Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2639

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-09-2013
Datum publicatie
01-11-2013
Zaaknummer
2045750 CV 13-2067
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurzaak. Vordering ontbinding huurovereenkomst sociale huurwoning toegewezen i.v.m. niet houden van hoofdverblijf in het gehuurde, het zonder toestemming onderverhuren van het gehuurde en het in het gehuurde aanwezig zijn van een hennepkwekerij. Afdracht van de met de verboden onderhuur gemaakte winst conform de daaromtrent geldende contractuele bepaling is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. In de omstandigheden ligt daarnaast voldoende grond voor toewijzing van de contractuele boete per dag voor iedere dag van verboden onderhuur en het bestaan van de hennepkwekerij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer : 2045750 CV 13-2067

datum : 24 september 2013

Vonnis in de zaak van:

de stichting STICHTING DELTAWONEN,

gevestigd te Zwolle,

eisende partij, hierna: ‘deltaWonen’ te noemen,

gemachtigde mw. mr. M.E. Dekker, advocaat te Zwolle,

tegen

[gedaagde],

woonplaats gekozen hebbende te [woonplaats],

gedaagde partij, hierna: ‘[gedaagde]’ te noemen,

gemachtigde mr. J.F. Smallenbroek, advocaat te Zwolle,

toegevoegd d.d. 15 juni 2013 onder nr. 2EP8274.

en

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij, hierna: ‘[gedaagde]’ te noemen,

niet verschenen.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de exploten van dagvaarding d.d. 2 mei 2013

- het antwoord van [gedaagde] d.d. 2 juli 2013

- de repliek van deltaWonen d.d. 30 juli 2013

- de dupliek van [gedaagde] d.d. 20 augustus 2013.

Het geschil

De vordering van deltaWonen strekt ertoe dat de kantonrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1.

de tussen deltaWonen en [gedaagde] geldende huurovereenkomst aangaande de woonruimte te [plaats] aan de [adres] zal ontbinden;

2.

[gedaagde] en [gedaagde] zal veroordelen binnen drie dagen betekening van het daartoe strekkende vonnis de woning te Zwolle aan de [adres] te ontruimen en onder overgave van de sleutels ter vrije beschikking van deltaWonen te stellen;

3.

[gedaagde] zal veroordelen om aan deltaWonen te betalen de door hem genoten winst, te weten een bedrag van € 1.312,10 per maand, gerekend vanaf 15 februari 2013 tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst;

4.

[gedaagde] zal veroordelen om aan deltaWonen te betalen een bedrag van € 25,00 per dag, gerekend vanaf 15 februari 2013 tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst, althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan boete;

5.

[gedaagde] en [gedaagde] hoofdelijk zal veroordelen in de proceskosten.

[gedaagde] is niet verschenen en heeft bijgevolg de vordering niet bestreden.

[gedaagde] heeft de vordering bestreden en geconcludeerd dat de vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard althans zal worden afgewezen, onder veroordeling van deltaWonen in de proceskosten.

De vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast.

a. Met ingang van 7 december 2012 heeft deltaWonen aan [gedaagde] verhuurd de (driekamer) (flat)woning te [plaats] aan de [adres] tegen een huurprijs van € 416,77 per maand, te vermeerderen met een bedrag van € 21,13 aan voorschot servicekosten. In de daartoe tussen partijen op 5 december 2012 opgemaakte huurovereenkomst zijn de door deltaWonen gebruikte ‘Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte d.d. 1 mei 2005’ van toepassing verklaard.

b. In de hiervoor bedoelde Algemene Huurvoorwaarden is onder meer bepaald:

6.3 Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.

6.4 Huurder zal het gehuurde gedurende de huurtijd zelf als woonruimte voor hem en leden van zijn huishouden bewonen en er zijn hoofdverblijf hebben. Hij zal het gehuurde (…) overeenkomstig die bestemming gebruiken en deze bestemming niet wijzigen. (…)

6.5 Het is huurder uitsluitend met voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder toegestaan het gehuurde geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of aan derden in gebruik te geven. Een verzoek tot toestemming dient schriftelijk te worden gedaan, onder vermelding van de naam van de onderhuurder, de onderhuurprijs en de ingangsdatum van de onderhuurovereenkomst.

