Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3026

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-11-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
2055863 CV 13-2255
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2013:3025
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBZLY:2012:2111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot het verrichten van incassodiensten door deurwaarderskantoor leidt tot procedure tussen enerzijds dat kantoor en de deurwaarder en anderzijds opdrachtgeefster en daaraan gelieerde vennootschap. Allereerst wordt vastgesteld dat het deurwaarderskantoor zo weinig inzichtelijk declareert voor haar inspanningen dat de in conventie gevorderde betaling van facturen niet toewijsbaar is. Voorts wordt in reconventie vastgesteld dat de op het deurwaarderskantoor en de deurwaarder rustende informatieverplichting ex artikel 7:403 BW zodanig is geschonden dat zij tekort zijn geschoten in die incasso-overeenkomst. Beroep door opdrachtgeefster op buitengerechtelijke ontbinding van die overeenkomst slaagt. Stelling dat deurwaarderskantoor en/of deurwaarder daarnaast onrechtmatig hebben gehandeld, is onvoldoende onderbouwd. Nu ongedaanmaking van de verrichte incassoprestatie onmogelijk is, dient de waarde van die prestatie te worden vergoed, waarvoor met name het deurwaarderskantoor en de deurwaarder nadere informatie dienen aan te leveren. Dat laten zij echter na en laten onduidelijk welk bedrag zij nu op de dossiers van de opdrachtgeefster hebben geïncasseerd en wat zij daarvoor aan kosten hebben gemaakt, althans mochten berekenen. Om die reden wordt de zaak in reconventie jegens de deurwaarder bij eindvonnis afgedaan op basis van de stellingen van de opdrachtgeefster; de zaak tegen het deurwaarderskantoor wordt vanwege haar faillissement geschorst.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7 403
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelszaken

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer : 2055863 CV 13-2255

datum : 19 november 2013

Vonnis in de zaak van:

1.

de besloten vennootschap

GERECHTSDEURWAARDERSKANTOOR [A] B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats],

2.

[voornaam, A] , gerechtsdeurwaarder,

kantoorhoudende en wonende te [plaats],

eisende partij in conventie tevens verwerende partij in reconventie,

gemachtigde H.P.A. van Beest, gerechtsdeurwaarder te Delft,

tegen

1.

de besloten vennootschap AORTA INCASSO B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

2.

de besloten vennootschap YOUR HOSTING B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

gedaagde partij in conventie tevens eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. D.J. Mensink, advocaat te Groningen.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als [A] B.V., [voornaam, A] (gezamenlijk ook wel aan te duiden als [A] c.s.), Aorta Incasso en Your Hosting

Het verdere verloop van de procedure

in conventie en in reconventie

Eerder is in dit geschil - geadministreerd onder zaaknummer 583294 CV 11-7486 - een tussenvonnis gewezen dat op 24 juli 2012 is uitgesproken.

Vanwege een daartegen ingesteld hoger beroep is vervolgens bij vonnis van 16 oktober 2012 vastgesteld dat het geding is geschorst en is de zaak ter rolle doorgehaald.

Per brief van 13 mei 2013 heeft Aorta Incasso c.s., onder toezending van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 7 mei 2013, verzocht de zaak opnieuw op de rol te plaatsen. Aan Aorta Incasso c.s. is daarop een termijn verleend voor het oproepen van [A] c.s. op de rolzitting van 22 oktober 2013 om voort te procederen.

Bij akte ter rolle d.d. 22 oktober 2013 heeft [voornaam, A] zich uitgelaten.

De zaak is daarop voor vonnis gesteld.

De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

1.

Het is de kantonrechter ambtshalve bekend geworden dat [A] B.V. bij vonnis van rechtbank Midden-Nederland d.d. 23 juli 2013 in staat van faillissement is verklaard, onder benoeming van mr. D.M. Staal tot rechter-commissaris en mr. E.L. Zetteler, advocaat te Utrecht, tot curator.

2.

Bij voormeld vonnis van 24 juli 2012 is overwogen dat de door [A] B.V. en [voornaam, A] ingestelde conventionele vordering in al haar onderdelen dient te worden afgewezen, onder veroordeling van [voornaam, A] en [A] B.V. in de proceskosten in conventie. Deze beslissing is vervolgens aangehouden totdat in reconventie kan worden beslist. Gelet op het bepaalde in artikel 30 jo 27 lid 1 van de Faillissementswet (Fw) staat het faillissement van [A] B.V. niet in de weg aan het thans geven van die beslissing.

3.

Wat betreft de door Aorta Incasso c.s. in reconventie jegens [A] B.V. gerichte vordering geldt het volgende.

