Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:3000

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-12-2013
Datum publicatie
03-12-2013
Zaaknummer
07.410064-08
Formele relaties
Veroordeling feit: ECLI:NL:RBZLY:2008:BG3471, Overig
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS met dwangverpleging met twee jaar. De rechtbank ziet onvoldoende grond voor een verlengingstermijn van een jaar, zoals door de raadsman van betrokkene is bepleit. Het uitgangspunt van de rechtbank is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. De rechtbank stelt vast dat gezien hetgeen hiervoor is overwogen niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - Strafraadkamer

Locatie: Zwolle

Parketnummer : 07.410064-08

Uitspraak : 3 december 2031

Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn, gedurende welke:

[betrokkene],

geboren op [1978] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in FPC Veldzicht te Balkbrug,

hierna te noemen: betrokkene,

ter beschikking is gesteld teneinde van overheidswege te worden verpleegd.

Betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Zwolle, d.d. 4 november 2008 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, van welke terbeschikkingstelling de termijn is ingegaan op 21 oktober 2009. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Zwolle, d.d. 11 oktober 2011 en eindigt behoudens nadere voorziening op 21 oktober 2013.

Het openbaar ministerie heeft op 25 september 2013 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met 2 jaar. Bij die vordering zijn de door de wet voorgeschreven stukken overgelegd.

Het onderzoek in raadkamer heeft plaatsgevonden op 19 november 2013.

In raadkamer zijn in het openbaar gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door haar raadsman, mr. E.J. de Mare, advocaat te Groningen,

  • -

    de officier van justitie, mr. J.P. Scheffer,

  • -

    C.H.M. Prins, psycholoog en assistent van de hoofdbehandelaar verbonden aan Veldzicht, als getuige-deskundige.

Op 13 augustus 2013 is door FPC Veldzicht rapport en advies uitgebracht omtrent de eventuele verlenging van de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Geadviseerd is om deze maatregel voor de duur van 2 jaar te verlengen.

De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege voor de duur van 2 jaar.

*Betrokkene en haar raadsman hebben in raadkamer verklaard geen bezwaar te hebben tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling, mits de verlengingstermijn wordt beperkt tot één jaar. De raadsman heeft daartoe -kort samengevat- aangevoerd dat, gezien de positieve ontwikkelingen in combinatie met de omstandigheid dat betrokkene binnenkort transmuraal verlof zal gaan praktiseren, het niet onwaarschijnlijk is dat de terbeschikkingstelling met dwangverpleging over een jaar voorwaardelijk kan worden beëindigd.

OVERWEGINGEN

De rechtbank dient op grond van het bepaalde in artikel 38d van het Wetboek

van Strafrecht te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.

De maatregel van terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De rechtbank stelt met de officier van justitie vast dat de vordering niet binnen de wettelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 509o lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, is ingediend. Tevens stelt de rechtbank vast dat op de vordering tot verlenging niet uiterlijk twee maanden na de dag van indiening van de vordering zal worden beslist, zoals bepaald in artikel 509t lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, ten gevolge van de omstandigheid dat het zittingsrooster van de rechtbank een eerdere behandeling van de vordering in raadkamer niet toeliet. Gezien het specifieke karakter van de terbeschikkingstelling, te weten het beveiligen van de maatschappij, en het feit dat de verdediging door de termijnoverschrijdingen kennelijk niet in haar verdediging is geschaad nu daarover geen verweer is gevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding hieraan enige consequentie te verbinden.

De rechtbank overweegt op grond van het advies van de kliniek en het verhandelde ter zitting, waaronder de door de getuige-deskundige gegeven toelichting op het advies, het volgende.

Blijkens het adviesrapport hebben een depressie, een aantal persoonlijkheidskenmerken van betrokkene en situationele stressoren tot de onderliggende delicten geleid. Nu met name de zelfverwijten en het schuldgevoel ten aanzien van de gepleegde feiten op de voorgrond hebben gestaan, is de behandeling in het kader van de terbeschikkingstelling aanvankelijk moeizaam verlopen. De belangrijkste aandachtsgebieden die in de behandeling naar voren zijn gekomen, zijn de eerder bedoelde depressie, de relatie met de echtgenoot en de kinderen van betrokkene, zelfontplooiing en het leren bespreekbaar maken van gevoelens en gedachten. Voorts is er volgens het advies in de psychotherapie zowel aan de slachtofferrol van betrokkene als aan haar daderrol aandacht besteed.

De afgelopen twee jaar heeft betrokkene een positieve ontwikkeling in haar behandeling doorgemaakt. Betrokkene leert haar eigen mening te hebben en te geven en richt zich op zelfontwikkeling en verzelfstandiging. Daarbij worden systeemgesprekken gevoerd waarbij veel aandacht wordt besteed aan de relatie tussen betrokkene en haar echtgenoot en de manier waarop ze samen verder zouden willen of kunnen. In deze gesprekken is ook een vooruitgang te zien. Het onderlinge contact tussen betrokkene en haar echtgenoot is verbeterd en het lukt hen beter dan voorheen om moeilijke onderwerpen te bespreken.

