Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2796

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
12-09-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
142162 / FT-RK 1259.13
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot toepassing art. 287b Fw. (verbod tot ontruiming woning) afgewezen. Gelijktijdig verzoek tot toelating schuldsanering aangehouden om verzoeker de gelegenheid te geven de rechtbank te laten weten of hij dat verzoek wil handhaven gezien de de afwijzing van het verzoek tot toepassing art. 278b Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team toezicht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 142162 / FT-RK 1259.13

datum vonnis: 12 september 2013

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats], [adres],

verzoeker,

verder ook te noemen: verzoeker.

gemachtigde: mr. R. Tetteroo,

tegen

de stichting Woningstichting Domijn,

gevestigd te Enschede,

verweerster,

gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis.

Het procesverloop

Verzoeker heeft op 5 augustus 2013 een verzoek gedaan tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en heeft tevens verzocht om verweerster te verbieden over te gaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis d.d. 9 april 2013 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker aan de [adres] te [woonplaats] (verzoek ex artikel 287b Faillissementswet).

Bij vonnis van 5 augustus 2013 heeft de rechtbank, het verzoek ex artikel 287b Faillissementswet voorlopig toegewezen voor de duur van zes weken. De inhoudelijke behandeling van het verzoek ex artikel 287b Faillissementswet is bepaald op dinsdag 3 september om 09:15 uur.

Ter zitting is [verzoeker] niet verschenen. Namens de gemachtigde is mr. E.C. Boon verschenen. Namens verweerster is de heer H. Groothuis en mevrouw C. van Dieren verschenen. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing

De feiten

Bij vonnis van 9 april 2013 is de huurovereenkomst van verzoeker met verweerster ontbonden en is verzoeker veroordeeld de woning aan de [adres] te [woonplaats] ontruimen. Op 25 juli 2013 is de ontruiming aangezegd op 6 augustus 2013.

Bij verzoekschrift van 5 augustus 2013 heeft verzoeker de rechtbank verzocht om op grond van artikel 287b Faillissementswet gedurende een termijn van zes maanden de tenuitvoerlegging van het vonnis d.d. 9 april 2013 van de rechtbank Overijssel tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker te verbieden. Verzoeker heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Het belang van verzoeker om in gehuurde te blijven wonen weegt zwaarder dan het belang van verweerder. Door de ontruiming zal hij op straat komen te staan. Verzoeker doet er alles aan om zijn financiën weer op orde te krijgen. Verzoeker was niet in staat om de huurpenningen op tijd te voldoen, omdat de gemeente Enschede zijn WWB-uitkering heeft opgeschort en ingetrokken. Tegen de intrekking van de WWB-uitkering heeft verzoeker een voorlopige voorziening ingediend en bezwaar aangetekend. Verzoeker beschikt thans over een WWB-uitkering waarmee hij de huurpenningen kan voldoen. Voorts zou verzoeker wellicht nog een nabetaling huurtoeslag kunnen krijgen, waarmee de huurschuld afbetaald zou kunnen worden. Hiermee is betaling van de toekomstige huurpenningen gewaarborgd.

Voor verzoeker is het noodzakelijk om een stabiele situatie te behouden zodat een minnelijke regeling met de schuldeisers enige kans van slagen heeft.

Verzoeker heeft op 5 augustus 2013 tevens verzocht om de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken.

De toelichting namens [verzoeker]

Ter zitting heeft de gemachtigde verklaard dat het moratorium gehandhaafd moet blijven. Verzoeker heeft zijn financieel beheer ondergebracht bij derden. Hierdoor is hij niet in staat de huur zelfstandig te betalen. Verzoeker heeft op dit moment geen inkomsten omdat de gemeente zijn WWB-uitkering, ondanks het feit dat de toekenning van de uitkering in een eerdere procedure is toegewezen, heeft verrekend. Verzoeker is de dupe van het handelen van de gemeente.

Naast de lopende aanvraag voor toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling heeft de gemeente ook een wsnp-aanvraag voor verzoeker ingediend.

