Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3420

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-12-2013
Datum publicatie
23-12-2013
Zaaknummer
08/950751-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft de medeverdachte, een 25-jarige man uit Amsterdam, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs vrijgesproken van de poging tot woningoverval. Hij is door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 167 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, wegens cocaïnebezit en het voorhanden hebben van een hagelgeweer. Zie ook ECLI:NL:RBOVE:2013:3366

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - Meervoudige Strafkamer te Zwolle

Parketnummer: 08/950751-13 (P)

Uitspraak: 19 december 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. O.E. de Jong, advocaat te Utrecht.

Als officier van justitie was aanwezig mr. M.C. Jongtien-Polfliet.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd – na wijziging en aanvulling ter terechtzitting van 5 december 2013 – dat:

1.

hij op of omstreeks 29 april 2013 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (toen 8 jaar oud) en/of [slachtoffer 3] (toen 6 jaar oud) te dwingen tot de afgifte van geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 4] en/of aan die [slachtoffer 2] en/of aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),

- zich naar/in de buurt van de woning van die [slachtoffer 1] ([adres]) heeft/hebben begeven en/of

- bij die woning heeft aangebeld en/of, nadat hij, verdachte, in die woning was toegelaten, onverhoeds een (geladen) pistool, althans een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (op borsthoogte) op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of deze vervolgens heeft doorgeladen en/of

- daarbij tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/gezegd: “Geld, geld, geld of ik schiet je voor je flikker”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- toen die [slachtoffer 1] op hem, verdachte, toe liep en/of probeerde dit pistool/wapen/voorwerp te pakken, met dit pistool/wapen/voorwerp, deze in diens (linker)been heeft geschoten en/of vervolgens naar boven is gelopen en/of

- dat pistool/wapen/voorwerp op die [slachtoffer 2] en/of op die [slachtoffer 3] (de dochtertjes van die [slachtoffer 1]) heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of die [slachtoffer 2] bij haar arm heeft vastgepakt en/of tegen die [slachtoffer 2] en/of tegen die [slachtoffer 3] heeft geroepen/gezegd: “Waar is het geld?” en/of “Geld” en/of heeft bevolen/gevraagd om de/een sleutel(s) van een kluis en/of kast, althans een of meer goederen aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af te geven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

EN/OF

hij op of omstreeks 29 april 2013 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 4] en/of aan [slachtoffer 2] (toen 8 jaar oud) en/of aan [slachtoffer 3] (toen 6 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellenen/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- zich naar/in de buurt van de woning van die [slachtoffer 1] ([adres]) heeft/hebben begeven en/of

- bij die woning heeft aangebeld en/of, nadat hij, verdachte, in die woning was toegelaten, onverhoeds een (geladen) pistool, althans een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (op borsthoogte) op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of deze vervolgens heeft doorgeladen en/of

- daarbij tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/gezegd: “Geld, geld, geld of ik schiet je voor je flikker”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- toen die [slachtoffer 1] op hem, verdachte, toe liep en/of probeerde dit pistool/wapen/voorwerp te pakken, met dit pistool/wapen/voorwerp, deze in diens (linker)been heeft geschoten en/of vervolgens naar boven is gelopen en/of

- dat pistool/wapen/voorwerp op die [slachtoffer 2] en/of op die [slachtoffer 3] (de dochtertjes van die [slachtoffer 1]) heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of die [slachtoffer 2] bij haar arm heeft vastgepakt en/of tegen die [slachtoffer 2] en/of tegen die [slachtoffer 3] heeft geroepen/gezegd: “Waar is het geld?” en/of “Geld” en/of heeft bevolen/gevraagd om de/een sleutel(s) van een kluis en/of kast, althans een of meer goederen aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) af te geven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

[medeverdachte] op of omstreeks 29 april 201 te Zwolle ter uitvoering van het door die [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (toen 8 jaar oud) en/of [slachtoffer 3] (toen 6 jaar oud) te dwingen tot de afgifte van geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 4] en/of aan die [slachtoffer 2] en/of aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of diens mededader(s),

- - zich naar/in de buurt van de woning van die [slachtoffer 1] ([adres]) heeft/hebben begeven en/of

