Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3200

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-12-2013
Datum publicatie
12-12-2013
Zaaknummer
08/770114-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige (stief)(achter)kleinkinderen. Schakelbewijs. Verdachte kan het zich niet herinneren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Sector Strafrecht - meervoudige kamer

Parketnummer: 08/770114-13

Uitspraak: 12 december 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], aan de [adres].

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 november 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H.W. Bongers, advocaat te Ommen.

Als officier van justitie was aanwezig mr. C.C.S. Bordenga-Koppes.

TENLASTELEGGING

De verdachte is – na wijzigingen van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012

tot en met 21 november 2012 in de gemeente Zwolle met (zijn, minderjarige (stief) achterkleindochter), [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag] 2006), die

toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt buiten echt,

een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit:

- het met zijn hand(en) en/of vinger(s) (al dan niet over de kleren

heen) wrijven en/of strelen en/of kloppen en/of betasten over/op/van de

schaamstreek en/of vagina en/of billen en/of rug en/of buik van die [slachtoffer 1]

en/of

- het (al dan niet over zijn kleren heen) leggen van een/de hand(en) van die

[slachtoffer 1] op zijn penis en/of het (al dan niet over de kleren heen) over/aan zijn

penis laten wrijven en/of strelen en/of voelen en/of betasten door die [slachtoffer 1],

terwijl die [slachtoffer 1] (telkens) aan zijn, verdachtes, zorg en/of opvoeding

en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

art 247 Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2012

tot en met en 21 november 2012 in de gemeente Zwolle (telkens) ontucht heeft

gepleegd met zijn minderjarig (stief)achterkleindochter en/of de aan zijn zorg en/of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag]

[geboortedag] 2006), bestaande die ontucht hierin dat hij, verdachte:

- die [slachtoffer 1] met zijn hand(en) en/of vinger(s) (al dan niet over de kleren

heen) over/op de schaamstreek en/of vagina en/of billen en/of rug en/of buik

heeft gewreven en/of gestreeld en/of geklopt en/of betast en/of

- de hand(en) van die [slachtoffer 1] (al dan niet over zijn kleren heen) op zijn penis

heeft gelegd en/of die [slachtoffer 1] (over/aan) zijn penis heeft laten wrijven en/of

strelen en/of voelen en/of betasten;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 21 november 2012 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, en/of in de

gemeente Zwolle, althans (elders) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag] 1997), die toen de leeftijd van zestien jaren nog

niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, bestaande uit:

- het steken en/of duwen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2], althans het geven van een tongzoen aan die [slachtoffer 2];

art 247 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2011 tot en met 21 november 2012 in de gemeente(n) Dalfsen en/of Raalte en/of

Zwolle, althans (elders) in Nederland en/of Duitsland, (telkens) met [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3] (geboren op [geboortedag] 1999), die toen de leeftijd van zestien jaren

nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, bestaande uit:

- het steken en/of duwen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3], althans het geven van een tongzoen aan die [slachtoffer 3] en/of

- het knijpen in een/de bil(len) van die [slachtoffer 3] en/of

- het drukken en/of duwen van zijn, verdachtes, geslachtsdeel, althans

schaamstreek, tegen het geslachtsdeel, althans schaamstreek, van die [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3] en/of

- het betasten van en/of voelen aan het geslachtsdeel, althans de

schaamstreek, van die [slachtoffer 3];

art 247 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2011 tot en met 21 november 2012 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen en/of in de

gemeente Zwolle, althans (elders) in Nederland, met (zijn, verdachtes (stief)kleinzoon), [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedag] 2001), die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt buiten echt,

een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit:

- het steken en/of duwen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 4]

[slachtoffer 4], althans het geven van een tongzoen aan die [slachtoffer 4],

terwijl die [slachtoffer 4] (telkens) aan zijn, verdachtes, zorg en/of opvoeding

en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

art 247 Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 21 november 2012 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen en/of in de

gemeente Zwolle, althans (elders) in Nederland, (telkens) ontucht heeft

gepleegd met zijn minderjarige (stief)kleinzoon en/of de aan zijn zorg en/of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedag]

2001), immers heeft hij, verdachte:

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer 4] gestoken en/of geduwd, althans die

[slachtoffer 4] een tongzoen gegeven;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 21 november 2012 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, en/of in de

gemeente Zwolle, althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer 5] (geboren

op [geboortedag] 2001), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande

uit:

- het voelen aan en/of betasten van en/of het (met (een) vinger(s)) draaien

van een rondje om een/de tepel(s) van die [slachtoffer 5] en/of

- het laten zien en/of tonen van zijn, verdachtes, piemel aan die [slachtoffer 5],

en/of (vervolgens) pakken van een/de hand(en) van die [slachtoffer 5] en zeggen:

'Voel eens', althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- het drukken/duwen van zijn, verdachtes, piemel en/of schaamstreek, althans

(onder)lichaam, tegen de billen, althans het lichaam, van die [slachtoffer 5]

- het steken en/of duwen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 5]

[slachtoffer 5], althans het geven van een tongzoen aan die [slachtoffer 5];

- het (al dan niet over de kleren heen) voelen aan en/of betasten/aanraken van

de piemel van die [slachtoffer 5],

terwijl die [slachtoffer 5] (telkens) aan zijn, verdachtes, zorg en/of opvoeding

en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

art 247 Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 5 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 21 november 2012 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, en/of in de

gemeente Zwolle, althans (elders) in Nederland, (telkens) ontucht heeft

gepleegd met zijn minderjarige (stief)kleinzoon en/of de aan zijn zorg en/of

waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedag]

2001), immers heeft hij, verdachte:

- (aan) een/de tepel(s) van die [slachtoffer 5] gevoeld en/of betast en/of (met

een vinger(s)) een rondje om een/de tepel(s) van die [slachtoffer 5] gedraaid en/of

- zijn piemel aan die [slachtoffer 5] laten zien en/of getoond en/of (vervolgens)

een/de hand(en) van die [slachtoffer 5] gepakt en gezegd: 'Voel eens', althans

woorden van gelijke aard of strekking, en/of

- zijn piemel en/of schaamstreek, althans (onder)lichaam, tegen de billen,

althans het lichaam, van die [slachtoffer 5] gedrukt en/of geduwd en/of

- zijn tong in de mond van die [slachtoffer 5] gestoken en/of geduwd, althans die

[slachtoffer 5] een tongzoen gegeven en/of

- (al dan niet over de kleren heen) de piemel van die [slachtoffer 5] bevoeld

en/of betast en/of aangeraakt;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 primair – met partieel vrijspraak ten aanzien van het tonen van zijn piemel en het betasten van de piemel van [slachtoffer 5] – ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten, met uitzondering van hetgeen onder 1 ten laste is gelegd, omdat een enkele verklaring van het slachtoffer met een ontkennende verdachte zonder aanvullend bewijs onvoldoende is om tot een veroordeling te komen.

Het oordeel van de rechtbank1

Feit 1

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen, het navolgende.

Bewijsmiddelen

Aangever [moeder slachtoffer 1] heeft onder meer het volgende verklaard:

Ons gezin bestaat uit mijzelf (…) mijn dochter [slachtoffer 1], 5 jaar oud (…)

(V: Tegen wie wilt u aangifte doen?)
[verdachte]
(V: Wat is deze man van u?)
Een stiefopa, hij is de vriend van mijn oma. (…)

(V: Waar wilt u aangifte van doen?)
A: Ik wil aangifte doen van het feit dat [verdachte] mijn dochter onzedelijk betast heeft. (…) Hij heeft haar daar betast en hij heeft ook met haar hand over zijn eigen genitaliën gewreven. Woensdag 21 november 2012 hebben [verdachte] en oma de gehele dag bij mij thuis opgepast. Zij waren er vanaf 09.30 uur ’s ochtends (…). [vader slachtoffer 1], [verdachte] en [slachtoffer 1] waren aan het ravotten. [verdachte] deed toen [slachtoffer 1] heel zeer. Hij greep haar met één hand bij haar middel en één hand op haar been en wilde haar als het ware weggooien in de richting van mijn man [vader slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] reageerde toen op een vreemde manier. Ze ging namelijk achter de bank zitten en ze toonde geen emotie (…) oma en [verdachte] uitgezwaaid. (…) Ineens draaide [slachtoffer 1] zich om en zei tegen [vader slachtoffer 1]: oh ja, ome [verdachte] zei nog, als hij de volgende keer weer komt oppassen moest ik een rokje aan doen. (…) [vader slachtoffer 1] zei tegen mij: je moet even met [slachtoffer 1] praten, want er is iets niet goed. Hij heeft bij [slachtoffer 1] dit gedaan. [vader slachtoffer 1] wreef hierbij met zijn handen over zijn lies en binnenzijde bovenbenen. Ik ben toen de slaapkamer van [slachtoffer 1] ingelopen (…). Ik ben op mijn knieën bij [slachtoffer 1] gaan zitten en ik heb haar gevraagd: wat is er allemaal aan de hand meisje? Waarom moest je van ome [verdachte] dan een rokje aan? [slachtoffer 1] vertelde toen dat ze eigenlijk een beetje boos was op ome [verdachte]. Ik heb haar toen gevraagd: waarom dan? [slachtoffer 1] trok toen haar beentjes op en ze legde haar hand in haar kruis. Hierbij zei ze: ome [verdachte] heeft mij op mijn poesje gewreven. Ze maakte hierbij een wrijvende beweging, ze deed het als het ware voor wat ome [verdachte] bij haar had gedaan. Ik zei toen tegen [slachtoffer 1]: dat is niet zo netjes. Nee, zei [slachtoffer 1], en het deed mij ook zeer. Ik heb toen gezegd: mag ik er even naar kijken? Ik heb toen gekeken naar haar billen en haar poesje. Het was wat rood maar het was niet beschadigd. (…) [slachtoffer 1] vertelde mij ook nog dat toen hij dit bij haar aan het doen was ze gezegd had: stop hou op, ik wil dit niet. [verdachte] had toen tegen [slachtoffer 1] gezegd: het wordt vanzelf wel lekker, je mag het niet zeggen, want in Nieuwleusen krijg je daar een bekeuring voor. (…) Oma zei tegen [verdachte]: wat heb jij met die kleine kinderen gedaan? (…) [verdachte] greep toen naar zijn hoofd, begon te huilen en zei: ik ben ziek in mijn hoofd. Ik heb [verdachte] zeker tien keer horen zeggen dat hij ziek in zijn hoofd was (…). [verdachte] gaf aan dat hij er niets aan kon doen en dat het hem ook is overkomen. (…)

