Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3227

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-12-2013
Datum publicatie
13-12-2013
Zaaknummer
2395017 CV EXPL 13-9991
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedurende een lange reeks van jaren ontvangt eiseres klachten n.a.v. ernstige overlast veroorzaakt door gedaagden. Ondanks de vele instanties (zorginstellingen, gemeente, politie) die zich in de loop der jaren met het gezin bemoeit hebben, verandert het gedrag van het gedaagden niet. Zaak escaleert zodanig dat eiseres een buurtoverleg moet organiseren waarbij gemeente en politie aanwezig zijn. Dat resulteert in een kort geding waarbij eiseres vordert de huurovereenkomst te ontbinden, het gehuurde te ontruimen, een straatverbod wordt opgelegd e.e.a. onder verbeurte van een dwangsom. Vordering wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/31

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 2395017 CV EXPL 13-9991

Uitspraak : 12 december 2013

Vonnis in de zaak van:

De stichting

Stichting Mijande Wonen,

gevestigd te Weerselo (gemeente Dinkelland),

eisende partij, hierna ook wel Mijande te noemen,

gemachtigden: mr. R.F.A. Rorink en mevrouw mr. G.A.G. Warfman, advocaten te Enschede,

tegen

[gedaagde sub 1] en

[gedaagde sub 2],

beiden wonend te [woonplaats] (gemeente Dinkelland),

gedaagde partijen, hierna gezamenlijk in enkelvoud [gedaagde sub 1] te noemen,

gemachtigde: mr. D.G. Geerdink, advocaat te Oldenzaal.

1 De procedure

1.1

Mijande heeft bij dagvaarding een vordering ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en heeft daarvoor [gedaagde sub 1] opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.

1.2

Vooruitlopend op de mondelinge behandeling heeft Mijande aanvullende producties in het geding gebracht die op 17 oktober 2013 ter griffie zijn ontvangen. Op diezelfde dag zijn ter griffie ook een tweetal door mr. Geerdink in het geding gebrachte producties ontvangen.

1.3

De vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2013. Verschenen zijn Mijande, vertegenwoordig door mevrouw [A], consulent dorpskracht, bijgestaan door mrs. Rorink en Warfman, en [gedaagde sub 1] bijgestaan door mr. Geerdink.

1.4

Mijande heeft haar standpunten doen toelichten door mr. Rorink die daarbij gebruik heeft gemaakt van een pleitnota. Namens [gedaagde sub 1] heeft mr. Geerdink verweer gevoerd aan de hand van een pleitnotitie. Van hetgeen verder ter zitting is besproken is aantekening bijgehouden door de griffier.

1.5

De mondelinge behandeling is aangehouden tot 29 oktober 2013 om partijen de gelegenheid te geven mogelijkheden aan de - in beginsel - getroffen schikking, waarbij [gedaagde sub 1] de woning binnen vier weken zou verlaten, in welk geval Miijane enige vergoeding aan [gedaagde sub 1] zou verstrekken en de huurachterstand zou kwijtschelden, ook daadwerkelijk tot uitvoering zou (kunnen) komen.

1.6

Bij akte ter rolle van 29 oktober 2013 heeft Mijande verzocht de zaak met één week aan te houden.

1.7

Ter rolle van 5 november 2013 heeft Mijande een akte uitlating ingediend.

1.8

Na verkregen uitstel heeft [gedaagde sub 1], ter rolle van 19 november 2013, een akte tevens overlegging producties ingediend.

1.9

Op 28 november 2013 heeft de voortzetting van de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn Mijande, vertegenwoordigd door mevrouw [A], bijgestaan door mr. Rorink, en [gedaagde sub 1], bijgestaan door mr. Geerdink. Tevens zijn ter zitting gehoord mevrouw [W], als reclasseringsambtenaar betrokken bij [X] Westerhof, en mevrouw [B] van de sociale recherche Twente.

1.10

Van hetgeen verder ter zitting is besproken is aantekening bijgehouden door de griffier.

1.11

Vonnis is bepaald op heden.

2 de feiten

Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de navolgende feiten. Deze worden als vaststaand aangenomen omdat zij door één van partijen zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend, dan wel niet, of onvoldoende gemotiveerd, zijn bestreden.