3.1

Het bepaalde in artikel 29 Fw leidt er toe dat de door Aorta Incasso c.s. jegens [A] B.V. ingestelde vordering, nu die strekt tot een voldoening van een verbintenis uit de boedel, moet worden geschorst, welke procedure alleen dan wordt voortgezet indien de verificatie van de vordering wordt betwist. De procedure in reconventie, voor zover gericht tegen [A] B.V., dient dan ook (wederom) te worden geschorst. Aorta Incasso c.s. zal deze vordering bij de curator kunnen aanmelden ter verificatie.

3.2

Met het oog op deze schorsing zal de zaak van de rol worden gevoerd. De meest gerede partij kan verzoeken de zaak weer op de rol te plaatsen zodra de oorzaak van de schorsing is opgeheven.

4.

Wat betreft de door Aorta Incasso c.s. jegens [voornaam, A] gerichte vordering geldt het volgende.

4.1

In het vonnis van 24 juli 2012 is in reconventie overwogen dat omtrent de bepaling van de te vergoeden economische waarde van de incassowerkzaamheden nadere gegevens dienden te worden verstrekt. Ook [voornaam, A] diende in dat verband te verduidelijken welk bedrag door hem is ontvangen op de door Aorta Incasso overgedragen dossiers (rov. 9.5.2) en welk bedrag [voornaam, A] aan kosten heeft gemaakt op die dossiers en aan de hand van welke maatstaf hij tot de door hem gestelde kosten is gekomen (rov. 9.5.3).

4.2

Voorts is in dat tussenvonnis overwogen dat partijen ervan uit hebben te gaan dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is om duidelijkheid te verkrijgen over het totaalbedrag dat voor Aorta Incasso is geïncasseerd en de kosten die daar in mindering op mogen strekken, doch dat zulks afhangt van de beoordeling van die nader te verstrekken gegevens. Van partijen werd daarop verwacht dat zij een opgaaf zouden doen van welke dossiers [A] c.s. onder zich hebben en welke dossiers (inmiddels) aan Aorta Incasso zijn teruggeven (rov. 9.6.1) en dat zij zich uit proceseconomische redenen tevens zouden uitlaten over het aantal en de persoon van de te benoemen deskundige(n) en de aan deze deskundige(n) te stellen vragen (rov. 9.6.2).

4.3

De inhoud van de op 21 augustus 2012 genomen akte is echter beperkt geweest tot de mededeling dat op 20 augustus 2012 tegen het vonnis van 24 juli 2012 hoger beroep is ingesteld, onder overlegging van een kopie appeldagvaarding. Meer of andere stellingen zijn daarbij niet ingenomen; bij die akte zijn evenmin andere stukken in het geding gebracht.

4.4

Bij arrest van 7 mei 2013 heeft het gerechtshof Aorta Incasso c.s. in hoger beroep vanwege het niet tijdig voldoen van het griffierecht door [A] c.s. ontslagen van die instantie, onder veroordeling van [A] c.s. in de proceskosten.

4.5

Na oproeping om voort te procederen heeft [voornaam, A] bij akte ter rolle d.d. 22 oktober 2013 niet meer gesteld dan ‘dat hij zich verzet tegen het opleggen van een depotbedrag, zoals eerder bepaald door uw rechtbank’, waarna hij heeft verzocht om mediation dan wel een comparitie van partijen. Meer of andere stellingen heeft hij niet betrokken.

4.6

Uit voormelde uitlating van [voornaam, A] kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat hij niet bereid is om de in de overwegingen 9.5.2 en 9.5.3 van het tussenvonnis van 24 juli 2012 bedoelde gegevens te verstrekken. Die uitlating wettigt evenmin een andere conclusie dan dat hij niet bereid is het voorschot te dragen van een deskundigenonderzoek, welk onderzoek - zo is in overweging 9.6 van bedoeld tussenvonnis overwogen - kon worden gelast na de beoordeling van de nader verstrekte gegevens.

4.7

In (onder meer) de artikelen 21, 22, 85 en 111 Rv is de op een procespartij rustende verplichting neergelegd om de feiten volledig en naar waarheid aan te voeren, stellingen van toelichting te voorzien en de op zaak betrekking hebbende bescheiden over te leggen. Bij gebrek daarvan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

4.7.1

Gelet hierop en gezien de proceshouding van [voornaam, A] is er allereerst geen reden voor het bepalen van een comparitie van partijen en/of het beproeven van mediation.

4.7.2

Om dezelfde reden moet naar het oordeel van de kantonrechter de conclusie zijn dat de stellingname van [voornaam, A] ter zake ondergeschikt moet worden gemaakt aan die van Aorta Incasso ter zake, zodat de kantonrechter het standpunt van Aorta Incasso omtrent de bepaling van de vergoeding van de economische waarde van de verrichte prestatie door [A] c.s. voor juist zal houden.