- bij die woning heeft aangebeld en/of, nadat die [medeverdachte] in die woning was toegelaten, onverhoeds een (geladen) pistool, althans een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (op borsthoogte) op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of deze vervolgens heeft doorgeladen en/of

- daarbij tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/gezegd: “Geld, geld, geld of ik schiet je voor je flikker”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- toen die [slachtoffer 1] op die [medeverdachte] toe liep en/of probeerde dit pistool/wapen/voorwerp te pakken, met dit pistool/wapen/voorwerp, deze in diens (linker)been heeft geschoten en/of vervolgens naar boven is gelopen en/of

- dat pistool/wapen/voorwerp op die [slachtoffer 2] en/of op die [slachtoffer 3] (de dochtertjes van die [slachtoffer 1]) heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of die [slachtoffer 2] bij haar arm heeft vastgepakt en/of tegen die [slachtoffer 2] en/of tegen die [slachtoffer 3] heeft geroepen/gezegd: “Waar is geld?” en/of “Geld” en/of heeft bevolen/gevraagd om de/een sleutel(s) van een kluis en/of kast, althans een of meer goederen aan die [medeverdachte] en/of diens mededader(s) af te geven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

EN/OF

[medeverdachte] op of omstreeks 29 april 2013 te Zwolle ter uitvoering van het door die [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of aan [slachtoffer 4] en/of aan [slachtoffer 2] (toen 8 jaar oud) en/of aan [slachtoffer 3] (toen 6 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of diens mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]/of die [slachtoffer 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van diens mededader(s), althans alleen

- - zich naar/in de buurt van de woning van die [slachtoffer 1] ([adres]) heeft/hebben begeven en/of

- bij die woning heeft aangebeld en/of, nadat [medeverdachte] in die woning was toegelaten, onverhoeds een (geladen) pistool, althans een (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, (op borsthoogte) op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of deze vervolgens heeft doorgeladen en/of

- daarbij tegen die [slachtoffer 1] heeft geroepen/gezegd: “Geld, geld, geld of ik schiet je voor je flikker”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- toen die [slachtoffer 1] op die [medeverdachte] toe liep en/of probeerde dit pistool/wapen/voorwerp te pakken, met dit pistool/wapen/voorwerp, deze in diens (linker)been heeft geschoten en/of vervolgens naar boven is gelopen en/of

- dat pistool/wapen/voorwerp op die [slachtoffer 2] en/of op die [slachtoffer 3] (de dochtertjes van die [slachtoffer 1]) heeft gericht en/of gericht heeft gehouden en/of die [slachtoffer 2] bij haar arm heeft vastgepakt en/of tegen die [slachtoffer 2] en/of tegen die [slachtoffer 3] heeft geroepen/gezegd: “Waar is geld?” en/of “Geld” en/of heeft bevolen/gevraagd om de/een sleutel(s) van een kluis en/of kast, althans een of meer goederen aan die [medeverdachte] en/of diens mededader(s) af te geven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk(e) (poging(en) tot) misdrijf verdachte op of omstreeks 29 april 2013 te Almere en/of te Lunteren en/of te Zwolle en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk met een door hem, verdachte, bestuurde auto, die [medeverdachte] en/of diens mededader(s) op te halen en/of te vervoeren en/of die auto te parkeren in de directe omgeving van de woning van die [slachtoffer 1] en/of op de uitkijk te gaan en/of te blijven staan teneinde die [medeverdachte] en/of diens mededader(s) bij (mogelijk) gevaar of onraad te waarschuwen en/of te helpen ontsnappen en/of zich met een wapen naar die woning van [slachtoffer 1] te begeven en/of (vervolgens) bij die woning aan te bellen.