2.1

[gedaagde sub 1] huurt sedert 17 juni 1994 van de rechtsvoorgangster van Mijande (Woningbouwvereniging St. Joseph) de woning aan de [adres] te [woonplaats]. [gedaagde sub 1] woont daar met zijn vrouw [gedaagde sub 2], en hun beider kinderen [X] en [Y].

2.2

Tussen het gezin [gedaagde sub 1] en de buurt, waaronder huurders van Mijande, zijn in de loop der jaren veel problemen ontstaan. Die problemen zouden bestaan uit onaangepast gedrag in de vorm van uitschelden, provoceren, intimideren en geluidsoverlast door [gedaagde sub 1].

2.3

Naar aanleiding van deze overlast en een huurachterstand, is door de rechtsvoorgangster van Mijande, Stichting Woonmaatschappij Dinkelborgh, in het kader van het Tweede Kansbeleid, een aanvulling op de huurovereenkomst gemaakt. Deze afspraken zijn neergelegd in de brief van Dinkelborgh van 21 april 2006, door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ondertekend, en omvatten de navolgende punten (prod. 3 bij dgv):

  1. U brengt uw financiële zaken onder bij de Stadsbank te Hengelo en u volgt de aanwijzingen van de Stadsbank strikt op;

  2. Vanaf heden zal de maandelijkse huurbetalingen stipt geschieden.

  3. U aanvaardt bemoeienis van de stichting Aveleijn, locatie Denekamp en u volgt ook hun aanwijzingen op; dit houdt in dat u moet meewerken aan een persoonlijkheidstest.

  4. Stichting woonmaatschappij Dinkelborgh wil deze aanpak na 2 jaar evalueren met de Stadsbank, Aveleijn en u en de bestaande huurachterstand tot dat tijdstip opschorten.

  5. Eventuele extra kosten die door de Stichting Aveleijn worden gemaakt, worden door stichting woonmaatschappij Dinkelborgh vergoed;

  6. Bij niet nakoming van de hierboven genoemde voorwaarden zal stichting woonmaatschappij Dinkelborgh alsnog ontbinding van huurcontract bij de rechter vragen.

2.4

In de jaren die volgen is het gezin [gedaagde sub 1] veelvuldig besproken in het zogenoemde Vangnetoverleg tussen de gemeente Dinkelland, de Regiopolitie, stichting Aveleijn en het Vangnet Zorg Dinkelland. Bij het Vangnet Zorg Dinkelland zijn betrokken maatschappelijk werk en Dinkelborgh/Mijande Wonen. In de loop van 2007 is ook de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld, waarbij [X] en [Y] onder toezicht zijn gesteld van de William Schrikker Groep.

2.5

In juni 2009 is de aangepaste huurovereenkomst onder dezelfde voorwaarden verlengd met twee jaar. De verlenging werd toegezegd omdat de situatie zorgelijk bleef en met name de beide kinderen behoefte hadden aan duidelijke begeleiding.

2.6

Per 1 september 2009 heeft Aveleijn haar begeleiding gestopt omdat zij geen basis meer zag voor een gezonde wijze van samenwerken.

2.7

Als gevolg van het stopzetten van hulpverlening door Aveleijn, voltrok zich de situatie als bedoeld onder punt 6 van de aanvullende huurvoorwaarden. Bij brief van 2 september 2009 (prod. 7 bij dgv) heeft Dinkelborgh de huurovereenkomst opgezegd en is de huurachterstand ten bedrage van € 1.412,19, na verrekening met het servicepakket, opeisbaar geworden. De achterstand is nooit betaald.

2.8

Ondanks begeleiding van de kinderen door de William Schrikker Groep bleef de woonomgeving veel overlast ondervinden. Sedert begin juni 2010 werd de buurt veelvuldig geteisterd door vernielingen aan auto’s. Een buurman die in verband daarmee een camera in zijn woning had geplaatst, wist vast te leggen dat [X] de autoradioantenne van één van de auto’s “meenam”. In de weken daarna werd de bewuste buurman regelmatig bedreigd door [X] en kreeg hij verwensingen naar zijn hoofd geslingerd. [X] heeft hiervoor een taakstraf gekregen.

2.9

Bij brief van 27 oktober 2010 (productie 8 bij dgv) heeft Mijande [gedaagde sub 1] gesommeerd de overlast te staken en [gedaagde sub 1] gewezen op zijn verantwoordelijkheid voor het gedrag van zijn zoon [X]. Daarnaast hebben de directeur van Mijande, de teamchef van de politie Dinkelland en de burgemeester van de gemeente Dinkelland een ernstig gesprek gevoerd met de familie [gedaagde sub 1]. De inhoud van dit gesprek is vastgelegd in een brief d.d. 21 december 2010 (prod. 9 bij dgv) van de burgemeester aan de officier van justitie. De brief is in kopie gezonden aan [gedaagde sub 1]. In deze brief staat onder meer:

“(…) dat er voor hen thans twee wegen open staan. Of de familie voegt zich naar de normen die in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk zijn, of de overheden en instellingen, waaronder Woningcorporatie Mijande, zien zich genoodzaakt repressieve maatregelen te treffen. Zo heeft Mijande de familie bericht; “Mocht onverhoopt sprake zijn van nieuwe ernstige overlastmeldingen, dan zal ik u ogenblikkelijk in kort geding dagvaarden teneinde ontruiming van de door u gehuurde woning te bewerkstelligen, (…).”

2.10

In 2013 is de situatie verder geëscaleerd en wel zodanig dat Mijande gemeend heeft een buurtoverleg te moeten organiseren waarbij ook de regiopolitie en de gemeente aanwezig waren. De omwonenden hebben er bij Mijande op aangedrongen om het nodige te ondernemen tegen [gedaagde sub 1].

3 het geschil

3.1

de vordering

Mijande vordert, bij vonnis in kort geding, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. gedaagden te veroordelen om (na wijziging) één maand na betekening van het ten deze te wijzen vonnis de woning staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen en deze ontruimd te houden, met machtiging aan Mijande om, indien gedaagden in gebreke blijven aan hun verplichtingen voortvloeiende uit dit vonnis te voldoen, de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen op kosten van gedaagden;

  2. gedaagden te verbieden zich binnen een straal van 500 meter, althans binnen een in goede justitie te bepalen straal, van de [adres] te [woonplaats] te bevinden;

  3. gedaagden ten aanzien van de veroordeling onder punt 2 een dwangsom op te leggen, door gedaagden aan eiseres te verbeuren ter grootte van € 1.000,-- per dag – een gedeelte van een dag te zien als een dag – (althans een in goede justitie te bepalen bedrag) waarop gedaagden na betekening van dit vonnis in gebreke blijven aan hun verplichtingen voortvloeiende uit dit vonnis te voldoen;

  4. gedaagden, hoofdelijk, te veroordelen in de kosten van dit geding.

Aangevoerd wordt dat op grond van de van buurtbewoners, waaronder huurders van Mijande, over een reeks van jaren ontvangen klachten, vastgesteld moet worden dat sprake is van ernstig en langdurig overlast. [gedaagde sub 1] en zijn gezinsleden schieten toerekenbaar tekort in hun verplichtingen als bedoeld in artikel 7:213 BW. De tekortkomingen zijn ernstig en kunnen niet meer ongedaan worden gemaakt. Daartegenover staat dat de verplichting van Mijande haar huurders het ongestoord huurgenot te verschaffen. De kwestie is spoedeisend nu [gedaagde sub 1] en zijn gezinsleden, ondanks de bemoeienis van diverse zorginstellingen, politie, gemeente Dinkelland en Vangnet Zorg Dinkelland, hun gedrag niet veranderen.

Mijande is bereid haar medewerking te verlenen aan het Meldpunt Woonkans en het Cimot, mits [gedaagde sub 1] zich laat begeleiden door, bij voorbeeld, mevrouw [B] die door de gemeente Dinkelland, als deskundige op het gebied van multi probleem gezinnen, is ingehuurd. Tot nu toe weigert het gezin [gedaagde sub 1] echter iedere vorm van hulpverlening.

Mijande is tevens bereid een verhuiskostenvergoeding minus de huurachterstand aan [gedaagde sub 1] toe te kennen.

3.2

het verweer

[gedaagde sub 1] concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Mijande in de kosten van de procedure.

