Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2781

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-10-2013
Datum publicatie
19-11-2013
Zaaknummer
08/12/491 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling door het niet nakomen van verplichtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Toezicht

Zittingsplaats Almelo

insolventienummer: 08/12/491 R

uitspraakdatum: 8 oktober 2013

Vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de wettelijke schuldsaneringsregeling van:

[naam],

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verder ook [schuldenaar] te noemen.

In deze schuldsaneringsregeling is mevrouw I. de Boer te Enschede tot bewindvoerder benoemd.

Het procesverloop

De rechtbank heeft op 17 september 2013 een tussenvonnis gewezen op het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van deze schuldsaneringsregeling.

Op 19 september 2013 is ter griffie een brief van de bewindvoerder binnengekomen.

De voortgezette behandeling van het verzoek tot tussentijdse beëindiging is behandeld ter zitting van 1 oktober 2013, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Ter zitting is [schuldenaar] verschenen. Tevens is de bewindvoerder verschenen.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

De beoordeling

Het tussenvonnis van 17 september 2013:

Het tussenvonnis van 17 september 2013 wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis overwogen dat [schuldenaar] ter zitting van 10 september 2013 geen zinnig verweer heeft kunnen voeren, omdat hij zwaar onder invloed van alcohol op de zitting is verschenen. Gelet op het belang voor [schuldenaar] heeft de rechtbank hem de gelegenheid gegeven nogmaals te worden gehoord op het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van zijn schuldsaneringsregeling.

De toelichting van [schuldenaar]:

[schuldenaar] heeft ter zitting verklaard dat hij zenuwachtig is, maar dit keer geen alcohol heeft gebruikt. Hij drinkt ’s avonds vier halve liters. Sinds de relatiebreuk met zijn vriendin in april 2013 is hij een tijdje niet goed in orde geweest.

Ten aanzien van de sollicitatieplicht heeft hij verklaard dat hij van februari 2013 tot mei 2013 werk gehad. Hij heeft zonnepanelen geplaatst bij[naam] in Enschede. Dit werk is gestopt omdat er niet werd betaald. Hij dacht dat de heer [X] de bewindvoerder hiervan op de hoogte had gesteld. Hij heeft in de periode mei 2013 tot en met augustus 2013 een vrijstelling van de gemeente gehad, omdat hij niet goed in orde was. Hij heeft de bewindvoerder per mail sollicitaties verstuurd.

[schuldenaar] heeft de bewindvoerder niet van de gesprekken met de reclassering op de hoogte gehouden, omdat hij geen mail en geen telefoon had. Hij dacht dat zij via de postblokkade wel geïnformeerd zou worden.

[schuldenaar] heeft erkend dat er nieuwe schulden zijn gemaakt. Dit komt omdat zijn uitkering drie maanden is stopgezet. Hij heeft een regeling getroffen voor zijn schulden.

Het standpunt van de bewindvoerder:

Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat zij geen informatie van [schuldenaar] dan wel de heer [X] heeft ontvangen.

Voorzover bij de bewindvoerder bekend rust op [schuldenaar] nog steeds een sollicitatieplicht. De bewindvoerder heeft sinds december 2012, ondanks herhaald verzoek, geen sollicitaties ontvangen. [schuldenaar] heeft in de periode mei 2013 tot augustus 2013 een vrijstelling van de gemeente gehad wegens persoonlijke omstandigheden. Niet is bekend welke persoonlijke omstandigheden dit zijn geweest. De proefplaatsing bij DMO was een arbeidsplaats met behoud van uitkering. De ontvangen sollicitaties zien op november 2012.

De uitkering van [schuldenaar] is elke maand op de boedelrekening binnengekomen.

De motivering van de beslissing:

De rechtbank stelt vast dat [schuldenaar] zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren is nagekomen, nu hij niet aan zijn inlichtingen - en sollicitatieplicht heeft voldaan, en nieuwe schulden heeft laten ontstaan. De rechtbank motiveert dit als volgt.

Ondanks herhaald verzoek van de bewindvoerder heeft [schuldenaar] geen bewijsstukken van sollicitaties verstrekt. Dat [schuldenaar] in de periode mei 2013 tot en met augustus 2013 door de gemeente Enschede is vrijgesteld van de sollicitatieplicht wegens persoonlijke omstandigheden, maakt dit niet anders, nu op [schuldenaar] in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling een sollicitatieplicht van toepassing was. Niet is gebleken dat [schuldenaar] de bewindvoerder heeft bericht dat hij niet in staat zou zijn om arbeid te verrichten. Voorgaande betekent dat op [schuldenaar] onverkort een sollicitatieplicht van toepassing is. Nu [schuldenaar] heeft nagelaten de bewindvoerder bewijsstukken van de sollicitaties over te leggen, is hij zijn sollicitatieplicht niet naar behoren nagekomen. Ook ter zitting heeft [schuldenaar] geen bewijsstukken van sollicitaties overgelegd.

Daarnaast heeft [schuldenaar] verzuimd de bewindvoerder op de hoogte te stellen dat hij met behoud van zijn uitkering een arbeidsplaats heeft gehad in de periode maart 2013 tot en met mei 2013. De stelling dat [schuldenaar] in de veronderstelling verkeerde dat de heer [X] de bewindvoerder van die informatie zou voorzien, verwerpt de rechtbank. [schuldenaar] heeft een eigen verantwoordelijkheid om de bewindvoerder op de hoogte te stellen van een wijziging in zijn persoonlijke situatie. Daarnaast heeft [schuldenaar] de bewindvoerder niet op de hoogte gehouden van de gesprekken met de reclassering. Gebleken is dat [schuldenaar] op 1 mei 2013 ruzie heeft gehad met zijn ex-vriendin en naar aanleiding hiervan een tijdelijk huisverbod heeft gekregen en onder toezicht is gesteld van de reclassering. Door de bewindvoerder niet op de hoogte te houden van de ontwikkelingen met de reclassering, heeft hij zijn inlichtingenplicht geschonden. Dat hij op dat moment geen mail en telefoon had, maakt vorenstaande niet anders. Bovendien verhoudt dergelijk gedrag zich niet met het van toepassing zijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling.

Voorts is gebleken dat er nieuwe schulden zijn ontstaan voor een totaalbedrag van

€ 3.023,69, waaronder een vordering aan Domijn van € 1.947,65 en een vordering aan Nuon van € 1.076,04. Weliswaar heeft [schuldenaar] ter zitting verklaard dat hij betalingsregelingen heeft getroffen, maar hij heeft verzuimd hiervan bewijsstukken over te leggen. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een aanzienlijke nieuwe schuldenlast die door [schuldenaar] niet wordt voldaan. De schuldenlast is daarmee bovenmatig. De schuldsaneringsregeling kan ook daarom niet langer in stand blijven.

De rechtbank zal deze schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigen op grond van artikel 350 derde lid onder c en d Faillissementswet.

Gebleken is dat er geen baten zijn om de vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Om die reden is artikel 350 vijfde lid Faillissementswet niet van toepassing en zal deze schuldsaneringsregeling eindigen op de dag dat deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen.

De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- stelt het salaris van de bewindvoerder vast op € 546,00, te vermeerderen met BTW, onder aftrek van de door de bewindvoerder bij wijze van voorschot opgenomen bedragen, onder de bepaling dat de bewindvoerder dit bedrag slechts toekomt indien en voor zover de boedel toereikend is.

Gewezen door mr. M.M. Verhoeven, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen. (Art. 351 jo 361 Fw)