(V: heeft [verdachte] nog specifiekere dingen benoemd?)
Ja, ik zat met haar achter de computer. Mijn hand ging tussen haar benen zonder dat ik dat zelf wou. Ik kan er niets aan doen (…).

[slachtoffer 1] zei (…) de vorige keer dat oma en [verdachte] hebben opgepast, dit was 24 oktober 2012, heeft hij het ook gedaan en moest ik ook bij hem over zijn plasser heen wrijven. (…)2

[slachtoffer 1], geboren op [geboortedag] 2006, heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

(Verbalisant: Ome [verdachte]. En wat kom jij over oom [verdachte] vertellen?)
Uhm, hij had hier gezeten. (…) een kruis. Zo noem ik dat. (…) Met zijn hand. (…) En hij pakte ook mijn hand en legde die op zijn plasser. (…) Want we zaten achter de computer, zat ik een spelletje te doen. Met hem. (…) Was met zijn hand, want ik zat zo bij hem op schoot, gewoon met mijn billen zo, en toen ging die met zijn hand zo. (…) Over mijn kleren. (…) En hij ging toen ook nog met zijn hand in mijn onderbroek en toen bij mijn billen wrijven.
(Verbalisant: Oké, en was dat dezelfde keer, of was dat een andere keer? Dat hij bij je billen zat?
Bij de eerste keer. (…)
(Verbalisant: Bij de eerste keer. Maar hoe vaak is dit gebeurd dan? Dat hij met zijn hand in jouw kruis heeft gezeten?)
Uh wel een paar keer, maar ik weet niet zo goed hoeveel keer. (…) Zaten gewoon thuis op een stoel en gingen een spelletje doen. (…) In de wagen. (…) Bij mij thuis. (…) hij deed het onder de tafel. (…) Met zijn ene hand was die bij mij een beetje aan het helpen en met zijn andere hand zat hij bij mij hier (…) bij mijn kruis. (…) over mijn kleren. (…) En ik zei ook al de hele tijd “stop hou op!” en hij bleef maar door gaan. (…) “Vind je toch zo lekker?” en toe zei ik “nee”. En hij bleef maar doorgaan. (…)

(Verbalisant: Oké, hé en je hebt mij verteld dat hij ook met zijn hand in je onderbroek zat, en hoe deed hij dat dan?)

Gewoon hier er in. (…) Aan de achterkant. (…) ging die daar kriebelen. (…) Gewoon uhm, hier een aan de zijkant een beetje. (…) (slaat met linkerhand op de zijkant van haar linkerbil).

(Verbalisant: (…) En hoe vaak heeft hij met zijn hand aan je billen gezeten?)
Uh één keer.
(Verbalisant: (…) en hoe vaak heeft hij met zijn hand over je kruis gezeten?)
Heel veel keren. (…) Hij pakte gewoon zo mijn hand en dat legde die daar neer, op zijn plasser. (…) gewoon zijn broek. (…) Niet fijn. (…) Uh dat had hij 2 keer gedaan. 2 keer op dezelfde dag. Op zijn schoot. (…) zijn rits was open. Omdat ik dat toen zag. (…)3