Er zijn onvoldoende redenen om het gezin [gedaagde sub 1] uit de woning te zetten. [gedaagde sub 1] beschikt nog niet over een andere passende woning en een ontruiming binnen 48 uur na betekening van het te wijzen vonnis, betekent dat het gezin [gedaagde sub 1] met twee minder begaafde kinderen op straat komt te staan. Ook voor het opleggen van een straatverbod is geen reden nu de klachten met name zien op het gedrag van de zwakbegaafde [X]. Van het gestelde inrijden op en het beledigen van mevrouw [L] door [X] in juni 2013, en het leksteken van de autobanden van [N] en het beledigen van [N], eveneens in juni 2013 is echter niets gebleken. Althans, die onderdelen van de vordering tot inbewaringstelling zijn door de rechter-commissaris afgewezen. Wat van de beschuldigingen is overgebleven is het verwijt dat [X] stoeptegels van [N] heeft weggenomen. De tegels zijn inmiddels teruggegeven.

Gegeven de situatie mag [gedaagde sub 1] verwachten dat Mijande hem en zijn gezin een andere woning en een verhuiskostenvergoeding aanbiedt. Zonder hulp zullen zij nooit een andere woning kunnen vinden, mede gelet op hetgeen over de familie in de media is geschreven. [gedaagde sub 1] is bereid in goed overleg vrijwillig uit de woning te vertrekken.

4 De beoordeling

Vooropgesteld dient te worden dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan aanleiding is, indien op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk is dat in een bodemprocedure de beslissing gelijkluidend zal zijn.

Naar oordeel van de kantonrechter is uit de in het geding gebrachte stukken, alsmede hetgeen op beide zittingen is besproken, voldoende komen vast te staan dat [gedaagde sub 1] in de buurt een dusdanige mate van overlast veroorzaakt dat, de huurachterstand noch daargelaten, sprake is van een ernstig tekortschieten van [gedaagde sub 1] in zijn verplichtingen als goed huurder.

Dat brengt met zich dat Mijande in redelijkheid ontruiming van de woning kan vorderen. Meander heeft, met behulp van de gemeente die enkel land en inzet van de politie langdurig en meer dan voldoende geduld betracht.

[gedaagde sub 1] heeft (één van) de laatste incidenten welke hem worden verweten betwist. Wat daar ook van zij, ook zonder het incident is er sprake van een ernstig tekortschieten van [gedaagde sub 1] als huurder, welk tekortschieten naar verwachting in een bodemprocedure zal leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst. Onder die omstandigheden is de gevorderde ontruiming gerechtvaardigd. Het geduld dat Mijande met [gedaagde sub 1] heeft betracht, kan niet, anders dan door, althans namens [gedaagde sub 1] is betoogd, tegen haar worden gebruikt in die zin dat zij daarmee haar recht om ontruiming op korte termijn te vorderen, zou hebben verspeeld.

Gelet op de tekortkomingen aan de zijde van [gedaagde sub 1], zal de kantonrechter de gevorderde ontruiming toewijzen op een termijn van zes weken na betekening van dit vonnis.

Ook het gevorderde verbod voor [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om zich binnen een straal van 500 m binnen de [adres] te [woonplaats] te bevinden zal worden toegewezen vanaf zes weken na betekening van dit vonnis, waarbij de kantonrechter een dwangsom zal opleggen van € 100,-- per dag, en gedeelte van een dag daaronder begrepen dat gedaagde na betekening van dit vonnis zich niet aan dit verbod houden, met een maximum van € 1000,--.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de kosten van de procedure worden veroordeeld

Rechtdoende in kort geding:

I Veroordeelt gedaagden om binnen zes weken na betekening van dit vonnis de woning staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen, en deze ontruimd te houden, met machtiging aan Mijande Wonen om, wanneer gedaagden in gebreke blijven aan hun verplichtingen voortvloeiende uit dit vonnis te voldoen, de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen op kosten van gedaagden.

II Verbied gedaagden zich binnen een straal van 500 meter van de [adres] te [woonplaats] te bevinden te rekenen vanaf zes weken na betekening van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 100,-- per dag, een gedeelde van een dag daaronder begrepen, wanneer gedaagden, na betekening van dit vonnis, zich niet aan dit verbod houden, zulks met een maximum van € 1.000,--.

III Veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van Mijande begroot op € 208,76 wegens verschotten en op € 400,-- wegens het salaris van de gemachtigde. 

II Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

V Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. E.W. de Groot, kantonrechter, en op

12 december 2013 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.