Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3317

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-12-2013
Datum publicatie
17-12-2013
Zaaknummer
Awb 13/1026
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2014:3848, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning verleend voor uitbreiden melkveehouderij met mestraffinage door middel van een AgriMoDEM; afstand tussen woning van eiser en de te bouwen AgriMoDEM is 350 meter; vanuit woning ook geen zicht op de AgrMoDEM; geen belanghebbende ook niet op basis van ruimtelijke uitstraling van het bouwplan.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 1:2, geldigheid: 2013-12-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

Registratienummer: Awb 13 / 1026

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

wonende te De Pol, eiser,

gemachtigde: mr. J.M. Smits, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer,

en

het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,

verweerder.

Derde belanghebbende: [naam] wonende te De Pol, vergunninghouder,

gemachtigde: mr. F.K.H. van Oostveen, werkzaam bij Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg.


Procesverloop

Bij besluit van 27 maart 2013 heeft verweerder aan Melkveebedrijf [naam] een omgevingsvergunning ingevolge de Wet algemeen bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verleend voor het uitbreiden van een melkveehouderij op de locatie [adres] te De Pol met mestraffinage door middel van een AgriMoDEM.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Het beroep is ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank van 18 november 2013 behandeld. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. J.M. Smits, voornoemd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Betzema en G.D. Klaren, medewerkers van de gemeente Steenwijkerland. Vergunninghouder [naam] is in persoon verschenen.

Overwegingen

In geschil is het bestreden besluit, waarbij verweerder een omgevingsvergunning heeft verleend voor het uitbreiden van een melkveebedrijf met mestraffinage door middel van

een AgriMoDEM. Dienaangaande overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank ziet zich – gelet op de inhoud van het bestreden besluit – in de eerste plaats ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser kan worden aangemerkt als belanghebbende bij

de verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) een voldoende objectief bepaalbaar, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.

Volgens vaste jurisprudentie van de ABRvS zijn bij de beoordeling van de vraag of iemand belanghebbend is bij een besluit als het onderhavige, bepalend de afstand tussen het woonperceel van eiser en het bouwplan en het al dan niet hebben van zicht op het bouwwerk. De rechtbank merkt in dit verband, met verwijzing naar de uitspraak van de ABRvS van

17 januari 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:AZ6399), op dat zowel het afstandscriterium als het zichtcriterium relatief zijn. Er is geen bepaalde afstand die de absolute grens vormt voor de kwalificatie van belanghebbende en iemand met zicht is niet altijd een belanghebbende. Het is een combinatie van zicht en afstand die maakt of iemand belanghebbende is, waarbij de mate van ruimtelijke uitstraling van werken en/of werkzaamheden waar de vergunning op ziet en de aard van de omgeving relevant zijn.

Eiser is woonachtig aan de [adres]te De Pol. Door verweerder is gesteld en door eiser is niet weersproken dat dit perceel ligt op een afstand van ruim 300 meter van het perceel [adres] waarop het melkveebedrijf van [naam] gevestigd. De afstand tussen de woning van eiser en de te bouwen AgriMoDEM is ca. 350 meter. Bij die afstand kan belanghebbend-heid niet zonder meer worden aangenomen. Van belang is of eiser zicht heeft op de AgriMoDEM. Het perceel van eiser grenst niet direct aan het perceel van vergunninghouder. Tussen de woning van eiser en het perceel van vergunninghouder liggen meerdere andere percelen en gebouwen. Eiser heeft vanuit zijn woning dan ook geen zicht op de AgriMoDEM.

Verder is de ruimtelijke uitstraling van het bouwplan op de omgeving van belang.

Het bouwplan betreft de bouw van een AgriMoDEM met een lengte van 14.00 meter,

een breedte van 3.20 meter en een hoogte van 4.80 meter. Gelet op deze afmetingen is

de ruimtelijke uitstraling van de AgriMoDEM naar het oordeel van de rechtbank niet dusdanig dat op basis daarvan belanghebbendheid van eiser kan worden aangenomen.

Dit geldt te meer nu uit de bouwtekeningen – die onderdeel uitmaken van het besluit –

blijkt dat het bouwwerk zal worden uitgevoerd in een donkergroene kleurstelling.

Bovendien zal de AgriMoDEM op het achtererf worden geplaatst en aan drie zijden worden omsloten door bestaande stallen en een silo, waardoor de AgriMoDEM voor een groot deel aan het zicht is onttrokken vanaf de openbare weg en de woningen in de omgeving, waaronder die van eiser.

Naar het oordeel van de rechtbank is voorts geen sprake van een grotere verkeersintensiteit als gevolg van het gebruik van de AgriMoDEM, welke er toe zou kunnen leiden dat eiser als belanghebbende moet worden aangemerkt. Eerder zal sprake zijn van afname van het aantal verkeersbewegingen, omdat de mest van eigen bedrijf niet te meer hoeft te worden afgevoerd en er geen extra mest of kunstmest hoeft te worden aangevoerd.

Eiser woont verder op een zodanig grote afstand van de inrichting dat het, gezien de aard en de omvang van de AgriMoDEM, niet aannemelijk is dat hij ter plaatse van zijn woning daarvan milieugevolgen, in de vorm van geluid- of geurhinder, zal ondervinden. Blijkens de vergunning zal de AgriMoDEM geen noemenswaardige bijdrage leveren aan de geluidbelasting van de inrichting. In het systeem zijn weliswaar pompen, roerwerken en een compressor aanwezig, doch deze zijn geïntegreerd in een geluidsgeïsoleerde ruimte, waardoor deze geen overlast buiten het systeem veroorzaken. Voorts is de AgriMoDEM een gesloten systeem waarin de mest wordt vergist met als tussenproducten biogas en digestaat (vergiste mest). Aan het biogas wordt de geurstof THT toegevoegd waarna het via een leiding kan worden geleverd aan het gasnet. De vergiste mest wordt gescheiden in hoogwaardige mineralenconcentraten die worden opgeslagen in silo’s welke op het bedrijf aanwezig zijn. De AgriMoDEM zal daarom niet of nauwelijks bijdragen aan de geurbelasting voor de omgeving.

Ten slotte heeft verweerder ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat gelet op de aard van de AgriMoDEM en de afstand van eisers woning tot de installatie geen sprake is van veiligheidsrisico’s op grond waarvan eiser als belanghebbende zou kunnen worden aangemerkt.

Blijkens het verhandelde ter zitting betreffen de bezwaren van eiser vooral een eventuele uitbreiding van het melkveebedrijf van vergunninghouder die de AgriMoDEM mogelijk maakt. Het melkveebedrijf van vergunninghouder beschikt op dit moment over 150 melkkoeien en bijbehorende jongvee, terwijl de AgriMoDEM een mestverwerkingscapaciteit heeft voor 200 melkkoeien. Dit is echter een toekomstige ontwikkeling waarop het bestreden besluit geen betrekking heeft en die daarom buiten het kader van de onderhavige procedure valt. Eiser kan die bezwaren te zijner tijd in het kader van de procedure tegen de omgevings-vergunning voor de bedrijfsuitbreiding naar voren brengen.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat eiser niet als belanghebbende bij de in geding zijnde omgevingsvergunning kan worden aangemerkt. Het beroep van eiser is daarom niet-ontvankelijk.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, en door hem en G. Kootstra als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.nl voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep.