Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2704

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
C08/11/468 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling op verzoek van bewindvoerder omdat niet is voldaan aan inspanningsplicht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team toezicht

Zittingsplaats Almelo

insolventienummer: C08/11/468 R

uitspraakdatum: 29 oktober 2013 (mbh)

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de wettelijke schuldsaneringsregeling van:

[schuldenaar],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

In deze schuldsaneringsregeling is I. Oude Middendorp, werkzaam bij OM Bewindvoering te Enschede, tot bewindvoerder benoemd.

Het procesverloop

De bewindvoerder heeft op 11 september 2013 een verzoek tot tussentijdse beëindiging van deze schuldsaneringsregeling ingediend.

[schuldenaar] heeft op dit verzoek gereageerd bij e-mail van 17 september 2013.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 22 oktober 2013, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

Aanwezig waren bewindvoerder I. Oude Middendorp en de schuldenaar, vergezeld van haar partner[naam 1].

De uitspraak is bepaald op vandaag.

De beoordeling

Het – zakelijk weergegeven - verzoek van de bewindvoerder:

De bewindvoerder heeft om tussentijdse beëindiging van deze schuldsaneringsregeling gevraagd omdat [schuldenaar] niet naar behoren heeft voldaan aan haar inspanningsplicht.

De – zakelijk weergegeven - toelichting van en namens [schuldenaar]:

In haar e-mailbericht schrijft [schuldenaar] – kort samengevat - dat het solliciteren op een laag pitje staat omdat zij meerdere dagen met haar dochter naar het ziekenhuis gaat, omdat zij de zorg heeft voor haar vader die ook naar het ziekenhuis moet voor controles en behandelingen en omdat zij zelf twee keer per week naar fysiotherapie moet. Haar gezin staat onder druk, ze heeft twee gezinsleden die in drieploegendienst werken met wisselende tijden. Haar partner is de ene persoon, haar zoon de andere. Ook zit zij niet lekker in haar vel en heeft ze genoeg aan zichzelf en wil ze zich eerst beter voelen.

Ter zitting heeft [schuldenaar] erkend dat zij niet naar behoren heeft gesolliciteerd. Zij heeft daar aan toegevoegd dat zij de dag voor de zitting bij de huisarts is geweest die haar medicijnen heeft voorgeschreven, onder andere Oxazepam.

Volgens[naam 1] is er wel naar werk voor [schuldenaar] gezocht maar is het moeilijk om iets te vinden. [schuldenaar] staat nu op een wachtlijst bij Sandd.

De – zakelijk weergegeven – toelichting van de bewindvoerder:

Ondanks de e-mail van [schuldenaar] handhaaft de bewindvoerder zijn verzoek tot tussentijdse beëindiging. [schuldenaar] heeft nu geruime tijd niet aan de sollicitatieplicht voldaan, hoewel daar bij herhaling om is gevraagd. De sollicitatieplicht van [schuldenaar] was al aangepast, maar desondanks komt er niets.

De overwegingen van de rechtbank:

De rechtbank is van oordeel dat deze schuldsaneringsregeling tussentijds moet worden beëindigd op grond van artikel 350 derde lid onder c Fw, omdat vast is komen te staan dat [schuldenaar] zich niet naar behoren heeft gehouden aan de op haar rustende plicht om betaald werk te zoeken.

Dit klemt te meer omdat door de bewindvoerder is getracht die inspanningsplicht zo te plooien dat [schuldenaar] daaraan, rekening houdend met haar persoonlijke omstandigheden, te weten de zorg voor haar thuiswonende dochter, zou kunnen voldoen, terwijl ter zitting is gebleken dat die dochter reeds een half jaar niet meer thuis woont.

De rechtbank overweegt nadrukkelijk dat niet het feit dat [schuldenaar] geen werk gevonden heeft tot tussentijdse beëindiging leidt, maar het feit dat zij zich niet naar behoren heeft ingespannen om betaald werk te vinden.

Het feit dat [schuldenaar] inmiddels op een wachtlijst bij Sandd staat, is onvoldoende reden om van een tussentijdse beëindiging af te zien.

Ook de bewering dat [schuldenaar] een dag voor de zitting bij de huisarts is geweest en Oxazepam voorgeschreven heeft gekregen kan niet tot een andere beslissing leiden. Niet alleen is die bewering niet met bewijsstukken onderbouwd, maar het feit dat [schuldenaar] mogelijk thans om medische redenen arbeidsongeschikt is, zegt niets over de periode tot het bezoek aan de huisarts. Bovendien heeft [schuldenaar] in de hiervoor liggende periode zich nimmer op arbeidsongeschiktheid om medische redenen beroepen en/of op die grond ontheffing van de inspanningsverplichting verzocht.

Gebleken is dat er onvoldoende baten zijn om de vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Om die reden is artikel 350 vijfde lid Faillissementswet niet van toepassing en zal deze schuldsaneringsregeling eindigen op de dag dat deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen en ten laste van de boedel brengen voor zover deze toereikend is.

De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- stelt het salaris van de bewindvoerder vast op € 1.176,00, te vermeerderen met BTW, onder aftrek van de door de bewindvoerder bij wijze van voorschot opgenomen bedragen, en brengt dit bedrag ten laste van de boedel voor zover deze toereikend is.

Gewezen door mr. Verhoeven, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 29 oktober 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen. (Art. 351 jo 361 Fw)