Verdachte heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Ik weet alleen van [slachtoffer 1] dat zij gezegd zou hebben dat ze bij ome [verdachte] op schoot had gezeten. (…) [slachtoffer 1] ging bij mij zitten en we hebben de hele middag spelletjes op de computer gedaan (…). De volgende dag moesten we weer oppassen en toen deden we hetzelfde. (…) [slachtoffer 1] vroeg of ik haar nek wilde masseren en toen heb ik over haar nek en blote buik gewreven en later weet ik het niet meer, daar heb ik een wazig idee van. Ik heb op haar schaamdeel gewreven en geklopt, dat staat me wazig voor de geest. Ik heb dat dus wel gedaan, dat kan ik rustig zeggen. (…)

Buiten het wrijven en masseren in de nek waar het mee begonnen is, heb ik haar gewreven over haar blote rug en over haar buik. En gekleed heb ik haar over haar schaamdeel gewreven en geklopt. (…)4

Overwegingen

Verdachte heeft tijdens het verhoor bij de politie, alsmede ter terechtzitting van 28 november 2013 verklaard dat hij op de schaamstreek van [slachtoffer 1] heeft gewreven en geklopt en dat hij haar rug en buik heeft gestreeld. De verdachte heeft ontkend dat hij de hand van [slachtoffer 1] op zijn penis heeft gelegd, alsmede dat hij over haar billen zou hebben gewreven. De rechtbank stelt vast dat het slachtoffer zeer gedetailleerd en uitgebreid heeft verklaard over dat moment en hetgeen daaraan vooraf is gegaan. Verdachte daarentegen is weliswaar enerzijds stellig in zijn ontkenning voor wat betreft dit punt, maar verklaard anderzijds ook dat hij zich niet alles kan herinneren. Mede nu verdachte heeft bevestigd dat een groot deel van de handelingen waarover het slachtoffer heeft verklaard daadwerkelijk hebben plaatsgevonden ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer ook voor wat betreft dit punt te twijfelen. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder ook gelet op de jonge leeftijd van het slachtoffer en haar gedetailleerde verklaring omtrent de handelingen welke niet passen bij die jonge leeftijd. De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde, ten aanzien van alle ten laste gelegde handelingen, wettig en overtuigend bewezen.

Feiten 2, 3, 4 en 5

De rechtbank overweegt, op grond van de hierna in voetnoten vermelde bewijsmiddelen, het navolgende.

Bewijsmiddelen

Aangever [moeder slachtoffers 2 t/m 5] heeft onder meer het volgende verklaard:

Mijn man, [vader slachtoffers 2 t/m 5] en ik hebben een gezin van vier kinderen. [slachtoffer 2] is 15 jaar, [slachtoffer 3] van 13 jaar en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] van 11 jaar. (…) [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] hebben in het weekend van 19 op 20 november 2011 gelogeerd bij oma en [verdachte]. [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] waren toen aan het biljarten met [verdachte] en [verdachte] heeft toen aan de piemel van [slachtoffer 5] gezeten. Bij het naar bed brengen was [slachtoffer 4] moe en die ging eerder naar bed dan [slachtoffer 5]. (…) [verdachte] heeft [slachtoffer 4] naar bed gebracht en [slachtoffer 4] zei: [verdachte] stak toen de tong in mijn mond en ging rondjes draaien. Toen [slachtoffer 5] even later naar bed ging, deed [verdachte] hetzelfde. [verdachte] stak ook de tong bij [slachtoffer 5] in de mond. Volgens [slachtoffer 5] zei [verdachte] iets in de trant van: dit moest ik van [slachtoffer 4] ook doen of [slachtoffer 4] vond dit ook lekker. (…) Ook vertelde [slachtoffer 2] dat [verdachte] zijn tong in haar mond heeft gestoken. (…)[slachtoffer 3] vertelde ook dat [verdachte] zijn tong bij haar in de mond heeft gestoken. [slachtoffer 3] vertelde dat dit meerdere malen is gebeurd. (…)5

[slachtoffer 2] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Nou we kwamen daar binnen en mijn broertjes hadden hem al een kus gegeven en mijn ouders stonden in de gang achter mij en oma stond naast [verdachte]. [verdachte] hield mij vast aan mijn heupen en gaf mij heel snel een zoen.

(V: Wat voelde je toen?)

Een tong in mijn mond, maar dat was niet leuk. (…) even erin en eruit.

(V: Hoe ging het de tweede keer?)

