Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3494

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
23-12-2013
Zaaknummer
08.730846-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt man tot 4 weken celstraf wegens diefstal van een laptop uit de Media Markt in Zwolle. Diefstal, door twee of meer verenigde personen, Mediamarkt, camerabeelden, eigen waarneming door de rechtbank, herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - Meervoudige Kamer te Zwolle

Parketnummer: 08.730846-13 (P) en de van dit vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in de zaak met parketnummer 21-003263/10 / vi-nummer 99-000296-43

Uitspraak: 10 december 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.G. Vos, advocaat te Utrecht.

Als officier van justitie was aanwezig mr. P. de Jong.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 mei 2013 te gemeente Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Media Markt Zwolle (Maagjesbolwerk 44), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde omdat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat aangever [aangever] tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over de persoon bij wie verdachte de laptop in de tas zou hebben gestopt. Zo heeft aangever in zijn aangifte d.d. 22 mei 2013 verklaard dat op de bewakingsbeelden van de camera die in de winkel gericht staat op de stelling waar de PC’s staan uitgestald, te zien is dat persoon 1 (de man met bril die gekleed was in een jas met rode vlakken en een blauwe spijkerbroek) de weggenomen laptop in de tas stopt van persoon 2 (man, kaalhoofdig, fors postuur met zwarte kleding aan). In de door aangever opgestelde verklaring van 21 mei 2013 heeft aangever geschreven dat op de videobeelden te zien is dat de jongen met de roodzwart geblokte jas de laptop in de tas stopt van een van de twee dames die kennelijk in het gezelschap waren van de twee mannen.

Voors heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte niet op de foto’s, de zogenaamde stills, van de camerabeelden is te zien. De persoon die op de stills is te zien, heeft namelijk een ander, groter brilmontuur dan de bril die verdachte draagt. Bovendien draagt de persoon op de foto een jas met een roodzwart geblokte bovenkant terwijl verdachte volgens zijn verklaring niet in het bezit is van een dergelijke jas.

Voorts kent verdachte de groep van personen die op de camerabeelden is te zien niet en ontbreken camerabeelden waarop te zien is dat deze groep de diefstal heeft gepleegd, zo stelt de raadsman.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Uit de dossierstukken leidt de rechtbank af dat de stills van camerabeelden die op dossierpagina’s 26, 27 en 28 in het procesdossier zijn opgenomen de camerabeelden betreffen die op 14 mei 2013 omstreeks 15:49 uur in de Media Markt te Zwolle zijn gemaakt.

In de zittingszaal is een DVD, inhoudende voornoemde stills afgespeeld. De rechtbank heeft waargenomen dat op een tweetal stills (dossierpagina’s 26 en 27) een persoon is te zien wiens gezichtskenmerken, vorm van het hoofd en lichaamshouding, zozeer overeenkomen met die van verdachte, dat de rechtbank op basis van deze eigen waarneming vaststelt dat het verdachte is die op deze foto’s is te zien. De omstandigheid dat verdachte toentertijd een andere bril en jas droeg dan de bril en jas die hij ter terechtzitting heeft gedragen, doet hier niet aan af.

Op grond van deze eigen waarneming door de rechtbank, in samenhang met de verklaringen van aangever [aangever] en de herkenning van verdachte door verbalisant [verbalisant] als de persoon wiens beeltenis op de foto in het bestand van de politie overeenkomt met de persoon afgebeeld op de camerabeelden van de Media Markt van 14 mei 2013 in Zwolle, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 14 mei 2013 samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een laptop uit de Mediamarkt te Zwolle.

Ten aanzien van de door de raadsman van verdachte aangevoerde tegenstrijdigheid in de verklaringen van aangever [aangever] overweegt de rechtbank dat deze omstandigheid, wat hier ook van zij, aan een bewezenverklaring niet in de weg staat nu de verklaringen van aangever [aangever] geen enkel misverstand laten bestaan over de persoon die de laptop in de tas heeft gestopt. Dit betreft steeds één en dezelfde persoon, te weten de ter terechtzitting aanwezige verdachte, die volgens de eigen waarneming van de rechtbank dezelfde persoon is die staat afgebeeld op de op 14 mei 2013 gemaakte camerabeelden in de Media Markt in Zwolle.

