Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2013:2637

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
31-10-2013
Datum publicatie
31-10-2013
Zaaknummer
08.950019-13 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 21-jarige man is door de rechtbank vrijgesproken van het medeplegen van een overval op een McDonalds.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - meervoudige kamer

Parketnummer: 08.950019-13 (P)

Uitspraak: 31 oktober 2013

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

ten tijde van de terechtzitting gedetineerd in de P.I. Overijssel, HvB Zwolle.

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2013, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. V. Wolting, advocaat te Zwolle. Als officier van justitie was aanwezig mr. M.C. Jongtien-Polfliet.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 januari 2013 te Zwolle tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kassalade (met inhoud, zijnde een hoeveelheid geld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Koningshaven B.V. en/of McDonald's, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- (gewapend met een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) richting de kassa van de McDrive is/zijn gelopen en/of gegaan en/of (vervolgens)

- door het geopende loket en/of raam met luidde stem(verheffing) (tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1]) heeft/hebben geroepen en/of gezegd en/of medegedeeld: "kassa open, dit is een overval", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens)

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht, in elk geval een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp duidelijk zichtbaar en/of bedreigend aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 1] heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of (vervolgens)

- de kassalade (met inhoud) heeft/hebben gepakt en/of meegenomen,

althans medeplichtigheid aan bovenstaande overval.

VOORVRAGEN

De rechtbank constateert dat in de tenlastelegging niet feitelijk is omschreven waaruit de medeplichtigheid van verdachte heeft bestaan, zodat de dagvaarding op dit punt onvoldoende feitelijk en duidelijk is en daarmee niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank is, zoals ook door de raadsman van verdachte is betoogd, van oordeel dat de dagvaarding nietig is voor zover er subsidiair medeplichtigheid ten laste is gelegd.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding voor het overige geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

BEWIJSOVERWEGINGEN

Inleiding

Op zondag 27 januari 2013 te 00.08 uur kreeg de politie een melding dat er zojuist een gewapende overval had plaatsgevonden op de McDonald’s aan de Floresstraat 60 te Zwolle. Het loket van de McDrive was buiten overvallen door twee mannen die aan waren komen lopen. Ze hadden de caissière bedreigd met een pistool en hadden de kassalade, met daarin een bedrag van € 577, 21, meegenomen.

De politie is ter plaatse gegaan en sprak met aangevers en getuigen. Ook werden de beelden van de bewakingscamera’s bekeken. Op de beelden was te zien dat twee mannen aan waren komen lopen over de oprit vanuit de richting Floresstraat. Zij kwamen de oprit op, op het moment dat een witte Audi A1 opreed vanaf de bestelzuil richting de kassa. De mannen overvielen vervolgens het loket juist op het moment dat de bestuurster van de witte Audi A1 aan het afrekenen was en daartoe de kassa zou worden geopend.

De dag na de overval meldden de inzittenden van de witte Audi A1 zich als getuigen bij de politie. Dit waren verdachte en [medeverdachte 1].

Bij nadere bestudering van de beelden werd gezien dat de witte Audi A1 alvorens deze de oprit van de McDrive op reed aan kwam rijden over de Floresstraat vanaf de Ceintuurbaan/Meppelerstraatweg. Daarbij viel op dat de Audi niet rechtstreeks de oprit van de McDrive op reed maar eerst rechtsaf verder de Floresstraat in reed. Vervolgens was te zien dat deze witte Audi verderop in de Floresstraat keerde op de weg. Na te hebben gekeerd reed de witte Audi de oprit op naar de bestelzuil en het loket. Op het moment dat de witte Audi vanaf de bestelzuil op reed naar de kassa is te zien dat de twee overvallers vanaf het begin van de oprit aan kwamen lopen.

Gelet op het vorenstaande en gelet op het feit dat getuigen hadden gezien dat de overvallers in een grijze Nissan Micra waren gestapt en verdachte op 9 februari 2013 tezamen met medeverdachte [medeverdachte 2] in een dergelijke auto was gesignaleerd ontstond het vermoeden dat de inzittenden van de witte Audi A1 betrokken waren bij de overval. In verband hiermee werden de historische verkeersgegevens telefonie opgevraagd van verdachte. Hieruit bleek dat er op de avond van de overval meermalen telefonisch contact was geweest tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2]. Verdachte heeft op 26 januari 2013 voorafgaand aan het tijdstip van de overval zeven maal met medeverdachte [medeverdachte 2] gebeld, vlak voor de overval om 23.53 uur 230 seconden en om 23.57 uur 28 seconden lang. Na de overval (in de vroege ochtend/nacht 27 januari 13) is er zes maal gebeld tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2].

Naar aanleiding hiervan werden ook de telefoongegevens van medeverdachte [medeverdachte 2] en later ook van medeverdachte [medeverdachte 3] opgevraagd en op 13 mei 2013 werden verdachte en [medeverdachte 2] aangehouden. Op 15 mei 2013 werd ook medeverdachte [medeverdachte 3] aangehouden.