Daarna waren we daar nog een keer op visite en mijn vader was volgens mij net terug uit het buitenland. Ik zat achter de computer en [verdachte] kwam bij me met iets van snoep en mijn zusje was de hond aan het uitlaten. De computer staat op een logeerkamer waartussen een gang is die naar de woonkamer gaat. [verdachte] kwam rechts achter mij staan en vroeg wat ik aan het doen was. Hij wilde van alles weten over dit spelletje en wilde een kus toen hij wegging. (…)

Hij vroeg wil je mij een kus op de mond geven? Ik zei nee en hij zei dat ik dat gewoon maar moest doen. Ik heb dat toen gedaan om van hem af te wezen. (…) Oh, hij liep eerst naar de deur, liep weer terug en vroeg aan mij of ik hem een kus wilde geven en ging toen rechts naast mij staan. Hij boog voorover en drukte zijn mond op mijn lippen. (…) Ja, zijn tong in mijn mond. (…) ik zei: “Ik vind het niet zo fijn, wil je daarmee ophouden?” (…).6

[slachtoffer 3] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Als we kwamen wilde hij altijd een kus op de mond geven en dan deed hij zijn tong naar binnen steken. (…) Die tongzoen (…) Ik denk twee jaar geleden volgens mij was ik 11 jaar. (…) .7

[slachtoffer 4] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

(V:Waar kom je over praten)

Nou ik moest bij hun logeren (…) toen ging [verdachte] mij naar bed brengen en toen gaf hij mij een tongzoen. Dat is het enigste dat hij eigenlijk bij mij heeft gedaan. (…) Nou ik ging denk ik slapen tegen 23.00 uur en [slachtoffer 5] lag nog niet in bed. (…) In de slaapkamer, ik ging liggen en toen zei [verdachte] dat hij wat voor ging doen en toen gaf hij mij een tongzoen. (…) Hij deed zijn tong in mijn mond en ging daarmee rondjes draaien in mijn mond en dat voelde heel raar. (…) Ik dacht: “wat doe jij nou?” (…) Nou dat hij rondjes met zijn tong zat te draaien en tegen mijn tanden aankwam en dat vond ik heel smerig. (…) Hij stopte zelf en toen zei hij: “Welterusten” en toen ging hij naar de woonkamer.8

[slachtoffer 5] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Toen gingen we naar bed en toen probeerde hij zijn tong in mijn mond te duwen en toen zei hij dat “[slachtoffer 4] dat zo doet” (…)

Hij begon met het tegen mij aandrukken. (…) Hij ging dan met zijn voorkant tegen mijn achterkant aan. (…) Hij duwde hard.
(V: Wat voel je van zijn lichaam als hij tegen jou aandrukt?)
Zijn piemel.
(V: Waar voel je die piemel dan?)
Op mijn kont.
(V: Hoe weet je dat het zijn piemel is dan?)
Hij gaat altijd met zijn middel naar voren.
(V: Wat voel je op je kont, hoe voelt die piemel aan dan?)
Plat. (…)
(…) Ik dacht gadverdamme en ik deed mijn mond heel hard dichtdrukken. (…) [slachtoffer 4] zei, deed hij bij jou ook zijn tong in jouw mond en ik zei ja en ik zei dat hij dat ook bij jou zo doet en toen zei [slachtoffer 4] dat is helemaal niet waar. (…)9

Verdachte heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard:

Met [slachtoffer 3] was in de zomer van 2011 in het zwembad de Kriegersbelten (…) Al spelenderwijs gooiden wij [slachtoffer 3] heen en weer en ik schijn haar verkeerd te hebben vastgepakt en vanaf toen ontweek ze me. (…) Ik heb haar tussen haar benen gepakt en zo weggegooid. (…) De periode dat ik verzwegen heb dat ik handtastelijk ben geweest, dit is vanaf vorig jaar zomer. (…) Het is begonnen eind 2011, maar de data weet ik niet meer. Na dat spel in dat water is het steeds angstiger geworden en ben ik het gaan verzwijgen. (…)
(…) Mijn linkerhand zat er borsthoogte en met de rechterhand zou ik haar best in het kruis kunnen hebben gepakt (…). Ik weet dat ik haar in haar kruis heb gepakt (…).10

Verdachte heeft ter terechtzitting onder meer het volgende verklaard:

Ik heb [slachtoffer 5] voorgedaan hoe hij de biljartkeu vast moet houden en hoe hij moet staan. Ik heb achter hem gestaan. Ik kan goed tegen hem aangeduwd hebben. De situatie die [slachtoffer 2] omschrijft achter de computer in de logeerkamer kan ik mij nog wel herinneren.11

Overwegingen

Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Ingevolge artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.12

Uit de verklaringen van de slachtoffers blijkt dat deze verklaringen op essentiële punten overeenkomen met betrekking tot specifieke handelingen van de verdachte, daar waar het gaat om het zoeken van lichamelijke toenadering van verdachte en het geven van een tongzoen. Uit de aangiften blijkt dat de verdachte telkens eenzelfde soort van aanpak hanteerde, waarbij verdachte voor de minderjarige kinderen als een opa was. De verdachte zocht veel lichamelijk contact met de slachtoffers, veelal op amicaal overkomende wijze. In de ten laste gelegde gevallen gaf de verdachte de kinderen telkens een zoen op de mond waarbij hij vervolgens zijn tong naar binnen stak of duwde. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van de slachtoffers wat betreft het tongzoenen steun vinden in de verklaringen van de andere slachtoffers. Bij de bewezenverklaring van (dat gedeelte) van de feiten 2, 3, 4 en 5 zal de rechtbank derhalve naast de verklaring van het betreffende slachtoffer tevens de verklaringen van de andere slachtoffers tot het bewijs bezigen. Daarbij komt dat verdachte zich wel steeds de situatie kan herinneren, welke de kinderen omschrijven omstreeks het plegen van de ontuchtige handelingen.