De stelling dat verdachte de andere personen van de groep die op de camerabeelden van de Media Markt van 14 mei 2013 zijn afgebeeld, niet kent, vindt zijn weerlegging in de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 mei 2013 van de verbalisant [verbalisant], die in dat proces-verbaal gerelateerd heeft dat verdachte deel uitmaakt van een groep personen die zich bezighoudt met winkeldiefstallen. Naar aanleiding van de aanhouding op heterdaad van een tweetal verdachten van diefstal op 27 mei 2013 in de Media Markt in Zoetermeer heeft verbalisant een nader onderzoek ingesteld waaruit naar voren kwam dat op basis van de in het politie opsporingssysteem van beide verdachten aanwezige foto’s volgt dat beide in Zoetermeer aangehouden verdachten blijkens de op 14 mei 2013 in Zwolle gemaakte camerabeelden ook aanwezig waren bij de diefstal op 14 mei 2013 bij de Media Markt in Zwolle. Verder onderzoek van verbalisant [verbalisant] leverde op dat verdachte deel uitmaakte van die groep.

De stelling dat geen camerabeelden beschikbaar zijn waaruit rechtstreeks kan blijken dat de groep verdachten die op de camerabeelden is te zien, de ten laste gelegde diefstal heeft gepleegd, is op zichzelf juist maar staat aan een veroordeling van verdachte niet in de weg nu de rechtbank op grond van de gebezigde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht dat het verdachte is geweest die samen met in elk geval één andere persoon het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

De rechtbank zal hieronder de bewijsmiddelen die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten, weergeven1:

- Een proces verbaal van aangifte namens Media Markt Zwolle, inhoudende de door [aangever] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:2

Tussen dinsdag 14 mei 2013 te 15:49 uur en dinsdag 14 mei 2013 te 15:57 uur werd in de Media markt aan het Maagjesbolwerk 44 te Zwolle een winkeldiefstal gepleegd.

Op woensdag 15 mei 2013 werd ik door een medewerker ingelicht dat er een lege doos

was aangetroffen waarin een laptop had moeten zitten. Deze dozen zijn beveiligd met

een beveiligingsspin en die lag er geopend naast. Ik ben de bewakingsbeelden gaan

uitkijken die gericht staat op de stelling waar de PC’s staan uitgestald.

Ik zag de volgende personen bij de stelling staan, één van de personen doet duidelijke

handelingen om de veiligheidspin te openen.

Vervolgens wordt de laptop uit de doos gehaald en in de tas van een persoon gestopt.

Personen die zich bezig hielden met de diefstal.

1e persoon (man) met bril en jas met rode vlakken, blauwe spijkerbroek.

2e persoon (man) lengte 185, kaalhoofdig, fors postuur, zwarte kleding.

3e persoon (vrouw)170 lang, zwarte kleding.

4e persoon (vrouw)160 lang, zwarte kleding.

Op de beelden is te zien dat op dinsdag 14 mei 2013, omstreeks 15.49 uur, de bovengenoemde personen op de afdeling staan waar de lege doos is aangetroffen.

Persoon 1 pakt de laptop uit de doos en stopt deze in de tas (…) van persoon.

(…)

De handelingen zijn duidelijk te zien op de bewakingsbeelden en deze geef ik u mee op

DVD voor het onderzoek.

Hierbij werd een laptop, Sony Svs1312k3ew.N13 ter waarde van € 933,--weggenomen.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.”

