Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2668

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-11-2013
Datum publicatie
06-11-2013
Zaaknummer
08/955077-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uit het proces-verbaal van de politie en de daarbij gevoegde “VerkeersOngevallenAnalyse” blijkt niet dat verdachte op de voor hem verkeerde weghelft reed, zodat hij wordt vrijgesproken voor het primair en subsidiair tenlastegelegde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/955077-13

Datum vonnis: 6 november 2013

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),

wonende in [plaats] (Bondsrepubliek Duitsland), [adres].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 oktober 2013. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C. Hofstee en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: als bestuurder van een auto zodanig onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden dat hij op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer terechtkwam. Hierdoor ontstond er een ongeluk waarbij iemand zwaar gewond raakte, of

subsidiair: als bestuurder van een auto zodanig onoplettend heeft gereden dat hij tegen tegemoetkomende auto’s aanreed.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 01 juli 2012,

in de gemeente Enschede,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de N35, welke weg middels bord G3 van bijlage 1 van het RVV 1990 was aangeduid als autoweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft verdachte zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, dat door hem bestuurde motorrijtuig -gezien verdachte's rijrichting- (plotseling) naar links gestuurd, terwijl op dat moment meerdere, althans een of meer bestuurders van (een) motorrijtuig(en) hem, verdachte, over die weg uit tegenovergestelde richting tot op (vrij) korte afstand waren/was genaderd, en/of

- is verdachte (plotseling) (gedeeltelijk) op de voor hem linkerweghelft van die weg, bestemd voor het hem over die weg tegemoetkomend verkeer, gaan en/of blijven rijden, en/of

- heeft verdachte (vervolgens), (gedeeltelijk) rijdend op op de voor verdachte linkerweghelft van die weg, een of meerdere hem over die linkerweghelft tegemoetkomende auto's niet (tijdig) gezien althans opgemerkt, en/of

- heeft verdachte, (gedeeltelijk) rijdend op de voor hem linkerweghelft van

die weg, niet tijdig en/of voldoende naar rechts gestuurd teneinde op de voor hem rechterweghelft van die weg te gaan rijden, en/of

- heeft verdachte op die weg niet zoveel mogelijk rechts gehouden, en/of

- heeft verdachte (daarbij) niet voortdurend de nodige oplettendheid en/of voorzichtigheid betracht, en/of

- heeft verdachte (daarbij) niet, althans onvoldoende, gelet op de weg en/of op mogelijke weggebruikers op die weg vóór hem, verdachte, en/of

- heeft verdachte dat door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle gehad, en/of

- was verdachte (daarbij) niet in staat de handelingen te verrichten die van hem werden vereist, en/of

- is verdachte (vervolgens) met dat door hem bestuurde motorrijtuig tegen twee, althans tegen één of meer hem uit tegengestelde richting over de voor hem, verdachte linkerweghelft van die weg tegemoetkomende auto's aangereden of gebotst,

waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel (te weten een gebroken (rechter) voet en/of een gebroken (linker) elleboog), althans zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 01 juli 2012,

in de gemeente Enschede,

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de N35, welke weg middels bord G3 van bijlage 1 van het RVV 1990 was aangeduid als autoweg, dat door hem bestuurde motorrijtuig -gezien verdachte's rijrichting- (plotseling) naar links heeft gestuurd, terwijl op dat moment meerdere, althans een of meer bestuurders van (een)

motorrijtuig(en) hem, verdachte, over die weg uit tegenovergestelde richting tot op (vrij) korte afstand waren/was genaderd, en/of

- is verdachte (plotseling) (gedeeltelijk) op de voor hem linker weghelft van die weg, bestemd voor het hem over die weg tegemoetkomend verkeer, gaan en/of blijven rijden, en/of

- heeft verdachte (vervolgens), (gedeeltelijk) rijdend op de voor verdachte linker weghelft van die weg, een of meerdere hem over die linker weghelft tegemoetkomende auto's niet (tijdig) gezien althans opgemerkt, en/of

- heeft verdachte, (gedeeltelijk) rijdend op de voor hem linker weghelft van die weg, niet tijdig en/of voldoende naar rechts gestuurd teneinde op de voor hem rechterweghelft van die weg te gaan rijden, en/of

- heeft verdachte op die weg niet zoveel mogelijk rechts gehouden, en/of

- heeft verdachte (daarbij) niet voortdurend de nodige oplettendheid en/of voorzichtigheid betracht, en/of

- heeft verdachte (daarbij) niet, althans onvoldoende, gelet op de weg en/of op mogelijke weggebruikers op die weg vóór hem, verdachte, en/of

- heeft verdachte dat door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle gehad, en/of

- was verdachte (daarbij) niet in staat de handelingen te verrichten die van hem werden vereist, en/of

- is verdachte (vervolgens) met dat door hem bestuurde motorrijtuig tegen twee, althans tegen één of meer hem uit tegengestelde richting over de voor hem, verdachte linker weghelft van die weg tegemoetkomende auto's aangereden of gebotst,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair tenlastegelegde wordt vrijgesproken en dat hij voor het subsidiair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 300,-- subsidiair 6 dagen hechtenis.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Volgens de officier van justitie is niet bewezen dat verdachte zeer onvoorzichtig of onoplettend reed, aangezien onduidelijk is gebleven door welke oorzaak verdachte (gedeeltelijk) op de voor het tegemoetkomende verkeer bestemde weghelft is gaan rijden. Dat hij echter op die weghelft heeft gereden staat wel vast, gelet op wat de bestuurder van de auto met caravan en de daarachter rijdende bestuurder van een personenauto hebben verklaard over de oorzaak van de aanrijding. Deze verklaringen worden ondersteund door de “VerkeersOngevallenAnalyse” die de politie heeft uitgevoerd. Dit leidt tot de conclusie dat verdachte zijn zorgplicht als deelnemer aan het verkeer niet is nagekomen, zodat het subsidiair tenlastegelegde bewezen is.

