Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2671

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
08-11-2013
Zaaknummer
C/08/144008 / KG ZA 13-325
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Er is sprake van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis dat overeenkomstig de procesrechtelijke vereisten is geëxecuteerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat tegen een voltooide executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis niet in kort geding kan worden opgekomen met een vordering die materieel strekt tot ongedaanmaking van die executie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/32
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/144008 / KG ZA 13-325

datum vonnis: 29 oktober 2013 (s)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

mr.[X],

wonende te [woonplaats 2],

eiser,

verder te noemen de curator,

advocaat: mr. F. Kolkman,

tegen

Besloten Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde],

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

advocaat: mr. A.C. Blankestijn.

1 Het procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de behandeling ter terechtzitting;

- de pleitnota van de curator;

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De vaststaande feiten

2.1

Bij vonnis van de Rechtbank Almelo van 15 december 2010 is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam], in staat van faillissement verklaard.

2.2

Bij beschikking van de Rechtbank Almelo van 15 december 2010 is mr. [X] aangesteld tot curator.

2.3

De Rechtbank Overijssel heeft op 5 juni 2013 eindvonnis gewezen in een zaak tussen partijen. In dat uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis is de curator veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 50.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

3 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede in de proceskosten van

€ 4.036,94. De vordering van de curator in reconventie is afgewezen en de curator is veroordeeld in de proceskosten van € 678,--.

2.4

[gedaagde] heeft op 14 juni 2013 het vonnis door Gerechtsdeurwaarderskantoor Groothuis Ligtermoet & Nijhuis aan de curator laten betekenen en bevel tot betaling gedaan van een bedrag van € 58.982,31.

2.5

Gerechtsdeurwaarderskantoor Groothuis Ligtermoet & Nijhuis heeft per brief van

18 juni 2013 aangekondigd tot beslaglegging te zullen overgaan indien niet binnen

5 dagen tot betaling van een bedrag van € 59.071,92 zou worden overgegaan.

2.6

De curator heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo d.d. 5 juni 2013.

2.7

[gedaagde] heeft op of omstreeks 6 augustus 2013 het vonnis geëxecuteerd. De SNS Bank heeft aan het verzoek van gerechtsdeurwaarderskantoor Groothuis Ligtermoet & Nijhuis voldaan en een bedrag van € 59.272,29 van de boedelrekening van

[naam] aan Gerechtsdeurwaarderskantoor Groothuis Ligtermoet & Nijhuis voldaan.

3 De standpunten van partijen

3.1

De curator vordert - verkort weergegeven - betaling van een bedrag van € 59.273,29, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 augustus 2013 tot aan de dag der algehele voldoening. Verder vordert de curator aan [gedaagde] te verbieden de executie van het vonnis van de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo d.d. 5 juni 2013 voort te zetten en/of opnieuw ter hand te nemen, anders dan door haar vordering in te dienen bij de curator, zulks op straffe van een dwangsom. Tenslotte vordert de curator veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2

De curator stelt daartoe dat [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan handelen in strijd met de (Faillisements)wet en misbruik maakt van beslagrecht c.q. bevoegdheid, hetgeen een onrechtmatige daad oplevert die tot schadevergoeding verplicht en het uitoefenen van verdere executiemaatregelen belet. De schade die de boedel van [naam] heeft geleden is gelijk aan het bedrag van € 59.273,29 dat [gedaagde] ten onrechte op 6 augustus 2013 heeft geïncasseerd, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.3

[gedaagde] voert verweer en stelt daartoe - kort gezegd - het volgende.

Ten eerste stelt hij dat de vorderingen van de curator niet toewijsbaar zijn nu er sprake is van een voltooide executie op basis van een rechtsgeldig vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Ook met de uitwinning van het beslag is procesrechtelijk niet mis. Naar zijn aard zijn de vorderingen van de curator dan ook niet toewijsbaar wegens strijd met het procesrecht.

Ten tweede stelt [gedaagde] dat er sprake is van een superboedelvordering nu de curator door onrechtmatige gedragingen (zo heeft de rechtbank geoordeeld) er voor heeft gezorgd dat er € 50.000,-- (die toebehoorde aan een separatist hypotheekhouder) in de boedel terecht kwam. Bij dergelijke superboedelvorderingen is de curator gehouden het betreffende bedrag onmiddellijk terug te storten. Hij mag niet eerst zijn salaris of andere kosten daarop in mindering brengen.

Ten derde betwist [gedaagde] dat sprake is van een spoedeisend belang. De afwikkeling van het faillissement zal in ieder geval moeten wachten op de afloop en uitkomst van de appelprocedure tussen de curator en [gedaagde].

4 De beslissing

4.1

De curator legt aan zijn vorderingen onrechtmatig handelen van [gedaagde] ten grondslag. [gedaagde] zou onrechtmatig hebben gehandeld door het vonnis van de rechtbank van

5 juni 2013 te executeren.

4.2

De rechtbank heeft op 5 juni 2013 de curator veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 50.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening. Ook is de curator veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 4.036,94 en is de curator in reconventie veroordeeld in de proceskosten van

€ 678,--.

4.3

Niet betwist is de stelling van [gedaagde] dat de executie van dat vonnis is voltooid en dat daarbij aan alle procesrechtelijke vereisten is voldaan. De curator heeft voor of tijdens de executie geen executiegeschil opgeworpen zoals bedoeld in artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

4.4

De voorzieningenrechter constateert dat een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis overeenkomstig de procesrechtelijke vereisten is geëxecuteerd, en dat deze executie is voltooid zonder dat daartegen vóór deze voltooiing een executiegeschil is opgeworpen.

4.5

Tegen een voltooide executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis kan niet in kort geding worden opgekomen met een vordering die materieel strekt tot ongedaanmaking van die executie.

4.6

De vraag, of de tenuitvoerlegging onrechtmatig was, zoals de curator heeft gesteld, kan aan de orde worden gesteld in het kader van een tegen het geëxecuteerde vonnis ingesteld hoger beroep. Bij vernietiging van het vonnis in appel en afwijzing van de in eerste aanleg toegewezen vordering is de eiser (behoudens cassatie) gehouden tot terugbetaling van het geïncasseerde bedrag.

4.7

Op grond van het voorafgaande moet de gevraagde voorziening worden geweigerd. De vordering is niet voor toewijzing vatbaar.

4.8

De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure

worden veroordeeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst de vorderingen van de curator af;

II. veroordeelt de curator in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 1836,-- aan verschotten en € 816,-- aan salaris van de advocaat;

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.