- Een formulier aangifte winkeldiefstal opgesteld namens Media Markt Zwolle, inhoudende de door [aangever] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:3

Het afdelingshoofd van de afdeling computer (...) vertelde dat hij een lege doos heeft aangetroffen op de computerafdeling en dat er naast de lege doos een geopende beveiligingsspin lag. (…) Bij het uitlezen van de videobeelden zag ik twee dames met een grote zwarte handtassen en een Nederlands uiterlijk (…) en twee heren met een Marokkaans uiterlijk (…) een(…) brildragend met zwarte jas met roodzwart geblokte bovenkant. (…). Op de beelden is te zien dat op dinsdag 14 mei 2013 omstreeks 15:49 de 4 personen op de computerafdeling staan en kijken naar de laptops.(…) Er is op de beelden te zien dat de jongen met de roodzwart geblokte bovenkant jas de beveiligingsspin (…) van de laptopdoos verwijdert en de laptop uit de doos klaarlegt. In de tussentijd zijn de andere drie ook ter hoogte van de jongen die met de laptop bezig is. (…) als de laptop klaar ligt gaan de 4 personen van de afdeling af om vervolgens een minuut of 5 later terug te komen naar de afdeling waarbij de jongen met de roodzwart geblokte jas de laptop pakt en deze bij (…) die (…) de tas opent en naar de jongen toeloopt om hem de gelegenheid te geven om de inhoud van de laptop doos in de tas te stoppen. Ze lopen vervolgens met zijn vieren weg.

- Een proces verbaal van bevindingen, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant], zakelijk weergegeven: 4

Dinsdag 14 mei 2013 is er een winkeldiefstal gepleegd bij Media Markt Zwolle,

Maagjesbolwerk 44 te Zwolle. Bij deze winkeldiefstal waren vier personen betrokken

en het gestolen goed was een laptop.

Beveiliging Media Markt heeft hiervan aangifte gedaan en tevens bewakingsbeelden

beschikbaar gesteld.

De foto’s van de verdachten, zijn middels Media Markt—Saturn Holding Nederland

b.v. verspreid naar de Media Markt zaken in Nederland.

Maandag 27 mei 2013, werd mij verbalisant [verbalisant] middels een mail van de Media markt

kenbaar gemaakt dat er een heterdaad aanhouding is geweest van winkeldieven bij de

Media Markt vestiging gelegen aan de Burgemeester Van Leeuwenpassage 30 te

Zoetermeer. Tevens werd mij kenbaar gemaakt door Media Markt dat hierbij verdachten

aanwezig waren die ook verantwoordelijk waren voor de diefstal van de laptop in

Zwolle. Ik kreeg in de mail van de Media Markt de volgende namen toegespeeld van de

verdachten.

1e [naam 1], geboren [1981]

2e [naam 2], geboren [1991]

(…) Ik zag in het politie opsporingssysteem van de politie dat van beide genoemde personen officië1e politie foto’s aanwezig waren. Ik zag dat beiden (…) overeenkwamen met de verdachten die zich bezig hebben gehouden met de winkeldiefstal bij de Media Markt in Zwolle.

Ik ben verder gaan onderzoeken of genoemde personen uit een groep komen die zich

bezig houden met winkeldiefstallen. Ik zag de volgende naam genoteerd staan in een proces-verbaal. [verdachte] geboren [1989], hiervan was een foto in het politie

systeem. Ik herkende de persoon als zijnde de verdachte die de laptop beveiliging en deze in

een tas stopt (…).

- De waarneming van de rechters ter terechtzitting van 26 november 2013 dat het uiterlijk van de persoon die is afgebeeld op de foto’s/stills van de camerabeelden van de Media Markt d.d. 14 mei 2013 (dossierpagina 26 en 27) overeenkomt met het uiterlijk van verdachte.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij op 14 mei 2013 te Zwolle tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop, toebehorende aan Media Markt Zwolle (Maagjesbolwerk 44).