Ten aanzien van feit 3 acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de schaamstreek van [slachtoffer 3] heeft betast, waarbij de rechtbank in overweging neemt dat zij het mede ook in het licht van zijn verklaring bij de politie omtrent de spanningen die hij ervoer naar aanleiding van dit incident en het – aldus zijn verklaring bij de politie – vervolgens verzwijgen van zijn handtastelijkheid niet geloofwaardig acht dat dit – zoals door de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht – per ongeluk is gegaan.

Ten aanzien van feit 5 acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn piemel en/of schaamstreek tegen de billen van [slachtoffer 5] heeft gedrukt, gelet op de verklaring van [slachtoffer 5] en hetgeen de verdachte ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. Verdachte bevestigt dat sprake is geweest van de door [slachtoffer 5] omschreven situatie, te weten onder meer dat hij bij het biljarten achter [slachtoffer 5] heeft gestaan. Hij verklaart echter zich niet te kunnen herinneren dat de ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden. Nu de verklaring van [slachtoffer 5] ook op andere punten steun vind in andere bewijsmiddelen, zoals onder meer ten aanzien van het tongzoenen in de verklaringen van de andere kinderen, waaronder zijn broer [slachtoffer 4], gaat de rechtbank ook voor wat betreft dit punt uit van de juistheid van de verklaring van [slachtoffer 5].

Onder 2, 3, 4 en 5 zijn nadere ontuchtige handelingen ten laste gelegd. De rechtbank acht deze handelingen gelet op het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, echter niet wettig en overtuigend bewezen nu er onvoldoende steunbewijs aanwezig is. De rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 primair ten laste is gelegd, met dien verstande dat

1.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot en met 21 november 2012 in de gemeente Zwolle met zijn, minderjarige (stief)achterkleindochter, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag] 2006), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, telkens bestaande uit:

- het met zijn hand (al dan niet over de kleren heen) wrijven en/of strelen en/of kloppen en/of betasten over/op/van de schaamstreek en/of vagina en/of billen en/of rug en/of buik van die [slachtoffer 1] en/of

- het over zijn kleren heen leggen van een hand van die [slachtoffer 1] op zijn penis en het over de kleren heen zijn penis laten betasten door die [slachtoffer 1],

terwijl die [slachtoffer 1] (telkens) aan zijn, verdachtes, zorg en/of opvoeding

en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011tot en met 21 november 2012 te Nieuwleusen, gemeente Dalfsen, en/of in de gemeente Zwolle, althans (elders) in Nederland, telkens met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedag] 1997), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

- het steken en/of duwen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2];

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 21 november 2012 in de gemeente(n) Dalfsen en/of Raalte en/of Zwolle, althans (elders) in Nederland en/of Duitsland, (telkens) met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedag] 1999), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

- het steken en/of duwen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3], en/of

- het betasten van de schaamstreek van die [slachtoffer 3];

4.

hij op één tijdstip in de periode van 1 januari 2011 tot en met 21 november 2012 in de gemeente Zwolle, met zijn (stief)kleinzoon [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedag] 2001), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande uit:

- het steken en/of duwen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 4]

[slachtoffer 4];

terwijl die [slachtoffer 4] aan zijn, verdachtes, zorg en/of opvoeding en/of waakzaamheid was toevertrouwd;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 21 november 2012 in de

gemeente Zwolle, telkens met [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedag] 2001), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande

uit:

- het drukken/duwen van zijn, verdachtes, piemel en/of schaamstreek, althans (onder)lichaam, tegen de billen, althans het lichaam, van die [slachtoffer 5]

- het steken en/of duwen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 5]

[slachtoffer 5], althans het geven van een tongzoen aan die [slachtoffer 5];

- terwijl die [slachtoffer 5] (telkens) aan zijn, verdachtes, zorg en/of opvoeding

en/of waakzaamheid was toevertrouwd.