2.

hij op of omstreeks 22 juli 2013 te Almere een wapen van categorie II, te weten een gewijzigd (ingekort) dubbelloops hagelgeweer (serienummer 22120, kaliber 12), en/of munitie van categorie II, te weten twee/een voor dit wapen geschikte hagelpatro(o)n(en) (merk Gamebore), voorhanden heeft gehad.

hij op of omstreeks 22 juli 2013 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 15,03 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de bewezenverklaring gevorderd van hetgeen aan verdachte onder feit 2 en 3 ten laste is gelegd. Voor wat betreft hetgeen verdachte onder feit 1, primair en subsidiair, ten laste is gelegd heeft zij vrijspraak gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat hetgeen verdachte onder feit 1 ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Ten aanzien van hetgeen verdachte onder 2 en 3 ten laste is gelegd heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen1, het navolgende.

Met betrekking tot hetgeen verdachte onder 1 is ten laste gelegd

Met de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen hem onder 1 is ten laste gelegd.

Met betrekking tot hetgeen verdachte onder 2 is ten laste gelegd

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van feit 2 sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 22 juli 2013; 2

- het proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 4 juni 2013; 3

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting. 4

Met betrekking tot hetgeen verdachte onder 3 is ten laste gelegd

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van feit 3 sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 22 juli 2013; 5

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juli 2013; 6

- het NFI Rapport ‘Identificatie van drugs en precursoren’ d.d. 6 augustus 2013; 7

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting. 8

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

2.

hij op 22 juli 2013 te Almere een wapen van categorie II, te weten een gewijzigd (ingekort) dubbelloops hagelgeweer (serienummer 22120, kaliber 12), en munitie van categorie II, te weten twee voor dit wapen geschikte hagelpatronen (merk Gamebore), voorhanden heeft gehad.

hij op 22 juli 2013 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 15,03 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Feit 2

Met betrekking tot het wapen:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

Met betrekking tot de munitie:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

Feit 3

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet.

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

STRAFBAARHEID van de VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte periode.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat, nu hetgeen onder feit 1 (primair en subsidiair) ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, een aanzienlijk lagere straf dient te worden opgelegd. Hij heeft voorts betoogd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf

noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een

lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere

omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet

aanwezig.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een ingekort dubbelloops hagelgeweer en twee daarbij behorende hagelpatronen. Een dergelijk ingekort hagelgeweer maakt het mogelijk om dit vuurwapen niet, althans minder, zichtbaar bij zich te dragen. Het ongecontroleerde bezit van een op die manier bewerkt en gewijzigd vuurwapen brengt in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en veroorzaakt gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank heeft voorts bij de bepaling van de hoogte van de straf de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) als uitgangspunt genomen. Voor het voorhanden hebben van een geweer geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van harddrugs in de vorm van cocaïne. Cocaïne is een harddrug die onaanvaardbare risico’s met zich meebrengt op het gebied van de gezondheid, het verslavende effect daarvan en de openbare orde. Met betrekking tot dit laatste is het een feit van algemene bekendheid dat verslaafden in de regel vermogensdelicten plegen om in hun gebruik te kunnen voorzien.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank in strafverzwarende zin rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 17 september 2013, waaruit onder meer blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld ter zake van het bezit van harddrugs.

De oplegging van een straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] dient in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard nu de verdachte van het hem onder 1 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Beslissing

Het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

Het onder 2 en 3 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor is aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het onder 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 167 dagen.

De tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 30 dagen, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders zal gelasten, omdat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Schadevergoeding

Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 1]:

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. Y. Cenik, voorzitter, mr. F. Koster en mr. R.A.M. Elbers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.R.J. Aink als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2013.

Mr. Elbers is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van de Regiopolitie Oost Nederland, district IJsselland, onder dossiernummer 2013034820, opgemaakt op
23 september 2013.

2 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 22 juli 2013 opgemaakt door verbalisant [verbalisant], pag. 284 en 285.

3 Proces-verbaal onderzoek wapen d.d. 4 juni 2013, met aangehechte fotomap, pag. 228 tot en met 234.

4 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 5 december 2013.

5 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 22 juli 2013 opgemaakt door verbalisant [verbalisant], pag. 284 en 285.

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 juli 2013 opgemaakt door de verbalisanten [verbalisanten]
[verbalisanten], pag. 307 en 308.

7 Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut ‘Identificatie van drugs en precursoren’ d.d.
6 augustus 2013 opgemaakt door deskundige ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, pag. 309 en 310.

8 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 5 december 2013.