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Diefstal, door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezen verklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

STRAFBAARHEID van de VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd

een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van de strafeis geen standpunt ingenomen.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een laptop uit de Media Markt te Zwolle.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank ten nadele van verdachte rekening gehouden met de inhoud van een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 20 november 2013 waaruit blijkt dat verdachte zich vanaf 2005 schuldig heeft gemaakt aan een reeks van vermogensdelicten en laatstelijk, bij uitspraak van 1 juni 2011 door het gerechtshof Arnhem is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren wegens diefstal met geweld in vereniging gepleegd en medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Voorts heeft de rechtbank bij de strafoplegging ten nadele van verdachte rekening gehouden met de omstandigheid dat bij het bewezenverklaarde feit sprake is geweest van een geraffineerd samenwerkingsverband.

De rechtbank is, alles overziende, van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zoals door de officier van justitie is geëist noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling

Bij onherroepelijk geworden arrest van de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem van 1 juni 2011, parketnummer 21-003263-10, is verdachte onder meer veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren onvoorwaardelijk. Verdachte is, gelet op artikel 15 van het Wetboek van Strafrecht, op 14 februari 2013 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd, te weten 17 juni 2014, niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De voorwaardelijke invrijheidstelling is, evenals genoemde algemene voorwaarde, gebaseerd op het besluit voorwaardelijke invrijheidsstelling van 7 december 2012, welk besluit op 11 december 2012 aan veroordeelde in persoon is uitgereikt.

De officier van justitie heeft op 8 oktober 2013 een schriftelijke vordering bij de rechtbank ingediend die er toe strekt dat de rechtbank de aan verdachte verleende voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 487 dagen zal herroepen, nu verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit zoals tenlastegelegd in de onderhavige zaak. Deze vordering is op 9 oktober 2013 door de rechtbank ontvangen.

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden omdat de vordering niet onverwijld - als bedoeld in art. 15i lid 2 Sr - is ingediend.

De rechtbank stelt vast dat het proces-verbaal van politie betreffende het feit waarvoor veroordeelde thans wordt veroordeeld op 1 oktober 2013 is gesloten. Na binnenkomst van het proces-verbaal bij het parket, dient dat proces-verbaal vervolgens te worden beoordeeld en zo nodig aangevuld. Op grond van die beoordeling dient het openbaar ministerie een vervolgingsbeslissing te nemen. De rechtbank is van oordeel dat in het licht daarvan het indienen van de vordering op 8 oktober 2013 bepaald onverwijld kan worden genoemd. Het verweer van de raadsman tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie wordt dan ook verworpen. De verdediging heeft voorts betoogd dat het goed gaat met verdachte en heeft daarvoor verwezen naar het opgemaakte reclasseringsrapport van 19 november 2013. De verdediging heeft verzocht om daarmee rekening te houden.

Op grond van de bewezenverklaring zoals hierboven vermeld, is komen vast te staan dat veroordeelde zich gedurende de periode van de voorwaardelijke invrijheidstelling schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Gelet op het voorgaande kan de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling worden toegewezen. Anders dan de verdediging ziet de rechtbank in de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding om de vordering tot herroeping af te wijzen dan wel deze slechts gedeeltelijk toe te wijzen. Veroordeelde heeft kort na zijn voorwaardelijke invrijheidstelling gerecidiveerd. De vordering dient derhalve volledig te worden toegewezen.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikel 10, 15g, 15i en 15j van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.

Ten aanzien van de herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Wijst toe de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in de zaak met parketnummer 21-003263/10 / vi-nummer 99-000296-43.

Gelast dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten 487 dagen, alsnog moet worden ondergaan.

Aldus gewezen door mr. Y. Cenik, voorzitter, mrs. B.W.M. Hendriks en L.J.C. Hangx, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2013

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van de Regiopolitie IJsselland, onder dossiernummer PL04ZC 2013041417, opgemaakt op 1 oktober 2013.

2 Dossierpagina’s 4 tot en met 6.

3 Dossierpagina’s 7 tot en met 9.

4 Dossierpagina’s 12 en 13.