Bij de politie hebben zowel verdachte als zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ontkend betrokken te zijn geweest bij de overval. Verdachte heeft verklaard dat hij op de avond van de overval door [medeverdachte 2] werd gebeld met de vraag of hij naar de McDonald’s wilde komen. [medeverdachte 2] vertelde hem toen dat hij de McDonald’s wilde gaan overvallen en vroeg verdachte of hij klaar wilde staan en weg wilde rijden. Verdachte heeft gezegd dat hij er niet aan mee wilde werken en heeft tegen [medeverdachte 2] gezegd dat het dom zou zijn om te doen. Verdachte heeft verklaard dat hij dacht dat hij [medeverdachte 2] had omgepraat en hij de overval niet zou plegen. Ook nadat verdachte bij de McDonalds was geweest heeft hij met [medeverdachte 2] gebeld en hem gevraagd of hij de overval toch had gepleegd. [medeverdachte 2] ontkende dit.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van hetgeen primair ten laste is gelegd. Zij is van oordeel dat op basis van hetgeen zich in het dossier bevindt wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] de overval heeft gepleegd en dat het geen toeval was dat verdachte op het moment van de overval aan het loket van de McDrive stond. De officier van justitie heeft gewezen op het feit dat verdachte kort voor de overval veelvuldig contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte 2], er voor de overval contact is geweest tussen de witte Audi waarin verdachte zat en de auto waarin de daders zijn gevlucht en er ook na de overval contact is geweest tussen verdachte [medeverdachte 2]. Ook was er bij verdachte naar het oordeel van de officier van justitie sprake van (voorwaardelijk) opzet op de diefstal met geweld. Verdachte heeft de aanmerkelijke kans dat de diefstal zou worden gepleegd en dat daarbij ook geweld zou worden gebruikt aanvaard door, terwijl hij van de plannen voor een overval wist, (en deze kennelijk ook serieus nam, daar hij zijn vrienden zou hebben geadviseerd het niet te doen), toch een hamburger te gaan halen precies op het moment dat zijn neef en vriend toesloegen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft betoogd dat verdachte geen opzet heeft gehad op de overval. Hij is door medeverdachte [medeverdachte 2] op de hoogte gesteld van de plannen, maar heeft hem afgeraden om de overval te plegen. In het dossier zijn volgens de raadsman meerdere omstandigheden aan te wijzen die het aannemelijk maken dat verdachte geen opzet heeft gehad op de overval. De auto waarin hij zich bevond was immers duidelijk herkenbaar, verdachte was in het gezelschap van zijn vriendin en bij het tweede raampje van de McDrive is er hard geclaxonneerd en geroepen dat er een overval gaande was. De enkele omstandigheid dat er tussen verdachte en [medeverdachte 2] op de dag van de overval contact is geweest, levert niet het wettig en overtuigend bewijs op van de opzet van verdachte. De inhoud van de gesprekken volgt immers niet uit de opgevraagde verkeersgegevens.

Ook is er onvoldoende bewijs om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Het enige wat verdachte heeft gedaan is, als bijrijder, door de McDrive rijden. Dat is onvoldoende om tot het bewijs te komen van nauwe en bewuste samenwerking. Het enkele niet ingrijpen terwijl men weet wat er gaat gebeuren levert ook niet de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking op.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen het volgende kan worden vastgesteld.

  • -

    Verdachte bevond zich ten tijde van de overval op de McDonald’s als bijrijder in de witte Audi A1 die aan het loket van de McDrive stond op het moment dat de overval plaatsvond;

  • -

    Verdachte kent de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3];

  • -

    Verdachte heeft op de avond van de overval, tot kort voor de overval, meermalen telefonisch contact met medeverdachte [medeverdachte 2];

  • -

    Verdachte heeft ook na de overval telefonisch contact gehad met medeverdachte [medeverdachte 2];

  • -

    Voorafgaand aan de overval is er in de Floresstraat contact geweest tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2].

Verdachte heeft verklaard dat hij, tijdens voornoemd contact in de Floresstraat, van de plannen voor de overval op de hoogte is gesteld, maar heeft geweigerd mee te werken.

De rechtbank is van oordeel dat voornoemde feiten en omstandigheden niet het wettig en overtuigend bewijs opleveren dat verdachte zodanig bij de planvorming en uitvoering van de overval betrokken is geweest dat kan worden gesproken van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niets kan worden vastgesteld omtrent de inhoud van de tussen verdachte en [medeverdachte 2] gevoerde telefoongesprekken en ook anderszins niets kan worden vastgesteld omtrent de vraag of en in hoeverre verdachte bij de planvorming en daadwerkelijke uitvoering van die plannen met betrekking tot de overval betrokken is geweest. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd.

Vordering van de benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 2.351, 82, bestaande uit een bedrag van € 631, 82 aan materiële schade en een bedrag van € 1.720,- aan immateriële schade. De materiële post is opgebouwd uit een bedrag van € 100,53 aan niet door de verzekering vergoede geneeskundige behandelingen en medicijnen en een bedrag van € 531,29 wegens gederfde inkomsten, omdat zij psychisch niet in staat was werkzaamheden te verrichten.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] dient in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

Koningshaven B.V./McDonald’s Zwolle-Noord

Voor aanvang van de terechtzitting heeft Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] zich eveneens als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 4.031, 45, bestaande uit het gestolen geld, de inzet van de kassalade, omzetderving, loonkosten als gevolg van extra gewerkte uren van de restaurantmanager en de supervisor en kosten van de bedrijfsrecherche.

Ook de benadeelde partij Koningshaven B.V/McDonald’s Zwolle Noord dient in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

beslissing

De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig voor wat betreft het subsidiair ten laste gelegde feit.

Het primair ten laste gelegde feit is niet wettig en overtuigend bewezen en verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] in haar vordering niet- ontvankelijk is. De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Koningshaven B.V./ McDonald’s Zwolle-Noord

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Koningshaven B.V./ McDonald’s Zwolle-Noord in de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. F.E.J. Goffin, voorzitter, mrs. M.A. Wijnands-Veninga en M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2013.

Mr. M. Aksu was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.