Van het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 primair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Het bewezene levert op:

Feiten 1 primair en 5 primair, telkens het misdrijf:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen

plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht;

Feiten 2 en 3, telkens het misdrijf:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen

plegen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 4 primair:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen

plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige,

strafbaar gesteld bij artikel 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht;

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

STRAFBAARHEID van de VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

MOTIVERING VAN STRAF OF MAATREGEL

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en 2 dagen, met aftrek, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals voorgesteld in het rapport van de reclassering en een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair verzocht in geval van een bewezenverklaring de zaak aan te houden teneinde een neurologisch onderzoek te doen verrichten en subsidiair een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden zoals voorgesteld in het rapport van de reclassering.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden

waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte,

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de

na te noemen beslissing passend.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de op te leggen straf rekening met de ernst van de bewezen verklaarde feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige (stief)(achter)kleinkinderen. Verdachte heeft daarmee op ernstige wijze de lichamelijke en geestelijke integriteit van vijf kinderen geschonden. Hij heeft daarbij misbruik gemaakt van de vertrouwensrelatie die hij met zijn (stief)(achter)kleinkinderen had. Het is een feit van algemene bekendheid dat het plegen van ontuchtige handelingen vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Ook in dit geval is daarvan sprake, zo blijkt uit de onderbouwing van de vorderingen die namens de vijf kinderen zijn ingediend en de slachtofferverklaringen van de moeders van de slachtoffers. Verdachte heeft zijn eigen behoeftebevrediging vooropgesteld. Voorts neemt de rechtbank het verdachte bijzonder kwalijk dat hij het vertrouwen van de ouders van deze vijf kinderen heeft geschaad. Als strafverzwarend weegt de rechtbank mee, dat 3 van de 5 kinderen ten tijde van het misbruik (mede) aan de zorg van verdachte waren toevertrouwd.

De rechtbank ziet geen aanleiding, noch noodzaak, om zoals door de raadsman voorwaardelijk verzocht, de zaak aan te houden teneinde een neurologisch onderzoek te laten verrichten.

Over de persoon van de verdachte is op 20 november 2013 door N. Polman, reclasseringsmedewerker, een reclasseringsrapportage opgemaakt. Hieruit komt naar voren dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De risicofactoren zijn de psychische gesteldheid, beperkte vaardigheden om emoties op een adequate manier te reguleren, het beperkte zelfinzicht, het ontbreken van inzicht ten opzichte van zijn delictgedrag, het beperkte probleembesef en probleemhantering. Verdachte maakt geen deel meer uit van de familie. Het algemene recidiverisico wordt ingeschat als laag gezien het feit dat verdachte first offender is. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden.

De rechtbank neemt voornoemd advies uit het reclasseringsrapport over en maakt deze tot de hare.

Wat de betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met zijn leeftijd en zijn blanco strafblad, welk laatste in zijn voordeel werkt. De rechtbank zal desalniettemin een zwaardere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist, gelet op de ernst van de strafbare feiten.

De rechtbank acht in het onderhavige geval een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en 2 dagen, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Daarnaast acht de rechtbank het van belang, mede gelet op het over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport, om aan deze straf de volgende bijzondere voorwaarden te verbinden: een meldingsgebod, een behandelverplichting, te weten ambulante behandeling, en een verbod om - zonder dat de reclassering daarvoor in overleg met de forensische polikliniek nadrukkelijk toestemming heeft gegeven - de zorg over minderjarigen op zich te nemen.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 1000,-- gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 1000,--, vermeerderd met de wettelijk rente over dit bedrag vanaf de dag dat het onder 1 primair bewezen verklaarde feit is gepleegd tot de dag van algehele voldoening. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 733,94 gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken.
De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten voor een bedrag van € 33,94 voor een bezoek aan Bureau Jeugdzorg en EMDR-behandelingen kan worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft in voegingsformulier geschreven over de immateriële gevolgen die het feit voor haar heeft gehad. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade komt het de rechtbank aannemelijk voor dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden. Gelet op deze verklaring en de immateriële schadevergoedingen die in vergelijkbare gevallen zijn toegewezen, acht de rechtbank, een gematigde immateriële schadevergoeding ad € 250,-- redelijk en billijk. Voor het meerdere acht de rechtbank dit onderdeel van de vordering niet-ontvankelijk.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

[slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 2.500,-- gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] als gevolg van het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken.
De benadeelde partij heeft in voegingsformulier geschreven over de immateriële gevolgen die het feit voor haar heeft gehad. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade komt het de rechtbank aannemelijk voor dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden. Gelet op deze verklaring en de immateriële schadevergoedingen die in vergelijkbare gevallen zijn toegewezen, acht de rechtbank, een gematigde immateriële schadevergoeding ad € 500,-- redelijk en billijk. Voor het meerdere acht de rechtbank dit onderdeel van de vordering niet-ontvankelijk.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 700,-- gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] als gevolg van het hiervoor onder 4 primair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken.
De benadeelde partij heeft in voegingsformulier geschreven over de immateriële gevolgen die het feit voor hem heeft gehad. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade komt het de rechtbank aannemelijk voor dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden. Gelet op deze verklaring en de immateriële schadevergoedingen die in vergelijkbare gevallen zijn toegewezen, acht de rechtbank, een gematigde immateriële schadevergoeding ad € 250,-- redelijk en billijk. Voor het meerdere acht de rechtbank dit onderdeel van de vordering niet-ontvankelijk.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

[slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding van een bedrag van € 1.800,-- gevoegd in het strafproces. Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] als gevolg van het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken.
De benadeelde partij heeft in voegingsformulier geschreven over de immateriële gevolgen die het feit voor hem heeft gehad. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade komt het de rechtbank aannemelijk voor dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden. Gelet op deze verklaring en de immateriële schadevergoedingen die in vergelijkbare gevallen zijn toegewezen, acht de rechtbank, een gematigde immateriële schadevergoeding ad € 500,-- redelijk en billijk. Voor het meerdere acht de rechtbank dit onderdeel van de vordering niet-ontvankelijk.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

Beslissing

Het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is strafbaar.

Het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 primair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en 2 dagen.

De tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht wordt bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering gebracht.

Van de 12 maanden en 2 dagen zal een gedeelte, groot 12 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders zal gelasten, omdat de verdachte zich vóór het einde van een proeftijd van twee jaren:

- aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of

- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast wanneer de verdachte gedurende een proeftijd van twee jaren de volgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat:

- verdachte zich op eerste oproep zal melden bij de reclassering en zich vervolgens zal blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- verdachte zich onder behandeling zal stellen bij De Tender Deventer of een soortgelijke instelling (ambulante forensische zorg), waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling en begeleiding door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- de volgende voorwaarde het gedrag van verdachte betreffende: de verdachte wordt verboden om - zonder dat de reclassering daarvoor in overleg met de forensische polikliniek nadrukkelijk toestemming heeft gegeven - de zorg over minderjarigen op zich te nemen.

De rechtbank geeft Reclassering Nederland opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

Schadevergoeding

[slachtoffer 1]

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij

[slachtoffer 1], wonende te Zwolle van een bedrag van € 1000,-- vermeerderd met de

wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 oktober 2012 tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt

en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag

van € 1000,--, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], bij gebreke van betaling en

verhaal te vervangen door 20 dagen vervangende hechtenis.

[slachtoffer 2]

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij

[slachtoffer 2], wonende te Zwolle van een bedrag van € 283,94 vermeerderd met de

wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2011 tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt

en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag

van € 283,94, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], bij gebreke van betaling en

verhaal te vervangen door 5 dagen vervangende hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[slachtoffer 3]

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij

[slachtoffer 3], wonende te Zwolle van een bedrag van € 500,-- vermeerderd met de

wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2011 tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt

en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag

van € 500,--, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], bij gebreke van betaling en

verhaal te vervangen door 10 dagen vervangende hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[slachtoffer 4]

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij

[slachtoffer 4], wonende te Zwolle van een bedrag van € 250,-- vermeerderd met de

wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2011 tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt

en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag

van € 250,--, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], bij gebreke van betaling en

verhaal te vervangen door 5 dagen vervangende hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[slachtoffer 5]

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij

[slachtoffer 5], wonende te Zwolle van een bedrag van € 500,-- vermeerderd met de

wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2011 tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt

en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag

van € 500,--, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], bij gebreke van betaling en

verhaal te vervangen door 10 dagen vervangende hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan zijn vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. F.E.J. Goffin, voorzitter, mrs. M.A. Wijnands-Veninga en M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Venderbosch als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2013.

Mr. Aksu is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van de Regiopolitie IJsselland, onder dossiernummer PL04RE 2013016819, opgemaakt op 7 maart 2013.

2 Proces-verbaal van aangifte, PL04RE 2012101286-1, van [moeder slachtoffer 1] van 4 december 2012.

3 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1], PL04RE 2012101286, van 20 maart 2013.

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, PL04RE 2012101754-11, van 5 februari 2013.

5 Proces-verbaal van aangifte, PL04RE 2012101754-2, van [moeder slachtoffers 2 t/m 5] van 27 november 2012.

6 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2], PL04RE 2012101754-8, van 22 januari 2013.

7 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3], PL04RE 2012101754-7, van 22 januari 2013.

8 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4], PL04RE 2012101754-6, van 22 januari 2013.

9 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 5], PL04RE 2012101754-5, van 22 januari 2013.

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, PL04RE 2012101754-11, van 5 februari 2013.

11 Proces-verbaal van de terechtzitting van 28 november 2013.

12 HR 13 juli 2010, LJN BM2452, NJ 2010, 515