Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3374

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-12-2013
Datum publicatie
20-12-2013
Zaaknummer
2580870 EJ VERZ 13-7069
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van wijziging van omstandigheden. De aangevoerde gronden doen zich sedert oktober 2012 echter niet meer voor, zodat er geen aanleiding is

het verzoek toe te wijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2013-1012

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats

Zaaknummer : 2580870 EJ VERZ 13-7069 (HV)

Beschikking van de kantonrechter d.d. 19 december 2013 in de zaak van:

De besloten vennootschap

[eiseres]

statutair gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudende te [plaats]

verzoekster

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde: mr H.G.M. van Zutphen

advocaat te Almelo

tegen

[verweerder]

wonende te Hengelo (O)

verweerder

hierna te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr C. van Hout

juriste in dienst van DAS Rechtsbijstand te Arnhem

Gezien het op 28 november 2013 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken.

Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 12 december 2013.

Overweegt:

1.

Gebleken is dat het verzoek geen verband houdt met de in de wet bedoelde opzegverboden.

2.

[eiseres] verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op grond van een gewichtige reden, bestaande uit een wijziging van omstandigheden, welke met zich meebrengt dat er op zo kort mogelijke termijn een einde aan die arbeidsrelatie tussen partijen dient te komen.

3.

Die wijziging van omstandigheden zou er in gelegen zijn dat [verweerder], nadat hij een vaste aanstelling heeft gekregen, plotsklaps een geheel andere houding ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden aan de dag heeft gelegd dan voordien. Dit uitte zich onder meer in het geregeld te laat verschijnen op de werkvloer, het bellen en sms-en tijdens werk, het veelvuldig voor langere tijd verlaten van zijn werkplek, het veelvuldig ziekmelden en het onbereikbaar zijn tijdens ziekte.

4.

[verweerder] is geboren op [1975] en is op 1 juni 2012 bij [eiseres] in vaste dienst getreden, echter niet dan dat hij tevoren zeven maanden op detacheringsbasis bij [eiseres] heeft gewerkt en wel in de functie van lasser. Zijn salaris bedraagt € 2.661,-- per maand.

5.

De door [eiseres] genoemde en hiervoor opgesomde bezwaren tegen [verweerder] zijn onvoldoende gebleken. De direct leidinggevende van [verweerder] heeft ter terechtzitting verklaard dat het veelvuldig te laat komen dateert van voor oktober 2012 en dat hij daarna niet heeft gemerkt dat [verweerder] te laat op zijn werk is verscheen. Het thans opnoemen van die “klacht” komt tenminste niet sympathiek over.

Dit plaatst de overige gronden ook in een negatief daglicht, temeer nu [verweerder] met klem ontkent dat deze gronden zich hebben voorgedaan. Dit alles speelde immers volgens zijn zeggen in een periode dat het minder goed met hem ging, doch die periode is al meer dan een jaar geleden geëindigd.

6.

Wat er dan van het verzoekschrift overblijft is de algemene klacht dat [verweerder] niet de “drive” heeft waar [eiseres] op zit te wachten. Hij heeft niet het vuur voor de onderneming en denkt niet mee bij de uitvoering van de werkzaamheden.

Dergelijke oncontroleerbare uitingen van ongenoegen van werkgevers zijn zo ongrijpbaar dat deze, om te kunnen slagen, tenminste goed onderbouwd moeten zijn met feiten en/of controleerbare gesprekverslagen, maar daarvan blijkt evenmin voldoende.

7.

De kantonrechter kan met de beste wil van de wereld niet tot de conclusie komen dat er zich een grond voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst voordoet, zodat het verzoek het lot van afwijzing treft.

8.

Hoezeer de kantonrechter zich ook realiseert dat een afwijzing van het verzoek geen substantiële bijdrage aan een oplossing van het probleem levert, [eiseres] heeft tijdens de schorsing van de terechtzitting de kans gehad deze zaak buiten een beschikking van de kantonrechter om te regelen, doch daarin is zij niet geslaagd, ondanks ook toen al min of meer waarschuwende woorden van de kantonrechter tussen de regels door. Daarmee heeft zij een wissel op de te nemen beslissing genomen en deze gok pakt wellicht in de ogen van [eiseres] verkeerd uit.

Aan de andere kant kan de kantonrechter zich ook wel voorstellen dat [verweerder] zich geschoffeerd voelt omdat vooralsnog uit niets blijkt dat er een gegronde reden is voor de wens van [eiseres] de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

9.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden verwezen.

BESCHIKKENDE:

Wijst het verzoek af.

Verwijst [eiseres] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verweerder] begroot op € 400,-- wegens salaris van zijn gemachtigde.

Aldus gegeven te Enschede door mr H.R.K. Valk, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.