Indien huurder het gehuurde zonder toestemming van verhuurder geheel of gedeeltelijk heeft onderverhuurd, in huur heeft afgestaan of aan derden in gebruik heeft gegeven, rust de bewijslast dat huurder onafgebroken het hoofdverblijf in het gehuurde heeft behouden op huurder. Voor ongeoorloofde onderhuur geldt voorts dat huurder alle door onderhuur verkregen inkomsten aan verhuurder dient af te dragen, onverminderd het recht van verhuurder aanspraak te maken op de contractuele boete als bedoeld in artikel 15 van deze voorwaarden.

6.7 Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te kweken, dan wel andere activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld.

12. (…)

Huurder is jegens de verhuurder op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk voor de gedragingen van hen die vanwege huurder het gehuurde gebruiken of zich vanwege huurder daarop bevinden.

15.

Huurder is verplicht ten behoeve van verhuurder een onmiddellijk opeisbare boete van € 25,- (…) per kalenderdag te betalen, indien hij enige bepaling uit deze algemene voorwaarden overtreedt, onverminderd zijn verplichting om alsnog overeenkomstig deze algemene voorwaarden te handelen en onverminderd verhuurders overige rechten op schadevergoeding. Deze boete zal, zonder rechterlijke tussenkomst voor elke dag waarin de overtreding voortduurt, verschuldigd zijn.

c. Op 11 april 2013 is door de politie in (twee kamers van) het gehuurde een hennepkwekerij aangetroffen, bestaande uit 686 hennepplanten in bloei, 35 assimilatielampen, koolstoffilters, tijdschakelaars, luchtafzuigers, slakkenhuizen, dompelpomp, schakelbord, luchtvochtigheid- en thermometers en groeimiddel.

d. Op 15 april 2013 heeft deltaWonen [gedaagde] aangesproken op het aantreffen van die hennepkwekerij in het gehuurde en kenbaar gemaakt dat deltaWonen tot een beëindiging van de huurovereenkomst wenste te komen. In dat gesprek heeft [gedaagde] deltaWonen medegedeeld dat hij de woning vanaf 15 februari 2013 aan [gedaagde] heeft onderverhuurd, waarna hij aan deltaWonen een onderverhuurovereenkomst heeft overhandigd.

e. In bedoelde onderverhuurovereenkomst is opgenomen dat [gedaagde] het gehuurde voor de duur van één jaar, ingaande 15 februari 2013, heeft onderverhuurd aan ‘[gedaagde sub 2] te [plaats]’ tegen een huurprijs van € 750,00 per maand, te vermeerderen met een vergoeding van € 1.000,00 per maand voor bijkomende leveringen. Onderaan deze overeenkomst staat onder de voorbedrukte tekst ‘handtekening huurder’ een handtekening en handgeschreven de naam ‘[gedaagde sub 2]’.

f. [gedaagde] ontving in het voorjaar van 2013 een WW-uitkering.

g. De door [gedaagde] ingeschakelde gemachtigde heeft per brief van 13 mei 2013 medegedeeld dat zij niet het gehuurde heeft ondergehuurd, dat zij daartoe geen overeenkomst heeft ondertekend, dat de handtekening in de onderhuurovereenkomst niet de hare is en dat de in die overeenkomst voorkomende naam niet overeenstemt met haar naam. Op 21 mei 2013 heeft [gedaagde] aangifte bij de politie gedaan van - geparafraseerd - identiteitsfraude.

De standpunten van partijen

Aan haar vordering heeft deltaWonen de huurovereenkomst en met name de daarop van toepassing zijnde Algemene Huurvoorwaarden ten grondslag gelegd. Op grond van deze huurvoorwaarden is [gedaagde] onder andere verplicht het gehuurde als hoofdverblijf te hebben en is het hem verboden om in het gehuurde hennep te kweken. [gedaagde] heeft én het gehuurde niet als hoofdverblijf gebruikt én er is in het gehuurde een hennepkwekerij aangetroffen. [gedaagde] heeft op die wijze in strijd gehandeld met de Algemene Huurvoorwaarden, op straffe waarvan de huurovereenkomst onmiddellijk dient te worden ontbonden. [gedaagde] heeft verder geen belang meer bij een voortzetting van de huurovereenkomst nu hij bij zijn moeder inwoont en ook na de ontmanteling van de hennepkwekerij op 11 april 2013 het gehuurde tot tweemaal toe heeft onderverhuurd. De met de verboden onderverhuur gemaakte winst, te stellen op € 1.312,10 per maand, dient [gedaagde] conform de Algemene Huurvoorwaarden aan deltaWonen af te dragen. Door zijn handelwijze is [gedaagde] tevens de contractuele boete van € 25,00 per dag verschuldigd.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd en heeft daartoe - onder meer - het volgende gesteld. De hennepkwekerij is door de onderhuurder, [gedaagde sub 2], opgezet en [gedaagde] had hier geen wetenschap van en geen bemoeienis mee. De woning heeft hij alleen maar onderverhuurd omdat hij werkloos raakte en de huur niet meer kon opbrengen. Hij heeft slechts een onderhuur ontvangen van € 750,00 per maand; slechts éénmaal heeft hij € 1.000,00 als zijnde een soort borg. Een ontbinding van de huurovereenkomst is een te zware straf; [gedaagde] verdient een tweede kans. De sancties uit de Algemene Huurvoorwaarden worden hem ten onrechte opgelegd. Ten aanzien van het huurbelang stelt [gedaagde] dat hij weliswaar bij zijn moeder woont doch wenst terug te keren naar het gehuurde.

Voor de feitelijke en juridische onderbouwing van de vordering en de stellingen van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. Waar nodig zal de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil nader ingaan op de afzonderlijke stellingen van partijen.

De beoordeling

1.

Partijen houdt verdeeld de vraag of [gedaagde] zodanig in strijd met de bepalingen van de huurovereenkomst en de Algemene Huurvoorwaarden heeft gehandeld, dat dit moet leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

2.

Op grond van artikel 6:265 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

2.1

Als door deltaWonen gesteld en door [gedaagde] erkend, staat vast dat [gedaagde] vanaf in ieder geval half februari 2013 niet zelf het gehuurde als zijn hoofdverblijf heeft. Dit is in strijd met artikel 6.4 van de Algemene Huurvoorwaarden en levert een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] op. Deze tekortkoming acht de kantonrechter, mede gelet op de datum van ingang van de huurovereenkomst per 7 december 2012, al van een dermate omvang dat van deltaWonen niet gevergd kan worden de huurovereenkomst voort te laten bestaan, zeker niet nu [gedaagde] na de ontmanteling van de hennepkwekerij het gehuurde evenmin als hoofdverblijf is gaan gebruiken.

2.2

Het in de conclusie van antwoord verwoorde voornemen terug te keren in de woning ‘als de huurtoeslag rondkomt’, is niet alleen vaag, maar laat ook onbeantwoord de vraag hoe [gedaagde] dan de huur denkt te bekostigen zonder een vergoeding uit onderhuur c.q. uit het aan derden in gebruik geven van het gehuurde, waarvoor hij de toestemming van deltaWonen behoeft. Gelet op het gegeven dat [gedaagde], zoals deltaWonen gemotiveerd heeft gesteld en [gedaagde] niet gemotiveerd heeft weersproken, het gehuurde na 11 april 2013 (ten minste) tweemaal heeft onderverhuurd, moet het ervoor gehouden worden dat bij hem slechts de wil tot het uitponden van het gehuurde voorzit. Daarvoor heeft hij echter geen toestemming, wat vervolgens nog een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] oplevert.

2.3

Ook de aangetroffen hennepkwekerij levert een aan [gedaagde] toe te rekenen tekortkoming op die de gevorderde ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. Niet van belang is of [gedaagde] bekend was met die hennepkwekerij. Van belang is dat die kwekerij er was, wat in strijd is met artikel 6.7 van de Algemene Huurvoorwaarden en [gedaagde] is als huurder conform artikel 12 van de huurvoorwaarden tegenover deltaWonen aansprakelijk voor wat in het gehuurde gebeurt.

3.

Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat de aan [gedaagde] toe te rekenen tekortkomingen de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigen.