Voorts ziet betrokkene haar kinderen in het kader van begeleid verlof, onder begeleiding van hulpverleningsorganisaties zoals Bureau Jeugdzorg, en praktiseert zij samen met haar echtgenoot begeleide verloven. Verder vinden er twee keer in de week gesprekken plaats met de psycholoog. Betrokkene staat positief tegenover de behandeling en ervaart ook bij zichzelf positieve veranderingen.

Sinds betrokkene in het kader van onbegeleid verlof op de resocialisatieafdeling de Beuk verblijft, maakt ze een meer ontspannen indruk en geeft ze zelf ook aan hier meer vrijheid te ervaren dan binnen de muren van de kliniek. Betrokkene verricht schoonmaakwerk en heeft een opleiding tot apothekersassistente afgerond. Daarbij neemt betrokkene medicatie waardoor thans weinig van de depressie van betrokkene is te zien. De bedoeling is dat deze medicatie zal worden afgebouwd.

Het is de bedoeling dat betrokkene binnen het kader van transmuraal verlof vlak na de verlengingszitting van 19 november 2013 naar een woning van de kliniek in Zwolle zal verhuizen. Het is een bewuste keuze van de kliniek geweest om de intramurale fase beperkt te houden en met betrokkene relatief snel een lang begeleid traject buiten de kliniek aan te gaan. Er zullen in de komende periode veel uitdagingen op betrokkenes pad komen. De getuige-deskundige heeft aangegeven dat de plaatsing in Zwolle in die zin een tussenbestemming is. Het gaat er in deze fase niet alleen om dat betrokkene zelf iemand met een zekere mate van autonomie en eigenheid wordt, maar ook om te ondervinden hoe zij zich zal gaan verhouden tot haar man, kinderen en het milieu van herkomst, maar uiteraard ook hoe dat omgekeerd het geval zal zijn. Het is daarbij voor betrokkene nog onduidelijk of zij een gezamenlijke toekomst met haar echtgenoot ziet en of zij al dan niet in Staphorst zal gaan wonen. Het lijkt de kliniek niet verstandig en/of zinvol om te proberen hierop extra druk te zetten en als het ware te forceren. Het gaat er om dat betrokkene hier haar eigen proces doorloopt.

Er is volgens het advies slechts een gering aantal risicofactoren aanwezig in het verleden en heden, echter de kans op gewelddadig gedrag in de toekomst moet op de langere termijn volgens het advies niet uitgesloten worden. Het risico op gewelddadig gedrag ligt in het feit dat betrokkene geneigd is vooral rekening te houden met anderen en haar eigen wensen ondergeschikt maakt aan dat wat in haar beleving moet. Buiten Veldzicht, in de vrije maatschappij, zal de kans op gewelddadig gedrag op de korte termijn gering zijn en toenemen tot matig op het moment dat de draaglast te groot gaat worden. Het is volgens de kliniek de vraag of betrokkene wederom een poging zal doen haar kinderen om het leven te brengen. Het gevaar op gewelddadig gedrag richting zichzelf in de vorm van suïcide moet niet worden uitgesloten.

Hoewel er in de behandeling van betrokkene de afgelopen periode veel vooruitgang is geboekt, is de verwachting dat betrokkene nog een lange weg te gaan heeft binnen de verschillende therapieën voordat zij is uitbehandeld. Daarbij is het uiteindelijke einddoel van het resocialisatietraject, zoals hiervoor weergegeven, nog niet duidelijk. De kliniek wil eerst bekijken hoe betrokkene zich in deze fase zal gaan ontwikkelen alvorens wordt besloten of er proefverlof zal worden aangevraagd. Juist een verblijf in Zwolle kan voor betrokkene meer druk opleveren en het is dan ook zeker noodzakelijk om dit goed te monitoren. De kliniek verwacht nog zeker twee jaar nodig te hebben en adviseert derhalve de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar te verlengen.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen onverkort eisen dat de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege wordt verlengd.

De rechtbank ziet onvoldoende grond voor een verlengingstermijn van een jaar, zoals door de raadsman van betrokkene is bepleit. Het uitgangspunt van de rechtbank is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar. De rechtbank stelt vast dat gezien hetgeen hiervoor is overwogen niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zullen zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar zou bij betrokkene in dit geval ten onrechte de verwachting kunnen wekken dat er mogelijk binnen het jaar wel gronden aanwezig zouden kunnen zijn die een (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling mogelijk zouden kunnen maken.

Resumerend zal de rechtbank de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met twee jaar verlengen.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 509o, 509p, 509s en 509t van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [betrokkene] voornoemd ter beschikking is gesteld, met bevel dat zij van overheidswege zal worden verpleegd, met twee jaar.

Aldus gegeven door mr. L.J.C. Hangx, voorzitter, mrs. F. van der Maden en J. de Ruiter-Kok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2013.