4.8

Aorta Incasso heeft dienaangaande, zowel in de processtukken voorafgaande aan het vonnis van 24 juli 2012 als in haar akte van 18 september 2012, betoogd dat er niet meer kosten in rekening konden worden gebracht dan de reeds betaalde depotbedragen ad € 25.850,00 in totaal en dat de aan [A] c.s. toekomende vergoeding maximaal kan worden berekend op € 23.443,00 (incl. BTW).

4.9

In overweging 9.5.2 van het vonnis is overwogen dat [A] c.s. stukken hebben opgesteld waarin is opgenomen dat voor Aorta Incasso was geïncasseerd € 23.479,95 (per 31 december 2010) respectievelijk € 25.135,39 (per 12 oktober 2009). Hoe een en ander zich verhoudt is onduidelijk gebleven, terwijl, zoals hiervoor is overwogen, [voornaam, A] weigerachtig is gebleken informatie te verschaffen welk totaalbedrag [A] c.s. op de door Aorta Incasso overgedragen dossiers heeft geïncasseerd. Gelet op wat hiervoor in overweging 4.7 is overwogen dient op gelijke voet voor juist worden gehouden de stelling van Aorta Incasso dat [A] c.s. ten minste € 81.900,00, zoals uiteengezet in randnummers 106 en 115 van haar eis in reconventie, op de dossiers van Aorta Incasso heeft geïncasseerd. Voor een hoger bedrag, gebaseerd op een percentage van 70% van de destijds aan [A] c.s. overgedragen, te incasseren hoofdsom, is geen plaats nu Aorta Incasso zelf stelt dat zij 50% van de te incasseren dossiers / hoofdsom bij [A] c.s. heeft teruggehaald.

4.10

Het voorgaande leidt ertoe per saldo Aorta Incasso nog een bedrag toekomt van € 84.307,00 (€ 25.850,00 + € 81.900,00 -/- € 23.443,00), wat [voornaam, A] aan Aorta Incasso is verschuldigd.

5.

Wat betreft de positie van Aorta Incasso geldt voorts dat in het tussenvonnis van 24 juli 2012 is overwogen dat toewijsbaar zijn de vorderingen 1. en 2. (overweging 7.6) en niet voor toewijzing vatbaar zijn de vorderingen 3. (overweging 8.4), 4. en 5. en 6. (overweging 9.2), voor zover in die laatste drie deelvorderingen iets meer of anders is besloten dan de gevorderde toewijzing van voormeld gesaldeerd bedrag en de daarover gevorderde wettelijke rente.

6.

Wat betreft de positie van Your Hosting geldt dat in overweging 6. van het tussenvonnis van 24 juli 2012 al is overwogen dat Your Hosting niet-ontvankelijk is in de vorderingen 1., 2. en 4. (voor zover betreffende de waardevergoeding als bedoeld in artikel 6:272 BW), terwijl de vorderingen 3. (overweging 8.4), 4. (voor het overige), 5. en 6. (overweging 9.2) niet toewijsbaar zijn.

7.

[voornaam, A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden verwezen als hierna te melden.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

a. wijst de vordering van [A] B.V. en [voornaam, A] af;

b. veroordeelt [A] B.V. en [voornaam, A] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Aorta c.s. begroot op € 800,00 voor salaris gemachtigde (2,0 punten × tarief € 400,00);

c. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

d. verstaat dat het geding tussen Aorta Incasso c.s. enerzijds en [A] B.V. anderzijds is geschorst;

e. verklaart Your Hosting niet-ontvankelijk in haar jegens [voornaam, A] gerichte vorderingen 1., 2. en 4. als hiervoor weergegeven;

f. verklaart voor recht dat [voornaam, A] tekortgeschoten is in de nakoming van de tussen Aorta Incasso en [voornaam, A] gesloten incasso-overeenkomst, deze tekortkoming niet is gezuiverd en [voornaam, A] daardoor in verzuim is geraakt;

g. verklaart voor recht dat de buitengerechtelijke ontbinding zijdens Aorta Incasso van de incasso-overeenkomst terecht is gedaan;

h. veroordeelt [voornaam, A] tegen bewijs van kwijting aan Aorta Incasso te betalen een bedrag van € 84.307,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;

i. veroordeelt [voornaam, A] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Aorta Incasso begroot op € 1.800,00 voor salaris gemachtigde (3,0 punten × tarief € 600,00);

j. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

k. wijst af hetgeen Aorta Incasso en Your Hosting meer of anders hebben gevorderd.

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 19 november 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.