4.

De tegen [gedaagde] gerichte vordering tot ontruiming van het gehuurde heeft deltaWonen gebaseerd op de stelling dat [gedaagde] die woning zonder haar toestemming in gebruik heeft.

4.1

Hoewel [gedaagde] niet in de procedure is verschenen, volgt uit wat deltaWonen nader heeft aangevoerd en ter staving daarvan heeft overgelegd, dat [gedaagde] iedere betrokkenheid bij het gehuurde, bij de gestelde onderhuurovereenkomst en bij de ontmantelde hennepkwekerij bestrijdt.

4.2

DeltaWonen heeft voorts in haar conclusie van repliek uitgeweid dat [gedaagde] kort na bedoelde ontmanteling het gehuurde in gebruik had gegeven aan twee (met naam en toenaam genoemde) personen, dat deltaWonen hen erop heeft gewezen dat hun gebruik van het gehuurde in strijd was met de huurovereenkomst met [gedaagde] en dat zij inmiddels een procedure tegen had aangespannen ter beëindiging van de huurovereenkomst, waarna de beide heren kort nadien het gehuurde hebben verlaten. Vervolgens heeft [gedaagde], aldus deltaWonen, zich bij haar beklaagd dat hij geen sleutels en dus geen toegang meer had tot de woning, dat [gedaagde] een ruit van het gehuurde heeft ingeslagen om opnieuw toegang te krijgen, dat hij nadien het gehuurde opnieuw aan een derde heeft verhuurd en dat deltaWonen ook aan deze derde heeft geadviseerd aangifte te doen van oplichting door [gedaagde].

4.3

DeltaWonen heeft vervolgens de stelling betrokken dat zij vermoedt dat de door [gedaagde] aan haar gepresenteerde onderhuurovereenkomst een opzetje van [gedaagde] zelf is, dat haar gebleken is dat [gedaagde] op het gehuurde is ingeschreven en daar ook zijn post laat ontvangen, dat zij bepaald niet uitsluit dat [gedaagde] op die manier heeft opgelicht en dat zij niet verwacht dat [gedaagde] het gehuurde op grond van de onderhuurovereenkomst in gebruik heeft ten tijde van de ontruiming.

4.4

Gelet op voormelde stellingen en feitelijkheden heeft deltaWonen naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd dat thans sprake is van een gebruik van het gehuurde door [gedaagde], zonder de toestemming van deltaWonen. De daarop steunende vordering tegen [gedaagde] tot ontruiming is dan ook niet toewijsbaar.

5.

Wat betreft de vraag of [gedaagde] gehouden is om de door hem met de onderhuur gemaakte winst af te dragen, geldt het volgende.

5.1

DeltaWonen grondt deze winstafdracht op het bepaalde in artikel 6.5 van de Algemene Huurvoorwaarden, welke voorwaarden - zo is onomstreden - op de huurovereenkomst van partijen toepasselijk zijn.

5.2

[gedaagde] heeft dienaangaande aangevoerd dat hij niet wist dat onderhuur verboden was, dat hij de huur niet kon opbrengen en dat hij gehuurde alleen uit nood heeft onderverhuurd in afwachting van betere tijden. Een afdracht is dan een te zware sanctie. De kantonrechter begrijpt deze stellingname aldus dat hij aanvoert dat toepassing van bedoelde sanctie onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

5.3

DeltaWonen heeft in haar conclusie van repliek uiteengezet dat zij als corporatie/ sociale verhuurder een groot belang heeft bij het tegengaan van onderhuur zonder toestemming omdat anders het woonruimteverdeelsysteem volledig wordt doorkruist. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter een alleszins gerechtvaardigd belang van deltaWonen, dat [gedaagde] als goed huurder had dienen te respecteren. In plaats daarvan heeft [gedaagde] ondanks het contractuele verbod zonder toestemming van deltaWonen de woning verhuurd aan een derde, en wel voor een veel hogere huurprijs dan die hij zelf met deltaWonen was overeengekomen. [gedaagde] voert in deze procedure weliswaar diverse argumenten aan waarom hij belang had bij het onderverhuren van de door hem gehuurde woning maar hij legt niet uit waarom hij deltaWonen voor die (tijdelijke) onderhuur niet gewoon om toestemming verzocht heeft. Door dit na te laten heeft hij deltaWonen de kans ontnomen om die belangen mee te nemen en kunnen die belangen in deze procedure dan ook geen rol spelen.