Verdachte stelt dat hij zich niets kan herinneren van de aanleiding voor het ongeluk. Hij keek voor de aanrijding opzij naar zijn dochtertje die op de bijrijdersstoel op een verhoging lag te slapen en vervolgens in de binnenspiegel waarin hij zijn echtgenote en andere dochter op de achterbank zag slapen. Volgens verdachte kan het ongeluk een eind verderop hebben plaatsgevonden, maar zeker weet hij dat niet. Het volgende wat verdachte zich herinnert, is dat hij met zijn auto stilstond en dat deze flink beschadigd was en dat links van hem een auto stond die nog zwaarder beschadigd was.

5.2.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat verdachte een Skoda bestuurde en dat hij een Nissan met caravan tegemoet reed. De Nissan had een (uitstekende) caravanspiegel.

Er zijn geen bewijsmiddelen die de telastelegging ondersteunen dat verdachte plotseling naar links heeft gestuurd.

Voor wat betreft het telastegelegde gedeeltelijk op de linker weghelft gaan rijden door verdachte overweegt de rechtbank dat de bewijsmiddelen daarover het volgende bevatten.

Uit het proces-verbaal van politie blijkt dat twee aangevers tegenover de politie over de toedracht van het ongeval hebben verklaard.

Getuige [slachtoffer], die achter de Nissan met de caravan reed, verklaarde onder meer dat hij weliswaar zag dat een tegemoetkomende auto tegen de voor aangever rijdende auto met caravan botste en dat die vervolgens zijn auto ramde, maar dat hij de tegenligger vooraf zelf niet heeft gezien. Daaruit kan dus niets worden afgeleid over de vraag wie er op de eigen weghelft reed en wie, eventueel alleen met de (caravan)spiegel, over de dubbele streep tussen de weghelften heen over de andere weghelft reed (of reden).

De bestuurder van de auto (Nissan) met caravan, [getuige], verklaarde dat hij zag dat een hem tegemoetkomende auto naar links de dubbele middenstrepen overschreed, waarop zijn naast hem gezeten echtgenote nog schreeuwde dat deze tegenligger inhaalde. Vervolgens raakte deze tegenligger, aldus aangever, zijn auto aan de linkerzijde: eerst werd de linker buitenspiegel geraakt, daarna hoorde hij een harde klap en voelde hij een hevige schok aan zijn auto. De echtgenote van [getuige] is niet door de politie ondervraagd.

Bij het proces-verbaal van politie is een zogenaamde “VerkeersOngevallenAnalyse” gevoegd.

Onder het kopje 1.2 Beknopte ongevalsbeschrijving staat onder meer vermeld: “Gekomen ter hoogte van hectometerpaal 76.4 kwam de Skoda, door onbekende oorzaak, op de linker weghelft terecht en botste de Skoda met de linker zijde tegen de linker caravanspiegel van de Nissan”.

Onder het kopje 5.2 Oorzaak, toedracht en gevolg wordt onder meer het volgende opgemerkt: “De Skodabestuurder kwam door onbekende oorzaak met de linkerzijde op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer. (…)”.

De rechtbank heeft in het VOA-rapport geen enkele bevinding aangetroffen die de lezing ondersteunt van het op de linker weghelft terechtgekomen van de Skoda voordat hij de caravanspiegel van de Nissan raakte. Het rapport verschaft antwoord op de vraag waarom niet even goed de caravanspiegel boven de weghelft van de Skoda was gekomen voordat tussen de Skoda en de caravanspiegel van de Nissan een botsing ontstond. Of dat zelfs ook de Nissan op de voor hem verkeerde weghelft reed.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat onder het kopje 2.3 Aangetroffen Sporen, wordt verwezen naar een foto 3 met daarop een beeld van de botsomgeving. Te zien is op die foto, gemarkeerd met label 1, “de, vermoedelijke, botsplaats tussen de Skoda en de caravan, welke achter de Nissan was gekoppeld”. De rechtbank overweegt dat dit niets zegt over de plaats waar eerder de caravanspiegel is geraakt waarmee de serie van botsingen is begonnen, en dat uit foto 3 en het genoemde vermoeden dus ook niets kan worden afgeleid over de plaats waar de Nissan en de Skoda aanvankelijk reden.

Overigens verklaart verbalisant nog dat op het moment van het onderzoek de betrokken voertuigen waren verplaatst.

De rechtbank overweegt tenslotte dat, als niet onaannemelijk is dat de Nissan met zijn caravanspiegel over de weghelft van de Skoda reed, aan verdachte ook geen verwijt meer kan worden gemaakt van de telastegelegde gedragingen na de botsing met de spiegel.

5.3

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Berg, voorzitter, mr. A.M.G. Ellenbroek en

mr. B.C. Maresch-Evers, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2013.

Buiten staat

Mr. Maresch-Evers is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.