De toelichting namens verweerster

Verweerster stelt zich op het standpunt dat de schuldsaneringsaanvraag louter is aangewend om uitstel te creëren ten aanzien van de ontruiming van de woning. Ook is niet gebleken dat er vóór de aanvraag tot toelating tot de wettelijke schuldsanering concrete betalingsvoorstellen aan de schuldeisers zijn gedaan.

Verzoeker gaat er kennelijk vanuit dat hij met terugwerkende kracht zijn WWB-uitkering over de afgelopen zes maanden zal verkrijgen en dat hij dan in staat is de huur te betalen. Op dit moment is er sprake van een huurachterstand van 14 maanden. De huurtermijnen over de maanden augustus 2013 en september 2013 zijn eveneens niet betaald. Gelet op de situatie ziet het er niet naar uit dat de huurtermijn over de maanden september 2013 zal worden betaald. Verweerster heeft eerder uitstel van betaling verleend. Ook toen zijn de huurtermijnen niet betaald.

De overwegingen van de rechtbank

Op grond van artikel 287b Fw kan de schuldenaar, indien een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is ingediend, de rechtbank verzoeken een voorlopige voorziening te geven, als er sprake is van een bedreigende situatie. Onder een bedreigende situatie wordt onder andere verstaan een gedwongen woningontruiming. Het doel van het opleggen van een voorlopige voorziening is de schuldenaar de gelegenheid te bieden gedurende een periode van maximaal zes maanden een minnelijk traject te beproeven zonder dat het traject wordt gefrustreerd of onmogelijk wordt gemaakt door bijvoorbeeld het ontruimen van de woning.

De rechtbank is van oordeel dat de strekking van artikel 287b Fw is dat een moratorium kan worden toegewezen, indien door de toewijzing een minnelijk traject kan worden uitgevoerd en de schuldenaar de serieuze intentie heeft om een minnelijk schuldsaneringstraject tot stand te laten komen. Het verzoek kan alleen worden afgewezen, indien zwaarwegende belangen van de schuldeiser(s) zich tegen toewijzing verzetten, hetgeen betekent dat er een belangenafweging tussen de schuldenaar en de schuldeiser dient plaats te vinden. Het belang van verweerster bestaat eruit dat de huurwoning van verzoeker wordt ontruimd zodat zij de woning aan een nieuwe verhuurder kan verhuren en voldoening van de huurpenningen beter zou zijn gewaarborgd.

Onweersproken is gesteld dat verzoeker een huurachterstand van veertien maanden bij verweerster heeft laten ontstaan, dat aan verzoeker eerder uitstel van betaling is verleend en verzoeker destijds de huurtermijnen ook niet heeft betaald. Verder is ter zitting komen vast te staan dat verzoeker op dit moment geen inkomsten heeft. Gelet hierop is betaling van de lopende huurtermijnen naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gewaarborgd. Evenmin is namens verzoeker aannemelijk gemaakt dat hij in staat is om vanaf heden zijn lopende verplichtingen te voldoen. Namens verzoeker is weliswaar gesteld dat zijn WWB-uitkering op dit moment wordt verrekend, maar niet is duidelijk op welke termijn verzoeker weer in staat is om de huurtermijnen te kunnen voldoen. Dat verzoeker zijn financiën in handen van derden heeft gegeven en hierdoor niet in staat is om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen, maakt voorgaande niet anders. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat het belang van verweerster om over te gaan tot ontruiming van het gehuurde zwaarder dient te wegen dan het belang van verzoeker om vanuit een stabiele situatie zijn financiële problemen te kunnen oplossen. De rechtbank wijst het verzoek als bedoeld in artikel 287b FW dan ook af.

Ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling overweegt de rechtbank het volgende. Verzoeker heeft nog niet gesteld of hij bij afwijzing van het onderhavige verzoek het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wil handhaven. Verzoeker krijgt tot 10 oktober 2013 de gelegenheid om de rechtbank schriftelijk te berichten of hij dat verzoek wil handhaven en een volledig verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in te dienen. De rechtbank wijst verzoeker er uitdrukkelijk op dat indien het verzoek niet volledig is, verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan worden verklaard.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek als bedoeld in artikel 287b Fw af;

- stelt verzoeker tot 10 oktober 2013 in de gelegenheid een volledig verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in te dienen of zijn verzoek in te trekken.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J. Koopmans, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.