5.4

Gelet op genoemd gerechtvaardigd belang van deltaWonen acht de kantonrechter het begrijpelijk dat deltaWonen behoefte heeft aan een instrument om ongeoorloofde onderverhuur te voorkomen. De door haar ingeroepen algemene voorwaarde (dat op zich als ‘boetebeding’ aangemerkt zou kunnen worden) is zo’n instrument. Vergoeding van schade is niet de (in ieder geval niet de primaire) strekking van die bepaling. Het beding beoogt primair overtreding van het onderhuurverbod te voorkomen. Voor een voldoende preventieve werking is het dan vereist dat het verschuldigde bedrag hoog genoeg is. Dat deltaWonen dit bedrag bepaalt (althans in de algemene voorwaarde) op ‘alle door onderhuur verkregen inkomsten’, is dan ook naar het oordeel van de kantonrechter niet aan te merken als onaanvaardbaar in voormelde zin.

5.5

Onder ‘door onderhuur verkregen inkomsten’ moet in ieder geval verstaan worden de uit die onderhuur ontvangen huur, en [gedaagde] heeft niet betwist dat hij de gestelde (onder)huurprijs per maand van € 750,00 ook tweemaal ontvangen heeft. [gedaagde] heeft daarnaast gesteld dat hij éénmaal een bedrag van € 1.000,00 heeft ontvangen, wat volgens hem feitelijk moet worden aangemerkt als een soort borg en niet als vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten. Nu deltaWonen, gelet op wat in overweging 4.3 is overwogen, er vanuit gaat dat de aan haar gepresenteerde onderhuurovereenkomst gefingeerd is en zij geen nadere, concrete feiten heeft aangevoerd waaruit kan volgen dat [gedaagde] meer heeft ontvangen dan hij heeft erkend, is er geen grond voor toewijzing van meer inkomsten dan genoemd totaalbedrag van € 2.500,00. Voor zover deltaWonen meer vordert, is dat niet toewijsbaar.

6.

Wat betreft de door deltaWonen gevorderde, op artikel 15 van de Algemene Huurvoorwaarden gebaseerde boete van € 25,00 per dag en het dienaangaande - zo heeft de kantonrechter begrepen - door [gedaagde] gedane beroep op matiging, geldt het volgende.

6.1

Op grond van artikel 6:94 lid 1 BW heeft de rechter de bevoegdheid op verlangen van de schuldenaar, indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist, de bedongen boete te matigen. Volgens vaste rechtspraak dient de rechter deze bevoegdheid met terughoudendheid te hanteren. Matiging is alleen aan de orde als toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal niet alleen moeten worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. Ook de omstandigheden waaronder de tekortkoming tot stand kwam zijn van belang. Het bedingen van een boete als aansporing tot nakoming of ter fixatie van schadevergoeding is op zichzelf geoorloofd; het enkele uiteenlopen van schade en boete is onvoldoende grond voor matiging.

6.2

De door deltaWonen aangehaalde boete van € 25,00 per dag heeft alleen betrekking op verplichtingen van de huurder en niet op enige verplichting van de verhuurder. Het beding maakt geen onderscheid naar de aard en omvang van de verplichtingen en heeft betrekking op iedere verplichting van de huurder. Het beding kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 6:92 BW, ook worden ingeroepen wanneer deltaWonen daarnaast aanspraak maakt op vergoeding van schade.

6.3

DeltaWonen heeft ter rechtvaardiging van de boete, de omvang van € 25,00 per dag daaronder begrepen, niet meer gesteld dan dat [gedaagde] in strijd handelt met de huurovereenkomst en dat zijn gedrag onaanvaardbaar is. Voor zover het gaat om onderverhuur zonder toestemming en het in het gehuurde aanwezig zijn van een hennepkwekerij zijn dat belangen van voldoende gewicht die een boete van deze omvang kunnen rechtvaardigen. Dit kan echter niet worden gezegd indien het alleen gaat om niet houden van hoofdverblijf in het gehuurde en het daardoor laten leeg staan van het gehuurde. Voor zover blijkt dat sprake is van verboden onderhuur dan wel het bestaan van een hennepkwekerij is een boete dan ook gerechtvaardigd.

