flexibel krediet aan [eiseres] verschuldigd is.

4.6

De voorzieningenrechter oordeelt dat het verweer van [gedaagde], dat hij niet in staat is om het door hem aan [eiseres] verschuldigde bedrag te betalen, niet af doet aan zijn verplichting dit bedrag te betalen.

4.7

De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat de vordering van [eiseres] voldoende aannemelijk is.

Restitutierisico

4.8

Door [gedaagde] is niet gesteld dat er sprake is van een risico van onmogelijkheid van terugbetaling door [eiseres].

4.9

Nu aan de vereisten voor het toewijzen van een geldvordering in kort geding is voldaan,

zal de voorzieningenrechter de gevorderde hoofdsom van € 57.729,28 toewijzen.

Wettelijke rente

4.10

[eiseres] vordert wettelijke rente vanaf de vervaldata van de verschuldigde termijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter stelt zij echter onvoldoende over deze data. Onduidelijk is gebleven vanaf welk moment wettelijke rente over welk bedrag betaald zou moeten worden. De voorzieningenrechter zal betaling van de wettelijke rente daarom slechts toewijzen vanaf de dag der dagvaarding, tot aan die der algehele voldoening.

Proceskosten

4.11

In de omstandigheid dat partijen een affectieve relatie hebben gehad, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 57.729,28 (zevenenvijftig duizend zevenhonderdnegenentwintig euro en achtentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, tot aan die der algehele voldoening;

II. compenseert de kosten van deze procedure aldus dat ieder de eigen kosten draagt;

III. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.E. Zweers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.