6.4

Wat betreft de omstandigheden waaronder het beding is ingeroepen en de omstandigheden waaronder de tekortkoming tot stand kwam, geldt het volgende. De schending door [gedaagde] van het onderhuurverbod heeft, blijkens de in de woning aangetroffen hennepkwekerij, precies tot het soort gebruik van de woning geleid dat deltaWonen tracht tegen te gaan. Onder deze omstandigheden achteraf de boete matigen zou afbreuk doen aan de preventieve werking die de boete zou moeten hebben. Dit klemt temeer nu uit de verklaring van [gedaagde] tegenover deltaWonen, zowel in als buiten rechte, blijkt dat hij weloverwogen uit financiële motieven heeft gehandeld zoals hij heeft gedaan. Dat [gedaagde] zijn inkomsten uit onderhuur thans aan deltaWonen dient af te dragen, doet daaraan niet toe of af.

6.5

Een boete van € 25,00 per dag is hoog in relatie tot de WW-uitkering van [gedaagde]. Die omstandigheid op zichzelf acht de kantonrechter echter onvoldoende zwaarwegend voor het oordeel dat het resultaat van de toepassing van het boetebeding bij verboden onderhuur en/of in geval van een hennepkwekerij buitensporig en dus onaanvaardbaar is. Matiging van de boete om die reden zou bovendien de preventieve werking van het beding verminderen in juist die gevallen waarin de verleiding om onder te verhuren het grootst is.

6.6

[gedaagde] heeft erkend dat hij het gehuurde vanaf 15 februari 2013 in onderhuur heeft gegeven. Gelet op de door deltaWonen bij haar conclusie van repliek geschetste gedrag van [gedaagde] moet worden aangenomen dat met de ontmanteling van de hennepkwekerij per 11 april 2013 een einde is gekomen aan de situatie van verboden hennepkweek en (ook) onderhuur. Over die periode is [gedaagde] dan ook genoemde contractuele boete van € 25,00 per dag verschuldigd, ofwel een totaalbedrag van € 1.400,00.

6.7

Wat deltaWonen in haar conclusie van repliek heeft aangevoerd over verboden onderhuur na 11 april 2013 is echter te weinig specifiek om daar een boete per dag op te kunnen baseren, zodat de kantonrechter in zoverre aan de vordering van deltaWonen als onvoldoende onderbouwd voorbijgaat.

7.

[gedaagde] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden verwezen als nader te melden. Nu de tegen [gedaagde] gerichte vordering tot ontruiming niet toewijsbaar is, is er evenmin aanleiding om haar met aan de zijde van deltaWonen gevallen proceskosten te belasten.

De beslissing

De kantonrechter:

a. wijst af de vordering van deltaWonen voor zover gericht tegen [gedaagde];

b. ontbindt per heden de huurovereenkomst tussen deltaWonen en [gedaagde] aangaande de woning te Zwolle aan de [adres];

c. gelast [gedaagde] het gehuurde aan de [adres] te [plaats] binnen 3 (drie) dagen na betekening van dit vonnis met al het zijne en de zijnen te ontruimen en te verlaten en daarin niet weer te keren en onder afgifte van alle bij de woning behorende sleutels en alles wat verder tot het gehuurde behoort ter algehele en vrije beschikking van deltaWonen te stellen en ontruimd te houden, bij gebreke waarvan deltaWonen op kosten van [gedaagde] de woning door middel van een deurwaarder kan ontruimen;

d. veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan deltaWonen te betalen:

1) een bedrag van € 2.500,00 aan door onderhuur verkregen inkomsten en

2) een bedrag van € 1.400,00 aan contractuele boete;

e. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van deltaWonen begroot op:

 € 400,00 voor salaris gemachtigde (2,0 punten × tarief € 200,00)

 € 94,79 voor explootkosten

 € 448,00 voor griffierecht;

f. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

g. wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 24 september 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.